Lopende onderzoeken

Rekenkamer Rotterdam onderzoekt het Rotterdamse klimaatbeleid
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt het Rotterdamse klimaatbeleid
Rekenkamer Rotterdam, 05-03-2026

Wereldwijd verandert het klimaat. Dat komt vooral door meer koolstofdioxide (CO2) en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Net als de Europese Unie en het rijk, heeft de gemeente Rotterdam CO2-reductiedoelen. In 2030 moet de Rotterdamse CO2-uitstoot met 55% gedaald zijn ten opzichte van 1990. De gemeente ligt niet op koers om dit doel te halen.

De rekenkamer onderzoekt het Rotterdamse klimaatbeleid. Daarmee wil de rekenkamer het overzicht van de raad over dit onderwerp versterken. Het Rotterdamse klimaatbeleid bestaat namelijk uit heel veel projecten. Ook wil de rekenkamer de raad hiermee inzicht geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsvorming en -uitvoering. De rekenkamer concentreert zich op het zogeheten Klimaat Actieplan Rotterdam uit 2023 en op de rol van de gemeente als aandeelhouder van het Havenbedrijf Rotterdam.

De uitvoering van het onderzoek start in maart 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting in het najaar van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad.

 

Lees verder
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de toegankelijkheid van stemlokalen in Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de toegankelijkheid van stemlokalen in Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam, 21-01-2026
Op 18 maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Tijdens deze verkiezingen zal de rekenkamer de toegankelijkheid van stemlokalen voor kiezers met een lichamelijke beperking nader onderzoeken. Volgens de Kieswet moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor stemmers met een lichamelijke beperking. De rekenkamer gaat dit met een checklist controleren bij een gedeelte van de ruim 350 stemlokalen in Rotterdam. Hierbij ligt de focus op bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid. Ofwel: kunnen kiezers via de openbare weg bij het stemlokaal komen, kunnen zij het stemlokaal in het gebouw betreden en kunnen zij de stemfaciliteiten in het stemlokaal gebruiken. De uitvoering van het onderzoek start in januari 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.
Lees verder
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de uitvoering van de Wet Betaalbare Huur
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de uitvoering van de Wet Betaalbare Huur
Rekenkamer Rotterdam, 18-12-2025

De Wet betaalbare huur trad op 1 juli 2024 in werking en heeft als doel de betaalbaarheid van woningen te verbeteren door het afdwingen van een huurprijs die past bij de kwaliteit van de woning. Daarnaast beoogt de wet de rechtspositie van de huurder te versterken en biedt zij gemeenten meer mogelijkheden om op te treden tegen misstanden op de huurmarkt. Voor Rotterdam is de invoering van de Wbh extra relevant door het grote aandeel particuliere huurwoningen, waar huurprijzen vaak hoger liggen dan dat past bij de kwaliteit van de woning. Juist in deze sector is de druk op betaalbaarheid groot. De uitvoering van de nieuwe taken brengt verschillende uitdagingen mee voor de gemeente. Het vereist een nieuwe manier van handhaven waarvoor andere kennis en vaardigheden nodig zijn. Ook lijkt het handhavingsproces tijdrovend en daarmee een flink beslag te leggen op de capaciteit. Daarnaast zijn er signalen dat huurders hun rechten vaak onvoldoende kennen en dat hun meldingsbereidheid lager is dan verwacht. De Rekenkamer Rotterdam wil daarom al kort na de invoering inzicht verschaffen in hoe de gemeente invulling geeft aan de nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden. Het doel is aan de hand van de eerste resultaten te beoordelen of de gemeentelijke uitvoering bijdraagt aan de naleving van de wet. De uitvoering van het onderzoek start in januari 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.

Lees verder
Rekenkamer Rotterdam start onderzoek naar huiselijk geweld
Rekenkamer Rotterdam start onderzoek naar huiselijk geweld
Rekenkamer Rotterdam, 04-12-2025

De Rekenkamer Rotterdam start een onderzoek naar huiselijk geweld in de stad. Aanleiding is een verzoek van de gemeenteraad, die op 25 januari 2024 via twee moties vroeg om nader onderzoek. De raad uitte zorgen omdat er signalen zijn dat de omvang van huiselijk geweld in Rotterdam boven het gemiddelde ligt. In 2024 was 9 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder slachtoffer van huiselijk geweld. In het onderzoek richt de Rekenkamer zich op de wettelijke taken van de gemeente om huiselijk geweld tegen te gaan. Dit betreft onder meer het inrichten van een Veilig Thuis- organisatie en het handhaven van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast onderzoekt de Rekenkamer of queer personen in Rotterdam de beschikbare ondersteuning bij huiselijk geweld ervaren als doeltreffend en inclusief. Het onderzoek kijkt daarbij naar mogelijke knelpunten in toegankelijkheid, deskundigheid en veiligheid. Tot slot besteedt de Rekenkamer expliciet aandacht aan de omvang van huiselijk geweld in Rotterdam, zoals de gemeenteraad specifiek heeft verzocht. De centrale onderzoeksvraag luidt: Is de ondersteuning van Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond (VTRR) doeltreffend en is de ondersteuning passend om queer personen in Rotterdam te beschermen? De uitvoering van het onderzoek start in december 2025. Het rapport wordt naar verwachting in de zomer van 2026 aan de gemeenteraad aangeboden.   Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet. Heeft u ervaring met dit onderwerp of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met de Rekenkamer Rotterdam.

Lees verder
Onderzoeksopzet sportbeleid
Onderzoeksopzet sportbeleid
Rekenkamer Rotterdam, 24-06-2025
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt effectiviteit sportbeleid Voldoende sporten en bewegen verlaagt de kans op gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten, beroertes en diabetes type 2. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat investeringen in sport niet alleen gezondheidswinst opleveren, maar ook maatschappelijke én economische waarde kunnen creëren. Daarom zetten veel gemeenten, waaronder Rotterdam, in op het bevorderen van sportdeelname. Het Rotterdamse college ziet sport als een middel om gezondheid, kansengelijkheid en sociale cohesie te versterken. Toch blijft de sportdeelname in Rotterdam achter bij het landelijk gemiddelde en bij de andere G4-steden (Utrecht, Amsterdam en Den Haag). Het aantal sportbondleden is relatief laag en veel Rotterdammers ervaren hun gezondheid als matig. Ook staan sportverenigingen onder druk door een tekort aan vrijwilligers en stijgende kosten. Twee op de vijf verengingen vreest op termijn financieel in de problemen te komen. Om te beoordelen in hoeverre het gemeentelijk sportbeleid de sportdeelname daadwerkelijk bevordert, is de Rekenkamer Rotterdam in juni 2025 gestart met een onderzoek. De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre zijn het gemeentelijke aanbod van sportvoorzieningen en het stimuleringsbeleid effectief bij het bevorderen van de sportdeelname onder Rotterdammers? Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.  
Lees verder

Afgeronde onderzoeken

Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Lansingerland
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Lansingerland
Rekenkamer Lansingerland, 30-03-2026

Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Lansingerland aan toegankelijkheid werkt.

 

Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Lansingerland dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.

 

Uit het onderzoek blijkt:

 

Lansingerland werkt duidelijk aan technisch toegankelijke digitale dienstverlening en communicatie. Want zij heeft twee derde van haar apps en websites hierop laten toetsen. Ook werkt de gemeente met voorlichting, trainingen en aanpassingen aan betere technische toegankelijkheid van onder meer de website Lansingerland.nl. Hiervoor zijn plannen vastgesteld, ambtenaren aangewezen en is budget vrijgemaakt.

 

Andere onderdelen vragen nog aandacht.

Ten eerste heeft Lansingerland geen Lokale Inclusie Agenda, terwijl het voor gemeenten wel verplicht is om zo’n lokaal beleidskader over toegankelijkheid op te stellen. De gemeente heeft in 2023 wel een zogeheten Quickscan Toegankelijkheid uitgevoerd. Daarmee heeft de gemeente ze wel een goed startpunt voor het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda.

 

Ten tweede zijn er in de ambtelijke organisatie weinig lokale beleidskaders bekend waarin concrete toegankelijkheidsacties voor de gemeente staan. Toen de rekenkamer hierom vroeg, ontving ze één beleidskader met concrete voorgenomen toegankelijkheidsacties erin.

 

Ten derde werkt de gemeente in bescheiden mate aan fysieke toegankelijkheid. Er zijn sinds 2016 geen schouwonderzoeken naar toegankelijkheid van buitenruimte of (gemeentelijk) vastgoed gedaan, alleen naar de toegankelijkheid van stemlocaties tijdens verkiezingen.

Lees verder
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Albrandswaard
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Albrandswaard
Rekenkamer Albrandswaard, 23-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt. Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Albrandswaard dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid. Uit het onderzoek blijkt: Albrandswaard werkt duidelijk aan toegankelijkheid. Want zij heeft het wettelijk verplichte lokale beleidskader over toegankelijkheid (LIA) opgesteld. Ook is digitale toegankelijkheid belegd in de ambtelijke organisatie. Tegelijkertijd is de invloed van dit beleidskader nog niet al te groot, omdat het weinig concrete acties voor de gemeente bevat en er geen budget voor toegankelijkheid is begroot. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in andere kaders dan de LIA staat. Albrandswaard werkt aan toegankelijke dienstverlening. Zij werkt aan het verbeteren van de technische toegankelijkheid van haar websites en apps en voldoet aan de wettelijke onderzoeksplicht op dit gebied. Albrandswaard werkt waarschijnlijk maar beperkt aan fysieke toegankelijkheid van de buitenruimte of het gemeentelijk vastgoed. Het is in het onderzoek wel gevraagd maar niet duidelijk geworden welke concrete acties de gemeente op dit terrein onderneemt.
Lees verder
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Capelle aan den IJssel
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Capelle aan den IJssel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 19-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt. Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Capelle aan den IJssel dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.   Uit het onderzoek blijkt: Capelle aan den IJssel werkt aan toegankelijkheid. Want zij heeft een lokaal beleidskader over inclusie opgesteld en dit kader gaat ook over toegankelijkheid. Er staan alleen weinig concrete acties in. De taak om toegankelijkheid te bevorderen is ook bij specifieke ambtenaren belegd. Namelijk bij een beleidsambtenaar inclusie en bij een beleidsambtenaar “digitale toegankelijkheid”. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in haar lokale beleidskaders staat.   Capelle aan den IJssel werkt voortvarend aan toegankelijke digitale dienstverlening. De gemeente heeft concrete plannen opgesteld over toegankelijke informatie voor inwoners. Aan de hand van een interne “Beleidsnotitie digitale toegankelijkheid” werkt ze eraan dat haar informatie voor iedereen bruikbaar is. Op dit moment heeft de gemeente de toegankelijkheid van ongeveer de helft van haar websites en apps laten onderzoeken. De andere helft moet dus nog worden onderzocht, die voldoen nu niet aan de wettelijke plicht. Capelleaandenijssel.nl is geheel technisch toegankelijk.   Capelle aan den IJssel verbetert de fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed, maar de ambitie is beperkt. De gemeente Capelle heeft sinds 2024 een plan van aanpak voor de fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed. Het plan is gemaakt op basis van extern onderzoek in 44 panden in 2018. De gemeente wil voor elk van de panden circa €2.500 besteden. Dat betekent dat alleen relatief kleine verbeteringen gedaan kunnen worden.
Lees verder
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Krimpen aan den IJssel
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Krimpen aan den IJssel
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 16-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt.   Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Krimpen aan den IJssel dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.   Uit het onderzoek blijkt: Krimpen aan den IJssel werkt aan toegankelijkheid. Want zij is bezig met het opstellen van een lokaal beleidskader over toegankelijkheid. De conceptversie die de rekenkamer heeft gezien, biedt ruimte om concreter te zijn. De taak om toegankelijkheid te bevorderen is ook bij specifieke mensen belegd. Namelijk bij een ambtenaar en een welzijnswerker. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in haar lokale beleidskaders staat.   Krimpen aan den IJssel werkt voortvarend aan toegankelijke digitale dienstverlening. De gemeente heeft de technische toegankelijkheid van al haar websites en apps laten onderzoeken. De website www.krimpenaandenijssel.nl is geheel technisch toegankelijk. Dat geldt ook voor de helft van de overige Krimpense websites en apps.   Krimpen aan den IJssel werkt slechts beperkt aan fysieke toegankelijkheid. De gemeente heeft sinds 2017 geen toegankelijkheidsschouwen van gemeentelijk vastgoed meer gedaan. Ervaringsdeskundigen zijn volgens de gemeente betrokken bij grote herinrichtingsprojecten buitenruimte.   De rekenkamer heeft vier aanbevelingen aan het college van B&W gedaan en een aantal inspirerende voorbeelden uit het toegankelijkheidsbeleid van Rotterdam gepresenteerd. Het college geeft in haar reactie aan dat ze alle aanbevelingen overneemt.
Lees verder
College Rotterdam behaalt 6 van de 15 kerndoelen
College Rotterdam behaalt 6 van de 15 kerndoelen
Rekenkamer Rotterdam, 10-02-2026
Van de 15 kerndoelen voor de gemeente Rotterdam, heeft het college er zes behaald na vier jaar. Dit concludeert de rekenkamer bij de eindbeoordeling voor de periode 2022 – 2026 over deze kerndoelen, de zogenoemde collegetargets. Verder zijn vijf targets bijna gehaald en vier targets zijn niet gehaald. Collegetargets zijn kerndoelen die het college van Burgemeester en Wethouders in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt. In het rapport ‘Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026’ staat welke targets wel en welke niet zijn gehaald. Ook staan daarin alle conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer voor het college. Structureel niet meer dan helft targets behaald Het lukt al bijna 25 jaar niet om in een collegeperiode meer dan de helft van de doelen te halen. Sinds 2002 blijken de verschillende colleges steeds tussen de 25% en 47% van de targets te halen. In de huidige collegeperiode is dat 40%. De rekenkamer heeft niet onderzocht waarom sommige targets nu niet zijn behaald. Mogelijk komt dit door externe factoren of doordat de gemeente onvoldoende invloed op de target heeft. Alle targets voor het eerst sinds 2002 bruikbaar Het is voor het eerst sinds 2002 gelukt om alle doelen zó te formuleren, dat ze goed te gebruiken zijn. Doelen zijn meet- en controleerbaar. Het maakt de verwachtingen en planning duidelijk, maakt de voortgang op de doelen zichtbaar en maakt inzichtelijk wanneer doelen wel of niet zijn gehaald. Zo weten gemeenteraad en burgers hoe het gaat met het behalen van de doelen. Bij de opzet van nieuwe collegetargets is het volgens de rekenkamer belangrijk om hierop te blijven letten. Voor de volgende collegeperiode raadt de rekenkamer ook aan om realistische doelen te stellen. Dat betekent dat de doelen bereikt moeten kunnen worden met het geld dat de gemeente ervoor heeft en haar maatregelen. Doelen moeten gaan over zaken die de gemeente echt zelf kan beïnvloeden. Het is daarnaast belangrijk dat het volgende college meer rekening houdt met externe factoren. Meer lezen? Aan het begin van deze collegeperiode beoordeelde de rekenkamer ook de opzet van de targets: zie het rapport ‘Targets tellen’ uit februari 2023. In het rapport ‘Targets tellen: tussentijdse beoordeling’ uit mei 2024 controleerde de rekenkamer of het college op schema lag.  
Lees verder
Nog steeds vatbaar
Nog steeds vatbaar
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2026
De coronaperiode ligt alweer even achter ons. Na een derde lockdown, vervielen in maart 2022 zo goed als alle regels om de verspreiding van corona te beperken. Corona en de bestrijding daarvan hadden flinke economische en maatschappelijke gevolgen. Rotterdam trof uiteindelijk 51 coronasteunmaatregelen om deze gevolgen te verminderen. De Rekenkamer Rotterdam onderzocht deze maatregelen en het bijbehorende steunbeleid: waren ze passend, zijn de doelen bereikt en wat is ervan geleerd? Onduidelijk of doel coronasteunbeleid behaald is Het onderzoek laat zien dat de maatregelen en het beleid deels passend zijn vormgegeven. Het valt met name op dat de raad beperkt kaders heeft gesteld bij het steunbeleid. Tegelijkertijd is niet vast te stellen of de doelen van het beleid zijn gerealiseerd. Het ontbrak namelijk aan helder geformuleerde beleidsdoelen. En voor slechts 8 van de 51 maatregelen heeft de gemeente onderzocht of het doel daarvan is bereikt. Onvoldoende geleerd van coronaperiode Ook de crisisaanpak is door de gemeente onvoldoende geëvalueerd. Hierdoor heeft de gemeente lessen gemist om zich beter voor te bereiden op een volgende crisis. Het onderzoek van de rekenkamer laat zien dat er nog stappen nodig zijn om onder meer de crisisorganisatie en de maatschappelijke veerkracht te versterken. Al met al is de gemeente nog steeds kwetsbaar bij een crisis. Kwetsbaarheden in beleidsproces buiten crisistijd De rekenkamer ziet daarnaast twee kwetsbaarheden in het Rotterdamse beleidsproces, die ook buiten crisistijden bestaan. Ten eerste laten de kaders voor besluitvorming ruimte om doelen te formuleren die niet helder zijn. Hierdoor konden ook de doelen van het coronasteunbeleid onvoldoende helder blijven. Ten tweede is onvoldoende duidelijk vastgelegd wanneer de gemeente evaluaties moet uitvoeren. Hierdoor is onvoldoende geëvalueerd en is onvoldoende van de coronaperiode geleerd.
Lees verder
Resultaat op achterstand
Resultaat op achterstand
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 18-12-2025

Capelle aan den IJssel bestrijdt onderwijsachterstanden ruimhartig door relatief veel peuters toegang te geven tot voorschoolse educatie. Het aantal peuters dat deelneemt aan voorschoolse educatie blijft echter achter. Verder ondersteunde de gemeente via een aanvullende subsidie activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar, maar zijn de resultaten daarvan onbekend. De gemeente is wettelijk verplicht te zorgen voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie om zo onderwijsachterstanden bij peuters tegen te gaan. Ook moet de gemeente jaarlijks overleg voeren en afspraken maken met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen. De rekenkamer heeft onderzocht of Capelle aan den IJssel hierin is geslaagd en haar doelstellingen heeft bereikt. bereik voorschoolse educatie blijft achter In Capelle aan den IJssel komen relatief veel peuters in aanmerking voor voorschoolse educatie. Dit komt ten eerste doordat peuters al op relatief jonge leeftijd kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie. Ten tweede hanteert de gemeente relatief brede criteria om te bepalen welke peuters er onder de doelgroep vallen. De gemeente streefde ernaar om 70% van de peuters uit de doelgroep te bereiken, maar dat is niet gelukt. In 2023 en 2024 namen respectievelijk 58% en 59% van de peuters deel aan voorschoolse educatie. resultaten aanvullende subsidieregeling zijn onbekend De gemeente heeft aanvullend financiële ondersteuning geboden aan het basisonderwijs en de bibliotheek voor activiteiten gericht op het bestrijden van onderwijsachterstanden voor kinderen tot en met 12 jaar. De gemeente heeft echter geen zicht op de resultaten doordat de subsidieregeling te breed is opgezet en de gemeente geen resultaatafspraken heeft gemaakt met bassischolen. Met de bibliotheek zijn er wel resultaatafspraken gemaakt. De gemeente heeft de subsidieregeling ondertussen grotendeels stopgezet. gemeente maakt niet over alle verplichte thema’s afspraken Uit het onderzoek blijkt verder dat de gemeente gedeeltelijk heeft nagelaten de wettelijk verplichte jaarlijkse afspraken te maken met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen. Ook dient de gemeente jaarlijks overleg te voeren over onderwijsachterstanden. Dit doet de gemeente pas sinds 2023. college neemt alle aanbevelingen over Uit de conclusies volgen een drietal aanbevelingen. Ten eerste beveelt de rekenkamer aan om de toeleiding naar voorschoolse educatie te verbeteren, zodat er meer peuters kunnen worden bereikt. Met de tweede aanbeveling roept de rekenkamer het college op om de wettelijk verplichte afspraken te maken en jaarlijks te monitoren of deze nog voldoen. Ten slotte beveelt de rekenkamer aan om concrete doelen op te stellen voor zowel de toeleiding als de afspraken met betrokken organisaties en deze doelen in het beleid vast te leggen. Het college van B en W neemt de aanbevelingen van de rekenkamer over.  

Lees verder
Zicht op Wmo-ondersteuning
Zicht op Wmo-ondersteuning
Rekenkamer Lansingerland, 30-10-2025
De rekenkamer onderzocht in hoeverre de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en de resultaten van de Wmo. Ze constateert dat de gemeente weliswaar een goede structuur heeft opgezet om zicht te houden op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo, maar dat de structuur in de praktijk niet effectief is. De rekenkamer stelt vast dat de gemeente de meeste aanbieders niet structureel spreekt en dat ze signalen over de kwaliteit niet proactief ophaalt bij cliënten. Bovendien heeft de gemeente haar beleidsdoelen niet geoperationaliseerd, is de monitoring van de Wmo vooral gericht op het proces en financiën en is de informatie aan de gemeenteraad over de Wmo ook voor een groot deel financieel van aard of gericht op incidenten in plaats van resultaten. Ten slotte zijn de afspraken met aanbieders van Wmo-voorzieningen niet altijd volledig of helder. In de praktijk leidt dit ertoe dat het zicht van de gemeente op de kwaliteit van de Wmo te beperkt is. De rekenkamer formuleert twee groepen aanbevelingen. Allereerst minimaal noodzakelijke verbeteringen: Haal signalen proactief op. Haal proactief signalen op bij gebruikers van voorzieningen. Voer een gesprekkencyclus in waarbij de gemeente minimaal jaarlijks in gesprek gaat met aanbieders Geef inzicht in resultaten. Operationaliseer beleidsdoelen zodat monitoringsinformatie gebruikt kan worden om te reflecteren op de resultaten van de Wmo-voorzieningen. Besteed in de informatie aan de raad niet alleen aandacht aan financiën, maar ook aan de beleidsdoelen en de resultaten van de Wmo. Daarnaast formuleert de rekenkamer een aantal verbeteropties. Deze bieden kansen om het contractmanagement naar een hoger niveau te brengen. De gemeenteraad moet bepalen welke ambitie zij nastreeft en welke investeringen zij wil doen in het contractmanagement: Ontwikkel een afwegingskader waarmee de gemeenteraad geld en capaciteit kan afwegen tegen het realiseren van beleidsdoelen. Besteed in dat afwegingskader aandacht aan: Professionalisering van informatie- en registratiesystemen. Duidelijke kwaliteitsafspraken met aanbieders van algemene voorzieningen. Duidelijke verantwoordingsafspraken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen.
Lees verder
Pas op voor de dode hoek
Pas op voor de dode hoek
Rekenkamer Rotterdam, 27-10-2025
De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht of de gemeente inzicht heeft in verkeersveiligheid en of de verkeersveiligheid de afgelopen jaren is verbeterd. Uit het onderzoek blijkt dat het inzicht in de verkeersveiligheid in Rotterdam beter kan; zo zijn gegevens over fietsongevallen onvolledig. Ook weet de gemeente niet of haar beleid bijdraagt aan een verbetering van de verkeersveiligheid. Veel Rotterdammers maken zich zorgen over de verkeersveiligheid, blijkt uit de jaarlijkse Omnibusenquêtes. De afgelopen jaren vielen er jaarlijks 9 tot 14 verkeersdoden op Rotterdamse gemeentewegen en raakten er ongeveer 1.400 mensen gewond per jaar. Dit aantal stijgt licht, zowel in Rotterdam als landelijk. onvolledig zicht in verkeersveiligheid Bij de beleidsuitvoering is inzicht in de verkeersveiligheid essentieel, want hiermee kan de gemeente de risico’s beter inschatten. De gemeente is echter grotendeels afhankelijk van wat de politie registreert over verkeersongevallen. Uit de ongevallendata van de politie blijkt dat in Rotterdam relatief veel verkeersdoden 70 jaar of ouder zijn, en dat de meeste verkeersgewonden tussen de 18 en 39 jaar oud zijn. De meeste verkeersslachtoffers vallen onder de “fiets+” groep (fiets, ebike, speed-pedelec, snorfiets, of bromfiets). Dit beeld is echter niet compleet omdat de politie niet bij elk ongeval ter plaatse komt. Daarom raadt de rekenkamer aan om prioriteit te geven aan het koppelen van de ziekenhuisdata om de politiedata aan te vullen. Hierdoor ontstaat een completer beeld van verkeersongevallen waarmee onveilige plekken beter kunnen worden aangepakt. Het college heeft deze aanbeveling overgenomen. onduidelijk of beleid effect heeft op verkeersveiligheid De rekenkamer constateert dat de gemeente geen concrete, meetbare doelen in het beleid heeft gesteld, waardoor niet duidelijk is welke verkeersveiligheidsrisico’s de gemeente precies wil aanpakken. Bij de beleidsuitvoering is er soms te weinig aandacht voor een gedegen probleemanalyse of onderbouwing bij de aanpak van een bepaalde probleemlocatie. Ook evalueert de gemeente te weinig, waardoor het niet bekend is of de verkeersveiligheid is verbeterd. De rekenkamer doet daarom de aanbeveling om structureel evaluaties uit te voeren. Het college heeft deze aanbeveling overgenomen.
Lees verder
Aanpak P&C-cyclus: begroting 2026
Aanpak P&C-cyclus: begroting 2026
Rekenkamer Rotterdam, 21-10-2025
De Rekenkamer Rotterdam heeft de gemeenteraad een brief gestuurd over de begroting voor 2026. Daarmee wil de rekenkamer de raad ondersteunen in het verwerken van informatie uit financiële stukken. In deze brief bespreekt de rekenkamer de navolgbaarheid van twee onderdelen van de begroting: de programma’s en het meerjarig financieel beeld. De rekenkamer bekeek 3 van de 18 programma’s: (1) Armoede, schuldhulpverlening, inburgering en samenleving; (2) Beheer van de stad; en (3) Volksgezondheid. Dat deed zij door te kijken naar de 4 zogeheten w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen, wie zijn daarbij betrokken, en wat mag dat kosten. De rekenkamer constateert dat de begroting scherper kan toelichten welke concrete acties de gemeente komend jaar gaat uitvoeren en wat dat (extra) kost. Het valt de rekenkamer op dat de begroting vooral terugkijkt in plaats van vooruitkijkt. Terugkijken is leerzaam, maar terugkijken alléén is niet voldoende. Een begroting stelt namelijk de financiële kaders voor het komende jaar vast. Zo wordt er teruggeblikt op de oprichting van Geldplein – de afdeling die de schuldhulpverlening uitvoert – in 2025, maar niet vooruitgeblikt op wat Geldplein in 2026 gaat doen. Ook wordt onvoldoende duidelijk waarom er meer of minder geld voor programma’s nodig is in 2026. Zo reserveert de begroting minder geld voor het programma Volksgezondheid, maar wordt niet uitgelegd welke taken de gemeente minder gaat uitvoeren. Het programma Beheer van de stad stelt juist wel dat de gemeente met extra inzet naast de afvalcontainer geplaatst afval sneller wil opruimen, maar licht niet toe hoe dit betaald wordt. Verder bekeek de rekenkamer het meerjarig financieel beeld. Rotterdam staat er volgens het college financieel gezond voor. De rekenkamer plaatst daar enkele kanttekeningen bij. Zo merkt zij op dat in de begroting niet wordt toegelicht waarom de verwachte financiële positie voor 2026 is verslechterd. Vanaf 2027 raamt de begroting weer een positief resultaat, maar toelichting waarom dat het geval is, ontbreekt. Uit een eigen analyse van de rekenkamer blijkt dat de afgelopen jaren het resultaat telkens negatief bleek, terwijl twee jaar van te voren steeds een positief resultaat werd geraamd.
Lees verder
Doe-mee onderzoek energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing
Doe-mee onderzoek energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 13-10-2025
De Vereniging van Rekenkamers (VvR) organiseert elk jaar een DoeMee-onderzoek. In een DoeMee-onderzoek doet een groot aantal rekenkamers een gezamenlijk onderzoek naar een vraagstuk. In 2024 ging het DoeMee-onderzoek over de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Dit zijn wettelijke plichten op het gebied van duurzaamheid voor bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken. Het onderzoek leverde input voor het nationale onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de beide plichten. De rekenkamer heeft met de gemeenten Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland deelgenomen aan het onderzoek van de VvR. De VvR heeft het onderzoek uit laten voeren door adviesbureau Ecorys. Het bureau heeft een digitale informatie-uitvraag uitgezet bij alle deelnemende overheden. Deze is ingevuld door de ambtenaren van gemeenten, provincies en milieudiensten. Voor iedere gemeente is een factsheet opgesteld. Daarnaast is een overkoepelend rapport gemaakt met de uitkomsten van alle deelnemende overheden gezamenlijk. Ter verduidelijking en verdieping van de VvR-rapportagegegevens heeft de rekenkamer enige vragen gesteld aan de omgevingsdienst Milieudienst Rijnmond (DCMR). Vervolgens heeft de rekenkamer voor elk van de vier gemeenten een brief geschreven. In de brief vat de rekenkamer de bevindingen van de VvR samen en vult deze aan met de informatie die zij van DCMR verkreeg. Ook heeft ze de bevindingen voor Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland vergeleken met die van de andere deelnemende gemeenten. Tenslotte geeft de rekenkamer enkele aanbevelingen mee om de controle op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing bij de gemeente verder te verbeteren.  
Lees verder
Doorwerken aan wijkteams
Doorwerken aan wijkteams
Rekenkamer Rotterdam, 01-10-2025
In juni 2018 concludeerde de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘het komt niet in de buurt’ dat de hulpverlening door wijkteams in Rotterdam tekort schoot. Vanwege het grote belang van deze laagdrempelige hulp in de wijk heeft de rekenkamer onderzocht in hoeverre de aanbevelingen uit 2018 zijn uitgevoerd.   in 2018 schoot de hulp van wijkteams tekort Er waren onder meer lange wachtlijsten en het personeelsverloop in de wijkteams was hoog. Ook de kosten in de Jeugdhulp en Wmo-taken waren hoog. De rekenkamer kwam in dat rapport met elf aanbevelingen die allemaal door de gemeenteraad zijn overgenomen, met een paar kleine aanpassingen en zes aanvullende moties. Vervolgens is het aan de burgemeester en wethouders om die opdracht in de praktijk te brengen. De rekenkamer heeft nu onderzocht in hoeverre die afspraken zijn uitgevoerd. vrijwel alle aanbevelingen uit 2018 omgezet in beleid Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle aanbevelingen en moties zijn geland in beleid. Acht aanbevelingen zijn volledig opgevolgd, maar drie aanbevelingen zijn niet voldoende opgevolgd. Het gaat om het verminderen van de administratie lasten voor wijkteammedewerkers, het verbeteren van de huisvesting van wijkteams en inzicht te geven in een realistische besparing en kostenbeheersing in het gehele stelsel van Wmo en Jeugd. Op al deze punten gaf het college in zijn reactie aan verdere maatregelen te treffen. zicht op uitvoering in de praktijk blijft blinde vlek Verder constateert de rekenkamer dat de gemeente te weinig zicht heeft op de effecten van de uitgevoerde maatregelen om de administratieve lasten van wijkteams te verlagen, het vertrek van personeel te beperken en de gevoelde kloof tussen beleid en uitvoering te verkleinen. De rekenkamer constateert dat de gemeenteraad in beperkte mate is geïnformeerd over de voort-gang van deze maatregelen.
Lees verder
Meer bereiken
Meer bereiken
Rekenkamer Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland, 18-09-2025
De rekenkamer onderzocht de lokale inkomensregelingen in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland en concludeert dat deze gemeenten meer zouden kunnen bereiken voor hun inwoners. Gemeenten bieden met lokale inkomensregelingen ondersteuning aan inwoners in (dreigende) armoede. De rekenkamer onderzocht of het lukt om deze mensen te bereiken. Dit onderzoek laat zien dat de drie onderzochte gemeenten vergelijkbare uitdagingen kennen en kansen hebben om meer inwoners te bereiken en inwoners in (dreigende) armoede beter te ondersteunen. Gemeenten hebben geen goed zicht op resultaten De onderzochte gemeenten hebben een uitgebreid aanbod aan regelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen. Maar er wordt vooral gestuurd op het in de hand houden van de kosten. Er is niet goed in beeld of de gemeente wel de inwoners bereikt die ze wilt bereiken. In de uitvoering worden kansen gemist De gemeenten organiseren nog onvoldoende de samenwerking tussen de betrokken maatschappelijke organisaties. In Barendrecht en Lansingerland is het voor deze organisaties ook moeilijk om de gemeente te bereiken voor overleg over individuele gevallen. De drie onderzochte gemeenten gaan ook onvoldoende op zoek naar niet-bereikte inwoners om hen actief te informeren. Aanvraagprocedures zijn ingewikkeld De aanvraagprocedures in alle onderzochte gemeenten zijn onnodig ingewikkeld. Er worden meer bewijsstukken opgevraagd dan strikt noodzakelijk om de aanvragen te beoordelen. Aanvraagprocedures kosten de ambtenaren ook onnodig veel tijd omdat informatie onvoldoende wordt hergebruikt of uitgewisseld. Aanbevelingen De rekenkamer doet vijf aanbevelingen. Ze luiden: Scherp de doelstellingen aan Verbeter de monitoring Verbeter de samenwerking met betrokken organisaties Verbeter de informatievoorziening aan inwoners Versimpel aanvraagprocedures De aanbevelingen zijn gelijk voor de onderzochte gemeenten. Bij aanbeveling 3 zijn er wel verschillen in de precieze formulering en uitwerking. Bij Capelle aan den IJssel kan vooral de samenwerking en afstemming tussen de betrokken organisaties beter georganiseerd en geborgd worden. Bij Barendrecht en Lansingerland zijn er daarnaast ook stappen te zetten om tot goede samenwerking tussen de gemeente en de organisaties te komen.
Lees verder
Samen op zoek naar zicht
Samen op zoek naar zicht
Rekenkamer Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Rotterdam, 18-09-2025
De rekenkamer onderzocht de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Binnen de GRJR kopen dertien gemeenten gezamenlijk regionale jeugdhulp in. De rekenkamer concludeert dat de GRJR vooruitgang boekte in de manier waarop de regionale jeugdhulp is georganiseerd, maar ook kampt met een aantal belangrijke knelpunten.  De rekenkamer concludeert dat er is gekozen voor resultaatgericht werken, maar dat de resultaten van zorg niet goed in beeld zijn. Het is dus nog maar de vraag of de geboden hulp een kind of gezin echt helpt. Verder is er weinig grip op kosten. Naast deze knelpunten is er de afgelopen periode ook vooruitgang geboekt. De samenwerking van de gemeenten via de GRJR heeft geleid tot meer professionalisering op het terrein van contractbeheer en gezamenlijke besluitvorming. Ook heeft de GRJR  in de afgelopen periode steeds meer de taak gekregen om informatie te verzamelen waarmee gestuurd kan worden op resultaten en kosten. Een verbeterslag is hier volgens de rekenkamer nodig door duidelijke afspraken te maken over wie welke gegevens over de jeugdhulp bijhoudt en verzamelt in de regio. Met de informatie die gemeenteraden nu krijgen is het lastig om hun controlerende taak uit te voeren. Hoewel de conclusies en recente landelijke ontwikkelingen aanpassingen vergen, waarschuwt de rekenkamer voor het doorvoeren van grote veranderingen. Het risico is dan dat er veel tijd, energie en geld verloren gaat aan het opnieuw inrichten en wennen aan een nieuwe situatie. En ook na de eerste kinderziektes zullen er weer problemen blijven, waaraan gewerkt moet worden. De rekenkamer ziet liever dat de gemeenten inzetten op stapsgewijze verbetering.
Lees verder
Passend regelen
Passend regelen
21-05-2025
De Regeling risicovolle projecten biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om goed en op tijd informatie te krijgen over grote, risicovolle projecten. De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht of de regeling ook in de praktijk voldoet aan de verwachtingen en opbrengt wat was beoogd. De rekenkamer concludeert in haar zojuist gepubliceerde onderzoek Passend regelen dat de regeling nuttig is, maar nog wel “gebreken kent". De Regeling risicovolle projecten (RRP) bestaat sinds 2012, mede op initiatief van de rekenkamer. De raad kan een project aanwijzen als risicovol en ontvangt dan twee keer per jaar een rapport over de voortgang van het project. De rekenkamer constateert dat de RRP zorgt voor een beter inzicht in de voortgang en risico's van grote projecten. Door een project als risicovol aan te wijzen wordt een projectorganisatie gedwongen om na te denken over de planning, financiën en risico's van het project. Ook helpt de regeling het college door een duidelijke structuur te bieden voor het informeren van de raad. Voor de raad biedt de regeling rapportages op maat over het project waarmee gericht vragen aan het college kunnen worden gesteld. De regeling is op een aantal punten onduidelijk en sluit onvoldoende aan op de verandering van de informatiebehoefte gedurende het verloop van een project. Verder worden raadsleden te weinig ondersteund bij het gebruik van de regeling. Ook is meer aandacht nodig voor het delen van vertrouwelijke informatie en de presentatie van risico's. De rekenkamer heeft aanbevolen op deze punten de regeling passender te maken.   aanbieding rapport aan de raad De rekenkamer bood dit rapport aan op 22 mei 2025 in de vergadering van de Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid.  
Lees verder
Doelbewust, maar niet doeltreffend
Doelbewust, maar niet doeltreffend
Rekenkamer Rotterdam, 22-04-2025
Rotterdam wil dat de stad toegankelijk is voor mensen met een beperking. Dat zijn mensen die minder goed zien, horen of bewegen, die een chronische ziekte of een psychische of verstandelijke beperking hebben. 'Toegankelijkheid' betekent dat zij - net als ieder ander - volledig en volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. De rekenkamer heeft in haar onderzoek gezien dat de gemeente aandacht heeft voor toegankelijkheid, maar dat er nog te weinig gebeurt om de stad echt toegankelijk voor iedereen te maken. conclusies De gemeente zet zich in voor toegankelijkheid. Er zijn plannen en er is een speciaal ambtenarenteam dat moet stimuleren dat belangrijke plannen ook worden uitgevoerd. De aanpak heeft echter te weinig samenhang en het aanjaagteam houdt zich niet met alle benodigde beleidsvelden bezig. Daarnaast worden ook regelmatig maatregelen vastgesteld zonder geld om ze uit te voeren. De Lokale Agenda Toegankelijkheid, waarin in 2020 veel toegankelijkheidsbeleid is vastgelegd, is maar gedeeltelijk uitgevoerd. Dit gebrek aan voortgang was voor de gemeenteraad niet duidelijk. De rapportages waren op dat punt te rooskleurig en het was vaak ook niet helder wat gerealiseerde acties hadden opgeleverd. De Lokale Agenda Toegankelijkheid is ook te weinig gericht op het maken van een verschil voor mensen met een beperking. De gemeente werkt veel aan onderzoeken en campagnes, in plaats van dat ze bijvoorbeeld speelplaatsen of Huizen van de Wijk toegankelijk maakt voor iedereen. Er wordt ook te weinig gebruik gemaakt van ervaringskennis van mensen met een beperking. Voor de gemeente is een toegankelijke dienstverlening via fysieke en digitale loketten een belangrijk aandachtspunt. De gemeente doet ook veel, maar nog niet voldoende. De Huizen van de Wijk zijn nog onvoldoende toegankelijk, de taal op rotterdam.nl is vaak te moeilijk en maar heel weinig gemeentelijke websites en -pagina's zijn volledig technisch in orde gemaakt voor mensen met een beperking. aanbevelingen Om tot een bruikbaar advies te komen heeft de rekenkamer veel aanbevelingen geformuleerd. Ze kunnen echter samengevat worden in drie belangrijke adviezen: Zorg voor betere inbedding van het thema toegankelijkheid in de hele organisatie. Verbeter de sturing door meer gerichtheid op resultaten en het reserveren van budget voor alle toegankelijkheidsmaatregelen. Verbeter de uitvoering zodat er ook daadwerkelijk resultaten worden geboekt.   in de media AD: Rekenkamer kritisch over inzet gemeente Rotterdam voor mensen met een beperking AD: Mensen met een beperking ervaren obstakels in Rotterdam Binnenlands Bestuur: Toegankelijkheid Rotterdam blijft steken in beleid   toelichting in de raad De rekenkamer bood dit rapport aan op 23 april 2025 in de vergadering van de Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport. Op 21 mei 2025 lichtte de plaatsvervangend directeur van de rekenkamer het rapport toe in dezelfde commissie. [embed]https://youtu.be/7TYUOcPiWE8[/embed]
Lees verder
Onderzoeksopzet toezicht en resultaten Wmo
Onderzoeksopzet toezicht en resultaten Wmo
01-04-2025

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO 2015). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ondersteuning thuis, zoals huishoudelijke hulp of woningaanpassingen. Het doel van deze ondersteuning is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Gemeenten zijn naast de uitvoering, ook verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit die aanbieders leveren binnen de Wmo. Daarnaast is het wenselijk dat gemeente voldoende zicht hebben op de uitvoering van de Wmo om de passendheid van beleid en regelingen te monitoren. Er zijn echter landelijk zorgen over de kwaliteit van de Wmo. Cliëntenorganisatie Ieder(in) schreef in 2022 in een brief aan de Tweede Kamer dat het toezicht op de uitvoering van de Wmo in veel gemeenten onvoldoende is. Ook de Inspectie Gezondheid en Jeugd constateert dat de kwaliteit van het Wmo-toezicht achterblijft. De rekenkamer heeft een onderzoek uitgewerkt naar de mate waarin de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de WMO. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente Lansingerland inzicht in de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo? De uitvoering van het onderzoek is gestart in maart 2025. Het rapport wordt naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 aangeboden aan de gemeenteraad.

Lees verder
Onderzoeksopzet onderwijsachterstandenbeleid
Onderzoeksopzet onderwijsachterstandenbeleid
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 11-07-2024
De nationale overheid, gemeenten en schoolbesturen zetten zich al tientallen jaren in om kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan. Van kansenongelijkheid is sprake als leerlingen met dezelfde talenten niet dezelfde resultaten behalen in het onderwijs door verschillende omgevingsfactoren waar ze mee te maken hebben. Deze kinderen lopen daarmee een risico op een onderwijsachterstand. Uit onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat de ongelijkheid in het onderwijs de afgelopen jaren is toegenomen. Het verkleinen van achterstanden bij peuters, kleuters en basisschoolleerlingen is belangrijk, omdat onderwijsachterstanden gevolgen hebben voor opleidingsmogelijkheden maar ook doorwerken op het gebied van armoede en gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat voorschoolse educatie verschillende positieve effecten heeft op het gebied van taal- en rekenontwikkeling. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het faciliteren van deze voorschoolse educatie. Daarnaast kunnen gemeenten gelijke kansen stimuleren door het subsidiëren van bijvoorbeeld taalontwikkelingsactiviteiten bij een bibliotheek. Verder hebben gemeenten een belangrijke regiefunctie in het onderwijsachterstandenbeleid op lokaal niveau. Essentieel daarbij is onder andere een goede samenwerking met signalerende partijen als het consultatiebureau en de GGD. Onderwijsachterstandenbeleid is daarmee een maatschappelijk en bestuurlijk relevant thema voor gemeenten. Het rekenkameronderzoek beoogt inzicht te geven in de opzet en uitvoering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van Capelle aan den IJssel. De rekenkamer zal daarbij beoordelen in hoeverre de gemeente adequaat invulling geeft aan haar wettelijke taken, namelijk voldoende bereik en aanbod van voorschoolse educatie en de regie- en toezichthoudende functie in het onderwijsveld, en in hoeverre de gemeente stuurt op een doeltreffende en doelmatige besteding van de middelen. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Hoe geeft de gemeente Capelle aan den IJssel invulling aan haar doelen en wettelijke taken uit het onderwijsachterstandenbeleid en in hoeverre slaagt ze erin dit doeltreffend en doelmatig uit te voeren? Het definitieve rapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 aangeboden aan de raad.
Lees verder
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek wijkteams
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek wijkteams
Rekenkamer Rotterdam, 09-07-2024
De rekenkamer heeft in 2018 het rapport ‘het komt niet in de buurt’ gepubliceerd. Hierin stonden elf aanbevelingen voor het verbeteren van de wijkteams in Rotterdam. Het college van B en W van Rotterdam heeft van de gemeenteraad de opdracht gekregen alle (geamendeerde) aanbevelingen van het rapport ‘het komt niet uit de buurt’ uit te voeren. Met dit onderzoek wil de rekenkamer nagaan in hoeverre het college de aanbevelingen en moties van de gemeenteraad heeft opgepakt en uitgevoerd. Ook wil de rekenkamer met het onderzoek zicht krijgen op factoren die van invloed zijn geweest op de wijze en mate van doorwerking. Zo wil de rekenkamer inzicht geven in de doorwerking van de aanbevelingen en moties mede in het licht van de hoofdconclusies van het rapport uit 2018. Op deze manier kan de rekenkamer de gemeenteraad ondersteunen in haar controlerende en kaderstellende taak. De centrale vraag luidt als volgt: In hoeverre hebben de aanbevelingen op basis van het rekenkamerrapport ‘het komt niet in de buurt’ en de moties die naar aanleiding van dat rapport zijn aangenomen doorwerking gekregen in beleid en uitvoering en welke factoren zijn daarop van invloed geweest? De uitvoering van het onderzoek start in juli 2024. Het definitieve rapport wordt naar verwachting eind 2024 aangeboden aan de raad.
Lees verder
Ambtelijke integriteit
Ambtelijke integriteit
Rekenkamer Rotterdam, 13-06-2024
De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar integriteit binnen de gemeentelijke organisatie. Hoewel de aandacht voor integriteit is toegenomen en er veel goed gaat, is er ook nog veel ruimte voor verbetering. Medewerkers moeten betere handvatten krijgen en er moet meer nadruk komen op leren van integriteitsschendingen. Een groot deel van de vermoedens wordt nu niet gemeld, aldus de rekenkamer in haar rapport “Ambtelijke integriteit: onderzoek naar detecteren, oppakken en onderzoeken, afhandelen en leren”. Na een aantal voorvallen heeft de gemeenteraad eind 2020 aan zowel het college van burgemeester en wethouders als de rekenkamer gevraagd onderzoek te doen naar integriteit. Het onderzoek van de rekenkamer gaat over de periode 2016 tot en met april 2023. Het onderzoek gaat over het hele traject rond integriteit: van het detecteren van schendingen, het oppakken, onderzoeken, afhandelen en tot slot het leren van integriteitsschendingen. De gemeente Rotterdam hanteert nu twee aparte procedures voor ongewenste omgangsvormen en alle andere vormen van integriteitsschendingen. De rekenkamer beveelt aan om de twee procedures samen te voegen zodat er ook in geval van ongewenste omgangsvormen steviger ingegrepen kan worden. Volgens de rekenkamer voldoet de gemeente hiermee niet aan haar verplichting om voor een veilige werkplek te zorgen. In een enquête onder medewerkers geeft een aanzienlijk deel aan integriteitsschendingen te vermoeden die nooit gemeld zijn. Dit komt deels door onbekendheid met de procedures, deels het idee dat er toch niets mee gedaan wordt, maar ook omdat mensen zich niet voldoende veilig voelen. Een belangrijk verbeterpunt dat de rekenkamer aankaart, is de terugkoppeling aan de melder. Als er slecht gecommuniceerd wordt over het verloop en de uitkomst van het proces, ontstaat er al snel het beeld dat melden geen zin heeft omdat er toch niets mee gedaan wordt. Naast transparanter, moet de omgang met schendingen volgens de rekenkamer ook voorspelbaarder worden. Ook is volgens de rekenkamer belangrijk dat de organisatie meer aandacht besteed aan leren van integriteitsschendingen. toelichting in de raad Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Ambtelijke integriteit' op
Lees verder
DoeMee-onderzoek klachtbehandeling
DoeMee-onderzoek klachtbehandeling
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland, 03-06-2024
De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers (NVRR) organiseert jaarlijks een DoeMee-onderzoek. In een DoeMee-onderzoek doet een groot aantal rekenkamers een gezamenlijk onderzoek naar een vraagstuk. In 2023 richtte het DoeMee-onderzoek zich op de klachtafhandeling. De rekenkamer heeft met de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland deelgenomen aan dit onderzoek. Met het onderzoek naar klachtbehandeling wil de NVRR inzichtelijk maken op welke manier de klachtbehandeling binnen decentrale overheden is georganiseerd. Het gaat hierbij om klachten over gedragingen van bestuurders en ambtenaren, niet om meldingen in het kader van de openbare ruimte. Het onderzoek moet daarnaast inzichtelijk maken hoe de volksvertegenwoordiging over klachtbehandeling wordt geïnformeerd. Tot slot moet het onderzoek inzicht bieden in de wijze waarop verbonden partijen die taken namens of in opdracht van de overheid uitvoeren, omgaan met klachten. Bij alle gemeenten is specifiek gekeken naar de GGD en de Omgevingsdienst. Daarnaast kon iedere gemeente zelf een derde verbonden partij aandragen. De NVRR heeft het onderzoek uit laten voeren door adviesbureau TwynstraGudde. Het bureau heeft een digitale informatie-uitvraag uitgezet bij alle deelnemende overheden. Deze is ingevuld door de ambtelijke organisatie. Voor iedere gemeente is een factsheet opgesteld. Daarnaast is een overkoepelend rapport gemaakt met de uitkomsten van alle deelnemende overheden gezamenlijk. De rekenkamer heeft de belangrijkste resultaten voor Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland vastgelegd in een brief. In deze brief zijn ook de aanbevelingen opgenomen.
Lees verder
Targets tellen: tussentijdse beoordeling
Targets tellen: tussentijdse beoordeling
Rekenkamer Rotterdam, 23-05-2024
Het college van burgemeester en wethouders heeft haar politieke ambities vertaald naar vijftien targets. De Rekenkamer Rotterdam heeft nu, halverwege de rit, onderzocht in hoeverre het college op schema ligt. Voor dertien van de vijftien targets haalt B en W haar eigen tussentijdse doelstellingen niet of is dit niet vast te stellen. De rekenkamer is op verschillende momenten betrokken bij de collegetargets. Aan het begin van de collegeperiode kijkt de rekenkamer mee of de targets wel goed bruikbaar zijn; zie het rapport Targets Tellen uit februari 2023. Tussentijds wordt beoordeeld of het college op schema ligt. Aan het eind van de collegeperiode wordt de balans opgemaakt: welke targets zijn gehaald en welke niet? In het rapport 'Targets tellen: tussentijdse beoordeling' beoordeelt de rekenkamer in hoeverre de doelstellingen van het college op schema liggen. Bij twee targets zijn de mijlpalen gehaald: Schil om de School en Sportdeelname. De targets Schuldhulpverlening, Bijstand en Wijk aan Zet zijn volgens de rekenkamer ‘bijna gehaald’. Voor Veiligheid, Woon(zorg)concepten en Tevredenheid concerndienstverlening zijn de tussendoelstellingen niet gehaald. Dat houdt in dat minder dan 80% van de doelstelling is gerealiseerd. Daarnaast zijn er ook nog vijf targets waar de rekenkamer oordeelt dat het college zich niet aan de spelregels heeft gehouden. Elk target moet namelijk goed te controleren zijn. Ook heeft de rekenkamer steeds gekeken naar de toelichting van het college over waarom een target wel of niet is gehaald, wat de afgelopen tijd gedaan is om de doelen te bereiken en wat de plannen voor de toekomst zijn. Deze informatie is heel belangrijk voor de gemeenteraad omdat zij het werk van het college moet controleren en waar nodig, bijsturen. Volgens de rekenkamer is de toelichting bij zeven van de vijftien targets niet voldoende. Toelichting in de raad De rekenkamer heeft dit rapport toegelicht in de technische sessie van de commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) van 29 mei 2024.
Lees verder
Zorg voor groen
Zorg voor groen
Rekenkamer Rotterdam, 16-05-2024
Groene buitenruimte heeft grote waarde voor bewoners van Rotterdam en is ook een belangrijk wapen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De gemeente zou gerichtere plannen moeten maken voor het inzetten van groen voor klimaatadaptatie, concludeert de rekenkamer in “Zorg voor Groen”. De inrichting van de groene buitenruimte speelt een belangrijke rol bij klimaatadaptatie. De rekenkamer constateert dat de gemeentelijke aandacht hiervoor is toegenomen, maar dat de uitwerking hiervan nog te wensen overlaat. De gemeente wil in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht, maar moet de plannen daarvoor volgens de rekenkamer nog beter uitwerken. Ook is er geen structureel, eigen budget voor klimaatadaptatie; er moet steeds worden meegelift op andere projecten in de buitenruimte, waardoor aanpassingen niet altijd plaatsvinden waar deze het meest opleveren. De rekenkamer raadt daarom aan om locaties aan te pakken waar klimaatadaptatie het meest urgent is. Bij de aanleg van de groene buitenruimte wordt volgens de rekenkamer meer rekening gehouden met extreme neerslag dan het bestrijden van hittestress. Toelichting en behandeling in de raad De rekenkamer lichtte dit rapport toe in de vergadering van de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte van 28 juni 2024. Op 18 september 2024 is het rapport, samen met aanvullende informatie, besproken in dezelfde commissie. De raadsbehandeling is voorzien op 3 oktober 2024.
Lees verder
Onderzoeksopzet economische en maatschappelijke steunmaatregelen coronaperiode
Onderzoeksopzet economische en maatschappelijke steunmaatregelen coronaperiode
Rekenkamer Rotterdam, 14-05-2024

Eind februari 2020 werden in Nederland de eerste gevallen van COVID-19 geconstateerd. Het was snel duidelijk dat corona, en de bestrijding daarvan, uitzonderlijke economische en maatschappelijke gevolgen zou hebben. In aanvulling op landelijke maatregelen, voerden gemeenten eigen economisch en maatschappelijk beleid om deze negatieve gevolgen verder te beperken. Het ging in de gemeente Rotterdam onder meer om subsidies, leningen en coulance aan ondernemers en zzp’ers en maatschappelijke steun aan burgers. Dit rekenkameronderzoek kijkt naar de economische en maatschappelijke steunmaatregelen die de gemeente Rotterdam heeft genomen. De rekenkamer onderzoekt hoe de maatregelen tot stand zijn gekomen, in hoeverre deze maatregelen passend waren, of de doelen zijn bereikt en wat de gemeente daarvan kan leren voor een volgende crisis. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre zijn het economische en maatschappelijke coronasteunbeleid en de coronasteunmaatregelen van de gemeente Rotterdam passend vormgegeven, zijn de doelen bereikt en heeft de gemeente daarvan geleerd? De uitvoering van het onderzoek start in mei 2024. Het rapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 aan de gemeenteraad aangeboden.

Lees verder
Kleur bekennen
Kleur bekennen
Rekenkamer Rotterdam, 13-05-2024
De Rekenkamer Rotterdam heeft in 2021 een onderzoek gepubliceerd waarin ze waarschuwde voor de risico’s die kleven aan gebruik van algoritmes door de gemeente. Op verzoek van de gemeenteraad heeft de rekenkamer nu opnieuw onderzocht hoe het ervoor staat met het gebruik van algoritmes door de gemeente Rotterdam, in het onderzoeksrapport Kleur Bekennen. Uit het rekenkamerrapport uit 2021, Gekleurde Technologie, bleek onder meer dat de gemeente te weinig aandacht had voor de ethische risico’s bij het gebruik van algoritmes. De rekenkamer deed verschillende aanbevelingen voor verbetering. De rekenkamer concludeert nu dat de gemeente serieus aan de slag is gegaan met de aanbevelingen uit het eerdere onderzoek, maar er zijn nog altijd knelpunten. De afgelopen twee jaar is er meer aandacht gekomen voor de risico’s van algoritmes en is er een algoritmegovernance ontwikkeld. Maar deze algoritmegovernance is op veel punten nog te vaag. Ook staan nog niet alle algoritmes in het algoritmeregister. Medewerkers zijn zich er soms simpelweg niet van bewust dat zij met een algoritme werken. Volgens de rekenkamer moet er daarom beter gecommuniceerd worden over algoritmes. Het is immers pas mogelijk om een risico-inschatting te maken, als medewerkers herkennen dat ze te maken hebben met een algoritme. Toelichting in de raad De rekenkamer heeft het onderzoek toegelicht tijdens de vergadering van de Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid van de gemeenteraad van Rotterdam van 23 mei 2024; deze toelichting is te bekijken op het YouTube kanaal van de rekenkamer. In dezelfde vergadering vond ook de politieke behandeling plaats.
Lees verder
Onderzoeksopzet Regeling risicovolle projecten
Onderzoeksopzet Regeling risicovolle projecten
Rekenkamer Rotterdam, 02-04-2024

De gemeente Rotterdam voert diverse grote projecten uit in de stad, waarmee grote investeringen in financiële middelen en capaciteit zijn gemoeid. De raad wordt op verschillende manieren over de uitvoering van deze projecten geïnformeerd. Eén daarvan is de Regeling risicovolle projecten die sinds 2012 bestaat. De regeling is aanvullend op andere instrumenten en bedoeld voor een beperkt aantal zeer complexe projecten. Tot op heden is nog niet onderzocht of de regeling voldoet aan de verwachtingen en opbrengt wat was beoogd. Vanwege het belang van een goede informatievoorziening voor de raad bij dergelijke complexe dossiers, heeft de rekenkamer in de onderzoeksprogrammering van 2023 een onderzoek aangekondigd naar dit onderwerp. Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer inzicht te geven in de werking van de Regeling risicovolle projecten en of deze regeling de bijdraagt aan de controlerende taak van de gemeente. Hierbij wordt gekeken naar de gestelde criteria, procesafspraken over de uitvoering en afspraken over de informatievoorziening. Daarnaast wordt onderzocht of de regeling de gemeenteraad helpt haar controlerende taak beter uit te voeren en wat de meerwaarde van de Regeling risicovolle projecten is ten opzichte van andere vergelijkbare instrumenten. De rekenkamer zal bij dit onderzoek specifiek kijken naar de twee projecten waarbij de regeling is toegepast: Feyenoord City en Boijmans van Beuningen. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre draagt de Regeling risicovolle projecten bij aan de uitvoering van de controlerende taak van de gemeenteraad bij grote projecten en in hoeverre heeft de regeling meerwaarde ten opzichte van andere instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking staan? De uitvoering van het onderzoek start in maart 2024 en het definitieve rapport wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 aangeboden aan de raad.

Lees verder
Onderzoeksopzet lokale inkomensregelingen
Onderzoeksopzet lokale inkomensregelingen
Rekenkamer Barendrecht, Lansingerland en Capelle aan den IJssel, 12-03-2024

Armoedebestrijding is de laatste jaren een prominent thema op de politieke agenda. Gemeenten hebben een centrale rol in armoedebestrijding: zij voeren een aantal landelijke regelingen rondom inkomensondersteuning uit en bieden eigen zogeheten lokale inkomensregelingen aan. Recent onderzoek laat zien dat gemeenten met zulke lokale inkomensregelingen niet alle burgers bereiken die er recht op hebben. Bij gemeenten is daarom behoefte aan inzicht in de doeltreffendheid van het beleid. Het beoogde doel van de lokale inkomensregelingen is om burgers in armoede te ondersteunen, maar worden deze mensen echt bereikt en zijn ze ermee geholpen? De rekenkamer werkt in deze onderzoeksopzet een onderzoek uit naar het beleid en de uitvoering naar lokale inkomensregelingen in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland. Deze gemeenten worden op basis van dezelfde onderzoeksopzet, maar los van elkaar onderzocht. Waar mogelijk en relevant zullen de bevindingen in de verschillende gemeenten met elkaar vergeleken worden. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre lukt het de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland om inwoners die leven in (dreigende) armoede met behulp van lokale inkomensregelingen te ondersteunen? De uitvoering van het onderzoek start in maart 2024. Het rapport wordt naar verwachting in december 2024 aangeboden aan de gemeenteraden van de gemeenten.

Lees verder
Doorwerken aan daklozenopvang
Doorwerken aan daklozenopvang
Rekenkamer Rotterdam, 19-10-2023
In mei 2018 concludeerde de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Niet thuis geven’ dat de hulpverlening aan dakloze mensen in Rotterdam tekort schoot. Nu heeft de rekenkamer onderzocht in hoeverre de aanbevelingen uit dat onderzoek zijn uitgevoerd. Juist de aanbevelingen die vragen om een meer structurele aanpassing van de daklozenopvang, zijn na vijf jaar nog altijd niet voldoende opgepakt, concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Doorwerken aan Daklozenopvang’. De afgelopen vijf jaar is er ook veel verbeterd. Dat zie je niet meteen op straat, omdat niet alle daklozen mensen in aanmerking komen voor opvang. Zo zijn de criteria voor toegang tot de opvang verruimd (voorheen moest iemand ‘binding’ hebben met Rotterdam). Er zijn speciale trajecten voor jongeren en regelingen voor ‘bankslapers’. Ook is er ingezet op de ‘Housing First’-methode. Daarnaast zijn er meer preventieve maatregelen voor mensen die dreigen dakloos te worden, zoals ex-gedetineerden. Verder werden er afspraken gemaakt met woningcorporaties, particuliere verhuurders en schuldhulpverlening om huisuitzettingen zo veel mogelijk te voorkomen. Maar er is ook nog veel ruimte voor verbetering. De rekenkamer merkt op dat vooral de aanbevelingen en moties zijn opgepakt die gericht waren op het aanscherpen van bestaande werkwijzen. De aanbevelingen en moties die vroegen om een andere aanpak of denkwijze, zijn minder goed opgevolgd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van alternatieven voor de klassieke nachtopvang met slaapzalen. De alternatieven die zijn ontwikkeld, zijn vooralsnog beperkt in omvang of pilot projecten. De rekenkamer beveelt aan alsnog aandacht te hebben voor de aanbevelingen uit het vorige onderzoek die nog onvoldoende zijn opgepakt. Toelichting in de raad Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Doorwerken aan Daklozenopvang' op 31 januari 2024 toegelicht in de gemeenteraad.
Lees verder
Onderzoeksopzet Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Onderzoeksopzet Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Rekenkamer Rotterdam, 19-10-2023

De decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 maakte gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van het totale aanbod van jeugdzorg. Voor een goede uitvoering van deze taken dienen gemeenten waar nodig samen te werken. Dertien gemeenten in de regio Rijnmond werken daartoe samen in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), waaronder de zes gemeenten waarvoor de Rekenkamer Rotterdam de rekenkamerfunctie vervult. Binnen deze gemeenschappelijke regeling kopen de deelnemende gemeenten gezamenlijk verschillende typen jeugdhulp in. De rekenkamer beoogt te onderzoeken of de manier waarop de inkoop van specialistische jeugdhulp en het financieren van jeugdreclassering, jeugdbescherming en Veilig Thuis regionaal zijn vormgegeven in de GRJR voldoen aan de verwachtingen van regionaal samenwerken. Om dit doel te bereiken wil de rekenkamer onder andere in beeld brengen hoe de ontwikkeling van de vraag en de kosten van bovenlokale jeugdhulp in de afgelopen jaren is geweest. Tevens zal de rekenkamer de wijze waarop de GRJR stuurt op deze (en toekomstige) ontwikkelingen en de manier waarop de GRJR stuurt op de prestaties van gecontracteerde en gesubsidieerde aanbieders beoordelen. Ten slotte evalueert de rekenkamer in het onderzoek de manier waarop de GRJR de samenwerking tussen gemeenten faciliteert en gemeenten informeert. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre is de GRJR in staat om de bovenlokale jeugdhulp op een effectieve en efficiënte manier te organiseren, wordt hiermee de ambitie om de jeugdhulp zo optimaal mogelijk vorm te geven waargemaakt en worden de gemeenten hierover adequaat geïnformeerd? De uitvoering van het onderzoek start in oktober 2023 en het definitieve rapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 aangeboden aan de raad.

Lees verder
Onderzoeksopzet toegankelijkheid in beleid en in de uitvoering van dienstverleningsprocessen
Onderzoeksopzet toegankelijkheid in beleid en in de uitvoering van dienstverleningsprocessen
Rekenkamer Rotterdam, 21-09-2023
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Mensen met een beperking ervaren in de praktijk vaak obstakels bij het deelnemen aan de samenleving wanneer deze te weinig is aangepast aan hun behoeften. Het is voor de gemeente Rotterdam van groot belang om de samenleving beter toegankelijk te maken voor mensen met een beperking: volledig mee kunnen doen is immers essentieel voor de kwaliteit van leven van deze grote groep inwoners. Bovendien vloeit de taak om toegankelijkheid te bevorderen ook voort uit het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap uit 2007. Vanwege het grote belang, de aandacht in de raad en de mogelijkheid om overzicht te kunnen bieden op een bijzonder omvangrijk beleidsthema, besloot de rekenkamer een onderzoek te starten naar toegankelijkheid in beleid en – wat betreft de uitvoering – in de gemeentelijke dienstverlening. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre is het beleid en de dienstverlening van de gemeente Rotterdam gericht op toegankelijkheid voor mensen met een beperking? De aanbieding van het rapport aan de gemeenteraad staat in de zomer van 2024 gepland.
Lees verder
Onderzoeksopzet verkeersveiligheid
Onderzoeksopzet verkeersveiligheid
Rekenkamer Rotterdam, 05-09-2023
Verkeersveiligheid is een belangrijk maatschappelijk onderwerp in Rotterdam. Veel burgers maken zich zorgen over het verkeer in Rotterdam. Verkeersproblematiek staat al jaren in de top 3 van grootste zorgen van Rotterdammers. Ook bestuurlijk en politiek staat verkeersveiligheid in de belangstelling. Zo heeft het college voor de periode 2022 - 2026 een collegetarget geformuleerd gericht op de aanpak van verkeersonveilige locaties. Verder dienden gemeenteraadsleden meermaals moties in over verkeersveiligheid en stelden ze in de raad meerdere keren vragen aan het college over verkeersveiligheidskwesties. Effectief verkeersveiligheidsbeleid begint met inzicht in de verkeersveiligheid. Op basis van die kennis, kan passend beleid worden gemaakt en uitgevoerd. In het beleidsplan ‘Rotterdam Veilig Vooruit 2019 - 2023’ formuleerde het college haar beleid ten aanzien van verkeersveiligheid. Dit plan loopt eind 2023 ten einde. Daarmee acht de rekenkamer dit een geschikt moment om een onderzoek te starten naar het gevoerde verkeersveiligheidsbeleid.

Het doel van dit onderzoek is inzicht geven in de effectiviteit van het Rotterdamse verkeersveiligheidsbeleid. Dat doet de rekenkamer door onderzoek te doen naar:

de mate waarin de gemeente inzicht heeft in de verkeersveiligheid in Rotterdam; de mate waarin maatregelen van de gemeente bijdragen aan de verkeersveiligheid. De rekenkamer richt zich in het onderzoek op het maatregelenpakket uit het beleidsplan ‘Veilig Vooruit 2019-2023’ en eventuele aanvullende maatregelen. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente inzicht in verkeersveiligheid in Rotterdam en in hoeverre draagt het verkeersveiligheidsbeleid bij aan verbetering van de verkeersveiligheid? De rekenkamer is van plan om het onderzoek in het najaar van 2024 te publiceren.
Lees verder
Huizen in de regio
Huizen in de regio
Rekenkamer Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Lansingerland en Rotterdam, 28-08-2023
Woonbeleid is voor elke gemeente een prominent thema want vrijwel niets is zo belangrijk als een dak boven je hoofd. Volgens de wet moet de overheid zich bezighouden met de “bevordering van voldoende woongelegenheid”. De rekenkamer publiceerde in 2022 en 2023 een reeks van vijf onderzoeken naar hoe goed het gemeentelijk woonbeleid erin slaagt om het aanbod aan woningen te laten aansluiten bij de vraag, voor de gemeenten Barendrecht, Lansingerland, Albrandswaard, Capelle aan den IJssel en Rotterdam. In dit afsluitende onderzoek vergelijkt de rekenkamer de eerdere bevindingen om knelpunten én oplossingen te vinden voor de hele regio. Niet alleen Rotterdam, maar ook regiogemeenten Barendrecht, Lansingerland, Albrandswaard en Capelle aan den IJssel, hebben onvoldoende inzicht in de vraag naar en het aanbod van woningen in de gemeente. Hierdoor is het woonbeleid in deze gemeenten onvoldoende onderbouwd en is het vaak onduidelijk of woondoelen worden bereikt. Ook worden regionale afspraken niet goed genoeg omgezet in lokale plannen, concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Huizen in de regio’. Regionaal wordt er samengewerkt binnen het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam, waar twaalf gemeenten deel van uitmaken, waaronder de vijf gemeenten waar de rekenkamer onderzoek heeft gedaan. Op regionaal niveau zijn er concrete afspraken tussen gemeenten, maar deze doelstellingen worden niet gehaald. De rekenkamer merkt op dat het gemeentelijke woonbeleid en de regionale afspraken te vaak gescheiden werelden zijn. De ambities voor het vergroten en beter spreiden van de sociale voorraad die op regionaal niveau werden afgesproken, werden te weinig omgezet in gemeentelijke actieplannen. Volgens de rekenkamer zou er daarom meer aandacht moeten komen voor de wisselwerking tussen het lokale en regionale woonbeleid. Toelichting in de raad Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Huizen in de regio' op 12 september 2023 toegelicht in de gemeenteraad van Capelle a/d IJssel, op 19 september 2023 in Barendrecht, op 27 september 2023 in Lansingerland, op 19 december 2023 in Rotterdam en op 13 februari 2024 in Albrandswaard.
Lees verder
Verantwoorde afspraken
Verantwoorde afspraken
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 23-05-2023
De gemeente Krimpen aan den IJssel zou betere afspraken moeten maken met organisaties die subsidie ontvangen. Hoewel de gemeente de basis op orde heeft, is er nog veel ruimte voor verbetering, concludeert de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel in haar rapport ‘Verantwoorde afspraken’. Krimpen aan den IJssel laat, net als andere gemeenten, veel van haar taken uitvoeren door andere organisaties. Gemeenten kunnen dit soort dienstverlening inkopen, maar ze kunnen er ook voor kiezen om een subsidie te verlenen aan organisaties die deze taken uitvoeren. In beide gevallen is het belangrijk duidelijke afspraken te maken over welke prestaties de gemeente van de uitvoerende organisatie verwacht. heldere afspraken De rekenkamer heeft in haar onderzoek gekeken naar drie organisaties die een subsidie ontvangen van de gemeente Krimpen aan den IJssel voor het vervullen van maatschappelijke taken: het Streekmuseum Krimpenerwaard, jeugdhulporganisatie Enver, en sport- en cultuurstichting Synerkri. Uit het onderzoek bleek dat de afspraken met de drie organisaties niet duidelijk genoeg waren uitgewerkt. Er waren in veel gevallen geen heldere afspraken over welke prestaties de organisaties precies zouden leveren en evenmin over hoe de organisaties aan het eind van het jaar verantwoording zouden afleggen. Doordat dit soort afspraken ontbraken, was het moeilijk voor de gemeente om te controleren of ze wel waar voor hun geld kregen. De rekenkamer raadt daarom aan om in de toekomst heldere afspraken te maken over de prestaties die verwacht worden en welke gegevens de organisatie moet aanleveren. accountantsverklaring, klachtenafhandeling en klanttevredenheid Een ander verbeterpunt dat de rekenkamer aandraagt, betreft de accountantsverklaring. De gemeente eist al dat alle organisaties die € 50.000 of meer subsidie ontvangen, een accountantsverklaring bij hun jaarrekening voegen. Er bestaan echter meerdere soorten accountantsverklaringen en alleen een controleverklaring geeft zekerheid dat de gegevens uit de jaarrekening kloppen. De laatste aanbeveling die de rekenkamer de gemeente meegeeft, gaat over het duidelijk vastleggen hoe organisaties om moeten gaan met klachten en incidenten. Zaken als hoe snel klachten worden opgepakt, zijn erg belangrijk voor de kwaliteit van dit soort dienstverlening. Daarom is het van belang dat er in de overeenkomst met Enver en soortgelijke organisaties hierover duidelijke afspraken gemaakt worden, aldus de rekenkamer. presentatie Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft dit rapport toegelicht in een openbare sessie van de Beeldvormende Raadscommissie van 7 september 2023.
Lees verder
Tijden van transformatie
Tijden van transformatie
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 15-05-2023
De gemeente Capelle aan den IJssel heeft vraag en aanbod van woningen in verschillende prijssegmenten niet goed in beeld. Daardoor kan de gemeenteraad niet goed bijsturen. Ook maakt de gemeente maar beperkt gebruik van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het soort woningen dat gebouwd wordt. De afgelopen tien jaar werd het aantal sociale corporatiewoningen in Capelle verkleind, terwijl de vraag juist steeg. Daardoor is er nu waarschijnlijk een tekort ontstaan, concludeert de rekenkamer Capelle aan den IJssel in haar rapport ‘Tijden van transformatie’. Een aantal definities, zoals ‘middeldure huur’ en waar de grens ligt tussen midden- en hoge inkomens, ontbrak in het Capelse woonbeleid. Daardoor had de gemeente onvoldoende informatie om te beoordelen of het aanbod wel aansloot bij de vraag. Daar kwam nog bij dat cijfers over met name particuliere sociale huurwoningen onbetrouwbaar bleken. Ook stelde de rekenkamer vast dat de gemeentelijke cijfers over nieuwbouwwoningen een andere indeling in prijsklassen gebruikte dan de woonvisies. Bovendien verschoof deze indeling nogal eens, waardoor vergelijken onmogelijk werd. minder sociale woningen Van 2013 tot 2022 zette de gemeente in op minder sociale huurwoningen en sinds 2019 ontbrak de cijfermatige onderbouwing hiervoor. De gemeenteraad werd toen niet goed op de hoogte gehouden en kon daardoor niet goed beoordelen of er inderdaad genoeg sociale woningen waren. Volgens de rekenkamer is het aannemelijk dat er ondertussen juist een tekort was ontstaan. Het aandeel lage inkomens steeg, maar toch is ook in de nieuwbouwplannen voor 2022-2030 het aandeel sociale woningen erg klein. De provincie Zuid-Holland heeft in maart van dit jaar al aangegeven daarom niet in te stemmen met het voorstel van Capelle voor haar aandeel in de regionale bouwplannen. weinig sturing Ook wijst de rekenkamer erop dat de gemeente verschillende sturingsmogelijkheden onbenut liet. De rekenkamer raadt aan om in de nieuwe woonvisie, die de gemeenteraad naar verwachting in de komende maanden zal vaststellen, deze tekortkomingen recht te zetten. Het is wel belangrijk om bij het vaststellen van de nieuwe doelstellingen erop te letten dat deze meetbaar en controleerbaar zijn. Als de gemeente doelgroepen helder definieert, kan in het woonbeleid worden voorgeschreven hoeveel woningen van elk prijssegment er moeten komen. Tot slot moet de gemeenteraad beter geïnformeerd worden over de voortgang van het woonbeleid en actief betrokken worden bij het aanpassen van de door de provincie afgewezen plannen voor nieuwe woningen, aldus de rekenkamer. Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft dit rapport toegelicht in de openbare sessie van de Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 mei 2023
Lees verder
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek daklozenopvang
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek daklozenopvang
Rekenkamer Rotterdam, 11-04-2023
In 2018 publiceerde de rekenkamer Rotterdam het rapport 'Niet thuis geven'. Het onderzoek van de rekenkamer liet zien dat de hulpverlening aan daklozen in de gemeente Rotterdam meerdere tekortkomingen had. In het rapport deed de rekenkamer zeven aanbevelingen aan het college om de ondersteuning van dakloze volwassenen en jongeren te verbeteren. Actuele signalen over de problematiek rondom de opvang van daklozen zijn voor de rekenkamer aanleiding om te onderzoeken op welke wijze het college aan de slag is gegaan met de aanbevelingen uit het eerdere rekenkamerrapport. In het onderzoek staat de opvolging van de zeven aanbevelingen centraal. Dit betekent dat de rekenkamer kijkt of het college de aanbevelingen heeft overgenomen in beleid en deze ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Ook besteedt de rekenkamer aandacht aan factoren die van invloed zijn geweest op het al dan niet uitvoeren van de aanbevelingen.
Lees verder
Targets tellen
Targets tellen
Rekenkamer Rotterdam, 07-02-2023
Naar goede Rotterdamse gewoonte heeft het nieuwe college van burgemeester en wethouders haar politieke ambities vertaald naar vijftien collegetargets. De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht in hoeverre deze doelstellingen bruikbaar zijn om verantwoording over af te leggen aan de gemeenteraad. Targets zijn doelstellingen die het college van B&W in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt. De rekenkamer is op verschillende momenten betrokken bij de collegetargets. Aan het begin van de collegeperiode kijkt de rekenkamer mee of de targets wel goed bruikbaar zijn. Tussentijds wordt beoordeeld of het college op schema ligt. Aan het eind van de collegeperiode wordt de balans opgemaakt: welke targets zijn gehaald en welke niet? In het rapport 'Targets tellen' beoordeelt de rekenkamer de bruikbaarheid van de doelen van het college, dat in juni 2022 aantrad. De rekenkamer heeft voor elk van de vijftien targets gekeken naar de formulering van de doelen (is deze specifiek, meetbaar en tijdsgebonden?), de nulmeting (beginsituatie waar vanaf gerekend wordt) en de controleerbaarheid (is er een goed registratiesysteem?). Voor het eerst heeft de rekenkamer ook beoordeeld of het college goed uitlegt wat ze gaat doen om de doelstelling te bereiken. De rekenkamer heeft niet onderzocht of de targets haalbaar zijn. Volgens de rekenkamer voldoen een aantal targets nog niet aan deze normen. De rekenkamer komt in die gevallen met verbeterpunten. presentatie Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt presenteerde het rapport op 7 maart 2023 in de Commissie tot Onderzoek van de Rekening van de gemeenteraad van Rotterdam en beantwoordde vragen.
Meer informatie...
Lees verder
Zorg om kosten
Zorg om kosten
Rekenkamer Lansingerland, 22-12-2022
De kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning groeien in Lansingerland sneller dan het landelijke gemiddelde en dat zal dat de komende jaren niet veranderen. De gemeente heeft maar beperkt mogelijkheden om deze kosten te in te dammen. De belangrijkste oorzaak is namelijk het groeiend aantal ouderen in de gemeente, concludeert de Rekenkamer in haar rapport ‘Zorg om kosten’. Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. In Lansingerland zijn de Wmo-uitgaven de afgelopen jaren nog sneller gestegen dan het landelijke gemiddelde. Dit heeft grote invloed op de gemeentebegroting. Daarom heeft de rekenkamer onderzocht of de gemeente goed kan inschatten hoe deze kosten zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Ook keek de rekenkamer of Lansingerland zuiniger kan omgaan met de uitgaven aan Wmo-voorzieningen. inhaalslag De rekenkamer concludeert dat de kostenstijging in Lansingerland met name wordt veroorzaakt door een groei van het aantal ouderen in de gemeente. Bovendien maakt een steeds groter deel van de oudere inwoners gebruik van deze voorzieningen. Hoewel de kosten sneller stijgen dan in de rest van Nederland, liggen de totale kosten per inwoner nog steeds een stuk lager dan het landelijk gemiddelde. Lansingerland is dus bezig met een inhaalslag. besparingsmogelijkheden beperkt De rijksoverheid bepaalt de regels voor wie in aanmerking komt voor Wmo-maatwerkvoorzieningen. De gemeente heeft hier dus geen invloed op. Als de gemeente de kosten wil beperken, kan dit door kritisch te kijken naar de aanvragen en door het aanbod te versoberen. De rekenkamer stelt vast dat Lansingerland al een aantal kostenbesparende maatregelen heeft doorgevoerd. Er zijn meer besparingsmogelijkheden die verder onderzocht kunnen worden, maar in vergelijking met andere gemeenten heeft Lansingerland geen grote besparingen laten liggen. De rekenkamer raadt de gemeente aan alert te blijven op nieuwe besparingsmogelijkheden, maar ook om altijd goed in de gaten te houden welke invloed besparingen hebben op de kwaliteit van zorg voor cliënten. presentatie Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt presenteerde het rapport op 1 februari 2023 in de Commissie Samenleving van de gemeenteraad van Lansingerland en beantwoordde vragen.
Meer informatie... in de media De Heraut (editie 52/2022, p. 6) Hart van Lansingerland (editie 1/2023, p. 5)
Lees verder
Opzet vervolgonderzoek algoritmes
Opzet vervolgonderzoek algoritmes
Rekenkamer Rotterdam, 19-12-2022
In 2021 publiceerde de Rekenkamer Rotterdam het rapport ‘Gekleurde technologie’. Het onderzoek maakte duidelijk dat de gemeente Rotterdam op dat moment onvoldoende zicht had op de aard en het gebruik van algoritmes binnen de organisatie. Ook werd geconcludeerd dat de gemeente te weinig aandacht besteedde aan het beheersen van ethische risico’s bij de ontwikkeling en uitvoering van algoritmes. Bij de behandeling van het rapport diende de raad een motie in waarin de rekenkamer werd verzocht een vervolgonderzoek naar de toepassing van algoritmes uit te voeren. algoritme Een algoritme is een set instructies die door een computer wordt uitgevoerd om te komen tot een beslissing of om te komen tot informatie die gebruikt wordt om een beslissing te nemen. Algoritmes bestaan in diverse vormen die onder andere verschillen in complexiteit. Afhankelijk van aard en complexiteit treden bij het gebruik van algoritmes risico’s op. Deze risico’s kunnen liggen op het gebied van ethiek, maar ook bijvoorbeeld privacy of sturing en verantwoording. gemeentelijke aanpak De gemeente Rotterdam besteedt al enige tijd aandacht aan de toepassing van algoritmes. Naar aanleiding van het rekenkameronderzoek heeft de gemeente versneld ingezet op beleid en organisatorische afspraken om de risico’s te kunnen beheersen. Voorbeelden daarvan zijn het uitvoeren van een risico-inventarisatie bij ieder algoritme en het bijhouden van een intern en extern algoritmeregister. onderzoek Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer antwoord te geven op de vraag in hoeverre de afspraken en het beleid van de gemeente Rotterdam toereikend zijn voor een verantwoorde toepassing van algoritmes. De rekenkamer zal in het onderzoek kijken naar de wijze waarop de organisatorische afspraken, ook wel ‘governance’ genoemd, functioneren en in hoeverre deze in de praktijk daadwerkelijk worden toegepast. Onderdeel van het onderzoek is het daadwerkelijk toetsen van enkele algoritmes.
Lees verder
Opzet synthese woonvisie
Opzet synthese woonvisie
Rekenkamer Rotterdam, 15-12-2022
Er is een landelijk tekort aan woningen en in onze regio is dit niet anders. Volgens de grondwet moet de overheid zich bezighouden met de “bevordering van voldoende woongelegenheid”. Gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid bij de uitvoering van deze taak. Hoe ze dat van plan zijn in te vullen, legt de gemeente vast in een woonvisie. De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de woonvisies van vijf gemeenten in dezelfde woningmarktregio. Gezien het belang van het onderwerp zal de rekenkamer ook een synthese-rapport uitbrengen, waarin de bevindingen in de verschillende gemeenten met elkaar worden vergeleken. woonvisie onderzoeken Rapporten over de woonvisies van Rotterdam (“Thuis in Cijfers”), Barendrecht (“Bouwen in Balans”), Albrandswaard (“Bouwen voor Elkaar”) en Lansingerland (“Bouwen in Beweging”) zijn al gepubliceerd; het onderzoek in Capelle aan den IJssel loopt nog en zal in het eerste kwartaal van 2023 uitkomen. Voor elk van deze gemeenten interviewde de rekenkamer betrokkenen en keek naar beleidsstukken, bestaande onderzoeken en naar monitoringsrapportages over de uitvoering van het beleid. Verder analyserden we met behulp van CBS micro-data hoe vraag en aanbod zich voor verschillende doelgroepen tot elkaar verhouden. Ook onderzochten we welke instrumenten de gemeente heeft ingezet en hoe zij met andere partijen zoals woningcorporaties samenwerkt. overeenkomsten en verschillen Het synthese-onderzoek richt zich op overeenkomsten en verschillen in de bevindingen van deze vijf onderzoeken naar het gemeentelijk woonbeleid. De resultaten worden in een bredere context geplaatst van wetenschappelijke kennis en bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt ook gekeken in hoeverre regionale doelstellingen in het woonbeleid zijn gerealiseerd. Met deze synthese wil de rekenkamer gemeenten beter inzicht bieden in het woondomein en bijdragen aan het continu leren van (onderzoek naar) uitgevoerd beleid.
Lees verder
Bouwen voor elkaar
Bouwen voor elkaar
Rekenkamer Albrandswaard, 28-11-2022
De schaarste aan sociale huurwoningen in Albrandswaard is sinds 2015 toegenomen. In het sociale segment is minder gebouwd dan met de regio is afgesproken. Verder is het lastig om na te gaan in hoeverre Albrandswaard haar eigen doelen heeft bereikt, omdat deze in de huidige woonvisie niet duidelijk gedefinieerd waren. De gemeente moet in de toekomst dus duidelijker vastleggen wat haar doelstellingen zijn en hoe zij die doelen wil bereiken, concludeert de Rekenkamer Albrandswaard in haar rapport ‘Bouwen voor elkaar’. De rekenkamer onderzocht hoe en in welke mate het woonbeleid van de gemeente Albrandswaard heeft bijgedragen aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de lokale woningmarkt. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën en de daarbij passende woningwaarde of huurprijs. De rekenkamer analyseerde de verhouding tussen die twee op basis van CBS-microdata over inkomens en woningwaarden. Ook inventariseerde de rekenkamer hoe de gemeente door middel van beleidsinstrumenten en samenwerking uitvoering geeft aan het woonbeleid. onduidelijke doelstellingen In de woonvisie voor 2016-2025 stelt de gemeente Albrandswaard zichzelf een aantal doelstellingen voor sociale woningen, maar in haar onderzoek naar het woonbeleid van Albrandswaard concludeert de rekenkamer dat deze niet of nauwelijks worden gehaald. Ook waren verschillende doelgroepen slecht afgebakend. Daardoor was het niet mogelijk vraag en aanbod op de woningmarkt per doelgroep te volgen. De gemeente had ook niet per doelgroep uitgewerkt welke instrumenten zouden worden ingezet. De rekenkamer beveelt dan ook aan om in de nieuwe woonvisie duidelijke definities op te nemen van doelgroepen en prijssegmenten. regionale afspraken niet gehaald De schaarste aan sociale huurwoningen in Albrandswaard sinds 2015 is toegenomen, wat schuurt met de afspraak met de woningmarktregio Rotterdam dat sociale woningen beter gespreid moeten worden over de regio. Het bod van de gemeente uit 2019 van nieuw toe te voegen sociale woningen was flink lager dan het streefscenario van de regio. De rekenkamer beveelt aan om in de volgende woonvisie concreet te maken hoe er wordt omgegaan met de regionale afspraken over de herverdeling van de sociale voorraad. te weinig ambtenaren Ook concludeert de rekenkamer dat er te weinig ambtenaren ingezet werden om het woonbeleid uit te voeren. Voor de hele BAR-organisatie (de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) waren maar drie ambtenaren, samen goed voor 2,3 fte, belast met het woonbeleid. De rekenkamer adviseert de gemeente daarom te zorgen voor een betere aansluiting tussen ambtelijk capaciteit en de doelstellingen in de nieuwe woonvisie. Nu is er te weinig daadkracht bij de gemeente. actievere opstelling Sinds het regioakkoord uit 2019 is Albrandswaard zich actiever gaan opstellen op de lokale woningmarkt. In 2020 kwam een extra prikkel toen de provincie de gemeente opdroeg om minimaal 100 sociale woningen op te nemen in het bestemmingsplan voor De Omloop in Rhoon. De gemeente heeft afspraken gemaakt met woningcorporaties en marktpartijen over nieuwbouwprojecten. Deze actievere opstelling heeft volgens de rekenkamer echter nog niet geleid tot vastgestelde bouwplannen. In de media: Albrandswaards Dagblad De Schakel Albrandswaard RTV Albrandswaard Presentatie Op 23 januari 2023 heeft Marjolein van Asselt het rapport toegelicht in de vergadering van de commissie Beraad en Advies Ruimte AW van de gemeenteraad van Albrandswaard.
Meer informatie...
Lees verder
Bijdragen aan de regionale economie
Bijdragen aan de regionale economie
Rekenkamer Rotterdam, 20-10-2022
In het samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werken 23 gemeenten aan de bevordering van het economisch vestigingsklimaat. De MRDH bevordert de samenwerking, samenhang en kennisuitwisseling, maar de wijze van financiering van projecten schiet tekort. De financiële regeling hiervoor heeft te maken structurele onderbesteding en heeft een omslachtige werkwijze. Dit concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘Bijdragen aan de regionale economie’. vooruitgang regionale samenwerking In de regio Rotterdam-Den Haag werken 23 gemeenten sinds 2014 samen aan de bevordering van het economisch vestigingsklimaat van de regio. De rekenkamer heeft vastgesteld dat de activiteiten van de MRDH voor de bevordering van het economisch vestigingsklimaat passen bij de rol die overheden hebben in succesvolle economische regio’s. Ook kan worden geconcludeerd dat de samenwerking tussen gemeenten heeft geleid tot meer samenhang in beleid en bestuur en vergroting van de kennisuitwisseling. Hiermee is vooruitgang geboekt op knelpunten die de aanleiding vormden voor de oprichting van de MRDH: versnippering in beleid en onderlinge spanningen tussen overheden in de regio. financiering van projecten omslachtig en structurele onderbesteding De MRDH heeft een uitvoerende functie gericht op het financieren van activiteiten en projecten in de regio. Dit gebeurt met name via de bijdrageregeling. In 2021 was hiervoor een budget van € 2,7 mln. beschikbaar. De rekenkamer constateert dat de werkwijze omslachtig is, sprake is van structurele onderbesteding en dat niet alle projecten een duidelijke relatie hebben met opgestelde visies en programma’s. Verder is weinig bekend over wat de gefinancierde projecten tot nu toe hebben opgeleverd. raadsleden zijn relatief veel betrokken, maar in werkwijze zijn knelpunten De MRDH is een gemeenschappelijke regeling, wat betekent dat de uitvoering op afstand staat van de gemeenteraden. Ook een recente wetswijziging leidt niet tot verbetering van betrokkenheid van raadsleden, omdat veel vernieuwingen in de wet al werden toegepast door de MRDH. De rekenkamer concludeert dat de adviescommissie, een belangrijk middel om raadsleden te betrekken bij het economisch programma, niet goed aansluit bij de rol van raadsleden. Daarnaast worden raadsleden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van resultaten van het economisch programma. heroverweeg uitvoerende functie De belangrijkste aanbeveling van de rekenkamer is de uitvoerende functie van de MRDH te heroverwegen. Hiervoor ziet de rekenkamer een fundamentele keuze uit twee scenario’s. Het eerste scenario is het economische programma te beperken tot strategie en netwerkvorming en geen projecten meer te financieren. Het tweede scenario is dat de MRDH projecten blijft financieren, maar de opzet op de schop neemt. Daarnaast beveelt de rekenkamer aan om minder doelstellingen te kiezen en duidelijker te zijn over de beoogde resultaten, zodat de MRDH een scherper profiel krijgt en raadsleden beter zicht krijgen op de voortgang. Rotterdam en andere gemeenten in de MRDH kunnen het rapport gebruiken om begin 2023 het debat te voeren over de Strategische Agenda van de MRDH waarin de doelen voor de komende vier jaar worden opgenomen. media www.binnenlandsbestuur.nl/samenwerkingsverband rotterdam den haag omslachtig Toelichting door rekenkamer directeur Marjolein van Asselt voor de raadscommissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (MHEK) op 16 november 2022:
Lees verder
Meer waarde voor jongeren
Meer waarde voor jongeren
Rekenkamer Rotterdam, 10-10-2022
Het door de gemeente gefinancierde jongerenwerk bereikte een aanzienlijk deel van de Rotterdamse jongeren. De activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het welzijn van jongeren, bijvoorbeeld aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hun mentale weerbaarheid. Wel ondervindt het jongerenwerk problemen in de samenwerking met gemeentelijke instanties. Hierdoor laat de gemeente kansen onbenut om jongeren met problemen passende hulp te bieden. Dit concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het vandaag verschenen rapport ‘Meer waarde voor jongeren’ naar de effecten van het jongerenwerk. problemen door kwetsbare gezinssituaties In het rapport stelt de rekenkamer vast dat het welzijn van jongeren in Rotterdam onder druk staat. Minimaal 13.900 van de 84.000 Rotterdamse jongeren groeien op in een kwetsbare gezinssituatie waardoor zij een grotere kans hebben op problemen met hun welzijn (cijfers op basis van data over 2020). Vooral de toename van sociaal-emotionele gezondheidsproblemen onder jongeren is een zorgelijke ontwikkeling. De coronacrisis was een belangrijke factor die de welzijnsproblematiek van jongeren versterkte. groot bereik door laagdrempeligheid Op basis van het onderzoek schat de rekenkamer dat het jongerenwerk zo’n 22.000 à 25.000 jongeren per jaar bereikt. Het jongerenwerk bereikt dus een substantieel deel van de doelgroep. Een belangrijke verklaring voor dit aanzienlijke bereik is dat het jongerenwerk over specifieke kwaliteiten beschikt. Het is laagdrempelig en het sluit aan bij de leefwereld van jongeren. Daardoor bereikt het jongerenwerk ook jongeren die door andere organisaties, zoals gemeentelijke instanties, niet gemakkelijk worden bereikt. kansen onbenut om jongeren te helpen Jongerenwerkers signaleren problemen van jongeren. Als zij zelf geen passende hulp kunnen bieden, begeleiden ze jongeren naar andere hulp, zoals schuldhulpverlening, hulp bij het zoeken naar werk of bij het aanvragen van een uitkering. In die begeleiding naar passende hulp kampt  het jongerenwerk met problemen in de samenwerking met gemeentelijke instanties, zoals het Jongerenloket en het Expertise Team Financiën. Jongerenwerkers ervaren die instanties als formeel, moeilijk toegankelijk en traag in de afhandeling van hulpvragen. Ook ervaren jongerenwerkers problemen in het inschakelen van hulp van gemeentelijke wijkteams, onder meer doordat veel wijkteams in Rotterdam lange wachttijden hebben. Dat het jongerenwerk deze problemen ervoer in het doorgeleiden, is des te ernstiger omdat het jongerenwerk juist jongeren bereikt die door gemeentelijke instanties zelf niet gemakkelijk worden bereikt. Daarmee laat de gemeente kansen om kwetsbare jongeren te helpen onbenut. betere coördinatie nodig Binnen de gemeente bestaan twee soorten jongerenwerk, namelijk het jongerenwerk van de welzijnsorganisaties (gericht op het voorkomen dat jongeren zelf problemen krijgen) en het grenzenstellend jongerenwerk (gericht op het voorkomen dat jongeren overlast veroorzaken voor anderen). Die twee soorten jongerenwerk krijgen hun opdrachten van twee verschillende gemeentelijke afdelingen. Dit vraagt om coördinatie binnen de gemeente om ervoor te zorgen dat beide vormen van jongerenwerk in de wijken samenwerken om jongeren te helpen, maar daarvan was onvoldoende sprake. aanbevelingen voor verbetering samenwerking De rekenkamer doet in het rapport meerdere aanbevelingen om zowel de interne gemeentelijke samenwerking als de samenwerking tussen gemeentelijke instanties en welzijnsorganisaties te verbeteren. Zo beveelt de rekenkamer de gemeente aan om procedurele barrières die hulpverlening aan jongeren beperken weg te nemen, opdat jongerenwerkers en gemeentelijke instanties (zoals het wijkteam, het Jongerenloket of het Expertise Team Financiën) elkaar gemakkelijk kunnen vinden en ruimte krijgen om jongeren beter te helpen. media Sociale Vraagstukken: Jongerenwerk en bottlenecks in jeugdhulp Linda’s verhaal Jongerenwerkers hebben contact met veel jongeren. Gebrekkige verbinding tussen jongerenwerk en (gemeentelijke) instanties belemmert echter de hulpverlening. De Rotterdamse rekenkameronderzoekers Ikram Taouanza en Kees de Waijer beschrijven de bottlenecks aan de hand van het verhaal van Linda, een jongere.
Lees verder
Thuis in cijfers
Thuis in cijfers
Rekenkamer Rotterdam, 06-10-2022
Betere cijfers nodig voor Rotterdams woonbeleid Sinds 2015 is de Woonvisie Rotterdam de leidraad voor het Rotterdamse woonbeleid. Daarin geeft de gemeente voor de periode tot 2030 onder andere aan hoeveel huizen er in elke prijsklasse zouden moeten zijn en welke afspraken zij wil maken met woningcorporaties, andere verhuurders en bouwers. Vandaag publiceert de Rekenkamer Rotterdam het rapport “Thuis in cijfers” over de Rotterdamse woonvisie. Een belangrijke conclusie is dat de gemeente haar beleid onderbouwde met wankele cijfers. cijferproblemen Volgens de woonvisie – en de bijstelling daarvan uit 2019 – moeten er vooral meer middeldure en dure woningen bijkomen om goed aan te sluiten bij de vraag van Rotterdamse huishoudens. Het perfect in beeld brengen van de bestaande woningmarkt is voor niemand haalbaar want over sommige onderdelen van vraag en aanbod zijn in Nederland geen harde gegevens. De rekenkamer stelt echter vast dat de gemeente Rotterdam cijfers gebruikte die minder exact en volledig waren dan dat zij presenteerde. De gemeente gebruikt namelijk bijvoorbeeld cijfers over het prijspeil van de particuliere huurvoorraad die weinig betrouwbaar zijn. Verder kijkt ze naar WOZ-waarden om te weten hoeveel woningen er van elke prijsklasse in de stad staan. WOZ-waarden lopen echter altijd twee jaar achter op de marktontwikkeling. Ook het aantal Rotterdamse huishoudens per inkomensgroep brengt de gemeente in haar voortgangsrapportages niet volledig in beeld. Door deze en andere problemen zijn de cijfers die het gemeentelijk woonbeleid onderbouwen, wankel. De analyse van de rekenkamer van de beschikbare en beperkte cijfers maakt duidelijk dat het percentage goedkopere woningen in Rotterdam in de periode 2015-2020 sterk afnam, terwijl het aandeel lage-inkomenshuishoudens ongeveer gelijk gebleven is. weinig overleg met vragers De rekenkamer keek ook naar de overleggen over woonbeleid die de gemeente organiseert. Er zijn verschillende terugkerende overleggen met aanbieders op de woningmarkt: bouwers, corporaties, investeerders. Overleg met vragers (dus zittende bewoners en woningzoekenden) heeft de gemeente maar heel minimaal opgezet. Bovendien heeft de gemeente niet geborgd dat huurders van corporatiecomplexen die grondig verbouwd of gesloopt worden, goed en op tijd met hun corporatie en de gemeente kunnen overleggen. gebruik van cijfers en signalen verbeteren Verschillende signalen uit de Rotterdamse samenleving wezen erop dat de markt voor goedkope woningen steeds krapper werd. Die signalen leidden er niet toe dat het college de huidige woonvisie kritisch onder de loep legde en waar nodig aanpaste. De rekenkamer geeft het college verschillende aanbevelingen mee voor de nieuwe woonvisie die de gemeente gaat schrijven. Eén aanbeveling is dat de gemeente meer overleg organiseert met vragers op de woningmarkt. Andere aanbevelingen zijn om naar de raad steeds aan te geven wat de onzekerheden en beperkingen van de gebruikte cijfers zijn en om ook andere relevante cijfers en signalen in kaart te brengen voor de raad. Het college neemt deze aanbevelingen allemaal grotendeels of gedeeltelijk over, maar niet alle voorstellen die erbij horen.   Op 9 september 2022 om 12.12 uur  heeft de rekenkamer het rapport met een gewijzigde versie van pagina 1 gepubliceerd, de rest van het rapport is ongewijzigd ten opzichte van de versie die diezelfde dag om 11.00 uur werd gepubliceerd. Er zal begin volgende week nog een volledig opgemaakte versie volgen, opnieuw zonder wijzigingen van de inhoud van het rapport. Op 15 september 2022 is het volledig opgemaakte rapport op de website geplaatst.   media www.dagblad010.nl/Rotterdam/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele cijfers www.rd.nl/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele-cijfers www.binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele cijfers www.ad.nl/rotterdam/bom onder rotterdams woonbeleid sloop van goedkope woningen is gebaseerd op drijfzand www.architectenweb.nl www.openrotterdam.nl/ook onderzoek rekenkamer bevestigt rotterdams woonbeleid gebaseerd op wankele cijfers/ www.rijnmond.nl/rekenkamer torpedeert het woonbeleid van de gemeente rotterdam gebaseerd op wankele cijfers www.dagblad010.nl/bezorgde rotterdammers stop met sloop betaalbare woningen www.ad.nl/bij het rotterdamse woonbeleid moet ik denken aan de hamburgers van het circuit van zandvoort www.dagblad010.nl/rapport rekenkamer over woonbeleid valt tegen www.rijnmond.nl/veel te weinig goedkope woningen in onze regio lees hier hoe het is in jouw gemeente www.nrc.nl/van wie is deze stad eigenlijk          
Lees verder
Onderzoek integriteit
Onderzoek integriteit
Rekenkamer Rotterdam, 04-10-2022
Eind 2020 heeft de Rotterdamse gemeenteraad ons gevraagd om onderzoek te doen naar integriteit en ongewenst gedrag. Dit omvat onder andere pesten, diefstal, misbruik van informatie, belangenverstrengeling, maar ook discriminatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het onderzoek richt zich op het gehele proces van detecteren, oppakken, afhandelen en leren van integriteitsschendingen en ongewenste omgangsvormen. De rekenkamer is op zoek naar antwoorden op vragen zoals: Is het makkelijk om integriteitsschendingen aan te kaarten? Voelen medewerkers van de gemeente Rotterdam zich voldoende veilig om dit te doen? Lees voor meer informatie over de opzet van het onderzoek het werkdocument integriteit. onderzoeksopzet integriteit Op 17 december 2020 besprak de gemeenteraad een integriteitscasus die zich had voorgedaan binnen het cluster Stadsbeheer. Uit onderzoek naar deze casus bleek dat “gedurende een lange periode door meerdere medewerkers, voornamelijk afzonderlijk van elkaar, in verschillende teams malversaties (vermoedelijk) hebben plaatsgevonden met meerdere leveranciers. Het gaat voornamelijk om financieel gedreven fraude (ophogen van facturen), maar ook is er sprake geweest van het lekken van (vertrouwelijke) informatie tijdens een aanbestedingstraject naar één van de inschrijvers.” Naar schatting werd de gemeente voor zo’n € 2 mln. gedupeerd. Tijdens de raadsbehandeling stelde de raad vast dat integriteitsschendingen zich vaker voordoen binnen de gemeentelijke organisatie. Voorbeelden zijn de affaire rond de Boompjeskade (ook wel de Waterfrontaffaire genoemd) en een fraudegeval bij het cluster W&I. De gemeenteraad nam daarom twee moties aan waarmee de raad de rekenkamer respectievelijk het college verzoekt een onderzoek te doen naar integriteit. rekenkameronderzoek De Rekenkamer Rotterdam heeft positief gereageerd op dit verzoek. Op basis van een verkenning van het onderwerp constateert zij dat er de afgelopen jaren reeds veel onderzoek is uitgevoerd naar integriteitsschendingen binnen de gemeente Rotterdam (onder andere door de rekenkamer zelf), waarna er bovendien maatregelen getroffen zijn om te voorkomen dat dergelijke praktijken zich nogmaals voordoen. In mei 2021 is de onderzoeksopzet voor integriteit gepubliceerd. Daarna heeft de rekenkamer een nadere, meer operationele precisering van de onderzoeksvragen en -methoden uitgewerkt. Per februari 2022 is de rekenkamer gestart met de uitvoering van het onderzoek. In het onderzoek wordt de volgende onderzoeksvraag gehanteerd: Hoe is binnen de gemeente het proces van detecteren, oppakken en onderzoeken, afhandelen en leren van integriteitsschendingen georganiseerd en is het adequaat om integriteitsschendingen te ontdekken en de kans op nieuwe integriteitsschendingen te verkleinen? Meer informatie over het onderzoek is te lezen in het werkdocument. media binnenlandsbestuur.nl/groot onderzoek naar integriteit rotterdam
Lees verder
Bouwen in beweging
Bouwen in beweging
Rekenkamer Lansingerland, 07-07-2022
In het rapport 'bouwen in beweging' onderzocht de Rekenkamer Lansingerland hoe en in welke mate het woonbeleid van Lansingerland van invloed is geweest op de aansluiting tussen vraag en aanbod op de woningmarkt in de gemeente. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën van de Lansingerlandse huishoudens en de daarbij passende woningwaarden of huurprijzen van de lokale woningvoorraad. De rekenkamer gebruikte zogeheten CBS-microdata om te zien hoe inkomens en woningwaarden zich vanaf 2015 ontwikkelden en in welke mate dit bij elkaar aansluit. Ook onderzocht de rekenkamer hoe de gemeente met haar eigen beleidsinstrumenten en haar samenwerking met onder andere bouwers, investeerders en corporaties uitvoering geeft aan het woonbeleid. De rekenkamer keek zowel naar de uitvoeringsperiode van de gemeentelijke woonvisie 2015-2020 – dat wil zeggen van 2015 tot halverwege 2021 – als naar het eerste half jaar dat de nieuwe woonvisie van 2021-2025 van kracht was. Deze werd in de zomer van 2021 vastgesteld. Op basis van het onderzoek trekt de rekenkamer de volgende 11 conclusies. Het Lansingerlandse woonbeleid heeft in de periode 2015-2020 niet bijgedragen aan een verbeterde verhouding tussen vraag en aanbod. In deze periode bleef de inkomenssamenstelling van de Lansingerlandse huishoudens namelijk praktisch ongewijzigd, maar steeg het percentage dure woningen terwijl het percentage middeldure woningen en het percentage goedkope woningen afnamen. De absolute bouwproductie in de periode 2015-2020 bleef met jaarlijks gemiddeld 312 woningen onder het woonvisie streefcijfer van jaarlijks gemiddeld 400 nieuwe woningen. In de woonvisie 2015-2020 formuleert de gemeente het doel om de huisvesting van arbeidsmigranten beleidsmatig vorm te geven. In de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten die de gemeente daarop heeft gemaakt, schat zij dat er nog ongeveer 700 tot 1.450 extra huisvestingsplaatsen (“bedden”) nodig zijn. De gemeente heeft tijdens de uitvoeringsperiode – en ook daarna – geen vergunningen verleend voor nieuwbouw huisvestingscomplexen. Het aantal “bedden” is sinds het verschijnen van de nota met 22 toegenomen. kwaliteit probleemanalyse en doelstellingen Zoals aangegeven in conclusie 1 heeft de woonvisie 2015-2020 onvoldoende handvatten geboden om de groeiende spanning tussen vraag en aanbod tegen te gaan. Een belangrijke reden hiervoor is dat de woonvisie niet aangeeft hoe groot elk van haar aandachtsgroepen is. Vervolgens laat de woonvisie na te vermelden hoeveel voor deze groepen geschikte woningen er in Lansingerland staan en worden er ook geen kwantitatieve nieuwbouwdoelen voor deze woningen gesteld. Hierdoor was er weinig prikkel om woningen in het sociale segment of in het niet-sociale starterssegment te bouwen of te plannen. Tijdens de uitvoeringsperiode heeft de gemeente de omvang van de aandachtsgroepen ten opzichte van het geschikte aanbod niet gemonitord. Daarmee had de gemeente weinig tot geen inzicht in de maatschappelijke opgave en de actuele aansluiting tussen vraag en aanbod. De rekenkamer heeft berekend dat ten tijde van het opstellen van de woonvisie de Lansingerlandse sociale woningvoorraad te klein was om alle Lansingerlandse lage-inkomenshuishoudens daarin te huisvesten. Er waren namelijk ongeveer 4.800 woningen tegenover 6.770 huishoudens. Dit verschil werd tijdens de woonvisie-uitvoeringsperiode niet kleiner. Verschillende indicatorwaarden duiden er op dat de krapte in het sociale segment juist verder is opgelopen. Hoeveel niet-sociale starterswoningen er zijn gebouwd, is eigenlijk niet vast te stellen. samenwerking met bouwende en verhurende partijen Samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen is noodzakelijk in het woondossier. De gemeente is zelf immers bijna nooit de partij die bouwt, sloopt of woningen verhuurt. Bij corporatie 3B Wonen was ten tijde van het opstellen van de visie – in 2014 – sprake van een beperkte investeringscapaciteit. De laatste jaren van de uitvoeringsperiode – vanaf in ieder geval 2019 –  wilde de corporatie echter juist graag veel nieuwbouw gaan plegen maar miste daarbij ondersteuning door de gemeente. Tijdens de uitvoeringsperiode zette de gemeente haar instrumentarium om te sturen op de nieuwbouw van, en benutting van sociale woningen en niet-sociale starters-woningen, slechts in bescheiden mate in. informering van de raad De woonvisie-voortgangsbrieven naar de raad bevatten geen overzichten van de opgeleverde nieuwbouw in de gemeente per prijssegment. Daardoor kon de raad de realisatie van de woonvisie-uitvoeringsmaatregelen over nieuwbouw niet goed monitoren. na de woonvisie 2015-2020 Na de uitvoeringsperiode van de woonvisie 2015-2020 – dus sinds de zomer van 2021 – is de gemeente Lansingerland zich ambitieuzer gaan opstellen binnen het woondossier. Het gaat in de eerste plaats om het inrichten van instrumentarium waarmee ze kan sturen op nieuwbouw in het sociale en in het zogeheten “overig betaalbare” segment. Dat de gemeente meer ambitie heeft met betrekking tot nieuwbouw in het sociale en overig betaalbare segment is in de tweede plaats zichtbaar in de nieuwbouwlocatie-kaders die zij sinds de zomer van 2021 vaststelde en in haar afspraken met de corporaties voor 2022-2023. Eisen vanuit landelijke subsidiemaatregelen en vanuit regionale overeenkomsten hebben bijgedragen aan het feit dat de gemeente na de uitvoeringsperiode van de woonvisie 2015-2020 ambitieuzer is geworden met betrekking tot bouwen in het sociale en overig betaalbare segment. De samenwerking tussen gemeente en bovenlokale bestuurslagen is namelijk nauwer en minder vrijblijvend geworden. Naar aanleiding van de conclusies heeft de rekenkamer ook vier aanbevelingen geformuleerd. Deze luiden: Vul de huidige woonvisie aan met een cijfermatige inschatting van de omvang van de aandachtsgroepen ten opzichte van het geschikte aanbod. Blijf beide grootheden tijdens de uitvoeringsperiode monitoren en houd ook andere schaarste-indicatoren in de gaten. Onderschrijf dat een woonvisie gedurende de uitvoeringsperiode herijkt moet kunnen worden als nieuwe urgente kraptes op de woningmarkt of nieuwe afspraken met regio, provincie of rijk hier reden toe geven. Formuleer een duidelijke en met heldere cijfers onderbouwde visie op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio, en de rol van de gemeenteraad daarbij, en leg deze aan de raad voor. Evalueer het toetsingskader huisvesting flexwerkers Lansingerland en stel op basis van de uitkomsten een SMART-geformuleerd doel wat betreft het aantal te realiseren bedden in de gemeente.
Lees verder
Onderzoeksopzet groene buitenruimte
Onderzoeksopzet groene buitenruimte
Rekenkamer Rotterdam, 17-05-2022
Veel Nederlandse gemeenten zijn bezig met vergroening. Net als in andere grote steden in Nederland staat de groene buitenruimte in Rotterdam onder druk door opgaven op het gebied van onder andere woningbouw, infrastructuur, bedrijvigheid en evenementen. Voldoende en goed onderhouden groen kan echter positief bijdragen aan onder meer klimaatadaptatie, welzijn en biodiversiteit in de stad. doelstellingen groene buitenruimte Opeenvolgende Rotterdamse colleges hebben doelstellingen gehad voor een groenere buitenruimte, zoals het realiseren van meer groen (waaronder bomen en een nieuw stadspark) en het beter betrekken van bewoners bij het inrichten van groen. Het laatste college had ook een collegetarget voor de groene buitenruimte: in vier jaar tijd 20 hectare groen erbij. Vanuit het Rotterdams WeerWoord heeft de gemeente ook ambities voor groen ter bevordering van klimaatadaptatie. De gemeente is daarnaast verantwoordelijk voor de financiering en het beheer van het groen. De financiering van de groene buitenruimte staat echter onder druk. De groene buitenruimte is daarnaast ook voor Rotterdammers een belangrijk onderwerp, dit bleek onder meer uit een enquête van de rekenkamer onder leden van het Digitaal Stadspanel. rekenkameronderzoek naar groene buitenruimte De rekenkamer start daarom in mei 2022 met een onderzoek naar de groene buitenruimte. De rekenkamer brengt ten eerste de ontwikkelingen en de omvang van het Rotterdamse groen in beeld, waarbij de rekenkamer ook kijkt naar het toegevoegde groen in de vorige collegeperiode. Vervolgens wil de rekenkamer onderzoeken hoe de groene buitenruimte bijdraagt aan klimaatadaptatie en de waardering van bewoners voor de leefomgeving. Ten slotte onderzoekt de rekenkamer hoe de gemeente bij het aanleggen van groen rekening houdt met het beheer en financiering van de groene buitenruimte. onderzoeksmethoden De rekenkamer hanteert in het onderzoek verschillende onderzoeksmethoden. De rekenkamer voert analyses uit op gemeentelijke groengegevens en kaarten. In geselecteerde casuswijken zal de rekenkamer in gesprek gaan met bewoners over het groen in hun wijk alsmede een digitale schouw en kwaliteitsinspectie van het groen uitvoeren. Daarnaast kijkt de rekenkamer naar beleids- en beheerdocumentatie en voert ze interviews met betrokken ambtenaren en partijen.
Lees verder
Bouwen in balans
Bouwen in balans
Rekenkamer Barendrecht, 21-04-2022
huizenprijzen en inkomens groeien uiteen op de Barendrechtse woningmarkt De verhouding tussen vraag en aanbod op de Barendrechtse woningmarkt verslechterde sinds 2015. Tegenover een stijging van het al relatief hoge percentage dure woningen binnen de totale woningvoorraad, stond een daling van het percentage ‘hoge’ inkomens. Tegelijkertijd bleef de bouw van woningen in het sociale segment achter bij de doelstellingen. Het woonbeleid van de gemeente heeft dus niet bijgedragen aan meer evenwicht, concludeert de Rekenkamer Barendrecht in haar rapport ‘Bouwen in balans’. De rekenkamer onderzocht hoe en in welke mate het woonbeleid van de gemeente Barendrecht heeft bijgedragen aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de lokale woningmarkt. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën en de daarbij passende woningwaarde of huurprijs. De rekenkamer analyseerde de verhouding tussen die twee op basis van CBS-microdata over inkomens en woningwaarden. Ook inventariseerde de rekenkamer hoe de gemeente door middel van beleidsinstrumenten en samenwerking uitvoering geeft aan het woonbeleid. verkeerde prikkel De prijsstijgingen op de woningmarkt zijn een landelijk fenomeen. Het Barendrechtse woonbeleid heeft deze situatie niet kunnen verzachten. In de woonvisie schatte de gemeente de vraag naar goedkope woningen opvallend laag in en die naar dure woningen juist hoog. Het gevolg: het woonbeleid was vooral gericht op de bouw van woningen in het dure segment, terwijl een prikkel ontbrak om goedkope en betaalbare woningen te bouwen. Tussen 2015 en 2020 bestond 17% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen. Daarmee is de doelstelling van 25% niet gehaald, wat op zichzelf al krap was gezien de vraag naar deze woningen. De rekenkamer concludeert daarnaast dat het zicht op de nieuwbouwproductie beperkt is. Er is geen totaaloverzicht beschikbaar van het type gebouwde woningen, zoals sociale, middeldure en dure woningen. Terwijl deze ‘segmenten’ wel het uitgangspunt van het woningbeleid zijn. Dit belemmert het inzicht in de voortgang van de doelstellingen. actievere inzet gemeentelijke instrumenten en samenwerkingsafspraken Gaandeweg is de gemeente zich actiever gaan opstellen binnen het woondossier. Dit doet zij met name door meer gebruik te maken van sturingsinstrumenten op het gebied van nieuwbouw en prijssegmenten. Zo zet Barendrecht sinds 2019 een ‘Verordening middeldure huur’ in om de bouw van woningen in het middensegment te kunnen afdwingen. Bij de bouw van zo’n 3.200 woningen in de Stationstuinen, wil de gemeente voor alle middeldure koopwoningen een zelfbewoningsplicht opleggen. Inmiddels werkt de gemeente ook aan nieuwbouwplannen voor meer woningen in het sociale segment. Dit gebeurde mede door druk van andere gemeenten in de regio Rotterdam en de provincie Zuid-Holland. De samenwerking binnen de regio Rotterdam wordt nauwer en minder vrijblijvend. Het gemeentelijk woonbeleid wordt hierdoor in toenemende mate ingekaderd door regionale afspraken. De rekenkamer beveelt daarom aan om de raad beter aangesloten te houden op de ontwikkelingen in de regio, bijvoorbeeld met betrekking tot besluiten die binnen de regio worden genomen en de Barendrechtse inzet daarbij. media barendrechtsdagblad.nl/evb deelt kritiek rekenkamer op barendrechts woonbeleid barendrechtnu.nl/rekenkamer woonbeleid van gemeente draagt niet bij aan barendrechtse woningmarkt gericht op dure segment barendrechtsdagblad.nl/prijzen barendrechtse nieuwbouwwoningen passen niet bij inkomens        
Lees verder
DoeMee-onderzoek Wet openbaarheid bestuur (Wob)
DoeMee-onderzoek Wet openbaarheid bestuur (Wob)
Rekenkamer Rotterdam, 19-04-2022
De Rekenkamer Rotterdam heeft deel genomen aan een landelijk onderzoek naar de wijze waarop Nederlandse gemeenten omgaan met informatieverzoeken onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het jaarlijks ‘DoeMee-onderzoek’ is een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR). In totaal deden ongeveer 80 rekenkamers mee, waaronder die van Amsterdam en Utrecht. werkinstructies op orde, toegankelijkheid Wob-verzoek kan beter In een raadsbrief brengt de rekenkamer enkele punten uit het onderzoek onder de aandacht die betrekking hebben op de Rotterdamse situatie. Uit het onderzoek blijkt dat de werkinstructies rond de afhandeling van Wob-verzoeken aan de geldende eisen voldoet. Wel valt op dat de gemeente Rotterdam geen extern beleidskader heeft met daarin procedures en regels rondom Wob-verzoeken. De vraag is dan ook of burgers voldoende zicht hebben op de wijze waarop een Wob-verzoek wordt ingediend en de werkwijze van de gemeente bij de afhandeling daarvan. beslistermijnen vaak overschreden Ruimte voor verbetering is er ook ten aanzien van de beslistermijnen op Wob-verzoeken. In de periode 2018-2020 gold een gemiddelde termijn voor afdoening van 69 dagen. Dit is meer dan het maximum van vier weken plus, vier weken verlenging, dat de wet voorschrijft. In 2018 volgde op zo’n 80% van de verzoeken een te laat besluit. In 2020 was dit 54%. Wet open overheid (‘Woo’). De bovengemiddelde overschrijding van de beslistermijnen in Wob-procedures in Rotterdam acht de rekenkamer zorgelijk. Niet alleen omdat de vragende burger niet goed wordt bediend, maar ook met het oog op de in werking tredende Woo. In deze wet zijn de beslistermijnen gehalveerd: van vier weken naar twee weken, wat ook geldt voor een eventuele verlenging. DoeMee-onderzoek Voor het jaarlijks DoeMee-onderzoek van de NVRR bundelen decentrale rekenkamers de krachten om lokale ontwikkelingen of vraagstukken in een breder perspectief te kunnen plaatsen. De uitvoering van het onderzoek vond plaats door het onderzoeksbureau Pro Facto, onder begeleiding van de Rekenkamer Rotterdam.
Lees verder
Tijd voor targets
Tijd voor targets
Rekenkamer Rotterdam, 03-02-2022
Het Rotterdamse college heeft aan het eind van de collegeperiode zeven targets van de vijftien collegetargets (bijna) gehaald. Vijf targets zijn niet gehaald en drie targets konden niet worden beoordeeld. Het is belangrijk dat de raad in debat gaat met het college over de resultaten. Dit gebeurt te weinig. Zo blijkt uit een van de zeven lessen in het licht van een reflectie over twintig jaar collegetargets door de rekenkamer. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Tijd voor targets.’ De rekenkamer heeft in haar rapport ‘Tijd voor targets’ de behaalde resultaten en de toelichting daarop beoordeeld, zoals die zijn opgenomen in de bestuurlijke eindverantwoording 2018-2022 van het college. De collegetargets zijn een belangrijk instrument van de raad om het collegebeleid in samenhang te controleren. Daarnaast heeft de rekenkamer lessen getrokken uit een reflectie over twintig jaar werken met collegetargets. beoordeling eindverantwoording 2018-2022 Voor de periode 2018-2022 heeft het college vijftien targets geformuleerd. De rekenkamer stelt vast dat zeven targets (47%) voor meer dan 80% zijn behaald. Vijf targets zijn niet gehaald (33%). Een overzicht van de beoordeling is hieronder weergegeven: De rekenkamer constateert dat het college bij de targets meestal voldoende uitlegt waarom ze wel of niet zijn gehaald en wat het college heeft gedaan om het beoogde doel te halen. Deze toelichting is belangrijk voor de raad om het debat te voeren met het college over het behalen van de politieke doelen. lessen uit 20 jaar collegetargets Na twintig jaar collegetargets is een van de lessen dat onafhankelijke controle van de realisatie van collegetargets noodzakelijk is. Een andere les gaat over het feit dat de raad meer aandacht en tijd zou moeten hebben voor het politieke debat over de collegetargets. De raadsbehandeling van de targets vond de afgelopen jaren vaak versnipperd plaats. Dit ondanks het feit dat de raad in de afgelopen twintig jaar een nuttig instrument in handen had om het college te controleren. raadsbehandeling Op dinsdag 8 februari 2022 om 16.30 uur wordt het rapport toegelicht aan de gemeenteraad in een raadsbrede technische sessie. De eindverantwoording van het college wordt behandeld in de raadsvergadering van donderdag 24 februari 2022. Beide bijeenkomsten zijn te volgen via https://rotterdam.raadsinformatie.nl/ media binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer rotterdam haalde bijna helft doelen rd.nl/rekenkamer rotterdams college heeft bijna helft doelen gehaald ad.nl/rekenkamer rotterdam helft van de gestelde doelen is in vier jaar zo goed als gehaald vandaagenmorgen.nl/20 jaar collegetargets bw Rotterdam vandaagenmorgen.nl/burgerparticipatie gaat achteruit veiligheid verbetert nrc.nl/de politiek moet toetsing van beleid niet als corvee zien De Rotterdamse raad wil verder met de bevindingen en lessen uit ons rapport Tijd voor Targets. Dat blijkt uit een motie die donderdag 23 juni 2022 ingediend werd bij het debat over het coalitieakkoord. De motie werd met algemene stemmen aangenomen en door het college omarmt.
Lees verder
Onderzoeksopzet kostenbeheersing Wmo
Onderzoeksopzet kostenbeheersing Wmo
Rekenkamer Lansingerland, 07-12-2021
gebruik en kosten Wmo nemen sterk toe Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners. Het aantal burgers dat via gemeenten gebruik maakt van Wmo-voorzieningen groeit, waardoor ook de kosten stijgen. Ook in Lansingerland stijgen de Wmo-uitgaven. Uit de jaarrekening 2020 en de begroting 2021 blijkt dat er de komende jaren een verdere toename van de uitgaven wordt voorzien, oplopend tot € 14,9 mln. in 2024. onderzoek rekenkamer naar beheersing kosten De forse stijging van de kosten heeft grote invloed op de gemeentebegroting. Vanwege deze  impact zal de rekenkamer onderzoeken in hoeverre de gemeente inzicht heeft in de toekomstige ontwikkeling van het gebruik en de kosten van Wmo-voorzieningen, de oorzaken van deze ontwikkeling kent en of zij al effectieve maatregelen heeft getroffen om de kosten te beheersen. Kostenbeheersing kan echter ongewenste neveneffecten hebben voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de ondersteuning. De rekenkamer zal in dit onderzoek daarom ook aandacht hebben voor hoe de gemeente omgaat met het spanningsveld tussen enerzijds sturing op kosten en anderzijds het verlenen van optimale ondersteuning voor kwetsbare burgers. De rekenkamer zal voor het onderzoek onder andere gemeentelijke rapportages, uitgevoerde onderzoeken, begrotingen en jaarstukken bestuderen. Ook wordt gekeken naar de kwaliteit van de gemeentelijke informatiesystemen en data-analyses. Meer weten over hoe de rekenkamer dit onderzoek gaat uitvoeren? Download dan de onderzoeksopzet hiernaast.
Lees verder
Onderzoeksopzet subsidies Krimpen aan den IJssel
Onderzoeksopzet subsidies Krimpen aan den IJssel
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 20-09-2021
onderzoeksopzet subsidies Gemeenten besteden veel taken uit aan andere partijen. Het gaat daarbij niet alleen om ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook om (onderdelen van) belangrijke maatschappelijke taken voor de inwoners. Een van de manieren waarop de gemeente maatschappelijke taken uitbesteedt aan andere partijen tegen een financiële vergoeding, is subsidieverlening. Daarmee is subsidieverlening bestuurlijk en maatschappelijk een belangrijk onderwerp. Het is immers van belang dat organisaties die de maatschappelijke taken uitvoeren, de prestaties leveren die de gemeente voor ogen heeft binnen het gestelde subsidiebudget. De gemeente moet daar adequaat op sturen, bijvoorbeeld door duidelijke afspraken te maken over het budget en de prestaties die daarvoor worden verwacht en door vervolgens te controleren in hoeverre die prestaties daadwerkelijk worden geleverd. Het is relevant om te onderzoeken in hoeverre dit in werkelijkheid lukt en welke verbeteringen hierin eventueel mogelijk zijn. rekenkameronderzoek De rekenkamer gaat onderzoeken in hoeverre het college adequate prestatieafspraken met gesubsidieerde organisaties maakt en bewaakt dat de beoogde prestaties worden geleverd. Er zijn drie subsidieontvangende organisaties geselecteerd, dit zijn het Streekmuseum Krimpenerwaard, Synerkri en Enver. De rekenkamer gaat een documentenstudie uitvoeren naar o.a. de relevante beleidsdocumenten en documenten rondom de verlening van de subsidie en de verantwoording hierover. Daarnaast zullen interviews worden gehouden met betrokken ambtenaren om de gegevens uit de documenten nader te duiden. Indien nodig zal de rekenkamer ook de betrokken subsidie ontvangende organisaties interviewen.
Lees verder
Onderzoeksopzet woonvisie Capelle aan den IJssel
Onderzoeksopzet woonvisie Capelle aan den IJssel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 20-09-2021
Nederland kampt al enige jaren met een groeiend tekort aan woningen, in het bijzonder in de Randstad. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken is een bouwproductie van 75.000 woningen per jaar nodig om de woningnood het hoofd te bieden. Ook Capelle aan den IJssel heeft te maken met krapte op de woningmarkt. woningbeleid Capelle aan den IJssel tot 2022 De Woonvisie 2013-2020 volgde op de Woonvisie 2007 en de Stadsvisie 2030, dat de kaders schetste waarbinnen de gemeente zich op de langere termijn zal ontwikkelen. Met de afronding van de laatste uitleglocatie Fascinatio werd een periode van voortdurende stadsuitbreiding afgesloten en ging Capelle aan den IJssel “van groeikern naar beheergemeente”. Daarmee werd het uitgangspunt om te bouwen voor een stad van minimaal 65.000 inwoners losgelaten. De nadruk kwam te liggen bij stedelijke vernieuwing door middel van herstructurering van verouderde stadsgebieden en aandacht voor wijken met gevarieerde woonmilieus. Het aandeel sociale woningbouw zou moeten afnemen van 39% in 2011 naar 36% in 2015 en 33% in 2020. De actualisatie van de woonvisie uit 2019 (het Programma wonen 2019-2022) markeerde een omslag in het woonbeleid. Het woonveld was inmiddels ingrijpend veranderd: de crisis op de woningmarkt was omgeslagen in schaarste en de nieuwe Woningwet van 2015 gaf gemeenten een grotere rol binnen het woonbeleid. Ook waren er op regionaal niveau afspraken gemaakt over de sociale voorraad en ging Capelle weer uit van een bevolkingsgroei van maximaal 13.000 inwoners. De rekenkamer richt zich in dit onderzoek vooral op de eerste twee pijlers van het Programma wonen 2019-2022, namelijk duurzaam wonen met kwaliteit en voor iedereen een (t)huis. onderzoek naar aansluiting woonvraag en -aanbod De rekenkamer gaat onderzoeken in welke mate het woonbeleid van de gemeente Capelle aan den IJssel de afstemming van vraag en aanbod op de woningmarkt verbetert. Ook kijkt de rekenkamer in hoeverre de inzet van gemeentelijke instrumenten en de afspraken met partners binnen het woonbeleid hieraan hebben bijgedragen. onderzoeksmethoden Om het onderzoek uit te voeren zal de rekenkamer in de eerste plaats betrokken partijen interviewen. Daarnaast kijkt de rekenkamer naar beleidsstukken, naar bestaande onderzoeken en naar monitoringsrapportages over de uitvoering van het beleid. Ook voert de rekenkamer zelf data-analyse uit op CBS-bestanden, waaronder zogeheten CBS-microdatabestanden.
Lees verder
Broze bedoelingen
Broze bedoelingen
Rekenkamer Rotterdam, 09-09-2021
Rotterdams ouderenbeleid maakt ouderen niet veel wijzer De gemeente Rotterdam wil dat ouderen gezonder leven, dat eenzaamheid vermindert, dat ouderen in een geschikte woning wonen en dat zij passende zorg en ondersteuning krijgen. Het is echter niet te verwachten dat de gemeente deze ambities zal bereiken. Slechts één van de 81 maatregelen uit het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ draagt namelijk naar verwachting op lange termijn substantieel bij aan de realisatie van de ambities. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘broze bedoelingen, ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid’. rekenkameronderzoek De komende jaren neemt het aantal ouderen van 65 jaar en ouder in Rotterdam met een derde toe, van 97.177 in 2018 naar 129.239 in 2035. Met het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ wil de gemeente de stad voorbereiden op het groeiende aantal ouderen en aansluiten bij de wensen en behoeften van deze groep. Een groot deel van dit ouderenbeleid is gericht op de lange termijn. Dit betekent dat veel van de werkelijke resultaten nog niet kunnen worden vastgesteld. Daarom heeft de rekenkamer onderzocht of te verwachten is dat de gemeente de met het ouderenbeleid beoogde resultaten op de lange termijn daadwerkelijk zal bereiken. Daarnaast heeft zij beoordeeld of de ambities van het ouderenbeleid aansluiten bij de wensen en behoeften van ouderen en of te verwachten is dat de maatregelen verschillende groepen ouderen zullen bereiken, zoals laaggeletterde ouderen, ouderen met een lage sociaaleconomische positie en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. maatregelen bevatten onrealistische verwachtingen Uit het rekenkameronderzoek blijkt dat niet te verwachten is dat de gemeente met het ouderenbeleid haar ambities op lange termijn zal realiseren. Een eerste reden waarom de ambities volgens de rekenkamer niet zullen worden gerealiseerd is dat meerdere maatregelen onrealistische verwachtingen bevatten. Zo verwacht de gemeente dat ouderen na hun pensionering hun talenten in willen zetten voor de Rotterdamse samenleving, maar veel ouderen willen of kunnen dat helemaal niet. De gemeente heeft zich vooraf te weinig verdiept in de problemen en behoeften van ouderen. Hierdoor neemt de gemeente maatregelen die aanbodgericht zijn, dus waarvan niet duidelijk is in hoeverre ouderen er behoefte aan hebben, zoals het gebruik van e-healthtoepasssingen. Bovendien laat de gemeente het na om bepaalde maatregelen te nemen waaraan bij ouderen juist wél behoefte bestaat, zoals een vast aanspreekpunt om ouderen te ondersteunen bij het aanvragen van zorg en ondersteuning. Verder kunnen veel maatregelen nauwelijks bijdragen aan de ambities doordat zij niet stadsbreed worden uitgevoerd. Zo heeft de gemeente slechts in drie van de veertien Rotterdamse gebieden concrete plannen om ‘thuisplusflats’ te realiseren. Daarnaast bevat het programma veel tijdelijke projecten. gemeente houdt onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen Ten tweede houdt de gemeente onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen. Zo sluiten veel maatregelen niet aan bij de wensen en problemen van (potentieel) kwetsbare ouderen, zoals ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit geldt bijvoorbeeld voor de huisbezoeken aan ouderen vanaf 75 jaar die bedoeld zijn om eenzaamheid te signaleren en verminderen. Welzijnsorganisaties die de huisbezoeken uitvoeren moeten een voorgeschreven vragenlijst afnemen, maar de lange en gesloten vragenlijst belemmert het voeren van een goed gesprek. Bovendien bereiken de huisbezoeken slechts 14% van de ouderen vanaf 75 jaar en worden juist de eenzaamste ouderen (vaak ouderen met een migratieachtergrond) niet goed bereikt. gemeente voert onvoldoende regie over samenwerking met andere organisaties Ten derde voert de gemeente onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die bij de uitvoering van het ouderenbeleid betrokken zijn. Zo heeft de gemeente weliswaar met woningcorporaties afgesproken hoeveel woningen er tot en met 2030 gerealiseerd moeten worden, maar heeft zij niet vastgelegd hoeveel van deze woningen voor ouderen bestemd zijn. Ook de afspraken met woningcorporaties over het realiseren van zogenoemde ‘tussenvoorzieningen’ om het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis te dichten, zijn te weinig concreet. Verder voert de gemeente te weinig regie op  de verbetering van samenwerking in de Rotterdamse wijken tussen medische organisaties (zoals huisartsen) en organisaties in het sociaal domein, zoals Vraagwijzer en welzijnsorganisaties. gemeente leert onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen Ten vierde leert de gemeente onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen. De gemeente heeft bijvoorbeeld vanaf 2003 meerdere keren tevergeefs geprobeerd om zogenoemde ‘woonzorgzones’ of ‘woonservicegebieden’ te creëren. Dit is een centrale plek in de wijk waar naast wonen ook ontmoeting, activiteiten, maaltijdvoorziening, zorg en ondersteuning plaatsvinden. Zij heeft zich echter niet verdiept in de vraag waardoor dit tot nu toe niet is gelukt en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden voor de aanpak van de ouderenhubs, een concept dat hiermee vergelijkbaar is. reactie college Het college deelt de conclusies van de rekenkamer maar ten dele. De aanbeveling van de rekenkamer om meer onderzoek te doen vanuit de leefwereld van de ouderen zelf, waaronder ouderen met een migratieachtergrond, neemt het college niet over. Meer weten over dit onderzoek? Download dan ons rapport hiernaast. media nporadio1.nl/fragmenten/jennie 80 blijft ondanks coronacrisis optimistisch ik heb geen tijd voor somberheid binnenlandsbestuur.nl/ouderenbeleid rotterdam gedoemd te mislukken bnnvara.nl/kassa/ouderenbeleid rotterdam sluit onvoldoende aan op behoeften ouderen dagblad010.nl/rekenkamer kraakt ouderenbeleid van rotterdam lc.nl/binnenland/Rekenkamer ouderenbeleid Rotterdam sluit niet aan bij behoeften nrc.nl/rekenkamer kraakt ambitieus ouderenbeleid van college-rotterdam rd.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam sluit niet aan bij behoeften rijnmond.nl/Rekenkamer Rotterdam maakt gehakt van ouderenbeleid Teleurstellend zeelandnet.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam sluit niet aan bij behoeften dagblad010.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam niet realistisch dagblad010.nl/50plus dient 81 strafmoties in over ouderenbeleid wethouder ad.nl/rotterdam/aboutaleb reageert fel op kritiek nog nooit zo hard gewerkt als afgelopen jaar rijnmond.nl/Ondanks felle kritiek gaat Rotterdam door met ouderenbeleid dagblad010.nl/dit is wel het ouderenbeleid van de bonden dagblad010.nl/leefbaar tot zorgwethouder u lijkt op emile ratelband [embed]https://nieuws.nl/algemeen/20210527/rekenkamer-ouderenbeleid-rotterdam-sluit-niet-aan-bij-behoeften/[/embed] Op 8 september 2021 heeft de rekenkamer het rapport toegelicht aan de raadscommissies Zorg, Onderwijs, Cultuur & Sport en Bouwen, Wonen & Woonomgeving. Een opname van de toelichting vindt u hier. De presentatie staat links bij documenten. [embed]https://youtu.be/ka1Du6TrbSY[/embed]        
Lees verder
Onder de radar
Onder de radar
Rekenkamer Rotterdam, 27-05-2021
grotere rol gemeenteraad vereist bij aanpak ondermijnende criminaliteit De gemeente Rotterdam zet stevig in op het aanpakken van ondermijnende criminaliteit. Het is voor de raad echter moeilijk goed zicht te krijgen op wat de gemeente precies doet en of hiermee de georganiseerde criminaliteit daadwerkelijk wordt aangepakt. Dit beperkt de invloed van de gemeenteraad op het beleid. Ook zijn er risico’s in de concentratie van bevoegdheden bij de burgemeester. Dit en meer constateert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport 'Onder de radar'. sterk toegenomen inzet gemeente De gemeente heeft sinds 2014 met bestuurlijke maatregelen en andere gemeentelijke instrumenten stevig ingezet op het aanpakken van criminelen. Dit uitte zich onder meer in 554 gesloten drugspanden in de periode 2014-2020. Daarbij valt op dat de politie vaker een beroep deed op de gemeente. Ook verdubbelde het aantal Bibob-integriteitsonderzoeken en gebruikt de gemeente instrumenten als handhaving op erfpacht en vergunningplicht op panden, branches en gebieden om criminaliteit aan te pakken. containerbegrip waarop de raad beperkt invloed heeft Met de intensivering van de aanpak is ook het begrip ‘ondermijning’ verbreed. Onder de noemer ‘aanpak ondermijning’ vallen inmiddels tal van activiteiten: van reguliere gemeentetaken (als handhaving op bestemmingsplannen en het onderhoud van de openbare ruimte) tot taken die overlappen met de inzet van politie en justitie, bijvoorbeeld gericht tegen drugshandelaren. Tegelijkertijd ontbreekt het aan duidelijke doelen en is informatie over de uitvoering en resultaten versnipperd. Het is hierdoor niet duidelijk waarop de aanpak precies is gericht: op de georganiseerde criminaliteit of op kleinere criminaliteit en verloedering. Een gebrekkig beeld van de inzet bemoeilijkt de controlerende taak van de gemeenteraad. repressieve aanpak met concentratie van bevoegdheden bij de burgemeester De gemeente kiest voor een repressieve aanpak. Binnen de aanpak maakt de gemeente (en in specifieke gevallen de burgemeester) gebruik van instrumenten uit het bestuursrecht. Daarom gelden maatregelen zoals de sluiting van een drugspand niet als straf, maar als ‘herstelmaatregelen’. Dit stelt de gemeente in staat om sneller op te treden dan mogelijk is binnen het strafrecht. De rekenkamer waarschuwt dat binnen deze bestuurlijke aanpak van ondermijning soms onvoldoende aandacht is voor waarborgen die fouten, willekeur en disproportionaliteit voorkomen. In de praktijk is het onderscheid tussen degene die de regels opstelt en uitvoert bovendien niet altijd duidelijk. Bij pandsluitingen heeft de burgemeester niet alleen een dominante stem in de totstandkoming van de regels, maar is hij ook degene die sluitingen oplegt en beslist over de opvolging van adviezen van de Algemene Bezwaarschriftencommissie na ingediende bezwaren. scherpe keuzes over verdere invulling aanpak nodig Volgens de rekenkamer vereist de gegroeide inzet scherpe keuzes over de gemeentelijke rol in de aanpak van ondermijning. De gemeenteraad zou daarin een grotere rol moeten hebben dat vooralsnog het geval is. Daarbij dient onder andere aandacht te zijn voor checks and balances bij de inzet van het bestuursrecht en de breedte van begrip ondermijning. Het college geeft in zijn reactie op het rapport aan de aanbevelingen gedeeltelijk over te nemen, maar lijkt de door de rekenkamer aanbevolen fundamentele discussie over de rol van de gemeente uit de weg te gaan. 15 juli 2021 presentatie rapport 'onder de radar' in de Commissie Veiligheid en Bestuur agendapunt 2.05 - vanaf minuut 40. media vastgoedmarkt.nl/marktontwikkeling rekenkamer rotterdam kraakt aanpak ondermijning binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer bekritiseert ondermijningsaanpak rd.nl/artikel/grotere rol gemeenteraad bij aanpak ondermijning rotterdam nrc.nl/proportionaliteit rekenkamer rotterdam kritisch op woningsluitingen nporadio1.nl/uitzendingen/nos radio 1-journaal dagblad010.nl/ invloed gemeenteraad rotterdam op criminaliteit te gering rijnmond.nl/Rotterdamse gemeenteraad wil ondermijnende criminaliteit keihard aanpakken maar werkt het  
Lees verder
Gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium
Gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 27-05-2021
De gemeente Capelle aan den IJssel heeft de ambitie om het bestaande bedrijventerrein Rivium, gelegen aan de westzijde van Capelle aan den IJssel, aan de A16 en de Nieuwe Maas op de grens met Rotterdam te transformeren tot een grootschalig nieuw geïntegreerd woonwerkgebied met circa 5.000 woningen. De gemeenteraad heeft eind september 2020 het Gebiedspaspoort 2.0 Rivium (GP2.0) voor deze gebiedsontwikkeling vastgesteld. De rekenkamer heeft in het onderzoek onderzocht of het project- en risicomanagement in opzet toereikend zijn om de gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium binnen de gestelde kaders uit te kunnen voeren en of de raad voldoende in staat wordt gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen. ondanks intenties tot het maken van afspraken over kostenverdeling tussen gemeente en private partijen nog geen Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Ondanks intensieve onderhandelingen en tussen partijen overeengekomen intenties daartoe, zijn de gemeente en de betrokken private marktpartijen nog niet tot overeenstemming gekomen over bindende financieel juridische afspraken. De samenwerkingsovereenkomst (SOK), die voor eind 2020 was beoogd, is nog onderwerp van onderhandeling. Dit heeft gevolgen voor de planning, doorlooptijd en door- en oplopende projectkosten. De gemeente ontkent dat zij enig financieel risico loopt, zolang er geen SOK is ondertekend, maar beaamt dat dit wel als gevolg kan hebben dat de gewenste belangrijk geachte gebiedsontwikkeling niet doorgaat. De gemeente Capelle aan den IJssel hanteert bij de gebiedsontwikkeling het strikte uitgangspunt dat het project volledig voor rekening en risico van de markt wordt uitgevoerd. Dit is naar het oordeel van de rekenkamer niet zonder meer een realistisch uitgangspunt, gelet op ervaringen met soortgelijke grootschalige gebiedsontwikkelingen elders in het land. Mede door deze lage risicobereidheid die de gemeente hanteert is er nog geen overeenstemming over de financieel juridische kaders. Hierdoor loopt de gemeente het risico dat de gebiedsontwikkeling vertraagt of mogelijk niet van de grond komt. governance in opzet in orde en risicomanagement op onderdelen onvoldoende uitgewerkt De interne governance (d.w.z. overlegstructuren en afspraken binnen de gemeente) van het project het Nieuwe Rivium is vanaf medio 2019 gedegen ingericht. Een integraal projectplan vanaf de aanvang van het project ontbreekt, waardoor de samenhang tussen de gestelde doelen, de daarbij geldende risico’s en planning, het benodigde budget, de scope van het project en de gewenste kwaliteit niet duidelijk is. Ook ontbreekt een heldere periodieke project voortgangsrapportage. De gemeente is hiermee inmiddels aan de slag gegaan. In opzet is het risicomanagement voor het project redelijk tot goed ingericht, maar enkele onderdelen zijn nog in onvoldoende mate uitgewerkt. raad wordt sinds vaststelling GP2.0 minder goed geïnformeerd over voortgang van project De gemeenteraad is tot de vaststelling van het GP2.0 (eind september 2020) in voldoende mate door het college over het project geïnformeerd. Sinds de vaststelling is de raad echter minder frequent en minder goed geïnformeerd over de voortgang van het project, met name over de ontwikkelingen met betrekking tot de formeel juridische afspraken, die een essentieel onderdeel vormen voor de continuïteit van het project.      
Lees verder
Onderzoeksbrief Feyenoord City toetsing risico's en waarborgen
Onderzoeksbrief Feyenoord City toetsing risico's en waarborgen
Rekenkamer Rotterdam, 20-05-2021
Sinds het najaar van 2019 doet de rekenkamer onderzoek naar de financiële betrokkenheid van de gemeente bij Feyenoord City. Eerder is in juli 2020 een tussentijdse brief gepubliceerd. In navolging van de aanbeveling van de rekenkamer in deze brief is door de gemeente een publiek kader opgesteld over de noodzaak tot aandeelhouderschap in het nieuwe stadion. Naar het oordeel van de rekenkamer blijft het publiek belang van aandeelhouderschap echter onvoldoende onderbouwd. In opdracht van de Commissie tot Onderzoek van de Rekening is onderzoek uitgevoerd om te toetsen of aan gestelde voorwaarden in de Position Paper is voldaan. Uit de toetsing is op te maken dat over substantiële voorwaarden geen uitspraak wordt gedaan. De bereidheid van betrokken financiers is niet getoetst en het ontbreekt aan duidelijkheid over de financieringsstructuur en het risicoprofiel van de business case. Ook zijn er onzekerheden over de bouwkosten en de risico’s voor de gemeente bij de erfpachtconstructie voor de landaanwinning. Alles overziend en gelet op het uitgangspunt dat aan alle voorwaarden van de Position Paper moet zijn voldaan, vindt de rekenkamer dat het nemen van een definitief besluit nu niet goed mogelijk is. Indien de raad toch besluit tot deelname in het stadion dan beveelt de rekenkamer aan heldere normen te formuleren voor het toetsen van opschortende voorwaarden. Ook dient op onafhankelijke wijze te worden bewaakt dat andere nog uit te voeren acties daadwerkelijk plaatsvinden. Ook is helderheid nodig over de precieze invulling van de landaanwinning en de financiële risico’s die de gemeente daarbij loopt. media ad.nl/rekenkamer tal van onzekerheden maken investeren in feyenoord city onverantwoord binnenlandsbestuur.nl/onvoldoende onderbouwing deelname feyenoord city dagblad010.nl/rekenkamer blijft bij advies nee te veel onduidelijk fr12.nl/rekenkamer rotterdam te veel onduidelijk voor besluit stadion feyenoord fr-fans.nl/rekenkamer rotterdam kritisch over haalbaarheidsstudie feyenoord city nos.nl/rekenkamer te veel onduidelijk voor gemeentelijk besluit over stadion feyenoord nrc.nl/nog geen ja tegen feyenoord city nrc.nl/rekenkamer rotterdam besluit over feyenoord city nu onverantwoord rijnmond.nl/Rekenkamer te vroeg voor definitief besluit gemeente over deelname Feyenoord City rijnmond.nl/Dit is waarom de Rekenkamer vindt dat de gemeente geen besluit kan nemen over Feyenoord City rijnmond.nl/Groot deel Rotterdamse gemeenteraad worstelt met besluit deelname Feyenoord City vastgoedmarkt.nl/bijzonder vastgoed/rotterdamse rekenkamer raadt instemming met feyenoord city af [embed]https://www.voetbalrotterdam.nl/2021/05/rekenkamer-rotterdam-teveel-onduidelijk-voor-besluit-nieuws-stadion/[/embed]  
Lees verder
Onderzoeksopzet woonvisie Albrandswaard
Onderzoeksopzet woonvisie Albrandswaard
Rekenkamer Albrandswaard, 20-04-2021
Nederland kampt al enige jaren met een groeiend tekort aan woningen, in het bijzonder in de Randstad. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken is een bouwproductie van 75.000 woningen per jaar nodig om de woningnood het hoofd te bieden. Ook Albrandswaard heeft te maken met krapte op de woningmarkt. woningbeleid Albrandswaard tot 2025 In december 2016 stemde de gemeenteraad in met de woonvisie 2016-2025. In de woonvisie wordt de behoefte aan wonen gezien als één van de basisbehoeften en daarom is de kwaliteit van wonen in de gemeente Albrandswaard als kernkwaliteit benoemd. In de woonvisie wordt deze kernkwaliteit verder uitgewerkt in zeven visiepunten. In november 2020 heeft de raad een woningmarktprogramma vastgesteld. Dit programma is een nadere uitwerking van de woonvisie en geactualiseerd met elementen uit het huidige coalitieakkoord 2018-2022. Met het programma wordt beoogd ‘nieuw te bouwen woningen zo veel mogelijk ten goede te laten komen aan de eigen inwoners’ van Albrandswaard. Er wordt onder meer gestreefd naar de realisatie van ongeveer 75 woningen per jaar met daarbij de volgende verdeling over de doelgroepen: starters (1/3); ouderen (1/3) en gezinnen (1/3). Tegelijkertijd wordt bij de verdeling van de woningen ingezet op een derde deel in de sociale sector (huur) en twee derde deel in de vrije sector (huur en koop). Ook in regionaal verband zijn afspraken gemaakt over de omvang van de sociale woningenvoorraad binnen de regio Rotterdam. De provincie Zuid-Holland heeft het Albrandswaardse bod van sociale woningbouw niet geaccepteerd en heeft in het najaar van 2020 op basis van artikel 4.2, lid 1 Wro (Wet ruimtelijke ordening) de gemeente een proactieve aanwijzing gegeven voor het maken van een bestemmingsplan voor het gebied De Omloop in Rhoon. De verdere onderhandelingen met de provincie over het bod voor sociale woningbouw zijn nog gaande. onderzoek naar aansluiting woonvraag en -aanbod De rekenkamer gaat onderzoeken in welke mate het woonbeleid van de gemeente Albrandswaard de afstemming van vraag en aanbod op de woningmarkt verbetert. Ook kijkt de rekenkamer in hoeverre de inzet van gemeentelijke instrumenten en de afspraken met partners binnen het woonbeleid hieraan hebben bijgedragen. onderzoeksmethoden Om het onderzoek uit te voeren zal de rekenkamer in de eerste plaats betrokken partijen interviewen. Daarnaast kijkt de rekenkamer naar beleidsstukken, naar bestaande onderzoeken en naar monitoringsrapportages over de uitvoering van het beleid. Ook voert de rekenkamer zelf data-analyse uit op CBS-bestanden, waaronder zogeheten CBS-microdatabestanden.
Lees verder
Gekleurde technologie
Gekleurde technologie
Rekenkamer Rotterdam, 13-04-2021
De gemeente Rotterdam maakt ter ondersteuning van haar besluitvorming gebruik van algoritmes. Hoewel er binnen de gemeente aandacht bestaat voor het ethisch gebruik van algoritmes, is het besef van de noodzaak hiervan nog niet heel wijdverbreid. Dit kan leiden tot weinig transparantie van algoritmes en vooringenomen uitkomsten, zoals bij een algoritme gericht op de bestrijding van uitkeringsfraude. te weinig overzicht algoritmes in organisatie De gemeente gebruikt ter ondersteuning van haar besluitvorming algoritmes. Algoritmes kunnen worden toegepast om besluitvorming sneller, doelmatiger en effectiever te laten plaatsvinden. Het gebruik van algoritmes brengt ook verschillende ethische risico’s met zich mee, bijvoorbeeld op het vlak van transparantie, verantwoordelijkheid en eerlijkheid. De gemeente heeft in het gemeentelijke programma Datagedreven Werken terechte aandacht voor de noodzakelijke borging van de kwaliteit en ethiek van algoritmes. In dit programma is de gemeente bezig met het ontwikkelen van de juiste instrumenten. Het ontbreekt op dit moment echter nog aan een volledig overzicht van het gebruik en de aard van algoritmes (een algoritmeregister), waardoor ook niet duidelijk is welke maatregelen genomen zouden moeten worden om de ethische risico’s te beheersen. verantwoordelijkheid ethische principes onvoldoende belegd Verder ontbreekt een centrale regisseur en integraal eindverantwoordelijke voor algoritmes. Er vindt onvoldoende afstemming plaats tussen bijvoorbeeld ontwikkelaars en gebruikers van algoritmes, met het risico dat de ethische principes van algoritmes worden verwaarloosd. Binnen het gehele concern bestaan nog te weinig instrumenten om de transparantie en eerlijkheid van algoritmes te waarborgen. Ook zijn er geen richtlijnen voor de evaluatie van algoritmes. Of een algoritme daadwerkelijk beter presteert dan ‘oudere en meer traditionele’ werkwijzen, wordt niet geëvalueerd. gebruik algoritme kan leiden tot vooringenomen uitkomsten Een voorbeeld van een algoritme dat de gemeente Rotterdam gebruikt, is het project ‘analytics uitkeringsfraude’. Dit algoritme brengt mogelijk onrechtmatige uitkeringen in kaart, op basis waarvan uitkeringsgerechtigden voor een heronderzoek kunnen worden uitgenodigd. De verantwoordelijkheid voor dit algoritme is niet goed georganiseerd, waardoor er onder meer te weinig aandacht is voor de transparantie en de eerlijkheid van het algoritme. Zo is niet navolgbaar welke keuzes rondom ethische vraagstukken zijn gemaakt en is het voor de betrokken burger onmogelijk goed zicht te krijgen hoe het algoritme een rol speelt bij de uitnodiging voor een heronderzoek. Daarnaast is er een kans dat het algoritme, bijvoorbeeld door het gebruik van een zogeheten proxyvariabele laaggeletterdheid, tot vooringenomen uitkomsten leidt. Hiertegen zijn onvoldoende maatregelen genomen. reactie college De rekenkamer heeft aan het college van B en W zes aanbevelingen gedaan om de verantwoordelijkheid, transparantie en eerlijkheid van bestaande en toekomstige algoritmes te waarborgen. Het college heeft al deze aanbevelingen overgenomen. toelichting in de raad Toelichting op het rekenkamerrapport 'gekleurde technologie - verkenning ethisch gebruik algoritmes' voor de raadscommissie Majeure Projecten, Organisatie en Financien op 16 september 2021:
media volkskrant.nl/algoritmes gemeente rotterdam kunnen leiden tot vooringenomen uitkomsten nos.nl/rekenkamer rotterdam risico op vooringenomen uitkomsten door gebruik algoritmes fd.nl/kun je niet goed lezen of schrijven dan ben je mogelijk een uitkeringsfraudeur binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer ethische risico-s in rotterdamse algortimes agconnect.nl/weinig ethisch besef rond algoritmes rotterdam rijnmond.nl/Rekenkamer Rotterdam Risico op vooringenomen uitkomsten bij gebruik algoritme voor opsporing uitkeringsfraude door gemeente nrc.nl/rekenkamer rotterdam gebruik algoritmes leidde mogelijk tot vooringenomenheid vpngids.nl/groenlinks kritisch over inzet algoritmes voor opsporen uitkeringsfraude nrc.nl/burger kan beter beschermd tegen computer says no dagblad010.nl/kritiek rekenkamer rotterdam op algoritmes uitkeringsfraude agconnect.nl/bzk grijpt in om bias overheidsalgoritmen te vermijden rijksoverheid.nl/beantwoording kamervragen over bericht dat algoritmen kunnen leiden tot mogelijke vooringenomenheid nrc.nl/gebruik algoritme ethisch of niet
Lees verder
Gefundeerd bouwen
Gefundeerd bouwen
Rekenkamer Rotterdam, 25-02-2021
gefundeerd bouwen De gemeente Rotterdam heeft de werkwijze en organisatie omtrent onderwijshuisvesting ingrijpend veranderd en verbeterd, mede naar aanleiding van de lessen uit het evaluatierapport naar het ‘Open Venster’. Door de getroffen maatregelen kan het college zijn zorgplicht voor onderwijshuisvesting nu beter invullen. Maar de gemeente heeft nog niet veel van de voorgenomen bouwprojecten gerealiseerd. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘Gefundeerd bouwen. Een onderzoek naar nieuwbouw en renovatie van scholen’. aanleiding onderzoek Dat het bouwen van een school een groot project kan zijn met vele risico’s met grote financiële gevolgen wordt geïllustreerd door het nieuwbouwproject het ‘Open Venster’. In dit nieuwbouwproject heeft de gemeente besloten om de bouwwerkzaamheden te staken door gebreken in het ontwerp. Het evaluatierapport hiervan is in mei 2018 verschenen en benoemde tekortkomingen in de werkwijze van de gemeente. Met dit onderzoek is de rekenkamer aan de hand van een zestal casussen nagegaan of de gemeente (inmiddels) na de ervaringen met het ‘Open Venster’ in staat is om de huisvestingsprojecten tot een goed einde te brengen. werkwijze en organisatie verbeterd, maar gemeentelijk toezicht was onvoldoende Uit de onderzochte casussen blijkt dat de werkwijze en organisatie omtrent onderwijshuisvesting ingrijpend veranderd en verbeterd zijn. Hiermee heeft het college lerend vermogen getoond. Sinds de genomen maatregelen is de projectbeheersing vanuit de gemeente grotendeels op orde, op het onderdeel risicomanagement na. In het geval van de renovatie van het Avicenna college is de gemeente destijds ernstig tekortgeschoten in haar toezichthoudende rol, omdat zij zich slechts beperkte tot een accountantsverklaring die geen inzicht bood in de wijze waarop het toegekende bedrag van € 12,7 mln. aan publieke onderwijsmiddelen precies is besteed. Daarnaast heeft het schoolbestuur het projectmanagement onrechtmatig aanbesteed. bouwtempo nog laag In het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2015-2019 is er in totaal ruim € 516 mln. aan krediet beschikbaar gesteld voor onderwijshuisvesting. Tot en met 2018 is slechts ongeveer € 111 mln. hiervan besteed aan nieuwbouw/renovatie van schoolpanden. Van die € 111 mln. zijn veertien projecten bekostigd, waarvan slechts één project afkomstig is van de top 50 uit het IHP. Dit betekent dat er sprake is van een forse achterstand in de voorgenomen bouwprojecten. Dit blijkt ook uit de onderzochte casussen waarin geen tot weinig voortgang in het bouwtempo zat. informatievoorziening aan de raad niet transparant Ten aanzien van het krediet voor onderwijshuisvesting en de voortgang van de bouw- en renovatieprojecten heeft het college de raad niet altijd volledig geïnformeerd. Zo heeft het college het oorspronkelijke krediet van € 200 mln. meer dan verdubbeld naar € 516 mln. zonder de financiële gevolgen inzichtelijk te maken. Verder heeft het college een vertekend beeld geschetst van de voortgang in april 2020: het rapporteerde namelijk dat er zes panden uit de top 50 gereed zijn, terwijl dit er maar drie zijn. Het is belangrijk dat de raad periodiek op een transparante wijze wordt geïnformeerd over de voortgang van de bouw- en renovatieprojecten, zowel uit het IHP 2015-2019 als reguliere huisvestingsprogramma’s. In zijn reactie geeft het college aan een groot deel van de conclusies niet te onderschrijven en de bijbehorende aanbevelingen ook niet over te nemen. media ad.nl raadsel rond nieuwbouw avicenna college 2,5 miljoen euro aan belastinggeld verdwenen rijnmond.nl Rotterdams college krijgt tik op de vingers over huisvesting van scholen ad.nl rotterdamse raad eist opheldering over verdwenen 2,5 miljoen tijdens verbouwing avicenna college cobouw.nl/rekenkamer scholenbouw rotterdam gaat veel te traag rijnmond.nl/Avicenna College en gemeente vs Rekenkamer is de 2 miljoen nu zoek of niet nl/rekenkamer onduidelijk waar geld nieuwbouw avicenna college aan is besteed. ad.nl/de 2,5 miljoen van avicenna college is niet verdwenen maar waar het aan is besteed blijft een raadsel
Lees verder
Controletoren Rotterdam
Controletoren Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam, 28-01-2021
Lees verder
Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen
Rekenkamer Rotterdam, 28-01-2021
Lees verder
G4-analyse geheimhouding
G4-analyse geheimhouding
Rekenkamer Rotterdam, 25-01-2021
onjuiste omgang geheimhouding doet afbreuk aan openbaarheid bestuur De gemeenteraden van de vier grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht) gaan niet helemaal juist om met geheimhouding. Zo wordt vaak geheimhouding bekrachtigd zonder een inhoudelijk toereikende onderbouwing, wordt de duur van geheimhouding vaak niet vastgesteld, wordt geheimhouding niet tijdig opgeheven en wordt onnodig op te veel informatie geheimhouding opgelegd. Dit doet afbreuk aan de openbaarheid van bestuur en aan transparante politiek-bestuurlijke besluitvorming. Dit blijkt uit een gezamenlijke vergelijkende analyse die de rekenkamers van de G4-gemeenten hebben gemaakt van de praktijk van geheimhouding binnen de raden. De resultaten zijn in een gezamenlijke brief aan de vier gemeenteraden verzonden. verbetersuggesties omtrent geheimhouding naar Tweede Kamer Tweede Kamer ligt momenteel het wetsvoorstel ’Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’. Hierin worden regels rondom geheimhouding gewijzigd, maar deze lossen de geconstateerde tekortkomingen niet op. In een aparte brief aan de Tweede Kamer doen de rekenkamers verschillende voorstellen, zoals een verplichting om opgelegde geheimhouding te heroverwegen, het verplichten van een openbaar register, het creëren van een passende toezichtsvorm en meer ondersteuning aan gemeenteraden in hoe zij met geheimhouding zouden moeten omgaan. raad van Rotterdam, waak voor eigenstandig besluit voor de gemeente Rotterdam geldt dat de gemeenteraad in december 2020 een nieuw beleidskader omtrent geheimhouding heeft vastgesteld. Hiermee worden de geschetste tekortkomingen grotendeels geadresseerd. Wel geeft de Rekenkamer Rotterdam de gemeenteraad in een aparte brief mee er voor te waken dat zij geheimhouding bekrachtigt op basis van een eigenstandig en inhoudelijk goed onderbouwd besluit. media binnenlandsbestuur.nl/geheimhouding gebeurt zelden weloverwogen overheidenopenbaarheid.nl/g4-rekenkamers 25 januari 2021 over geheimhouding op grond van de gemeentewet wet open overheid
Lees verder
Aandeel zonder belang
Aandeel zonder belang
Rekenkamer Rotterdam, 17-12-2020
Voor het beoogde aandeelhouderschap van de gemeente van € 40 mln. in het nieuwe stadion is onvoldoende onderbouwing aanwezig. In de besluitvorming over Feyenoord City stond het maatschappelijk belang van de gebiedsontwikkeling centraal, maar er is geen duidelijke onderbouwing van het publiek belang van aandeelhouderschap in het stadion gegeven. De hiervoor benodigde zelfstandige besluitvorming heeft niet plaatsgevonden en hierdoor zijn geen alternatieven afgewogen. Verder constateert de rekenkamer een risico dat de gemeente door toenemende druk op Feyenoord City meer verantwoordelijkheid op zich neemt dan strikt past bij haar rol en gemaakte afspraken. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in de tussenrapportage ‘Aandeel zonder belang, Onderzoek naar financiële bijdrage gemeente in Feyenoord City’ die vandaag als brief naar de gemeenteraad is verzonden. onvoldoende onderbouwing publiek belang stadion De gemeenteraad heeft in mei 2017 ingestemd met de medewerking aan Feyenoord City. Een van de manieren waarop de gemeente meewerkt is een aandeel van maximaal € 40 mln. in het eigen vermogen van het nieuwe stadion. Voor aandeelhouderschap in een private partij als een stadion geldt dat dit alleen mogelijk is als er een publiek belang is voor de gemeente. De gemeenteraad dient betrokken te zijn bij de besluitvorming over het publiek belang van aandeelhouderschap. Bij Feyenoord City heeft de besluitvorming zich echter geconcentreerd op het de deelname aan de gehele gebiedsontwikkeling. De gemeente heeft niet duidelijk gemaakt wat het publiek belang is dat aandeelhouderschap in het stadion noodzakelijk maakt en of daarvoor alternatieven zijn. risico tè hechte samenwerking Voor de uitvoering van de gebiedsontwikkeling heeft de gemeente met de betrokken private partijen (de Stichting Gebiedsontwikkeling aan de Maas en Stadion Feijenoord) een goede structuur met afspraken, taken en verantwoordelijkheden vastgelegd. Ook de interne projectstructuur binnen de gemeente heeft een logische opzet met voldoende aandacht voor risicobeheersing. Wel constateert de rekenkamer dat de samenwerking dermate hecht is dat het risico ontstaat dat de gemeente meer verantwoordelijkheid op zich neemt dan strikt bij haar publiekrechtelijke en adviesrol past. De recente financiële ondersteuning van de Stichting gebiedsontwikkeling is hier een illustratie van. risico’s in voortgangsrapportages niet duidelijk Om de raad te ondersteunen bij hun oordeel of aan de voorwaarden van de position paper wordt voldaan, vindt een externe toetsing plaats. Hierin wordt ook de onderbouwing van de business case van Stadion Feijenoord getoetst. De insteek van de toetsing biedt in opzet een goede basis voor besluitvorming door de gemeenteraad. De rekenkamer is kritisch over de wijze waarop de risico’s in de halfjaarlijkse voortgangsrapportages aan de raad worden gepresenteerd. De gebruikte methode maakt de daadwerkelijke hoogte van risico’s niet duidelijk en ook zijn de ontwikkelingen van risico’s niet goed te volgen. aanbevelingen rekenkamer De rekenkamer beveelt onder meer aan alsnog helder te definiëren welk publiek belang de gemeente zou moeten dienen met deelname in het stadion en vast te houden aan de vooraf bepaalde wijze van gemeentelijke betrokkenheid bij het project. Ook vindt de rekenkamer garanties voor toegang tot alle informatie voor de externe toets van belang. media binnenlandsbestuur.nl/publiek belang deelname nieuwe kuip niet ad.nl/rotterdam/rekenkamer pittig 40 miljoen euro voor nieuw feyenoordstadion rammelt raad is gedwongen dagblad010.nl/rekenkamer vindt risico in nieuw stadion tricky nos.nl/l/2340103 nrc.nl/feyenoord is per definitie een zeer emotioneel dossier rijnmond.nl/Rekenkamer kritisch op deelname gemeente Rotterdam aan Feyenoord City vi.nl/rekenkamer uit kritiek op feyenoord city dagblad010.nl/algemeen/tunnelvisie bij dit stadion kent geen grenzen dagblad010.nl/algemeen/plan b gebiedsontwikkeling met gerenoveerde fd.nl/economie politiek/rekenkamer kritisch over publiek geld voor nieuw feyenoord stadion foxsports.nl/nieuws/rekenkamer rotterdam twijfelt aan publiek belang nieuw stadion feyenoord city nporadio1.nl/gigantische risico-s bij nieuwe voetbaltempel feyenoord rijnmond.nl/Stadion Feijenoord wil ook supporters laten investeren in nieuw stadion binnenlandsbestuur.nl/raadspartijen kritisch over schuiven kosten
Lees verder
Grip op inkoop
Grip op inkoop
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 16-12-2020
aanbestedingen: raad onvolledig geïnformeerd en Wmo-ontvangers niet gehoord Klachten van Wmo-ontvangers die de gemeente niet bereikten. De gemeenteraad die bewust onvolledig werd geïnformeerd over kostenoverschrijdingen rond de bouw van sportcomplex Aquapelle. Het zijn twee voorbeelden van de tekortkomingen die de Rekenkamer Capelle aan den IJssel constateert in het rapport ‘Grip op inkoop’, een onderzoek naar inkoop en aanbestedingen binnen de gemeente. Het college van B en W zegt zich niet te herkennen in de bevindingen en legt alle conclusies naast zich neer. Jaarlijks koopt de gemeente Capelle aan den IJssel voor € 50 tot € 60 mln. in door middel van aanbestedingen. Een aanbesteding is een opdracht die de gemeente gunt aan een marktpartij, zoals de aankoop van softwarepakketten, schoonmaakdiensten of de bouw van publieke voorzieningen. De rekenkamer richtte zich in dit onderzoek op de bouw van sportcomplex Aquapelle, de levering van Wmo-hulpmiddelen, de weerbaarheidstraining ‘Rots en Water’ en het afvalbeheer. informele houding ontnam het zicht op klachten Wmo-ontvangers Veel aanbestedingen binnen de gemeente kenmerken zich door een informele houding ten opzichte van opdrachtnemers. Het toezicht op de opdrachtuitvoering bestaat vaak voornamelijk uit informeel contact en ad-hoc-overleg. Duidelijke afspraken over de wijze waarop de gemeente op de hoogte blijft van de uitvoering van de opdracht ontbreken of worden niet nageleefd. In de contracten ontbreken bovendien werkbare sancties (zoals boetes) waarmee de gemeente verbetering kan afdwingen als de afspraken niet worden nagekomen. Doordat afspraken niet werden nageleefd had de gemeente bijvoorbeeld geen goed beeld van klachten over de levering van Wmo-hulpmiddelen als rolstoelen, woningaanpassingen en scootmobielen. Deze zorgaanbieder werd in april 2020 failliet verklaard. Daaraan vooraf gingen grote problemen met levertijden en de bereikbaarheid van de klantenservice. college hield informatie achter voor de raad Bij de aanbesteding van de bouw van het zwembad Aquapelle blijkt het college bewust informatie over stijgende bouwkosten te hebben achtergehouden voor de gemeenteraad. In juli 2018 kreeg de raad het verzoek in te stemmen met € 3,9 mln. extra bouwbudget. Het college verzweeg toen echter dat de helft van die kostenoverschrijding al in een vroeg stadium bekend was. Hierdoor werd de raad voor een voldongen feit geplaatst. Bezuinigen op het ontwerp was bijvoorbeeld geen optie meer. De rekenkamer vergeleek de aanbesteding van het zwembad ook met de eerdere aanbesteding van de verbouwing van het gemeentehuis. Deze verbouwing werd, na problemen met de aannemer, gestaakt en opnieuw aanbesteed – met als gevolg veel vertraging en hoge kosten. De keuze voor een ongeschikte aannemer blijkt mede te verklaren door de selectiewijze die het college tijdens de aanbesteding hanteerde. De winnende partij werd door middel van een loting geselecteerd. Daaraan ging slechts een minimale schifting vooraf. Zo kon het gebeuren dat de aannemer die aanvankelijk werd uitgeloot, later alsnog werd gecontracteerd om de gestrande verbouwing vlot te trekken. college legt conclusies naast zich neer Het college van B en W geeft aan geen van de conclusies van de rekenkamer te onderschrijven. De aanbevelingen uit het rapport worden daarentegen deels overgenomen. media rijnmond.nl/College Capelle informeerde raad bewust onvolledig over Aquapelle ad.nl/rekenkamer kritisch op capelle raad bewust onvolledig geinformeerd over duurder aquapelle radiocapelle.nl/capelse college herkent zich niet in conclusies rekenkamerrapport aanbestedingen [embed]https://regioonline.nl/regio-rotterdam/capelle-afstand-rekenkamer/[/embed]    
Lees verder
Een dure scheiding
Een dure scheiding
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 08-12-2020
De gemeente Krimpen aan den IJssel wilde met het afvalbeleid in de periode 2016-2020 een afvalscheidingspercentage van 70 realiseren zonder dat de lasten voor inwoners zouden stijgen. De eerste doelstelling is bijna behaald, maar inwoners profiteren niet van de betere afvalscheiding: de lasten voor inwoners zijn omhoog gegaan. De afvalstoffenheffing is bovendien hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel in haar rapport ‘Een dure scheiding’.  afvalscheiding verbeterd In 2015 heeft de gemeenteraad het afvalbeleid voor de periode 2016-2020 vastgesteld. Een belangrijke nieuwe maatregel was ‘omgekeerd inzamelen’, waarbij restafval wordt weggebracht naar een verzamelcontainer en plastic, papier en gft aan huis opgehaald. Met het afvalbeleid wilde de gemeente in de buurt komen van het landelijke doel van 75 procent afvalscheiding. Nadat de maatregelen grotendeels waren uitgevoerd steeg het afvalscheidingspercentage naar 69. Ook werd er minder afval per inwoner ingezameld dan in 2015, maar nog wel veel meer dan de landelijke doelstelling van 400 kilogram per inwoner. lasten voor inwoners omhoog Het was de bedoeling dat het afvalbeleid de inwoners niet meer zou kosten, maar dat is niet gelukt. In 2020 is de afvalstoffenheffing gestegen met 19% en ook in 2021 gaat de afvalstoffenheffing omhoog, onder meer doordat het duurder is geworden om afval te verwerken. Maar ook doordat een financiële reserve opraakte, waaruit de gemeente elk jaar een bedrag haalde om de afvalstoffenheffing laag te houden. gemeente stapt over naar duur afvalbedrijf Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt verder dat de gemeente Krimpen aan den IJssel in vergelijking met andere gemeenten veel betaalt voor de inzameling van afval. Dat komt voor een deel door de hoge tarieven van Cyclus NV, het bedrijf dat sinds 2018 het afval inzamelt. Het college besloot in 2017 om het contract met de vorige inzamelaar, Renewi, te beëindigen, maar daarvoor waren geen goede argumenten. De gemeenteraad is ook niet goed geïnformeerd over de keuze voor het nieuwe afvalbedrijf. betalen per zak Voor het nieuwe afvalbeleid heeft de rekenkamer verschillende aanbevelingen. Allereerst zou de gemeente moeten bedenken welke percentage afvalscheiding realistisch is. Daarvoor zouden ook de bewoners moeten worden geraadpleegd. Om de kosten te verlagen en de landelijke doelstellingen voor afvalscheiding te halen kan de gemeente het beste een tarief per lediging of vuilniszak (DIFTAR) invoeren. Ook zou de gemeente Cyclus NV moeten vragen om de tarieven voor inzameling te verlagen. Verder doet de rekenkamer de aanbeveling om elk jaar een rapportage over het afvalbeleid op te stellen. college neemt meeste aanbevelingen over Het college is het eens met de meeste conclusies en aanbevelingen. Het college zegt niet duidelijk of ze DIFTAR wil invoeren. Volgens het college heeft DIFTAR namelijk ook nadelen. Uit onderzoek blijkt echter dat deze nadelen klein zijn. Verder zegt het college dat het contract met Renewi is beëindigd, omdat verlenging van het contract juridisch niet mogelijk was. Dit is echter niet goed onderbouwd en uitgelegd aan de gemeent media hetkontakt.nl/krimpen zamelt meer afval gescheiden in maar wel tegen hoger tarief
Lees verder
Belofte maakt schuld
Belofte maakt schuld
Rekenkamer Lansingerland, 27-10-2020
gemeente heeft weinig aandacht voor Lansingerlanders met schulden Het is zeer onwaarschijnlijk dat de gemeente Lansingerland genoeg doet om het aantal huishoudens met schulden naar beneden te krijgen. Dat komt vooral omdat maar weinig Lansingerlandse schuldenaren worden bereikt met hulp. Bovendien heeft de gemeente nauwelijks informatie over het aantal inwoners met schulden, over de resultaten en de uitval van de hulptrajecten en over de cliënttevredenheid. Daarom kan ze vervolgens ook niet goed bijsturen als er iets mis gaat. Het onderwerp schuldhulp heeft te weinig bestuurlijke prioriteit gekregen in de gemeente. Dit en meer concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Belofte maakt schuld. Onderzoek naar schulddienstverlening.’ In Lansingerland wonen naar schatting zo’n 1.200 huishoudens met problematische schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor hulp aan deze huishoudens. Zij heeft het technische deel van schuldhulpverlening neergelegd bij een professionele aanbieder. Deze helpt schuldenaren een afbetalingsregeling te treffen en uit te voeren. Daarnaast geven twee vrijwilligersorganisaties en een welzijnsorganisatie schuldenaren hulp bij schulden. Dat is hulp bij het ordenen van de administratie en coaching naar gezond financieel gedrag. De laatste jaren meldden volgens de beschikbare cijfers steeds slechts zo’n 180 Lansingerlandse huishoudens zich aan voor schuldhulpverlening en / of hulp bij schulden. Dat betekent dat slechts 15% van de doelgroep hulp kreeg. Dit is, ook vergeleken met resultaten in andere gemeenten in de regio, heel erg weinig. De gemeente heeft bovendien nauwelijks zicht op hoeveel mensen aan het begin of tijdens het trajecten uitvallen of waarom dat gebeurt. Ook is er te weinig hulp is voor schuldenaren met ‘zware’ problematiek: mensen ernstige andere problemen of met heel acute schuldproblemen zoals dreigende huisuitzetting. Verder heeft de gemeente verschillende in haar beleidsplannen voorgenomen maatregelen niet of nauwelijks uitgevoerd, zoals het verbeteren van de afstemming tussen de uitvoerders, het bekender maken van schuldhulp onder de inwoners en het uitbreiden van het vroeg-signaleringssysteem voor schulden. Bovendien weet de gemeente weinig over hoe inwoners de hulp van al deze organisaties ervaren. Ten slotte werken de beleids-adviseurs schuldhulpverlening met een zeer incompleet dossier. Alles bij elkaar toont het college dat het thema schuldhulpverlening weinig bestuurlijke prioriteit heeft. De rekenkamer beveelt het college onder meer aan het bereik van de schulddienstverlening sterk te vergroten. Het college neemt alle aanbevelingen over, waarvan één gedeeltelijk en de rest geheel. media [embed]https://www.herautonline.nl/schuldhulpverlening-in-lansingerland-1/[/embed]   [embed]https://www.herautonline.nl/schuldhulpverlening-in-lansingerland-2/[/embed] [embed]https://www.herautonline.nl/schuldhulpverlening-in-lansingerland-3/[/embed] [embed]https://www.herautonline.nl/schuldhulpverlening-in-lansingerland-4-slot/[/embed]
Lees verder
Burgers op de bres
Burgers op de bres
Rekenkamer Rotterdam, 13-10-2020
In Rotterdam zetten relatief veel burgers een initiatief op om zelf de stad te verbeteren. De gemeente geeft hen daarbij vaak financiële en praktische ondersteuning. Deze steun is echter bijna altijd kleiner dan de initiatieven nodig hebben om hun plan helemaal uit te voeren. Ook lopen initiatieven tegen belemmeringen in de ondersteuning aan. De gemeente werkt vooral actief mee als de plannen precies overeenkomen met plannen of taken die de gemeente zelf (al) had. Ze kijkt bovendien nauwelijks naar wat de initiatieven voor de stad opleveren. Dit en meer blijkt uit onderzoek van de rekenkamer. De laatste jaren heeft de overheid - en zeker ook de gemeente Rotterdam - meer aandacht voor burgerinitiatief. Maar hoe gaat dat in de praktijk: het ondersteunen van Rotterdammers die een plan willen uitvoeren in het publieke domein? De rekenkamer onderzocht dit aan de hand van tien case-studies: vijf burgerinitiatieven rondom zorg en hulp voor andere Rotterdammers en vijf burgerinitiatieven die gaan over de buitenruimte en het wonen. initiatieven willen meer Rotterdammers helpen dan met gemeentelijke steun mogelijk is Uit het onderzoek bleek dat als initiatieven ondersteuning vragen bij de gemeente, ze die bijna altijd ook krijgen. De hulp is wel kleiner dan ze vroegen. Alle onderzochte initiatieven in welzijn en zorg konden hierdoor minder Rotterdammers helpen dan ze zouden willen. Veel van de initiatieven voor de gebouwde stad kwamen niet verder omdat de gemeente haar beleid er niet voor wilde wijzigen. ambtenaren en bestuur denken niet actief genoeg mee Ook ervaren de initiatiefnemers belemmeringen in de ondersteuning. Zo vinden ze vaak dat de beleidsambtenaren niet zo betrokken zijn of niet echt actief meedenken. Zorg- en welzijnsinitiatieven, die vooral hulp in de vorm van subsidies nodig hebben, merken bijvoorbeeld dat de ambtenaren hun aanvragen alleen vanaf papier beoordelen. Bij een afwijzing adviseert de ambtenaar niet waar een initiatief het verder zou kunnen proberen. Ook hebben deze initiatieven soms problemen met (tijdige) vergunningverlening en kan de subsidieaanvraagprocedure heel ingewikkeld zijn. De initiatieven gericht op de gebouwde stad hebben alle vijf veel overleg met de gemeente. Ze vinden echter dat het overleg traag gaat. Ook willen ze bijna allemaal samen met de gemeente kennis ontwikkelen over de gebouwde stad. De gemeente wil dit echter vooral zelf doen. Niet alleen uit de case-studies, maar ook uit enquêtedata komt het beeld naar voren dat de ondersteuning beter kan: slechts de helft van de Rotterdamse initiatiefnemers vindt dat de gemeente openstaat voor zijn of haar wensen, opvattingen, ideeën of initiatieven. nauwelijks interesse in de opbrengsten van burgerinitiatieven Voor heel weinig samenwerkingen met burgerinitiatieven weet de gemeente hoe het ermee gaat. Van nog minder initiatieven weet de gemeente wat deze voor de stad opleveren, oftewel wat hun ‘publieke waarde’ is. Op die manier ziet de gemeente burgerinitiatieven vooral als doel op zich en is ze er niet mee bezig welke succesvolle initiatieven meer steun verdienen. Het zou binnen de gemeentelijke subsidiekaders ook moeilijk zijn langdurige steun aan groeiende, succesvolle initiatieven te geven. Volgens de kaders moet hulp namelijk vooral eenmalig zijn. aanbevelingen Een van de aanbevelingen van de rekenkamer is dat de gemeente een centraal loket moet openen waar een vaste contactambtenaar initiatiefnemers persoonlijk begeleidt. Deze ambtenaar helpt dan met het vinden van de juiste hulp en subsidies en zorgt voor een gestroomlijnde samenwerking aan de kant van de gemeente. Ook moet de gemeente voor alle ondersteunde initiatieven in kaart brengen hoe de samenwerking verloopt en wat de opbrengsten van het initiatief voor de stad zijn. Verder adviseert de rekenkamer om subsidiekaders aan te passen zodat succesvolle initiatieven langdurige hulp kunnen krijgen. Het college heeft geen van de aanbevelingen afgewezen. De rekenkamer gaat er daarom vanuit dat alle aanbevelingen worden overgenomen. Meer weten over dit onderzoek? Download dan ons rapport hiernaast. media binnenlandsbestuur.nl/bestuur en organisatie/burgerinitiatieven verdwalen in gemeentelijk openrotterdam.nl/bied rotterdamse initiatiefnemers aanspreekpunt aan nrc.nl/je mag wel meepraten maar niet meedoen gebiedsontwikkeling.nu/ver ge meen schap pe lijk en of hoe maatschappelijk vastgoed de plek krijgt die het verdient [embed]http://stadmakerscongres.nl/2020/12/laat-stadmakers-binnen-de-lijntjes-kleuren/[/embed]
Lees verder
Openbaar goed
Openbaar goed
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 16-07-2020
De beschikbare middelen voor het beheer van het groen, wegen en openbare verlichting in Capelle aan den IJssel zijn ruimschoots toereikend gebleken om de kwaliteitsambities van de gemeente te behalen. Omdat ze een aanzienlijk deel van de geplande vervangingsprojecten steeds uitstelt, geeft ze zelf fors minder uit dan begroot. Desondanks is de kwaliteit op veel plekken zelfs hoger dan beoogd. De inwoners van Capelle aan den IJssel zijn echter maar gematigd positief over het onderhoud van de gemeente. De gemeente geeft daarnaast fors minder uit aan vervangingsprojecten dan begroot. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Capelle aan den IJssel in het rapport ‘openbaar goed, onderzoek naar groen, wegen en openbare verlichting’ De gemeente heeft voor de zogeheten disciplines groen, wegen en openbare verlichting kwaliteitsambities opgesteld, waar objecten, zoals gras, heesters, wegen en lichtmasten, aan dienen te voldoen. Over het algemeen gelden de kwaliteitsambities basis (B) en sober (C). Middels inspecties en schouwen controleert de gemeente in hoeverre deze kwaliteit wordt behaald. Het beheer van de openbare ruimte vindt sinds 2008 plaats aan de hand van het integraal beheerplan openbare ruimte (IBOR). Zo dienen vervangingen zoveel mogelijk integraal, oftewel gecombineerd, te worden uitgevoerd. Met het beheer van de openbare ruimte is relatief veel geld gemoeid: in het IBOR voor de periode 2016-2020 was voor het beheer van groen, wegen en openbare verlichting in totaal € 57,8 mln. beschikbaar gesteld. technische kwaliteit is boven verwachting, maar burgers zijn minder positief De technische kwaliteit van het groen, de wegen en de openbare verlichting, die de rekenkamer aan de hand van inspecties heeft onderzocht, voldoet grotendeels aan de kwaliteitsambities van de gemeente . Op veel plekken is de kwaliteit zelfs hoger dan beoogd. Wel heeft de gemeente een achterstand in het verwijderen van onkruid en het vervangen van heesters. Ook bij wegen is er een vervangingsachterstand en wordt niet overal de gewenste kwaliteit behaald, zo blijkt uit resultaten van gemeentelijke inspecties en een door de rekenkamer uitgevoerde schouw. Opvallend is dat burgers toch minder positief zijn over het onderhoud aan groen, wegen en openbare verlichting. Dit komt onder andere doordat de gemeente minder goed scoort op onderdelen die voor burgers van belang zijn, zoals het verwijderen van onkruid. gemeente geeft veel minder uit aan vervangingsprojecten dan begroot Ondanks de overwegend goede kwaliteit, geeft de gemeente fors minder uit dan begroot. Aan het onderhoud van de openbare verlichting is de afgelopen jaren fors minder besteed, omdat door het gebruik van energiezuinige lampen minder onderhoud benodigd is. Ook heeft de gemeente doorlopend veel vervangingen uitgesteld, waardoor zij fors minder heeft uitgegeven aan vervangingsprojecten. Dit heeft klaarblijkelijk nog geen invloed gehad op de kwaliteit van de openbare ruimte. De rekenkamer constateert voorts dat de ramingen van de gemeente van onvoldoende kwaliteit zijn: ondanks forse tussentijdse begrotingswijzigingen wijken begrote uitgaven fors af van de werkelijke uitgaven die de gemeente doet. Dit komt deels doordat de gemeente niet bijhoudt na hoeveel jaar onderdelen daadwerkelijk vervangen worden. gemeenteraad wordt te weinig geïnformeerd over projecten en financiën De gemeenteraad is de afgelopen jaren niet op structurele wijze geïnformeerd over het groen, de wegen en openbare verlichting. Zowel de informatievoorziening over het onderhoud en de vervangingsprojecten als over de financiën is tekortgeschoten. Eén van de aanbevelingen van de rekenkamer is dan ook om de gemeenteraad jaarlijks een voortgangsrapportage te sturen over de IBOR-projecten. reactie college Het college geeft in zijn reactie aan deze en de andere aanbevelingen van de rekenkamer goeddeels over te nemen en zal deze tevens een plek geven in het Programma Buitenruimte en het nieuwe integraal beheerplan (IBOR) 2021-2025, die later dit jaar worden vastgesteld. Media ad.nl/rotterdam/rapport wegen lantaarnpalen en groen in capelle zijn dik in orde maar inwoners zijn toch niet tevreden
Lees verder
Zorg om de jeugd
Zorg om de jeugd
Rekenkamer Rotterdam, 10-07-2020
Lees verder
Gemeenteraadsverkiezingen 2014
Gemeenteraadsverkiezingen 2014
Rekenkamer Rotterdam, 10-07-2020
Lees verder
Onderhoud in de steigers
Onderhoud in de steigers
Rekenkamer Rotterdam, 09-07-2020
Lees verder
Ruimte in de verhuur
Ruimte in de verhuur
Rekenkamer Rotterdam, 08-07-2020
Lees verder
Grond voor twijfel
Grond voor twijfel
Rekenkamer Barendrecht, 23-06-2020
De gemeente Barendrecht heeft het besluit om in 2012 deel te nemen aan de gemeenschappelijk regeling (GR) Nieuw Reijerwaard onvoldoende doordacht. Acht jaar later blijkt vooral de rest van de regio te profiteren van het bedrijventerrein, terwijl Barendrecht wél het risico loopt dat zij moet meebetalen aan een negatief resultaat van de gemeenschappelijke regeling. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Barendrecht in haar rapport ‘Grond voor twijfel. Onderzoek naar verdeling kosten en opbrengsten Nieuw Reijerwaard’. Onder andere de provincie Zuid-Holland, de rijksoverheid en bedrijven hebben de aanleg van het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard in gang gezet. Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam dragen echter het financiële risico van de ontwikkeling. Barendrecht wilde dit risico nemen, omdat ze hoopte zo agro-logistieke bedrijven te behouden voor Barendrecht. Er is afgesproken dat alleen deze bedrijven grond mogen kopen in Nieuw Reijerwaard. Maar tot nu toe hebben nog slechts weinig agro-logistieke bedrijven grond gekocht. lange discussie over belastingopbrengsten Het college van Barendrecht wist al voor de oprichting van de GR dat Ridderkerk extra belastingopbrengsten zou ontvangen van bedrijven in Nieuw Reijerwaard. Het college heeft desondanks toen geen afspraken gemaakt over de verdeling van deze opbrengsten. Daardoor ontstond later een lange discussie in het bestuur van de GR over deze verdeling. De afspraken over de verdeling zijn nog steeds niet vastgelegd in een contract. huidige verdeling belastingopbrengsten hoogst haalbare resultaat De discussie in het bestuur duurde lang omdat de relaties tussen de bestuursleden niet goed waren en besluiten niet goed werden voorbereid. Na de gemeenteraadsverkiezingen zijn de relaties tussen bestuurders aanzienlijk verbeterd. Hierdoor kon het bestuur van de GR wél een besluit nemen over de verdeling van de belastingopbrengsten. Die verdeling is voor Barendrecht op dit moment het hoogst haalbare resultaat. vraag naar bedrijventerrein onduidelijk Het is niet duidelijk hoe veel vraag er nu echt is naar een bedrijventerrein voor agro-logistieke bedrijven. Daarom doet de rekenkamer de aanbeveling om een enquête te houden onder ondernemers. Misschien kan een deel van het bedrijventerrein worden opengesteld voor andere bedrijven. college wil bedrijventerrein niet openstellen voor andere bedrijven Het college is het eens met de meeste conclusies en aanbevelingen maar vindt dat het bedrijventerrein meer voordelen heeft dan alleen de extra ruimte voor agro-logistieke bedrijven. Deze voordelen waren echter niet de reden dat dat gemeente deelnam aan de GR. Het college zegt verder niet duidelijk of ze voorstander is van een enquête onder ondernemers, maar wil voorlopig het bedrijventerrein niet openstellen voor andere bedrijven. media dagblad010.nl/Algemeen/rekenkamer onderzoekt kosten nieuw reijerwaard barendrechtnu.nl/barendrecht/rekenkamer gemeente heeft deelname gr nieuw reijerwaard onvoldoende doordacht vooral de rest van de regio profiteert rijnmond.nl//Nieuw-Reijerwaard kost Barendrecht vooral geld
Lees verder
Collegetargets: tussentijdse beoordeling mijlpalen
Collegetargets: tussentijdse beoordeling mijlpalen
Rekenkamer Rotterdam, 17-06-2020
In dit onderzoek heeft de rekenkamer de resultaten van de collegetargets zoals die zijn opgenomen in de jaarstukken 2019 van de gemeente Rotterdam onderzocht aan de hand van normen ten aanzien van controleerbaarheid en juistheid. Tevens heeft de rekenkamer getoetst in hoeverre de mijlpalen voor 2019 zijn gehaald. Daarnaast heeft de rekenkamer beoordeeld of in de jaarstukken en de Eerste herziening 2020 een toelichting op de realisatie en een verwachting over het wel of niet halen van de eindtargets is opgenomen. De beoordeling van de mijlpalen voor 2019 is samengevat in onderstaand figuur: Alle resultaten van dit onderzoek staan in de brief aan de gemeenteraad, die u hiernaast kunt downloaden.
Lees verder
Waarde van publiek
Waarde van publiek
Rekenkamer Rotterdam, 09-06-2020
Het publiek dat gesubsidieerde cultuurinstellingen bezoekt is nog altijd geen goede afspiegeling van de Rotterdamse bevolking, ondanks gemeentelijk beleid om dat te verbeteren. Bij de grootste en meest ondervertegenwoordigde publieksgroepen is nog geen vooruitgang te zien. Dit komt onder andere doordat de gemeente instellingen niet stimuleert in te zetten op de moeilijk bereikbare groepen. Ook constateert de rekenkamer dat relatief veel cultuurinstellingen nog geen concrete acties hebben ondernomen om een ander publiek te bereiken. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘waarde van publiek, onderzoek naar het publieksbereik van cultuurplaninstellingen’. publieksverbreding lukt nog niet goed De gemeente ondersteunt 86 cultuurinstellingen via het zogenoemde cultuurplan. Deze instellingen ontvangen voor een periode van vier jaar (2017-2020) een subsidie van in totaal € 80 mln. per jaar. In het cultuurplan is het bereiken van meer en een ander publiek één van de doelstellingen. De Rotterdamse instellingen hebben via een doelgroepenmodel hun publiek in kaart gebracht. In 2015 waren drie van de acht doelgroepen duidelijk ondervertegenwoordigd. Uit de meest recente cijfers over 2018 blijkt dat de twee grootste groepen nog steeds duidelijk zijn ondervertegenwoordigd onder de bezoekers van cultuurplaninstellingen. Zij worden aangeduid als stedelijke toekomstbouwers (Rotterdammers van 18-50 jaar, met een migratieachtergrond en vaak een laag inkomen) en wijkgerichte vrijetijdsgenieters (Rotterdammers van 45-75 jaar, vaak lager opgeleid en een laag inkomen). gemeente is niet duidelijk over ambitie en laat invulling te veel over aan sector De gemeente heeft instellingen in het cultuurplan gevraagd collectief aan publieksvergroting en -verbreding te werken. Tegelijkertijd blijft onduidelijk wat van instellingen wordt verwacht en wie waarvoor verantwoordelijk is. De enige eisen die de gemeente stelt, gaan over deelname aan publieksonderzoek en het beschrijven van het beleid hierover in het jaarverslag. Hiermee kan de gemeente niet goed bijsturen als de inzet van instellingen achterblijft. Ook leidt dit ertoe dat instellingen niet gestimuleerd worden in te zetten op de moeilijk bereikbare doelgroepen. deel instellingen heeft nog geen concrete actie ondernomen Twee jaar na de start van het cultuurplan had 35% van de instellingen nog geen concrete ambitie geformuleerd voor het vergroten of verbreden van het publieksbereik. Ook hadden relatief veel instellingen nog geen concrete acties ondernomen om meer of een ander publiek te bereiken. De benodigde aanpassing in programmering, marketing of het aangaan van samenwerkingen zijn bij deze instellingen nog niet opgepakt. Maar als dat wel gebeurt, wordt niet per se meer of een breder publiek bereikt. De inspanningen van veel instellingen zijn daarvoor nog te ad hoc en op een te kleine schaal. enkele instellingen slagen wel in het bereiken van ondervertegenwoordigde groepen Er zijn wel instellingen die ondervertegenwoordigde doelgroepen weten te bereiken, waaronder instellingen die in de afgelopen periode voor het eerst subsidie via het cultuurplan ontvingen. Dit zijn echter veelal kleine instellingen. De rekenkamer beveelt daarom onder meer aan meer middelen toe te kennen aan instellingen die er al goed in slagen ondervertegenwoordigde groepen te bereiken en ook nieuwe aanvragers te honoreren die deze potentie hebben. Specifiek vraagt de rekenkamer aandacht voor extra inspanningen voor de groep wijkgerichte vrijetijdsgenieters. Het college onderschrijft de conclusies van de rekenkamer deels en neemt de aanbevelingen over. media binnenlandsbestuur.nl/financien/nieuws/rotterdams cultuurbeleid verbetert bereik
Lees verder
Kwetsbaar en uit beeld
Kwetsbaar en uit beeld
Rekenkamer Lansingerland, 19-05-2020
De gemeente heeft de kwetsbare ouderen in Lansingerland en hun specifieke ondersteuningsbehoeften nog onvoldoende in beeld. De gemeente ondersteunt deze ouderen mogelijk dan ook nog niet genoeg bij het langer thuis wonen. Juist deze kwetsbare ouderen, zonder netwerk, mantelzorger of voldoende mogelijkheden zichzelf te redden lopen extra risico’s in ‘deze tijd van corona’. Ook moet de gemeente meer zicht krijgen op de uiteenlopende woonbehoeften van ouderen zodat ze een toereikend woonaanbod voor hen kan realiseren. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Lansingerland in haar rapport “Kwetsbaar en uit beeld” over het aanbod van voorzieningen om ouderen te ondersteunen bij het langer thuis wonen. belangrijke rol gemeente bij langer thuis wonen Het aantal ouderen, en met name het aantal oude ouderen, groeit de komende jaren fors. De landelijke wet- en regelgeving is er op gericht dat deze ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en verblijf in een verpleeghuis wordt uitgesteld of voorkomen. Dit is nodig om de zorg voor deze groeiende groep betaalbaar te houden. Naar verwachting wonen er in 2040 ruim 5.000 80-plussers in Lansingerland, ten opzichte van 2.400 in 2020. De gemeente heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van deze groep ouderen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Daarnaast heeft de gemeente een rol bij het bieden van passende woningen aan haar inwoners, met name voor de kwetsbaren. De rekenkamer Lansingerland heeft onderzocht in hoeverre de gemeente hiervoor een toereikend woon- en ondersteuningsaanbod realiseert. onvoldoende aanbod passende woningen voor ouderen De gemeente weet al geruime tijd dat de groeiende groep ouderen in Lansingeland behoefte heeft aan passende woonruimte. Vooralsnog heeft ze echter niet voldoende inzicht gekregen in de precieze woonbehoeften van de verschillende groepen ouderen. Omdat ze dit inzicht nodig acht voordat er concrete plannen voor ouderenwoningen bij nieuwbouw worden ontwikkeld is het woonaanbod vooralsnog achtergebleven bij de te verwachten vraag. Ook zijn er niet genoeg passende woningen voor ouderen in de sociale huursector. Dit komt omdat de gemeente niet genoeg stuurt op de woningcorporatie om te zorgen dat die voldoende betaalbare gelijkvloerse woningen voor ouderen realiseert. ondersteuningsaanbod toereikend, wel knelpunten Qua ondersteuningsaanbod doet de gemeente het een stuk beter. De gemeente heeft in het algemeen zicht op welke ondersteuning ouderen nodig hebben om langer thuis te kunnen blijven wonen. Het ondersteuningsaanbod is voldoende verankerd in het sociaal beleid en in de samenwerking met de uitvoerende organisaties, die al van oudsher het welzijnswerk uitvoeren. Hierdoor is er een aanbod aan ondersteuning dat aansluit op de behoeften van ouderen. Denk aan laagdrempelige praktische hulp maar er is ook veel aandacht voor mantelzorg en het welzijn van de ouderen. De rekenkamer ziet wel knelpunten zoals de stijgende kosten van maatwerkvoorzieningen, tekorten aan vrijwilligers en de bereikbaarheid van de activiteiten. meer aandacht nodig voor kwetsbare groepen Ondanks dat het ondersteuningsaanbod voor het grootste deel van de ouderen in Lansingerland voldoende is, zijn er groepen ouderen waarvoor dit aanbod mogelijk tekortschiet. Dit komt omdat de gemeente niet genoeg zicht heeft op deze ouderen en hun specifieke ondersteuningsbehoeften. Dit betreft vooral eenzame ouderen en ouderen met lagere inkomens of een migratieachtergrond. college neemt aanbevelingen grotendeels over Het college onderschrijft de conclusies en aanbevelingen in het rapport grotendeels. Echter, juist op het punt van het ondersteunen van kwetsbare ouderen neemt het college de aanbevelingen van de rekenkamer niet geheel over. Het college geeft aan terughoudend te zijn met het maken van afspraken met de woningcorporatie over specifieke woningen voor ouderen. De rekenkamer benadrukt daarom nogmaals het belang van voldoende betaalbare gelijkvloerse woningen juist voor de vaak kwetsbare doelgroepen van de sociale huursector. Het is de rol van de gemeente om hier op te sturen door afspraken te maken met de corporatie. Het college gaat in zijn reactie niet specifiek in op het door de rekenkamer geconstateerde gebrek aan zicht op de ondersteuningsbehoeften van deze kwetsbare groepen. Juist deze kwetsbare ouderen, zonder netwerk, mantelzorger of mogelijkheden zichzelf te redden lopen extra risico’s in deze tijd van corona als ze onvoldoende in beeld zijn bij de organisaties die hen ondersteuning kunnen bieden. Het college neemt de aanbeveling van de rekenkamer op dit punt wel over en zal in het actieplan Langer Thuis extra aandacht besteden aan de specifieke ondersteuningsbehoeften van de kwetsbare ouderen.
Lees verder
Zorg om Zuid
Zorg om Zuid
Rekenkamer Rotterdam, 05-03-2020
In september 2011 tekenden onder meer de gemeente Rotterdam, het rijk, onderwijs- en zorginstellingen, werkgevers en woningcorporaties het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), met een looptijd tot 2030. Met het programma wordt beoogd de bovengemiddelde achterstanden op delen van Zuid op het gebied van school (zoals slechte onderwijsprestaties), werk (zoals hoge werkloosheid) en wonen (zoals een slecht onderhouden woningvoorraad) het hoofd te bieden. Voor de uitvoering van het programma zijn geen aparte middelen beschikbaar gemaakt. De deelnemende partijen voeren zelf hun deel van het programma uit, maar kunnen daar niet formeel toe gedwongen worden. Een klein programmabureau zorgt voor de coördinatie en bewaakt de samenhang. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste partners, zoals de gemeente Rotterdam, onderwijsinstellingen en woningcorporaties, over het algemeen een grote inzet en betrokkenheid tonen. Het programmabureau vervult daarbij een essentiële rol, die onder meer als “verbindend” en “vasthoudend” wordt getypeerd. Niettemin lopen de resultaten van het programma tot nu toe achter bij de voornemens uit het uitvoeringsprogramma 2012-2014 of is dit onbekend. Ook is het nog tamelijk onzeker of in de nabije toekomst de gewenste resultaten wel in voldoende mate zullen worden geboekt.
Lees verder
Warmte zonder leiding
Warmte zonder leiding
Rekenkamer Rotterdam, 25-02-2020
De gemeente heeft in 2006 het Warmtebedrijf opgericht. Met het Warmtebedrijf wil de gemeente Rotterdam de uitstoot van broeikasgassen beperken en de luchtkwaliteit verbeteren. Sindsdien heeft de gemeente het Warmtebedrijf verschillende keren geholpen. Opgeteld is € 73,5 mln. kapitaal gestort in het Warmtebedrijf. Ook staat de gemeente garant voor de schulden van het Warmtebedrijf. Deze gegevens vormden voor de rekenkamer aanleiding om onderzoek te doen naar de manier waarop het college het Warmtebedrijf aanstuurt. doel Warmtebedrijf op de achtergrond De rekenkamer concludeert op basis van haar onderzoek dat gaandeweg het maatschappelijke belang van het Warmtebedrijf op de achtergrond is geraakt. Zo heeft het college geen concrete doelstellingen opgesteld voor de vermindering van broeikasgas of verbetering van de luchtkwaliteit. Ook ontbreekt een bedrijfsplan en strategiedocument waarin het maatschappelijke belang van het Warmtebedrijf zou moeten zijn vastgelegd. De financiële prestaties staan centraal in de huidige koers van het Warmtebedrijf. Doordat de gemeente allerlei financiële verplichtingen is aangegaan kan ze niet zomaar meer uit het Warmtebedrijf stappen. gemeente neemt grote risico's met Warmtebedrijf In 2017 is een contract gesloten tussen het Warmtebedrijf en Nuon voor levering van warmte in Leiden. De gemeente heeft aangestuurd op dit contract terwijl de financiering van de warmteleiding naar Leiden nog niet geregeld was. Het Warmtebedrijf kent nog andere grote financiële risico’s, zoals vertraging van de aanleg van de warmteleiding en onvoldoende klanten. De gemeente heeft deze risico’s niet goed in beeld gebracht en onvoldoende gedaan om ze te verminderen. Ook is de gemeenteraad niet goed geïnformeerd over de risico’s. gemeente stuurt Warmtebedrijf niet goed aan De manier waarop de gemeente het Warmtebedrijf aanstuurt past niet bij de grote financiële risico’s die gemeente loopt. Taken en verantwoordelijkheden zijn niet goed vastgelegd en de relatie met het Warmtebedrijf is te weinig zakelijk. Bij overleggen tussen de gemeente en het Warmtebedrijf zijn steeds andere deelnemers. Bovendien worden de overleggen niet goed vastgelegd. weinig lerend vermogen De rekenkamer doet op basis van haar onderzoek verschillende aanbevelingen. Bijvoorbeeld dat het Warmtebedrijf zich weer moet richten op uitbreiding van het warmtenet in Rotterdam. Maar eerst moeten de financiële risico’s worden verkleind door afspraken te maken met Nuon. Ook moet de gemeenteraad in het vervolg vooraf worden geïnformeerd over de risico’s van belangrijke contracten die het Warmtebedrijf afsluit. Het college zegt in haar reactie de meeste conclusies over te nemen. Ook neemt het college alle aanbevelingen over. Wel vindt het college, terugkijkend, haar handelen ten opzichte van het Warmtebedrijf onvermijdelijk. Hiermee laat het college weinig lerend vermogen zien. media ad.nl /rotterdam/rapport uitgelekt stadsbestuur rotterdam nam onverantwoorde risicos rondom warmtebedrijf en zette gemeenteraad buitenspel ad.nl/rotterdam/stoppen met hoofdpijndossier warmtebedrijf dat zou honderden miljoenen kosten ad.nl/rotterdam/de vraag is-wie gaat-bloeden voor-het warmtebedrijf debacle binnenlandsbestuur.nl rekenkamer rotterdam kraakt toezicht dagblad010.nl warmtebedrijf voor rotterdam een catastrofe fd.nl rekenkamer rotterdams college neemt onverantwoorde-risico-s-met-warmtebedrijf nos.nl rekenkamer warmtebedrijf rotterdam is financieel debacle nos.nl de eigenlijke bedoeling van het warmtebedrijf is uit het oog verloren nrc.nl rotterdam nam volgens rapport onverantwoorde risicos met warmtebedrijf nu.nl binnenland/rekenkamer rotterdam handelde onverantwoord met warmtebedrijf rijnmond.nl/nieuws/Rotterdam nam grote financiele risicos bij Warmtebedrijf trouw.nl rotterdam flink de mist in met warmtebedrijf volkskrant.nl/rotterdam neemt onverantwoorde risicos met warmtebedrijf ad.nl/rotterdam/nog een rekenkamer rel is te veel voor rotterdam dagblad010.nl sp wil raadsqute over warmtebedrijf fiasco fd.nl meerderheid rotterdamse raad wil enquete over warmtebedrijf rijnmond.nl Raadsleden zagen problemen Warmtebedrijf Rotterdam al aankomen nos.nl rekenkamer warmtebedrijf rotterdam is financieel debacle nrc.nl warmtebedrijf rotterdam zit volledig klem nos.nl rotterdam nam-onverantwoorde risicos-bij project warmtebedrijf ad.nl warmtebedrijf debacle de vraag  is wie gaat bloeden voor het warmtebedrijf debacle www.rijnmond.nl Raadsenquete naar Warmtebedrijf Rotterdam nrc.nl/college rotterdam wil stoppen met warmteleiding naar leiden      
Lees verder
Een opdracht voor de stad
Een opdracht voor de stad
Rekenkamer Rotterdam, 11-02-2020
De gemeente Rotterdam laat kansen liggen om werkzoekenden uit Rotterdam (Zuid) aan werk of een stage te helpen. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Een opdracht voor de stad, onderzoek naar toepassing en resultaten social return’. De gemeente verstrekt via aanbestedingen voor ongeveer € 800 miljoen per jaar aan opdrachten aan bedrijven. Met ‘social return’ verplicht de gemeente opdrachtnemers om stageplekken of werkplekken te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Deze verplichting levert echter maar in de helft van de gevallen werk op voor inwoners van de gemeente Rotterdam. De andere helft van de vacatures wordt ingevuld door werkzoekenden die niet in Rotterdam wonen. Eén op de tien vacatures wordt vervuld door een kandidaat uit Rotterdam-Zuid, terwijl daar juist veel werkzoekenden wonen. social return lang niet altijd toegepast De gemeente wil in nagenoeg al haar aanbestedingen eisen dat opdrachtnemers een deel van de aanneemsom besteden aan een arbeidsplaats of een stage voor een werkzoekende. In de praktijk lukt dit echter bij lange na niet. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de gemeente in minder dan de helft van de inkoopcontracten een social returneis opneemt. Ook haalt de gemeente haar doelstelling niet om 5% van het jaarlijkse inkoopvolume als social returnverplichting aan opdrachtnemers op te leggen en hiervan 85% ook daadwerkelijk te realiseren. Op basis van deze doelstelling zou de gemeente € 34 miljoen aan social return moeten realiseren in 2018, zij realiseerde echter € 25 à 30 miljoen. social return leverde in 2018 2.500 arbeids- en stageplekken op Hoewel de gemeente haar eigen ambities niet waarmaakt, creëert zij via social return toch een aanzienlijke hoeveelheid arbeids- en stageplekken, te weten ruim 2.500 plekken in 2018. Dit zijn er aanzienlijk meer dan de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Den Haag. De hoge realisatie kan onder meer worden verklaard worden door de duidelijke informatie die het Werkgeversservicepunt (WSPR) van de gemeente vooraf geeft aan opdrachtnemers, zo concludeert de rekenkamer. Ook helpt het dat het WSPR gedurende de contractperiode goed controleert of bedrijven de verplichting echt uitvoeren. slechts helft vacatures ingevuld door Rotterdammers In slechts de helft van de gevallen wordt de vacature ingevuld door een Rotterdammer en één op de tien vacatures wordt vervuld door een werkzoekende uit Rotterdam-Zuid, terwijl 40% van de Rotterdamse bijstandsgerechtigden op Zuid woont. De gemeente kan opdrachtnemers overigens niet verplichten om de social returnverplichting in te vullen met werkzoekenden uit Rotterdam. Maar de gemeente kan dit wel stimuleren, bijvoorbeeld door kandidaten uit het eigen bestand van uitkeringsgerechtigde inwoners voor te dragen aan werkgevers. Dit lukt echter in de praktijk vaak niet, zo blijkt uit het onderzoek. Werkgevers geven aan dat zij in veel gevallen geen kandidaten krijgen aangeleverd door de gemeente, en wanneer zij wel kandidaten krijgen aangeleverd, dan zijn zij volgens werkgevers veelal niet geschikt. Werkgevers gaan dan zelf op zoek (al dan niet via uitzendbureaus) en vullen de vacatures mede daardoor ook vaak in met kandidaten die niet in Rotterdam wonen. werkgevers willen dat gemeente kandidaten meer werkfit maakt De rekenkamer constateert dat de gemeente in het nieuwe beleidsplan social return uit 2019 geen actieve rol op zich neemt in het ‘werkfit’ maken van bijstandskandidaten, maar die taak vooral wil overlaten aan de werkgevers. Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers nu juist van de gemeente verwachten dat die de werkzoekenden daarin helpt. De rekenkamer beveelt daarom onder meer aan dat de gemeente zich meer inzet om bijstandscliënten klaar te stomen voor de banen die voortkomen uit de social return. Media rijnmond.nl/Rekenkamer Gemeente kan en moet meer doen om werkloosheid op Zuid aan te pakken binnenlandsbestuur.nl/rotterdammer op zuid profiteert niet van-social.12289344.lynkx hartvannederland.nl/rotterdam moet meer doen voor zijn werkzoekenden/ ad.nl/rotterdam/volop ervaringsplekken voor langdurig werklozen maar niet rotterdammers gaan ermee vandoor gemeente.nu/bedrijfsvoering/aanbestedingen/gemiste kansen voor sociaal aanbesteden/
Lees verder
Ongefundeerd aan de slag
Ongefundeerd aan de slag
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 03-02-2020
de Grote Kruising Door Krimpen aan den IJssel loopt de Algeracorridor, de belangrijkste verbindingsroute tussen de Krimpenerwaard en de regio Rotterdam. Op deze route ligt een druk knooppunt: de grote kruising. Deze kruising is aan het verzakken als gevolg van een verouderde en verzwakte fundering. De gemeente Krimpen aan den IJssel is daarom het infrastructurele project De Grote Kruising gestart: vernieuwen van de fundering van de kruising en verbeteren van de doorstroming van het verkeer. In 2018 zijn de werkzaamheden gestart. De gehele operatie moet in 2022 afgerond zijn. Het project de Grote Kruising vraagt grote investeringen en brengt risico’s met zich mee. De totale investering is begroot op bijna € 33 miljoen. De gemeente gaat er vanuit dat zij de kosten niet in haar eentje voor haar rekening hoeft te nemen; de Algeracorridor is immers van groot belang voor de hele regio. Daarom rekent de gemeente op bijdragen vanuit onder meer de provincie Zuid-Holland. Uitvoeren van een dergelijk ingewikkeld en kostbaar project vraagt om passende besluitvorming en project- en risicomanagement. Uit onderzoek van de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel blijkt dat hier wel wat kanttekeningen bij te zetten zijn. De doelstelling van het onderzoek is om de raad handvaten te bieden bij de besluitvorming over de volgende fase van het project: toekenning van het budget voor de uitvoering van de daadwerkelijke reconstructie van de kruising en de mobiliteitsmaatregelen. haastige spoed De gemeente is, vanwege de haast die volgens haar was geboden met het oog op calamiteiten, begonnen met de uitvoering van het project voordat er een uitgewerkt plan was. Ze heeft hiervoor een deel van het benodigde budget aangevraagd bij de raad. Met dit deelkrediet worden werkzaamheden uitgevoerd die voorsorteren op de rest van het project. De raad heeft hierdoor goedkeuring gegeven aan een project zonder dat helemaal duidelijk was wat precies de inhoud was, hoeveel het moest gaan kosten en hoe het gefinancierd ging worden. Dat de gemeente desondanks begonnen is met werkzaamheden is tegen de eigen regels, die stellen dat pas tot realisatie van een project overgegaan mag worden als de financiering rond is. Als de bijdrage van andere overheden tegenvalt kan het zijn dat projectonderdelen, zoals bepaalde fietsroutes, afvallen of dat het project tot extra kosten voor de gemeente leidt. gebreken in het projectmanagement In het projectmanagement ontbreekt het aan voldoende checks and balances omdat onvoldoende een scheiding is aangebracht tussen de taken en verantwoordelijkheden van bestuurders en van ambtenaren. Dit brengt het risico met zich mee dat degenen die het project uitvoeren te gedetailleerd worden aangestuurd en het beperkt de mogelijkheid om te escaleren. Dit wordt verergerd doordat er nog geen toereikende rapportagestructuur is opgetuigd en documenten zoals financiële raming en planning regelmatig worden aangepast. Voor de financiële aspecten is wel voorzien in onafhankelijke controle. Dit alles belemmert het zicht van de bestuurlijke opdrachtgever op de grote lijnen van het project daardoor ook zijn mogelijkheden om het project goed aan te sturen. risicomanagement onvoldoende gestructureerd en geoperationaliseerd Voor het project is een risicoanalyse uitgevoerd maar dit is niet goed genoeg gedaan. Het is nog onvoldoende concreet en het ontbreekt vooral aan een goede inschatting van de financiële risico’s en de uitwerking van concrete maatregelen om de projectrisico’s zoals uitloop en meerkosten te beheersen. Dit komt door de beperkte inbreng van financiële expertise. Risicomanagement maakt ook onvoldoende deel uit van de aansturing van het project. raad wordt niet genoeg geïnformeerd Het college had toegezegd de raad periodiek te informeren over de voortgang van het project maar heeft dit niet gedaan. De raad heeft er zelf ook onvoldoende op toegezien dat hij geïnformeerd werd door het college. aanbevelingen De raad moet nog een besluit nemen over het grootste deel van het benodigde krediet voor de uitvoering van het project. De rekenkamer beveelt aan dit budget pas toe te kennen als er een compleet projectplan beschikbaar is en als verbetering zijn aangebracht in de governance van het project. Het projectplan moet onder andere een inhoudelijke afbakening van het project bevatten, een weergave van kosten en financiering per projectonderdeel en de manier waarop over het project wordt gerapporteerd. Voor de projectstructuur betreft het vooral een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden, een passende rapportagestructuur en geoperationaliseerd risicomanagement. bestuurlijke reactie en nawoord Het college heeft gereageerd op de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. In zijn reactie heeft het college de aanloop en context van het project voor het voetlicht gebracht. Het college onderschrijft de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer ten aanzien van de besluitvorming en het risicomanagement. Het plaatst wel kanttekeningen bij de conclusies en aanbevelingen over projectmanagent omdat het enkele van de vereisten niet passend acht bij de Krimpense gemeentelijke organisatie. De rekenkamer wijst in dat kader nogmaals op het belang van een goede beheersing van complexe en dure projecten.
Lees verder
Druk op inhuur
Druk op inhuur
Rekenkamer Rotterdam, 13-01-2020
druk op inhuur De uitgaven aan externe inhuur stijgen al jaren in Rotterdam. Bovendien geeft Rotterdam veel meer uit aan externe inhuur dan is begroot. De rekenkamer onderzocht op welke wijze de gemeente externen inhuurt en hoe de overschrijdingen zijn te verklaren. omvang inhuur De gemeente Rotterdam huurt ongeveer 1.600 mensen in ter aanvulling van de vaste formatie (van ruim 11.000 fte). Externe inhuur vindt voor zeer uiteenlopende werkzaamheden plaats. Relatief vaak gaat het om uitvoerende functies. Het grootste deel van de externen (56%) kost minder dan € 50 per uur. Er wordt voornamelijk gebruik gemaakt van uitzend- en detacheringsbureaus. In 2018 was er een totaalbedrag van € 123 mln. gemoeid met inhuur (nog exclusief ± € 10 mln. inhuur die is geboekt als projectenkosten). overschrijdingen begroting Opvallend is dat de gemeente sinds 2014 aanzienlijk meer uitgeeft aan inhuur dan dat in de begroting is opgenomen. In 2018 was het verschil € 74 mln. Dit verschil komt vooral doordat er een onduidelijk beleid ten aanzien van inhuur wordt gevoerd en er weinig aandacht is voor het opstellen van een realistische begroting. Er wordt alleen gelet op de totale kosten voor personeel en niet op inhuurkosten afzonderlijk. Daarnaast is inhuur regelmatig vooraf niet bekend door een te ad-hoc planning van projecten waarvoor inhuur wordt gebruikt. norm voor inhuur Ondanks de overschrijdingen van de begroting besteedt Rotterdam gemiddeld al jaren een kleiner deel van de arbeidskosten aan externe inhuur dan andere gemeenten. Ook blijft de gemeente onder de afgesproken norm voor inhuur (maximaal 15% van de arbeidskosten). De door de raad gewenste verdere verlaging van de norm naar 10% vindt de rekenkamer niet gewenst. De organisatie moet om inhoudelijke redenen flexibel kunnen blijven inspelen op veranderende marktomstandigheden. aanbevelingen De rekenkamer beveelt onder meer aan een beleidskader voor inhuur op te stellen dat duidelijk is over de gewenste mate van flexibiliteit van de organisatie. Verder zijn aanpassingen nodig in de totstandkoming van de begroting van de inhuurkosten. De rekenkamer stelt voor een alternatief te zoeken voor de door de raad gewenste vaste norm van maximaal 10%. Een alternatief daarvoor is een jaarlijks te bepalen norm op basis van de actuele marktomstandigheden. reactie college In zijn reactie geeft het college aan alle conclusies te onderschrijven en alle aanbevelingen over te nemen. media www.rijnmond.nl/nieuws/191695/Rotterdam belooft beter te letten op inhuur tijdelijke krachten www.nrc.nl/gemeente veel meer flexibele inhuur dan begroot ad.nl/rotterdam/conclusie rekenkamer financiele chaos geeft uitzendkrachten onterecht een slechte naam binnenlandsbestuur.nl/rotterdamse raming externe inhuur onrealistisch rijnmond.nl Rekenkamer Rotterdam Gemeente geeft veel meer uit-aan extern personeel dan begroot www.binnenlandsbestuur.nl/ambtenaar en carriere/nieuws/rekenkamer rotterdam veel externe inhuur w- i.12005254.lynkx
Lees verder
Werken onder druk
Werken onder druk
Rekenkamer Rotterdam, 12-12-2019
Oneigenlijke druk gaat over misstanden die plaatsvinden tussen politieke ambtsdragers (collegeleden, raadsleden en leden van gebiedscommissies) en ambtenaren. Het gaat bijvoorbeeld om oneigenlijke druk om regels te overtreden, informatie achter te houden of een voorkeursbehandeling te geven. De rekenkamer heeft onderzocht of Rotterdamse ambtenaren hier ervaring mee hebben, of zij hun ervaringen melden en of zij belemmeringen ondervinden bij het melden. Om dit te onderzoeken is een enquête gehouden waaraan ruim 2.200 ambtenaren (van schaal 10 en hoger) hebben deelgenomen. Ook zijn verdiepende interviews uitgevoerd. oneigenlijke druk door bestuurders en ambtelijke leiding Oneigenlijke druk op ambtenaren komt voor binnen de gemeente Rotterdam, maar is niet wijdverbreid. In de periode van 2010 tot medio 2017 heeft tenminste 7% van de ambtenaren hier vermoedelijk mee te maken gehad. De meest voorkomende situaties gaan over verzoeken om regels te overtreden, informatie achter te houden of te manipuleren of om een voorkeursbehandeling te geven. Bestuurders van voormalige deelgemeenten of leden van gebiedscommissies zijn relatief vaak betrokken. In ruim de helft van de gevallen werd de druk via de ambtelijke leiding uitgevoerd. Ook komt het voor dat, vermoedelijk zonder medeweten van een bestuurder, de druk op initiatief van ambtelijk leidinggevenden is uitgeoefend. melden te vaak onveilig gevonden Ambtenaren die een concrete ervaring met oneigenlijke druk hebben, melden dit geregeld niet. Bij deze groep ambtenaren heerst een gebrek aan vertrouwen in het nut van een melding en leeft het gevoel niet voldoende te worden beschermd. Zij zijn bang voor negatieve gevolgen. ambtenaren kritisch over organisatiecultuur Ambtenaren zijn kritisch zijn over verschillende aspecten van de organisatiecultuur. De mate waarin niet-integer gedrag wordt ontdekt (transparantie), de mate waarin over integriteit gesproken kan worden (bespreekbaarheid) en de mate waarin niet-integer gedrag wordt gestraft (handhaafbaarheid) krijgen een relatief lage beoordeling. Er heerst te weinig een cultuur waarin het geven van tegenspraak door de ambtelijke leiding wordt gewaardeerd. werken aan een open cultuur nodig De rekenkamer beveelt aan een organisatiebreed cultuurprogramma op te stellen gericht op het creëren een open ambtelijke cultuur. Daarin moet aandacht zijn voor de bespreekbaarheid van integriteitsdilemma’s. Bovendien dient gestimuleerd te worden dat dat (ambtelijke) leiding meer open gaat staan voor kritische tegengeluiden van (lagere) ambtenaren. Ook doet de rekenkamer de aanbevelingen om het eenvoudiger te maken buiten de organisatie een melding te doen en om in trainingen meer aandacht te besteden aan dilemma’s bij oneigenlijke bestuurlijke druk. medialinks trouw.nl/college rotterdam veegt kritisch rapport over druk op ambtenaren nonchalant van tafel nos.nl/rekenkamer oneigenlijke druk op rotterdamse ambtenaren binnenlandsbestuur.nl/oneigenlijke druk van top in stadhuis rotterdam nrc.nl/ambtenaren in rdam ervaren intimidatie door bestuur
Lees verder
Stuurkracht op buurtkracht
Stuurkracht op buurtkracht
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-12-2019
In dit onderzoek heeft de rekenkamer Capelle aan den IJssel de aanbesteding van het welzijnswerk onderzocht. Op basis van een Europese aanbestedingsprocedure heeft de gemeente Capelle aan den IJssel een overeenkomst gesloten met het besloten vennootschap Buurtkracht voor de uitvoering van het welzijnswerk voor een periode van vier jaar vanaf 1 januari 2013. Het onderzoek is vooral gericht op de fase van aanbesteding na het afsluiten van het contract. In deze fase moet Buurtkracht uitvoeren wat in het contract is overeengekomen en de gemeente moet de geleverde prestaties bewaken. Uit het onderzoek blijkt dat het college in de overeenkomst met Buurtkracht onvoldoende heeft gewaarborgd dat het aanbod van het welzijnswerk wordt afgestemd op de behoeften en wensen van bewoners van Capelle aan den IJssel. Zo zijn in de overeenkomst nagenoeg geen afspraken vastgelegd over het uitvoeren van klanttevredenheidsonderzoek. Verder concludeert de rekenkamer onder meer dat het college de sturing op het welzijnswerk wil verbeteren, maar in de overeenkomst met Buurtkracht geen geschikt financieel sturingsinstrumentarium heeft opgenomen. In de overeenkomst is namelijk sprake van lumpsumfinanciering en er zijn geen financiële sancties in opgenomen voor het geval prestaties achterblijven bij de gemaakte afspraken. De rekenkamer concludeert verder dat de prestaties van Buurtkracht op onderdelen achterblijven bij de gemaakte afspraken. Door het ontbreken van financiële sturingsinstrumenten kan het college hierop niet altijd gepaste stappen nemen.
Lees verder
Zicht op cultuur
Zicht op cultuur
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 26-11-2019
De gemeente besteedt jaarlijks om en nabij € 3 miljoen aan cultuursubsidie. Dit is een aanzienlijk bedrag dat de gemeente zou moeten aanwenden om haar ambities op het gebied van cultuur te realiseren. De rekenkamer vroeg zich af: ‘Lukt dit?’ De rekenkamer, maar ook de gemeente zelf, kan niet vaststellen in hoeverre het geld goed wordt besteed. Dit komt hoofdzakelijk doordat niet duidelijk is wat de gemeente wil op het gebied van cultuur en wie zij bereikt met haar cultuuraanbod. onvoldoende sturing onvoldoende inzicht Het cultuurbeleid zou een handvat moeten zijn om sturing te geven in het cultuurdomein. De gemeente heeft echter een oud cultuurbeleid waarin geen gerichte keuzes zijn gemaakt; oftewel het is onduidelijk wat de gemeente precies wil. Als gevolg kan ze de instellingen niet aansturen om te doen wat zij wil. Ook kan zij niet controleren of dat wat de instellingen doen, daadwerkelijk is wat zij wil. inzet van de cultuurinstellingen groot Het gebrek aan sturing vanuit de gemeente heeft niet tot gevolg dat de cultuurinstellingen zich niet inzetten voor de cultuur in Capelle aan den IJssel. Buiten de subsidieafspraken om worden veel culturele activiteiten ontplooid die bijdragen aan een cultuurrijk Capelle. gebruiker onbekend Hoewel de cultuurdoelen niet duidelijk zijn spreekt de gemeente in haar beleid, wel meermaals uit dat het cultuuraanbod voor iedereen is en zij ook inwoners met een migratieachtergrond en senioren wil bereiken. Of dit lukt is echter niet vast te stellen, dit wordt namelijk niet bijgehouden. geld goed besteed? Door de onduidelijke doelen en het gebrek aan kennis wie gebruik maakt van het cultuuraanbod is het niet mogelijk om vast te stellen of het geld voor cultuur goed wordt besteed. Om daarover toch enige indicaties te kunnen geven heeft de rekenkamer onder meer een benchmark uitgevoerd voor het Isala theater. De vergelijking maakt duidelijk dat het theater meer voorstellingen en bezoekers trekt dan vergelijkbare theaters. reactie college Het college van B en W onderschrijft bijna alle conclusies en neemt alle aanbevelingen over met uitzondering van de aanbeveling met betrekking tot CAPSLOC.
Lees verder
Afspreken en aanspreken
Afspreken en aanspreken
Rekenkamer Lansingerland, 19-11-2019
In dit onderzoek heeft de Rekenkamer Lansingerland drie overeenkomsten onderzocht die de gemeente in het kader van de decentralisaties in het sociale domein heeft gesloten. Het gaat om overeenkomsten ter uitvoering van nieuwe gemeentelijke taken op grond van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet. Voor de uitvoering van begeleiding Wmo heeft de gemeente een overeenkomst ‘maatwerk begeleiding Wmo’ gesloten met meer dan veertig aanbieders. Voor de uitvoering van nieuwe taken op het grond van de Participatiewet heeft de gemeente een overeenkomst ‘maatwerkvoorziening participatie en beschut werk’ gesloten met twaalf aanbieders. Voor de uitvoering van extramurale zorg voor jeugd met een beperking heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met drie aanbieders. Doel van het onderzoek was om te oordelen of in de drie overeenkomsten is gewaarborgd dat het college van B en W voldoende inzicht heeft in de prestaties die de opdrachtnemers leveren en of het college voldoende kan bewaken dat de opdrachtnemers presteren wat vooraf is afgesproken. Uit het onderzoek blijkt dat in de overeenkomsten geen prestatieafspraken zijn gemaakt met de opdrachtnemers over te bereiken resultaten en dat in geen van de overeenkomsten is gewaarborgd dat de resultaten van de opdrachtnemers worden gemeten. Hierdoor heeft het college geen inzicht in die resultaten en kan het de raad er ook niet over informeren. Het college heeft de raad toegezegd dat in 2016 de monitoring van resultaten in het sociale domein op orde zal zijn. Uit het onderzoek blijkt dat deze toezegging voor twee van de drie onderzochte overeenkomsten niet realistisch is. Verder blijkt uit het onderzoek dat de kwaliteit van de dienstverlening in de drie overeenkomsten onvoldoende is geborgd. Zo zijn geen afspraken gemaakt over het houden van klanttevredenheidsonderzoek en over de kwaliteit van personeel van de opdrachtnemers.
Lees verder
HaalBARe kaart
HaalBARe kaart
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Lees verder
Zicht op afstand
Zicht op afstand
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Lees verder
Zorg voor morgen
Zorg voor morgen
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Lees verder
Participatie of realisatie
Participatie of realisatie
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Lees verder
Samen en nog steeds apart
Samen en nog steeds apart
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Reeds vanaf 2007 werken de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk samen. Bij het begin van de samenwerking zijn zeven doelstellingen geformuleerd op het terrein van strategische beleidsinhoudelijke samenwerking, personeel, dienstverlening en efficiency. In 2012 hebben de gemeenteraden besloten om de samenwerking te intensiveren. Dit leidde tot de oprichting van de gemeenschappelijke regeling ‘BAR-organisatie’ op 1 januari 2014. In het collegeprogramma van Barendrecht voor 2014-2018 is opgenomen dat een onderzoek zal worden uitgevoerd naar de werking van de BAR-organisatie. Het college van Barendrecht heeft op 9 maart 2015 de Rekenkamer Barendrecht verzocht om dit onderzoek uit te voeren. De rekenkamer heeft op 31 maart 2015 laten weten voornemens te zijn dit onderzoek uit te voeren. Op 2 december 2015 heeft de rekenkamer haar onderzoeksrapportage gepubliceerd. In de rapportage concludeert de rekenkamer dat de meeste doelstellingen voor de gemeente Barendrecht geen verbetering laten zien ten opzichte van de situatie voor de fusie, of dat er geen verbetering is te verwachten. Maatregelen om de achterblijvende doelstellingen alsnog te realiseren, zijn afwezig of grijpen onvoldoende in op de belangrijkste oorzaken van achterblijvende resultaten. Een van die oorzaken is de beperkte betrokkenheid van de bestuurders van de gemeenten bij de beleidsmatige samenwerking. Ook staat de wens van de drie gemeenten om zelfstandig te blijven op gespannen voet met de doelstelling om de efficiency te vergroten. Verder concludeert de rekenkamer dat de BAR-organisatie niet expliciet wordt aangestuurd op de realisatie van de doelstellingen. Het college van Barendrecht heeft hier ook niet aantoonbaar aandacht voor gevraagd in het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie. Eerder publiceerden de rekenkamers van Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk het onderzoeksrapport ‘HaalBARe Kaart’ (2012) - een onderzoek naar de effectiviteit van de samenwerking tussen de drie gemeenten. U vindt het rapport 'HaalBARe kaart' hier.
Lees verder
Plan in de vertraging
Plan in de vertraging
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Al sinds 2001 staat in Barendrecht de (her)ontwikkeling van het centrum op de agenda. Vanaf 2006 zijn onder de noemer ‘centrumontwikkeling’ concrete plannen gemaakt voor de bouw van nieuwe woningen, nieuwe winkelruimte en extra parkeerplaatsen. In 2014 is de centrumontwikkeling stopgezet. Van de verschillende plannen die voor de centrumontwikkeling zijn uitgewerkt was na acht jaar geen enkel onderdeel tot realisatie gekomen. De rekenkamer heeft onderzocht waardoor het proces rond de centrumontwikkeling zo traag is verlopen. Daarbij heeft de rekenkamer ook gekeken welke lessen de gemeente uit de centrumontwikkeling heeft getrokken en hoe deze zijn vertaald naar de nieuwe centrumaanpak, die in 2014 van start is gegaan. De vertraging in de planvorming is te wijten aan verschillende factoren. In de eerste periode nam de interactie met belanghebbenden veel tijd in beslag. Vervolgens was de economische crisis aanleiding om de plannen te wijzigen. De raad was altijd nauw betrokken bij de centrumontwikkeling, maar handelde vanaf 2011 niet doortastend, waardoor tijdrovende besluitvormingstrajecten ontstonden rond het invoeren van betaald parkeren en de aanbesteding voor het winkelcentrum. De kosten die in het kader van de centrumontwikkeling zijn gemaakt bedragen minimaal € 3,2 miljoen. De gemeente Barendrecht heeft het verloop de centrumontwikkeling niet geëvalueerd. Wel is in de nieuwe centrumaanpak voor een duidelijke andere koers gekozen.
Lees verder
Riolering uit beeld
Riolering uit beeld
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
weinig aandacht voor riolering in Barendrecht Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor de riolering. De rekenkamer constateert in het rapport dat er vanuit de politiek bestuurlijke kant weinig aandacht is voor riolering. De raad toont weinig betrokkenheid bij de uitvoering van het rioleringsbeleid en tegelijkertijd is de informatievoorziening richting de raad gebrekkig. Het college informeert de raad nauwelijks actief over de voortgang en uitvoering van het rioleringsbeleid en biedt de raad onvoldoende beleidsopties met inhoudelijke uitwerkingen. riolering in Barendrecht relatief goed, maar er zijn kleine achterstanden in beheer en onderhoud De riolering in de gemeente Barendrecht is relatief jong en verkeert daardoor voor het grootste deel in goede staat. De gemeente wil jaarlijks circa 45 km riool reinigen, 22 km riool inspecteren en 24.386 kolken reinigen. Er is echter op onderdelen een achterstand in de uitvoering van het beheer en onderhoud, terwijl de gemeente stelt dat de uitvoering van deze beheeractiviteiten conform planning is. bedrijfsvoering niet op orde Er vindt geen interne controle op en verantwoording over de kosten van beheeractiviteiten plaats. Hierdoor is het, ook voor de gemeente, niet mogelijk om te toetsen of de gemeente haar doelen bereikt en kostenefficiënt handelt. Verder kan het college niet aantonen dat er de juiste keuzes worden gemaakt op het gebied van rioolvernieuwing. Dit komt onder meer doordat er geen streefbeeld is vastgelegd ten aanzien van het gewenste kwaliteitsniveau van de riolering. Daarnaast is er onvoldoende inzicht in de toestand van de oudere riolen (ouder dan 40 jaar). reactie college De rekenkamer beveelt onder meer aan om de raad in de toekomst actief te informeren over de mogelijke beleidskeuzes ten aanzien van het rioleringsbeleid, het risicogestuurd rioolbeheer en klimaatadaptatie. In zijn reactie onderschrijft het college alle conclusies en neemt alle aanbevelingen over. media barendrechtnu.nl/rekenkamer barendrecht achterstand bij onderhoud aan riolering weinig aandacht van zowel college als raad deschakelbarendrecht.nl/weinig aandacht voor riolering
Lees verder
Collegetargets: nulmeting en controleerbaarheid
Collegetargets: nulmeting en controleerbaarheid
Rekenkamer Rotterdam, 04-11-2019
In het najaar van 2018 heeft het college zichzelf verbonden aan veertien collegetargets. In december 2018 heeft de rekenkamer deze targets getoetst: zijn ze zodanig opgesteld dat het college aan het einde van de collegeperiode met zekerheid kan vaststellen dat ze gehaald zijn, of niet? Zo ja, dan is een target "rekenkamerproof". In dit vervolgonderzoek naar de collegetargets is de rekenkamer ingegaan op twee rekenkamerproof-criteria, namelijk de nulmeting en de controleerbaarheid. De rekenkamer heeft onderzocht of de door het college aangeleverde nulmetingen (stand van zaken bij de start van de collegeperiode) kloppen en of de metingen ten aanzien van de targets te controleren zijn. Deze laatste inventarisatie deed de rekenkamer alleen voor targets waarvoor ze de controleerbaarheid niet had kunnen vaststellen in december 2018. De resultaten van dit vervolgonderzoek staan in de brief aan de gemeenteraad, die u hiernaast kunt downloaden.
Lees verder
In gebreke gebleven
In gebreke gebleven
Rekenkamer Barendrecht, 17-10-2019
De gemeente Barendrecht helpt te weinig inwoners met een arbeidsbeperking aan een garantiebaan of beschut werk. Dit komt onder meer doordat zij onvoldoende doet om arbeidsgehandicapten te bereiken en geschikte werkplekken te creëren. Bovendien geeft de gemeente geen prioriteit aan minder productieve arbeidsgehandicapten, terwijl juist deze groep ondersteuning nodig heeft om aan het werk te komen. gemeente voert wettelijke taak onvoldoende uit Met de Participatiewet hebben gemeenten in 2015 nieuwe taken gekregen om inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking aan werk te helpen. Dit kan in een zogenoemde garantiebaan of in beschut werk. Eind 2018 hadden slechts 28 inwoners (een derde van de 86 geïndiceerde inwoners die voor zo’n baan in aanmerking komen) een garantiebaan en had nog geen enkele inwoner van Barendrecht beschut werk. Bovendien hadden ongeveer negentig niet-uitkeringsgerechtigde inwoners met een arbeidshandicap geen garantiebaan of beschut werk en hier ook geen indicatie voor, terwijl een deel van hen hier mogelijk wel voor in aanmerking komt. beleid bereikt te weinig arbeidsgehandicapten Met name een groot deel van de niet-uitkeringsgerechtigde arbeidsgehandicapten is volledig buiten beeld van het gemeentelijk beleid. Waarschijnlijk bestaat het gros uit jongeren tot 27 jaar. De gemeente moet meer doen om deze groep op de sporen, bijvoorbeeld door actief communicatiemiddelen in te zetten en de benodigde samenwerking met scholen, het team Wmo, de wijkteams en woonzorginstellingen te vergroten. gemeente doet te weinig om cliënten ‘job-ready’ te maken Een groot deel van de inwoners met een indicatie voor een garantiebaan of beschut werk is er nog niet klaar voor om aan het werk te gaan. Door middel van werkervaringsplaatsen of dagbesteding zou een deel van hen hiervoor wel klaargestoomd kunnen worden, maar de werkervaringsplaatsen die de gemeente biedt zijn vaak niet geschikt voor deze groep en inwoners met een bijstandsuitkering ontvangen vaak geen indicatie voor dagbesteding. De gemeente zou volgens het onderzoek de mogelijkheid moeten verkennen om een eigen leerwerkbedrijf  op te richten. keuzes gemeente bemoeilijken plaatsing kandidaten Uit het onderzoek blijkt dat het gemeentelijk werkgeversservicepunt (WSP-BAR) werkgevers niet actief informeert over de mogelijkheden voor garantiebanen. Verder geeft de gemeente weinig prioriteit aan arbeidsgehandicapten met een lage loonwaarde, omdat zij voor hen een hoger bedrag aan loonkostensubsidie en jobcoaching zou moeten vergoeden. Dit financiële motief mag volgens het onderzoek geen reden zijn om deze groep buiten de boot te laten vallen. De gemeente zou daarom garantiebanen juist ook bereikbaar moeten maken voor cliënten met een lage loonwaarde. Verder blijkt de keuze van gemeente om voor beschutte werkplekken niet samen te werken met sociale werkbedrijven, niet goed uit te pakken. Een aanbeveling aan de gemeente is om wel met die bedrijven te gaan samenwerken. reactie college Het college is het niet met alle conclusies van de rekenkamer eens en geeft in zijn reactie aan dat het lastig is om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. Het college weet nog niet of het nodig is om te zorgen voor betere werkervaringsplaatsen, zoals de rekenkamer aanbeveelt en het wil niet overwegen een eigen leerwerkbedrijf op te richten. Ook wil het college niet de mogelijkheden onderzoeken om deel te nemen aan een gezamenlijke sociale werkvoorziening met andere gemeenten.   media www.barendrechtsdagblad.nl barendrecht faalt met gehandicapten www.binnenlandsbestuur.nl arbeidsgehandicapten dupe van desinteresse www.nationalezorggids.nl/gehandicaptenzorg/nieuws desinteresse barendrecht voor arbeidsgehandicapten www.sociaalweb.nl in gebreke gebleven
Lees verder
Publieke waarde in de knel
Publieke waarde in de knel
Rekenkamer Rotterdam, 23-09-2019
rode draden uit tien jaar rekenkamerrapporten De rekenkamer heeft onderzocht welke inhoudelijke overeenkomsten (‘rode draden’) er te vinden zijn in de conclusies van 42 rekenkamerrapporten die de rekenkamer sinds 2009 tot en met begin 2019 heeft gepubliceerd over de gemeente Rotterdam. Dit rapport beschrijft de uitkomsten van dat meta-onderzoek. bestuurlijke overmoed en te veel regels De gemeente is met haar plannen herhaaldelijk te overmoedig en neemt dan teveel (financiële) risico’s. Verder gaat de gemeente nogal eens te veel uit van regels en procedures en heeft ze te weinig aandacht voor praktische uitvoeringsproblemen en de leefwereld van inwoners. Dit en meer concludeert de rekenkamer in de notitie ‘Publieke waarde in de knel’, een samenvatting van tientallen onderzoeken die de Rekenkamer Rotterdam sinds 2009 heeft uitgevoerd in de gemeente Rotterdam. financiële risico’s vaak onderschat De gemeente Rotterdam heeft vaak ambitieuze plannen, zoals met het Warmtebedrijf, Feyenoordcity en het Schiekadeblok. Durf en daadkracht worden vaak gezien als een kracht van Rotterdam. Helaas onderschatte de gemeente de afgelopen tien jaar in haar plannen nogal eens (financiële) risico’s en problemen. Verder komt het herhaaldelijk voor dat de gemeente te weinig leert van zaken die mis zijn gegaan. Ook problemen in de interne samenwerking en die met andere organisaties leiden ertoe dat plannen vaak niet worden gerealiseerd. te weinig aandacht voor uitvoerders en burgers Verder bestuurde de gemeente de afgelopen tien jaar nogal eens te eenzijdig met regels en protocollen. Zij hield dan niet genoeg rekening met de leefwereld van uitvoerders en burgers. Zo bleken de sociale wijkteams te veel last te hebben van interne regels en procedures en bleek het interne integriteitsbeleid van de gemeente te eenzijdig gericht op regels en was er te weinig daadwerkelijke aandacht voor de interne cultuur en gedrag van medewerkers. cultuurverandering nodig De rekenkamer vindt dat de gemeente grote plannen vooraf intern kritischer moet bekijken en meer moet leren van het verleden. Ook vindt de rekenkamer dat de gemeente signalen van eigen ambtenaren, uitvoerende professionals, burgers, maatschappelijke organisaties en onderzoekers serieuzer moet nemen. Volgens de rekenkamer is een cultuurverandering in de gemeentelijke organisatie nodig om in de organisatie meer tegenspraak mogelijk te maken. De rekenkamer ziet in de huidige collegeperiode wel een kentering binnen de ambtelijke leiding, die erop duidt dat serieus wordt nagedacht over manieren om de beheersing van risico’s te verbeteren. De rekenkamer vindt het van belang dat die verbetering serieus worden opgepakt en een hoge prioriteit krijgt. media ad.nl/rotterdam/kritisch rapport rekenkamer rotterdam lijdt aan bestuurlijke overmoed binnenlandsbestuur.nl/rotterdam heeft last van bestuurlijke overmoed nos.nl/gemeente rotterdam neemt te veel risico's bij projecten nu.nl/rotterdam/rekenkamer rotterdam is te overmoedig met projecten rijnmond.nl/Rekenkamer gemeente Rotterdam is overmoedig en neemt te veel risico's volkskrant.nl/rotterdam is te overmoedig met projecten ad.nl/rotterdam/rotterdam/rekenkamer slaat spijker op de kop alles wat mis ging zie je terug in feyenoord city capelsdagblad.nl/algemeen/rekenkamer feyenoord city te overmoedig dagblad010.nl/Algemeen/rotterdam is te overmoedig met projecten fd.nl/economie politiek/rekenkamer gemeente rotterdam vaak te overmoedig met plannen gemeente.nu/bestuur/organisatie/rekenkamer rotterdam is te overmoedig en te ambitieus/ ridderkerksdagblad.nl/rekenkamer feyenoord city te overmoedig Vastgoedmarkt.nl/projectontwikkeling/nieuws/2019/09/rotterdam/onderschat risicos bij grote projecten volkskrant.nl/nieuws achtergrond/daadkrachtig rotterdam is vaak overmoedig in bestuur ad.nl/rotterdam/analyse overmoedig rotterdam gaat gewoon door op dezelfde weg binnenlandsbestuur.nl/bng-bank/hoe de publieke waarde in gemeenten wel uit de verf komt    
Lees verder
Gemodder in de polder
Gemodder in de polder
Rekenkamer Rotterdam, 30-07-2019
Al sinds 1993 bestaan er plannen om in het buitengebied van Hoek van Holland (de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder) de natuur- en recreatieve functie te versterken. De gemeenteraad van Rotterdam heeft de Rekenkamer Rotterdam onderzoek te doen naar de besluitvorming in deze gebiedsontwikkeling. Uit het onderzoek blijkt dat hiervan tot nu toe – na twintig jaar plannen maken – weinig is gerealiseerd. Er is hooguit een slibdepot ontwikkeld waarop de gemeente Rotterdam geld heeft verloren (in plaats van verdiend) en is er een zogenoemd startkavel aan het Zuid-Hollands Landschap verkocht. Zaken als onder meer een Floriade, landgoederen, woningen en recreatiegebieden zijn niet van de grond gekomen. Uit het onderzoek komen verschillende oorzaken naar voren. Een daarvan is dat de gemeente Rotterdam weinig prioriteit heeft voor groene ontwikkelingen in het relatief veraf gelegen buitengebied van de gemeente. Daar komt bij dat in de Bonnenpolder alleen de toenmalige deelgemeente Hoek van Holland zich sterk maakte voor de gebiedsontwikkeling, terwijl zij daarvoor noch de formele bevoegdheden had noch de financiële middelen. Verder bleken verwachtingen ten aanzien van de benodigde opbrengsten en uitgaven telkens veel te optimistisch. Ook zorgde een moeizame samenwerking tussen de gemeente en externe partners (zoals de Stadsregio Rotterdam, het Zuid-Hollands Landschap en de provincie) voor vertraging in de ruimtelijke ordening.
Lees verder
Bijstand op afstand
Bijstand op afstand
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 09-07-2019
In Krimpen aan den IJssel is het aantal mensen met een bijstandsuitkering sterker gegroeid dan landelijk, maar dit aantal is nu aan het dalen. Het aandeel jongeren in de Krimpense bijstand blijft echter stijgen. De hulp aan werkzoekenden, met name mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt, schiet op sommige punten tekort. De gemeenteraad heeft hier weinig invloed op, omdat het de hulp aan werkzoekenden heeft uitbesteed aan het regionale samenwerkingsverband IJsselgemeenten. IJsselgemeenten houdt niet helemaal rekening met de specifieke Krimpense situatie en wensen van de Krimpsense gemeenteraad. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel in haar rapport ‘Bijstand op afstand’. Participatiewet Gemeenten hebben sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 de taak om zo veel mogelijk mensen te begeleiden naar werk. Naast ‘reguliere’ bijstandsgerechtigden moeten de gemeenten ook mensen met een arbeidsbeperking helpen aan het werk te komen, zoals mensen die in het verleden werkten in sociale werkvoorzieningen. Krimpen aan den IJssel heeft de uitvoering van de Participatiewet uitbesteed aan de zogeheten GR (gemeenschappelijke regeling) IJsselgemeenten, een samenwerkingsverband met de gemeenten Capelle aan den IJssel en Zuidplas. ontwikkelingen in de Krimpense bijstand In Krimpen aan de IJssel nam het aantal mensen met een bijstandsuitkering in 2015 en 2016 sterk toe. Bovendien steeg dit aantal sneller dan landelijk, ondanks de aantrekkende economie. In de jaren 2016 en 2017 kregen veel mensen een bijstandsuitkering toegewezen, onder andere doordat Krimpen aan den IJssel veel vluchtelingen opnam. Tegelijkertijd vonden steeds meer mensen uit de bijstand blijvend werk, waardoor in 2017 en 2018 het totale aantal mensen met een bijstandsuitkering gelijk bleef. Hoewel GR IJsselgemeenten een aantal maatregelen heeft die goed helpen om mensen blijvend aan het werk te helpen, schiet de begeleiding op sommige punten tekort. Zo krijgen sommige uitkeringsgerechtigden helemaal geen begeleiding, of pas nadat ze hier lang op hebben moeten wachten. Dit komt doordat GR IJsselgemeenten ervoor kiest om mensen met de grootste kans op een baan de meeste begeleiding te geven. specifieke groepen: jongeren, arbeidsbeperkten, statushouders Ook lijken maatregelen gericht op jongeren onvoldoende te werken, aangezien hun aandeel toenam van 7,3% in 2015 naar 10,4% in 2018. De doelstelling van de gemeente is maximaal 7%. Weliswaar ligt de instroom van jongeren niet heel hoog, maar ze stromen relatief minder vaak uit. In het onderzoek van de rekenkamer kwam ook naar voren dat er maar weinig jongeren vanuit de bijstand uitstromen naar studie, terwijl dit wel de ambitie is van de gemeente en van GR IJsselgemeenten. In de eerste jaren na de invoering van de Participatiewet kwam de begeleiding van arbeidsbeperkten in Krimpen moeizaam op gang. Inmiddels halen de gemeente en de GR IJsselgemeenten hun doelstellingen rondom de arbeidsbeperkten, al constateert de rekenkamer dat deze doelstellingen misschien wel wat ambitieuzer mogen. De voormalige vluchtelingen (statushouders) zijn vaak voor langere tijd afhankelijk van een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld omdat ze de taal niet spreken en omdat hun eventuele diploma’s niet altijd geldig zijn in Nederland. Het is dus niet verrassend dat GR IJsselgemeenten tot nu toe geen enkele statushouder vanuit de bijstand naar werk heeft kunnen begeleiden. bijstand op afstand De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft geen specifieke opdrachten gegeven aan GR IJsselgemeenten om extra aandacht te besteden aan bepaalde groepen, zoals de eerder genoemde jongeren of statushouders. Specifieke aandacht is ook lastig te realiseren binnen de huidige samenwerking, omdat de gemeenten onderling hebben afgesproken om hun beleid te harmoniseren zodat het efficiënt blijft voor GR IJsselgemeenten. Daarbij komt dat, zoals beschreven, GR IJsselgemeenten de meeste tijd en middelen investeert in het helpen van mensen met relatief goede kansen op een betaalde baan en minder op mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt, zoals ouderen of vluchtelingen. aanbevelingen aan het college en de gemeenteraad De rekenkamer beveelt het college van burgemeester en wethouders daarom onder meer aan om een specifieke aanpak te ontwikkelen voor jongeren, ouderen en andere groepen die extra aandacht verdienen. Deze aanpak zou de gemeente moeten opdragen aan de GR IJsselgemeenten, ook wanneer dit misschien ten koste gaat van de efficiëntie. Verder zou de gemeenteraad moeten nagaan of de uitbesteding van de hulp aan bijstandsgerechtigden aan de GR IJsselgemeenten een goede manier is om de doelen te bereiken die de gemeenteraad heeft als het gaat om de bijstand.
Lees verder
Niet zonder schuld
Niet zonder schuld
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 09-07-2019
Het is onwaarschijnlijk dat de gemeente Capelle aan den IJssel met de huidige schulddienstverlening de schuldenproblematiek substantieel weet terug te brengen. In 2018 meldde slechts 7,5% van de doelgroep zich voor een schuldregeling bij de gemeente. Door te weinig inzet op bereik en preventie krijgt een aanzienlijk deel van de inwoners niet de schulddienstverlening die zij nodig heeft. Uitval gedurende het proces draagt bij aan het lage aantal schuldenaren dat daadwerkelijk met een ‘schone lei’ een schuldregeling beëindigt. Verder stuurt de gemeente te weinig op de uitvoerende organisaties. zeker 3.080 huishoudens met problematische schulden Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van schuldhulpverlening aan inwoners die hun schulden niet kunnen aflossen. Die hulp moet er volgens de wet op gericht zijn dat mensen weer van hun schulden af kunnen komen. In Nederland kampt ongeveer 10% van de huishoudens met problematische schulden. Dit betekent dat in Capelle aan den IJssel zeker 3.080 huishoudens problematische schulden hebben. Maar 7,5% van deze doelgroep meldde zich in 2018 bij de gemeente voor schuldhulpverlening. onwaarschijnlijk dat schuldenproblematiek substantieel wordt teruggebracht De aanmeldingen voor schuldhulpverlening in Capelle aan den IJssel zijn, gezien de grootte van de doelgroep, laag en nemen over de jaren af. Ook het aantal succesvol afgeronde schuldregelingen neemt af: in 2018 beëindigen slechts 85 cliënten een schuldregeling met een ‘schone lei’. Gedurende het proces vallen dus veel cliënten uit. De rekenkamer oordeelt dat de gemeente en uitvoerende organisaties te weinig doen om de doelgroep te bereiken. Ook wordt er weinig inzet gepleegd op de preventie van schulden. De uitval is vooral voor minder zelfredzame cliënten een probleem: doordat de schulddienstverlening bij twee organisaties is belegd in twee aparte ketens, lopen zij het risico ‘tussen wal en schip’ te belanden. onvoldoende sturing op uitvoerende organisaties De gemeente heeft de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening belegd bij twee organisaties: GR IJsselgemeenten en Stichting Welzijn Capelle. Zij heeft echter niet gezorgd voor voldoende afspraken met deze organisaties over het registreren van trajecten. Ook op de prestaties van de schulddienstverlening door GR IJsselgemeenten en Stichting Welzijn Capelle wordt door de gemeente niet gestuurd. Hierdoor mist de gemeente inzicht in het effect van de instrumenten die zij inzet om schuldenproblematiek aan te pakken. aanbevelingen De rekenkamer vindt dat de gemeente moet zorgen voor een beter bereik van de doelgroep en actievere inzet op preventie. Om de dienstverlening richting de cliënten te verbeteren en vereenvoudigen beveelt de rekenkamer de gemeente aan om de schulddienstverlening één integraal geheel te maken. Dit kan zij doen door één toegang te hanteren, te werken met één dossier en te zorgen voor warme doorverwijzingen tussen de organisaties. De rekenkamer adviseert vooral ook de sturing op de uitvoerende organisaties te verbeteren. reactie college In zijn reactie onderschrijft het college alle conclusies en aanbevelingen grotendeels. media rijnmond.nl/nieuws/Rekenkamer Schuldhulpverlening Capelle lost problemen niet op ad.nl/rotterdam/rekenkamer kritisch over capelle hulp aan mensen met schulden schiet tekort
Lees verder
Met de beste bedoelingen
Met de beste bedoelingen
Rekenkamer Lansingerland, 04-07-2019
Al sinds 2010 is Lansingerland zeer ambitieus op het gebied van burgerparticipatie. De gemeente maakt deze ambities echter vaak niet waar, zo concludeert de Rekenkamer Lansingerland in haar rapport ‘Met de beste bedoelingen’. Inwoners van Lansingerland zijn niet positiever dan inwoners van andere gemeenten over de invloed die ze hebben op beleid. De gemeente gebruikt specifieke burgerparticipatietrajecten, zoals het digitale burgerpanel, weliswaar voor haar plannen, maar voert ze niet altijd zorgvuldig uit. Zo koppelt de gemeente niet altijd terug naar de burger. De rekenkamer stelt dat de gemeente er goed aan doet wat meer realisme in haar participatiedoelstellingen te betrachten. gebrek aan coördinatie in de ambtelijke organisatie De gemeente heeft de voornemens om burgerparticipatie te versterken binnen de eigen ambtelijke organisatie niet, of slechts voor een beperkte duur, waargemaakt. Zo initieerde de gemeente een digitaal platform en cursussen burgerparticipatie, maar deze zijn inactief, niet uitgevoerd of afgeschaft. Ook is er geen sterke coördinatie en evaluatie van burgerparticipatietrajecten. De gemeente verhindert hierdoor dat ambtenaren kennis opdoen en verspreiden over hoe ze goed invulling kunnen geven aan burgerparticipatie. wat doet de gemeente met de input van de burger? De gemeente gebruikt de input van de burgers die naar voren komt uit burgerparticipatietrajecten voor haar beleid, maar het is voor de burger en voor de gemeente zelf niet altijd duidelijk welke invloed de burger nu eigenlijk heeft gehad. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inzet van het digitale burgerpanel Lansingerland Peilt: veel panelleden zeggen dat de gemeente onvoldoende terugkoppelt. Wel zijn de panelleden over het algemeen tevreden over Lansingerland Peilt. Des te opmerkelijker is het dat de gemeente het panel niet vaak inzet, in elk geval niet zo vaak als ze van plan was. De gemeente zet interactieve beleidsvorming wél vaak in, waarbij de gemeente direct in gesprek gaat met burgers. Echter, ook hierbij is hun precieze invloed niet altijd goed gedocumenteerd. nemen van burgerinitiatief nog niet zo eenvoudig De initiatievenprogramma’s van de gemeente vragen veel van (potentiele) initiatiefnemers. Zo moeten ze geduldig zijn, omdat het vaak lang duurt voordat de gemeente uiteindelijk besluit of hun initiatief wordt goedgekeurd en ze het kunnen gaan uitvoeren. Bovendien geldt voor het Lansingerlands Initiatief dat deelnemers zelf de helft van de kosten bij elkaar moeten krijgen en moeten ze presentaties geven voor de gemeenteraad; niet voor iedereen een eenvoudige opgave. Sommige deelnemers hadden dan ook liever meer begeleiding van de gemeente gekregen. meer realisme én meer visie De rekenkamer meent dat de gemeente Lansingerland onrealistisch ambitieus is op het gebied van burgerparticipatie en bovendien niet altijd weet waarom ze burgerparticipatie nu eigenlijk zo belangrijk vindt. Ondanks de ambities en inspanningen vinden de inwoners van Lansingerland niet dat de gemeente goed naar hen luistert, in elk geval niet beter dan inwoners van andere gemeenten. De rekenkamer raadt de gemeente Lansingerland bovendien aan om scherper voor ogen te krijgen wat ze met burgerparticipatie wil bereiken. Als de gemeente die doelen duidelijker benoemd, zullen deze ook sturing geven aan een goede, zorgvuldige uitvoering van de trajecten. media https://www.herautonline.nl/?p=80468 https://www.herautonline.nl/?p=79403
Lees verder
Een wereld te winnen
Een wereld te winnen
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2019
geen impuls in het aantal nieuwe buitenlandse bedrijven De gemeente geeft in verschillende beleidsstukken aan actief in te willen zetten op acquisitie van bedrijven uit het buitenland. De rekenkamer heeft onderzocht wat de kwaliteit is van het uitgevoerde acquisitiebeleid en wat de geboekte resultaten hiervan zijn. De conclusie is dat het acquisitiebeleid van de gemeente in de afgelopen jaren geen impuls heeft gegeven aan de vestiging van internationale bedrijven in de stad. Het aantal internationale bedrijven dat zich jaarlijks in Rotterdam vestigt, schommelt sinds 2013 tussen de zestig en zeventig bedrijven. De inspanningen van de gemeente om buitenlandse ondernemingen aan te trekken, hebben niet geleid tot een groei in het aantal nieuwe buitenlandse bedrijven. internationale bedrijven van belang voor werkgelegenheid Rotterdam Internationale bedrijfsvestigingen zijn wel belangrijk voor de Rotterdamse economie. De bedrijfsvestigingen met een buitenlandse herkomst (ruim 3% van alle vestigingen) zijn verantwoordelijk voor 17% van de totale werkgelegenheid in Rotterdam. aantal ondersteunde nieuwe bedrijven door Rotterdam Partners nog beperkt Het door de gemeente gefinancierde Rotterdam Partners heeft acquisitie van buitenlandse bedrijven als één van haar hoofdtaken. Het aantal internationale bedrijven dat zich jaarlijks nieuw vestigt in Rotterdam met ondersteuning van Rotterdam Partners is echter niet groot. Jaarlijks begeleidt Rotterdam Partners dertig tot zestig bedrijven waarvan ongeveer de helft nieuw is. De andere bedrijven waren hier al langer gevestigd. Het nog bescheiden aantal ondersteunde nieuwe bedrijven is mede verklaarbaar door de beperkte middelen voor acquisitie die de gemeente Rotterdam aan Rotterdam Partners ter beschikking stelt. huidige acquisitiebeleid te gefragmenteerd Het beleid van Rotterdam om buitenlandse bedrijven aan te trekken is verdeeld over diverse beleidsstukken, waardoor het geen duidelijke focus heeft. Bij betrokken acquisitieorganisaties, met name Rotterdam Partners, zorgt dit voor onduidelijkheid over welk type bedrijven in welke economische clusters relevant zijn om aan te trekken. Ook wordt de samenwerking met andere acquisitieorganisaties die voor Rotterdam actief zijn, InnovationQuarter en het Havenbedrijf Rotterdam, hierdoor bemoeilijkt. Naast een integrale strategie ontbreekt het ook aan een heldere rolverdeling tussen de gemeente en Rotterdam Partners. Dit leidt onder meer tot te veel ad hoc verzoeken vanuit de gemeente over uit te voeren acquisitieactiviteiten. aanbeveling omslag naar gerichte en actievere acquisitie De rekenkamer beveelt aan in te zetten op een omslag naar gerichte en een actievere vorm van acquisitie. Hiervoor zijn onder meer een integrale strategie nodig met een duidelijk keuze voor gewenste typen bedrijven en passende prestatieafspraken met Rotterdam Partners. Verder vindt de rekenkamer een strikte verdeling van taken nodig tussen de gemeente en Rotterdam Partners waarbij de gemeente afstand houdt tot de uitvoering. reactie college In zijn reactie geeft het college aan concrete invulling te willen geven aan alle aanbevelingen en deze te verwerken in een nieuw vorm te geven aanpak voor internationale acquisitie. media [embed]https://www.nieuwsbladtransport.nl/havens/2019/07/10/als-we-te-weinig-effect-zien-trekken-we-weer-aan-de-bel/?gdpr=accept&gdpr=accept[/embed]  
Lees verder
Voor het blok gezet
Voor het blok gezet
Rekenkamer Rotterdam, 30-04-2019
Op 25 januari 2019 verscheen op de website van het Algemeen Dagblad ondanks alle afspraken met raad, college, ambtenaren en overige betrokkenen een uitgebreid artikel over het rapport van de Rekenkamer Rotterdam naar de erfpachtmaatregel Schiekadeblok. Het rapport is op 24 januari 2019 onder strikt embargo naar college en raad verzonden. De pers zou het rapport niet eerder dan maandag 28 januari onder embargo ontvangen. Aangezien het rapport ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch is gelekt, voelt de rekenkamer zich helaas genoodzaakt het rapport met onmiddellijke ingang via de website openbaar te maken. erfpachtmaatregel Schiekadeblok In juli 2009 sloot de gemeente Rotterdam met projectontwikkelaar LSI een erfpachtovereenkomst voor de herontwikkeling van het Schiekadeblok. Hiermee was € 52 mln. euro gemoeid. De bedoeling was een gebouw met 240.000 m2 bruto vloeroppervlak voor het Schiekadeblok te realiseren. In het gebouw, dat onder meer een toren van 200 meter hoog zou krijgen, zouden kantoren, horeca en woningen komen. De realisatie is echter mislukt. Op verzoek van de gemeenteraad onderzocht de rekenkamer de reden hiervan en keek ook of de raad wel op een juiste wijze hierover is geïnformeerd. hoge risico’s deal vooraf bekend Na het mislukken van de erfpachtdeal stelde het college van B en W dat de risico’s ten tijde van het afsluiten van de deal waren onderschat. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze risico’s op dat moment wel degelijk bekend waren. Negatieve adviezen en stevige waarschuwingen van betrokken specialisten werden echter in de wind geslagen. Daarnaast werd een alternatief voor het toepassen van de erfpachtmaatregel (vestigen van een zogeheten voorkeursrecht) onvoldoende serieus overwogen. De erfpachtmaatregel moest per se op Schiekadeblok worden toegepast. Uiteindelijk is op basis van onvoldoende zekerheid een onverantwoord besluit met grote financiële consequenties genomen. raad onjuist en onvolledig geïnformeerd Opeenvolgende colleges hebben de raad meermaals onjuist en onvolledig geïnformeerd over de risico’s van de erfpachtmaatregel Schiekadeblok. Risico’s werden niet genoemd of te rooskleurig voorgesteld. checks en balances werkten niet Het erfpachtbesluit met vergaande financiële consequenties werd genomen in een gemeentelijke cultuur waarin weinig tot geen tegenspraak werd geduld. Betrokken topambtenaren voerden zelf de onderhandelingen met LSI (en de bank) en ‘checks & balances’ functioneerden niet naar behoren. Ook werden de criteria voor het al dan niet toepassen van de erfpachtmaatregel zo geformuleerd dat de gebiedsontwikkeling Schiekadeblok daarin paste. gemeente heeft achterstand op LSI in onderhandelingen De gemeente stelde zich weinig anticiperend op in de onderhandelingen met LSI en de bank. De gemeente liet zich regelmatig door acties van LSI verrassen. Dit kwam onder meer doordat de gemeente een kennisachterstand had ten opzichte van LSI, door gebrekkige regie en veel personele wisselingen bij de gemeente. gemeente blijft achter met groot verlies, zonder ontwikkeling maar met LSI Uiteindelijk heeft de gemeente met LSI en de betrokken financier in 2015 een minnelijke schikking getroffen. Dit kostte de gemeente veel geld (ongeveer € 40 mln.). Het college wilde dat LSI op geen enkele wijze betrokken zou blijven bij de toekomstige ontwikkeling van het Schiekadeblok. Dat is vanwege een langjarig overeengekomen huurcontract over het parkeerterrein in het Schiekadeblok echter niet het geval. Het college heeft een kans laten liggen om dat te voorkomen. media ad.nl/rotterdam/wethouder adriaan visser in het nauw door rapport rekenkamer ad.nl/rotterdam/hoe het schiekadeblok een miljoenen kostend vastgoeddrama werd dagblad010.nl schieblock dodelijk voor feyenoord city dagblad010.nl college prijst juist durf en lef in 2009 dagblad010.nl 50plus wil raadsenquete over affaire dagblad010.nl ook luc smits wil raadsenquete rijnmond.nl/rapport ambtenaar Adriaan Visser hield informatie achter over Schiekadeblok nrc.nl/topambtenaren visser en berg faalden bij schiekadeblok nrc.nl/pijnlijke fouten rond vastgoedproject nu.nl/rotterdam/ambtenaar adriaan visser hield informatie achter over schiekadeblok openrotterdam.nl/rotterdamse ambtenaren hielden informatie achter over schiekadeblok ad.nl/rotterdam/alles wijst erop dat wethouder visser wegkomt met kritisch rapport over zijn optreden als topambtenaar binnenlandsbestuur.nl bestuur en organisatie nieuws dominantie topambtenaren kostte-rotterdam rijnmond.nl Rotterdamse oppositie en coalitie sterk verdeeld over Rekenkamerrapport rijnmond.nl/Waarom-Adriaan Visser niet zal vallen ad.nl/rotterdam adriaan visser laat verdediging schiekadeblok debacle over aan collega rijnmond.nl Wethouder Visser hoeft geen uitleg te geven over Schiekadeblok dagblad010.nl theater van de lach bassie dekt adriaan rijnmond.nl Rekenkamerrapport splijt raad nog verder rijnmond.nl Rotterdamse wethouder Visser stapt op na lekken geheime informatie ad.nl/rotterdam/wethouder Visser dient ontslag in ad.nl/rotterdam/college beslist over aangifte ambtsmisdrijf Adriaan Visser ad.nl/ Adriaan visser stapt op/vergadering schiekadeblok uitgesteld na lekken Visser dagblad010.nl/ 50plus wil nu laatste-geheimen uit rapport metronieuws.nl Rotterdamse wethouder stapt op vanwege vastgoeddeal nrc.nl Rotterdamse wethouder visser d66 treedt af na lekken nu.nl/rotterdam/ wethouder Adriaan Visser neemt per direct ontslag trouw.nl/ d66 wethouder Rotterdam struikelt over vastgoeddeal telegraaf.nl wethouder Rotterdam weg om oude vastgoeddeal volkskrant.nl achtergrond Rotterdamse wethouder stapt op na kritisch rapport over vastgoeddeal rijnmond.nl gelekt document oud wethouder Visser toch geheim volgens Rekenkamer trouw.nl lekaffaire kost Rotterdam niet nog een wethouder trouw.nl college rotterdam in het nauw na lek in schiekadeblok zaak ad.nl/rotterdam/ het lekschandaal house of cards op z'n Rotterdams ad.nl/rotterdam/hoe de verbannen luc-smits alsnog aan de touwtjes trekt in het schiekadeblok vastgoedmarkt.nl/gs trekt zich terug streep door 680 woningen op schiekadeblok ad.nl/schiekadeblok terug bij af amsterdamse ontwikkelaar gens trekt zich plots terug
Lees verder
Werk aan de winkel
Werk aan de winkel
Rekenkamer Rotterdam, 30-04-2019
Rotterdam helpt te weinig werkloze jongeren De gemeente begeleidt slechts één op de tien Rotterdamse werkloze jongeren succesvol naar werk of school. Dat maar relatief weinig jongeren geholpen worden, komt onder meer doordat sommige werkloze jongeren het gemeentelijke Jongerenloket niet kennen, en anderen er niet heen gaan. Zij denken dat je er niet goed geholpen wordt. En veel jongeren die wél naar het Jongerenloket gaan, haken na een tijdje af. Zij zijn niet tevreden over de dienstverlening van de gemeente of vinden de opgelegde taken te moeilijk. In de eerste vier weken, waarin jongeren van de wet zelfstandig naar werk of school moeten zoeken, haakt al een derde van de jongeren af. Jongeren die wel bij de gemeente in begeleiding komen, krijgen vaak training bij door de gemeente betaalde externe re-integratie-trajecten. Over die trainingen zijn jongeren vaak wel tevreden, zo blijkt uit ons onderzoek. één op de tien jongeren geholpen Rotterdam telde de laatste jaren ongeveer 10.000 werkloze jongeren. Jaarlijks worden er ongeveer 1.100 jongeren door de gemeente naar werk of school begeleid. Het gaat voor het overgrote deel om bijstandsjongeren. Niet-bijstandsgerechtigde jongeren kregen namelijk vaak geen structurele begeleiding van de gemeente, terwijl dat wel beleid is. 1.100 jongeren is maar een bescheiden aantal, gezien de grote groep jeugdwerkloze jongeren die hulp nodig hebben (ter vergelijking, Amsterdam heeft een ongeveer even groot aantal werkloze jonge inwoners, maar daar die gemeente hielp in 2017 ongeveer 4.400 jongeren naar werk of school). Daarbij komt nog eens dat de Rotterdamse jongeren die naar school en werk gaan, dat soms niet lang volhouden. Eén op de vijf Rotterdamse jongeren die in 2015 startte in de bijstand en daarna uitstroomde naar school of werk, zat in 2017 toch weer in de bijstand. veel jongeren positief over externe begeleiding, minder over de gemeente Wanneer jongeren wel in begeleiding komen bij de gemeente, worden ze vaak ook naar een externe partij gestuurd voor intensieve groepstraining en één-op-één coaching. Deze trainingen worden trajecten genoemd. Veel door de rekenkamer gesproken jongeren zeggen profijt te hebben van deze trajecten. Ze leren hier (sociale) vaardigheden om te kunnen werken en werk te zoeken. Jongeren geven aan dat het fijn is dat ze kunnen leren van coaches en van andere deelnemers en dat ze weer structuur in hun leven hebben. Deze positieve geluiden stonden geregeld in contrast met de ervaringen bij de gemeente. Jongeren hebben vaak het idee bij de gemeente over één kam geschoren te worden of vinden dat zij star met de regels omgaat. media ad.nl/binnenland/aanpak jeugdwerkloosheid rotterdam faalt fd.nl/economie politiek/star beleid jaagt jongeren weg en houdt jeugdwerkloosheid rotterdam hoog nu.nl/rotterdam/rotterdamse rekenkamer aanpak jeugdwerkloosheid rotterdam faalt rijnmond.nl/Rotterdam laat werkloze jongeren in de kou staan rtlnieuws.nl/rotterdamse jeugdwerkloosheid blijft hoog door slechte aanpak trouw.nl/rotterdam schiet tekort bij aanpak jeugdwerkloosheid volkskrant.nl/rekenkamer rotterdam doet te weinig voor werkloze jongeren dagblad010.nl / aanpak jeugdwerkloosheid rotterdam faalt fd.nl/economie-politiek / jonge mannen vinden moeilijker weg naar arbeidsmarkt fd.nl / opinie / betere samenwerking en data uitwisseling brengen onzichtbare jongeren weer in beeld  
Lees verder
Beoordeling vervolgstap herstelplan Warmtebedrijf Rotterdam
Beoordeling vervolgstap herstelplan Warmtebedrijf Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2019
Het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR) zorgt ervoor dat er stadsverwarming beschikbaar is in Rotterdam. Dit levert milieuwinst op: minder broeikasgassen en een betere luchtkwaliteit in Rotterdam. Het WBR kampt echter wel met structurele financiële problemen. In juni 2016 keurde de gemeenteraad daarom een herstelplan goed. Een belangrijk onderdeel van dit plan is de uitbreiding van het warmtenetwerk naar Leiden. De gemeenteraad spreekt op donderdag 7 februari 2019 over een vervolgstap in het herstelplan. Deze vervolgstap bestaat uit een nieuwe investering door de gemeente Rotterdam van maximaal € 118,1 mln., waardoor WBR het warmtenet naar Leiden kan aanleggen. De rekenkamer heeft beoordeeld wat de risico’s van deze investering zijn. Ook is de rekenkamer nagegaan of er een alternatief is voor de vervolgstap waarmee nog minder broeikasgassen en nog een betere luchtkwaliteit in Rotterdam kunnen worden bereikt. Het resultaat van deze beoordeling is dat de vervolgstap leidt tot meer risico's voor de gemeente Rotterdam dan het alternatief: het aansluiten van huishoudens in Rotterdam op het warmtenet. Dat alternatief zorgt bovendien voor minder broeikasgassen en een grotere verbetering van de luchtkwaliteit dan het plan van het college. Maar de gemeente is helaas verplicht om de leiding naar Leiden aan te leggen. De rekenkamer doet de aanbeveling om te onderhandelen over uitstel van de uitbreiding van het warmtenet naar Leiden. Ook wil de rekenkamer dat het college bedrijven en gemeenten vraagt te investeren in het Warmtebedrijf. media ad.nl/rotterdam rekenkamer geen zicht op risico's mega investeringen warmtebedrijf rijnmond.nl Rekenkamer gemeente onduidelijk over risico's warmtenet  energeia.nl Rekenkamer Rotterdam fileert uitbreiding warmtenet naar Leiden binnenlandsbestuur.nl besluit warmtenet Rotterdam kan beter even  
Lees verder
Beoordeling collegetargets 2018 - 2022
Beoordeling collegetargets 2018 - 2022
Rekenkamer Rotterdam, 06-12-2018
Rekenkamer vindt tien collegetargets rekenkamerproof De Rekenkamer Rotterdam heeft de veertien collegetargets 2018-2022 getoetst en concludeert dat tien targets voldoen aan de eisen die de rekenkamer stelt aan goede, kwantitatieve doelen: deze targets zijn ‘rekenkamerproof’ beschouwd. Dit betekent dat tien van de veertien targets zodanig zijn opgesteld dat aan het einde van de collegeperiode het college van B en W afrekenbaar is op de resultaten die er in het kader van deze targets zijn behaald. De rekenkamer heeft een collegetarget bestempeld als ‘rekenkamerproof’ als een target voldoet aan een aantal criteria. Zo dient de target bijvoorbeeld specifiek te zijn (de target is eenduidig), meetbaar (de target is kwantitatief) en moet er een meetsysteem zijn waarmee betrouwbaar kan worden vastgesteld of de target behaald is aan het eind van de collegeperiode. De rekenkamer vindt vier collegetargets nog niet rekenkamerproof, omdat er bijvoorbeeld gegevens missen over de huidige stand van zaken, of omdat het systeem dat de resultaten moet meten en registreren nog niet is uitontwikkeld en getest. De rekenkamer heeft haar bevindingen over de collegetargets verwoord en toegelicht in een brief aan de gemeenteraad. De brief, inclusief de omschrijvingen van de criteria voor ‘rekenkamerproof’, is hiernaast te downloaden.
Lees verder
Verbinden is vooruitzien
Verbinden is vooruitzien
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-12-2018
gebreken in toezicht  Capelle aan den IJssel werkt sinds enkele jaren met verbonden stichtingen. Zo bestaat sinds 2011 de stichting CapelleWerkt en zijn in 2016 de stichting Welzijn Capelle en de stichting BLICK opgericht. De rekenkamer heeft het gemeentelijk toezicht op deze drie stichtingen onderzocht en concludeert dat er gebreken zijn in het toezicht op elk van de drie stichtingen. Zo zijn in de statuten onvoldoende afspraken vastgelegd over het gemeentelijk toezicht. problemen met BLICK door ontbreken goede afspraken In de praktijk heeft de gemeente vooral problemen ondervonden in het toezicht op de stichting BLICK. De gebrekkige regeling van toezichtsbevoegdheden is volgens de rekenkamer een van de oorzaken. De gemeenteraad heeft zich bij de oprichting van stichting BLICK onvoldoende gerealiseerd dat het van belang is om die bevoegdheden vast te leggen. De gemeenteraad en het college van B en W hebben vervolgens beiden niet goed gehandeld. in beleid gemeente geen richtlijnen Dat de gemeente niet voldoende afspraken over toezicht heeft gemaakt met de stichtingen, komt onder meer doordat in het beleid van de gemeente geen richtlijnen staan over toezicht op verbonden stichtingen. De gemeente werkt nu aan een voorstel voor een nieuwe beleidsnota over ‘verbonden partijen’. In die nota staan wél richtlijnen over toezicht op verbonden stichtingen, maar die zijn volgens de rekenkamer niet voldoende. aanbeveling wijzig statuten De rekenkamer vindt dat de statuten van de drie stichtingen moeten worden gewijzigd. Wat betreft de stichting BLICK adviseert de rekenkamer aan de gemeenteraad om hierover, samen met de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel, te overleggen met de raad van toezicht van de stichting. Verder beveelt de rekenkamer de gemeente aan om in de nieuwe nota verbonden partijen betere richtlijnen op te nemen over het toezicht op verbonden stichtingen. onduidelijk overname aanbevelingen In zijn reactie onderschrijft het college alle conclusies van de rekenkamer. Het is de rekenkamer echter niet geheel duidelijk of het college de aanbevelingen volledig overneemt.
Lees verder
Het komt niet in de buurt
Het komt niet in de buurt
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2018
Wachtlijsten & bureaucratie bij wijkteams De gemeente kan onvoldoende waarborgen dat Rotterdammers die hulp nodig hebben van het wijkteam deze hulp op tijd krijgen. Hun problemen (o.a. opvoedproblemen, geestelijke gezondheidsproblemen, huiselijk geweld, ouderdomsproblemen of schuldproblemen) zijn vaak al ernstig opgelopen als ze bij een wijkteam worden aangemeld. Bovendien moeten cliënten na aanmelding bij het wijkteam vaak nog eens lang wachten voor ze hulp krijgen. Er zijn namelijk wachtlijsten. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Het komt niet in de buurt’. wijkteams pas laat ingeschakeld Inwoners mogen niet zelf hulp vragen van het wijkteam. Aanmelding kan alleen via andere organisaties, zoals Vraagwijzer, huisartsen, welzijnsorganisaties en scholen. Wijkteams hebben echter te weinig tijd om contacten te onderhouden met deze organisaties. Inwoners komen mede daardoor vaak pas bij het wijkteam terecht wanneer hun problemen al ernstig zijn opgelopen. wachtlijsten Wanneer cliënten eenmaal aangemeld zijn bij een wijkteam moeten ze vaak nog lang wachten op hulp. Voor een deel van de wijkteams bestaan namelijk wachtlijsten. Zo wachten jeugdigen en gezinnen gemiddeld ruim anderhalve maand op hulp. 90% van de cliënten heeft na zes weken nog geen ondersteuningsplan, terwijl de gemeente dit wel als norm hanteert. te veel regels en administratie Dat wijkteammedewerkers te weinig tijd hebben, komt onder meer doordat ze teveel tijd kwijt zijn aan administratie. Ook moeten zij allerlei regels volgen die niet aansluiten bij de praktijk. Er is bijvoorbeeld een richtlijn dat hulp binnen binnen zes maanden tot een jaar moet worden afgesloten, terwijl blijkt dat cliënten vaak veel langer ondersteuning nodig hebben, gemiddeld minstens 20 maanden. Wijkteammedewerkers willen minder onnodige regels en hebben de behoefte om meer van elkaars werkwijze te leren. Dat is begrijpelijk, want er zijn veel onderlinge verschillen in de werkwijze van de wijkteams, bijvoorbeeld in de samenwerking met scholen en huisartsen. voorkomen specialistische hulp lukt niet De gemeente wil dat het wijkteam in eerste instantie bekijkt wat de cliënt zelf kan doen en of er buren, vrienden, familieleden of vrijwilligers zijn die de cliënt kunnen helpen. De gemeente wil hiermee de vraag naar dure specialistische jeugdhulp en Wmo-voorzieningen verminderen. Dit lukt niet, met name door de veelal ernstige problematiek van cliënten. reactie college De rekenkamer beveelt onder meer aan het aantal regels en verplichte procedures te verminderen en in ieder geval tijdelijk extra wijkteammedewerkers aan te nemen om de wachtlijsten te verhelpen. Het college neemt deze aanbevelingen niet over en is het grotendeels oneens met de conclusies van de rekenkamer. medialinks binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer rotterdam uit forse kritiek over nos.nl/rotterdamse wijkteams verzuipen in regels en controles twitter.com/Nieuwsuur/status/1013154070784167936 dagblad010.nl/rekenkamer veegt vloer aan met wijkteams skipr.nl/rotterdammers wachten lang op hulp wijkteams ad.nl/zorg in wijk komt te vaak te laat rijnmond.nl/Rekenkamer mensen in nood moeten te lang wachten op hulp trouw.nl/rekenkamer slaat alarm rotterdammers moeten te lang wachten op hulp van wijkteams
Lees verder
Scheidend vermogen
Scheidend vermogen
Rekenkamer Lansingerland, 19-06-2018
Lansingerland loopt achter met afvalscheiding Ondanks de inzet van de gemeente om het scheiden van afval te verbeteren loopt Lansingerland nog achter op vergelijkbare gemeenten. De afvalbeheerkosten zijn wel fors verlaagd, maar dit voordeel is niet volledig teruggegeven aan de burger. Burgers betalen dus nog steeds teveel afvalstoffenheffing. Dit concludeert de Rekenkamer Lansingerland in haar rapport ‘Scheidend vermogen’. meer hergebruik en een stuk goedkoper In 2014 werd 43% van het afval in Lansingerland gescheiden ingeleverd, wat lager was dan in vergelijkbare gemeenten en lager dan de landelijke doelstelling (60-65%). De afvalstoffenheffing in Lansingerland (€362) was juist fors hoger dan het landelijke gemiddelde van €246. Het motto van het afvalbeleid voor 2014-2018 is dan ook ‘meer hergebruik en een stuk goedkoper’. betalen per zak De doelstelling voor afvalscheiding (55% in 2018) is weinig ambitieus, zo blijkt uit het onderzoek van de rekenkamer. Er is geen rekening gehouden met stijgende afvalscheidingspercentages in vergelijkbare gemeenten en de aanscherping van de landelijke doelstelling van 65% naar 75% (in 2020). Om op termijn de landelijke doelstelling te benaderen zijn extra maatregelen nodig, zoals verlaging van het serviceniveau voor restafval en het betalen per zak of lediging van de container. aanbestedingsvoordeel niet volledig naar burger De afvalbeheerkosten zijn bijna gehalveerd, terwijl het serviceniveau gelijk is gebleven. De daling van de kosten is echter geen gevolg van het afvalbeleid zelf, maar van een gunstig aanbestedingsresultaat. Het aanbestedingsvoordeel is slechts gedeeltelijk terug gegeven aan de burger, in de vorm van een lagere afvalstoffenheffing. Het resterende overschot is gestort in een reserve. De rekenkamer doet de aanbeveling deze reserve op te heffen en het restant terug te betalen aan de burger. reactie college Het college neemt de meeste aanbevelingen van de rekenkamer over. Maar het is niet van plan om de raad voor te stellen de reserve op te heffen. Zonder deze reserve zouden eventuele overschotten volgens het college worden toegevoegd aan de algemene middelen. Ook zou de reserve nodig zijn om onverwachte tekorten op te vangen. Wel wil het college de reserve verlagen. De rekenkamer acht een aparte reserve echter niet nodig, omdat de huidige kosten stabiel en bekend zijn.
Lees verder
Niet thuis geven
Niet thuis geven
Rekenkamer Rotterdam, 24-05-2018
Rotterdamse opvang daklozen schiet tekort onderzoek naar de keten voor maatschappelijke opvang in Rotterdam Hoewel het college sinds 2017 bezig is met een verbetering van de opvang voor daklozen, laat de hulpverlening tot op heden nog te wensen over. Zo geeft de gemeente nog te weinig gehoor aan haar wettelijke taak om eerste opvang te bieden aan alle Nederlandse daklozen en duurt het vaak een half jaar voordat daklozen kunnen doorstromen naar een kamer of woning. De helft van de daklozen haakt voor die tijd af. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Niet thuis geven’. meer daklozen in de vier grote steden De rekenkamers van de vier grote steden hebben onderzoek gedaan naar de opvang en ondersteuning van daklozen in hun gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die dakloos zijn of dreigen te raken. Aanleidingen voor dit onderzoek was niet alleen de uitbreiding van de wettelijke verantwoordelijkheden, maar ook het signaal dat het aantal daklozen in de steden stijgt. In Rotterdam voerde de rekenkamer het onderzoek uit door daklozen te interviewen over hoe zij hun ondersteuning door de gemeente ervaren. Ook observeerde de rekenkamer hoe de gesprekken met daklozen bij de gemeentelijke loketten verlopen. Daarnaast hield de rekenkamer ook gesprekken met ambtenaren, zorgaanbieders en hulpverleners en deed documentstudie. Op basis hiervan constateert de rekenkamer diverse tekortkomingen in de opvangketen, onder meer op het gebied van preventie, toegang, doorstroom en uitstroom. onvoldoende preventie dakloosheid De preventie leidt niet tot voldoende resultaat. Om de huidige toename van dakloosheid in te dammen, moet de gemeentelijke schulddienstverlening meer mensen gaan bereiken. Daarnaast moeten wijkteammedewerkers meer kennis krijgen over het ondersteunen van daklozen die (tijdelijk) bij vrienden of familie slapen. Ook dienen mensen die een penitentiaire of GGZ-instelling verlaten beter begeleid te worden naar huisvesting. beperkte toegang tot de nachtopvang Verschillende groepen die op grond van de wet (Wmo) recht hebben op (eerste) opvang, krijgen dat nu niet. De gemeente weigert regelmatig (eerste) opvang aan daklozen (23+) van buiten Rotterdam en aan daklozen zonder GGZ-problemen. Voor jongeren (18-23) geldt bovendien een wachtlijst en voor zwaar verslaafde of agressieve jongeren is er helemaal geen nachtopvang geregeld. lang wachten in de nachtopvang Eenmaal in de Rotterdamse nachtopvang wachten volwassen daklozen vaak zeker zes maanden op plaatsing in een (tijdelijke) woonvoorziening en/of GGZ-zorg. Op de slaapzalen worden zij geconfronteerd met elkaars problemen, wat kan leiden tot verergering van de eigen psychische problematiek. Circa de helft van de daklozen valt dan ook uit voordat ze kunnen doorstromen naar een eigen kamer of woning. De rekenkamer beveelt aan meer in te zetten op direct zelfstandige huisvesting van daklozen met ambulante begeleiding (Housing First). Ook is individuele begeleiding nodig die zorgdomein-overstijgend de cliënt bijstaat vanaf de opvangfase. tekort aan zelfstandige woonruimte Op dit moment is er een tekort aan geschikte woningen voor (voormalig) daklozen. De rekenkamer beveelt het college aan meer aanbod voor deze groep beschikbaar te maken, door bijvoorbeeld te kijken of de vergunningscriteria uit de “Rotterdamwet” ruimhartiger kunnen worden toegepast. reactie college In zijn reactie neemt het college twee belangrijke aanbevelingen niet over, namelijk die ten aanzien van Housing First en de Rotterdamwet. Hierdoor blijven de fundamentele tekortkomingen in de opvang en begeleiding van daklozen bestaan. medialinks Trouw / ook in Rotterdam schiet de hulpverlening voor daklozen tekort NRC / college Rotterdam faalt bij opvang en hulp daklozen NOS / Gemeente Rotterdam op vingers getikt over daklozenbeleid Rijnmond / rekenkamer kraakt Rotterdamse daklozenopvang eenvandaag / recordaantal jonge daklozen in rotterdam nieuws.nl / opvang daklozen Rotterdam schiet te kort Binnenlands Bestuur / rekenkamer fel in kritiek op rotterdams daklozenbeleid rijnmond.nl / Je wilt meer dan alleen een bed medialinks G4 publicatie NRC / rekenkamers daklozenopvang schiet tekort NRC / eindeloos wachten en dan weer de straat op RD / opvang daklozen 4 grote steden onder de maat nu.nl /rekenkamers daklozenopvang in vier grote steden ondermaats Binnenlands Bestuur.nl / G4 aanpak daklozen onvoldoende duurzaam nporadio1.nl / steeds meer dakloze in grote steden faalt de ondersteuning Parool / rekenkamer onvoldoende ondersteuning daklozen rtlnieuws.nl / grote steden kunnen daklozen niet meer kwijt door gebrek aan woningen telegraaf.nl / opvang daklozen 4 grote steden onder de maat ad.nl / opvang daklozen vier grote steden onder de maat schulinck.nl / opvang daklozen 4 grote steden onder de maat opvang.nl / manifest een thuis voor iedereen zorgwelzijn.nl / rekenkamer voorbeeldprojecten helpen dakloze beter en sneller omroepwest.nl / Rekenkamers vier grote steden slaan alarm over de daklozenopvang straatconsulaat.nl / rekenkamers van de vier grote steden slaan alarm over daklozenopvang opvang.nl / nrc schenkt aandacht aan toenemende problemen dakloosheid in g4 ad.nl / zwerfjongere moet maanden wachten op een thuis versbeton.nl/2020/06/dakloosheid onder rotterdamse jongeren neemt toe maar niemand weet precies waarom/
Lees verder
Vervolgonderzoek informatiebeveiliging
Vervolgonderzoek informatiebeveiliging
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2018
beveiliging gevoelige gegevens sterk verbeterd hackers krijgen geen toegang tot gevoelige gegevens gemeente De beveiliging van gevoelige gegevens sterk is sterk verbeterd, sinds de publicatie van het rekenkamerrapport ‘In onveilige handen’ (april 2017). Dat blijkt uit recente testen van de rekenkamer. Anders dan tijdens het vorige onderzoek, is het niet gelukt om toegang te krijgen tot informatiesystemen met gevoelige (persoons)gegevens. Ook kwamen onderzoekers niet in een positie om identiteitsfraude te plegen, de fysieke veiligheid van politiek-bestuurlijke ambtsdragers aan te tasten of de openbare orde en publieke dienstverlening te verstoren. maatregelen gemeente effectief Tijdens de testen bleek dat de gemeente na het vorige onderzoek effectieve maatregelen heeft genomen. Door een bewustwordingscampagne bleken medewerkers nauwelijks gevoelig voor ‘voice phishing’, waarbij zij telefonisch worden verleid om wachtwoorden af te geven. Technische kwetsbaarheden, die naar voren kwamen in het vorige onderzoek, waren inmiddels verholpen. Hackpogingen van de onderzoekers werden door nieuwe beveiligingssoftware in een vroeg stadium ontdekt. En de beveiliging tegen kwaadaardige software was verbeterd. beveiliging kantoorpanden nog niet waterdicht Op één terrein schoot de beveiliging nog te kort. Ondanks extra beveiligingsmedewerkers bleek het nog steeds mogelijk om zonder toestemming kantoorpanden binnen te dringen. Deze lacune in de beveiliging kan onder andere worden gedicht door het dragen van duidelijke zichtbare passen en beter toezicht. verder op de ingeslagen weg De rekenkamer doet de aanbeveling om, bij het dichten van technische kwetsbaarheden, voort te gaan op de ingeslagen weg. De gemeente moet door trainingen blijven werken aan het beveiligingsbewustzijn van medewerkers. Het college onderschrijft de conclusies van de rekenkamer en neemt alle aanbevelingen over. De rekenkamer zal de implementatie van de aanbevelingen de komende jaren nauwlettend blijven volgen.
Lees verder
Realisatie targets collegeprogramma 2014-2018
Realisatie targets collegeprogramma 2014-2018
Rekenkamer Rotterdam, 11-01-2018
Een informatiebrief over de beoordeling van de realisatie van de collegetargets behorende bij het collegeprogramma 2014-2018.
Lees verder
Een taak voor de boeg
Een taak voor de boeg
Rekenkamer Barendrecht, 09-01-2018
Sinds de invoering van de drie decentralisaties in het sociaal domein op 1 januari 2015, functioneren in Barendrecht vier wijkteams. Evenals in het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten, functioneren deze teams ook in Barendrecht nog niet probleemloos. De rekenkamer heeft onderzocht welke knelpunten er zijn in het functioneren van de Barendrechtse wijkteams en of het college die knelpunten adequaat aanpakt. De vier wijkteams in Barendrecht hebben tot taak tijdig ondersteuning te bieden aan inwoners van alle leeftijden. Het kan bijvoorbeeld gaan om ondersteuning bij opvoedproblemen, gedragsproblemen, ouderenproblematiek, relatieproblemen, eenzaamheid, schulden en huiselijk geweld. Uit het onderzoek blijkt dat de wijkteams wachtlijsten hebben. Dit betekent dat de gemeente niet kan waarborgen dat inwoners tijdig ondersteuning krijgen. De wachtlijsten worden volgens het onderzoek onder meer veroorzaakt doordat wijkteammedewerkers teveel tijd kwijt zijn aan administratieve taken en doordat zij er nauwelijks in slagen om de ondersteuning af te sluiten en over te dragen aan anderen. Familie, vrienden of organisaties in de wijk, zoals welzijnsorganisaties, jongerenwerk en kerken zouden na enige tijd de ondersteuning moeten overnemen, maar dat lukt dus bijna nooit. De gemeente heeft hiervan te hoge verwachtingen. Ook kunnen wijkteams inwoners vaak niet meteen doorverwijzen naar specialistische zorginstellingen. Die instellingen hebben namelijk vaak ook wachtlijsten. Dit geldt met name voor specialistische jeugdhulp. Uit het onderzoek blijkt verder dat er sprake is van een kloof tussen beleid en uitvoering. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de gemeente knelpunten, die veelal al sinds 2015 bestaan, niet onderkent of niet adequaat aanpakt. Die knelpunten betreffen bijvoorbeeld onduidelijke regels en tekortkomingen in de faciliteiten voor de teams (onvoldoende spreekkamers, te weinig training en scholing). medialinks www.hetzuidenbarendrecht.nl/gemeenteloket buurt bemiddeling en wijkteams
Lees verder
Opvolgingsonderzoek 2014-2017 (Lansingerland)
Opvolgingsonderzoek 2014-2017 (Lansingerland)
Rekenkamer Lansingerland, 19-12-2017
De rekenkamer heeft een opvolgingsonderzoek uitgevoerd voor vier onderzoeksrapporten die zijn uitgebracht in de periode 2014-2017. Met het opvolgingsonderzoek beoogt de rekenkamer te beoordelen of de aanbevelingen waarmee het college en/of de raad hebben ingestemd, daadwerkelijk zijn opgevolgd. De mate waarin aanbevelingen worden overgenomen en een vervolg krijgen in beleid en uitvoering kan als een indicatie worden beschouwd voor de effectiviteit van het werk van de rekenkamer. Uit het opvolgingsonderzoek blijkt onder meer dat er over het algemeen een substantieel politiek-bestuurlijk debat omtrent de rekenkamerrapporten in de commissie- en/of raadsvergadering plaatsvindt. Dit blijkt uit het feit dat driekwart van de aanbevelingen na de raadsbehandeling is overgenomen door de raad, terwijl het college aanvankelijk slechts een derde van de aanbevelingen direct overnam. Daarnaast vinden de rekenkamerrapporten grotendeels doorwerking in beleid en uitvoering. Dit gebeurt in de vorm van opvolging van de aanbevelingen. Het blijkt dat 75% van alle aanbevelingen (deels) is opgevolgd en 13% wordt nog in het komend jaar opgevolgd. Verder worden naar aanleiding van het politiek-bestuurlijk debat door betrokken wethouders toezeggingen gedaan die de doorwerking van de aanbevelingen vergroten, dan wel (geamendeerde) raadsbesluiten aangenomen die de reikwijdte van de aanbevelingen hebben verbreed en verrijkt.
Lees verder
Wat niet weet, maar wel deert
Wat niet weet, maar wel deert
Rekenkamer Lansingerland, 19-12-2017
belang informatiebeveiliging neemt toe door decentralisaties Sinds de decentralisaties in het sociaal domein heeft de gemeente Lansingerland meer (bijzondere) persoonsgegevens in beheer. Steeds meer informatie wordt digitaal opgeslagen, overgedragen en aan elkaar gekoppeld. Het belang om de informatiebeveiliging op orde te hebben en weerbaar te zijn tegen dreigingen als cybercrime, is als gevolg van deze ontwikkelingen aanzienlijk toegenomen. Naar aanleiding hiervan heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar de informatiebeveiliging bij de gemeente Lansingerland, onder andere door middel van een penetratietest en een beoordeling van de beveiliging van drie applicaties die vaak worden gebruikt in het sociaal domein. gevoelige gegevens niet veilig bij gemeente Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat gevoelige informatie, zoals (bijzondere) persoonsgegevens, over het algemeen onvoldoende in veilige handen is bij de gemeente. Digitale informatiesystemen zijn onvoldoende beveiligd voor aanvallen van binnenuit. Ook de beveiliging van drie applicaties, die vaak worden gebruikt in het sociaal domein, schiet te kort. De fysieke beveiliging van de kantoorlocatie faalt en is er te weinig ‘social & security awareness’ bij medewerkers. Beveiligingsmaatregelen volgen niet uit systematische en actuele risicoanalyses, hoewel het beleid van de gemeente deze analyses wel voorschrijft. Door de tekortschietende informatiebeveiliging bestaan er reële risico’s op identiteitsfraude, misbruik van publieke middelen en 'datalekken'. Hierdoor kan de effectiviteit van gemeentelijk beleid en het vertrouwen in de overheid onder druk komen te staan. veiligheidsrisico's centraal De personele en financiële capaciteit voor informatieveiligheid wordt, in navolging van het gemeentelijke beleid, ingezet voor de implementatie van bepaalde beveiligingsnormen die slechts een basisniveau van beveiliging garanderen. Voor 75 applicaties, waaronder de drie applicaties die vaak worden gebruikt in het sociaal domein, geeft dit beveiligingsniveau echter onvoldoende bescherming tegen misbruik of verlies van data. De rekenkamer heeft onder meer aanbevolen om veiligheidsrisico’s, in plaats van beveiligingsnormen, centraal te stellen bij de inrichting van de informatiebeveiliging. Ook heeft de rekenkamer aanbevolen om alle in het onderzoek aangetoonde kwetsbaarheden in de beveiliging, te dichten.
Lees verder
Sturen op gevoel
Sturen op gevoel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 19-12-2017
Capelle aan den IJssel zet diverse maatregelen in om de veiligheid in de gemeente te verbeteren. Dit zijn onder andere stadsmariniers, cameratoezicht, een groepsaanpak voor jongeren en handhavers. Doel is om de criminaliteit terug te dringen en het gevoel van veiligheid te vergroten. De rekenkamer vroeg zich af: ‘Lukt dit?’ geregistreerde criminaliteit Capelle aan den IJssel wil in de periode 2015-2018 een forse daling van het aantal misdrijven bereiken. Uit onderzoek van de rekenkamer blijkt dat de beoogde daling al in 2016 is bereikt. Kanttekening hierbij is dat de daling van het aantal woninginbraken stagneert. het gevoel van veiligheid Capelle aan den IJssel wil ook een daling bereiken van het aantal mensen dat zich onveilig voelt. De gemeenten ligt hierbij niet op koers. Volgens de metingen die de gemeente verricht, ligt het gevoel van veiligheid in 2017 nog op hetzelfde niveau als in 2013. Kortom, hier is nog geen verbetering zichtbaar. De rekenkamer stelt ook vast dat de gemeente het gevoel van veiligheid niet nauwkeurig genoeg meet. Hierdoor weet de gemeente niet waar het precies aan schort. Ook is onvoldoende duidelijk hoe de gemeente de beleving van de veiligheid wil verbeteren. maatregelen De rekenkamer heeft de volgende maatregelen onderzocht: stadsmariniers, cameratoezicht, handhavers en een groepsaanpak voor jongeren. Het is niet mogelijk om het directe effect van de maatregelen op de veiligheid vast te stellen. Wel verschillen de maatregelen in de mate waarin het aannemelijk is dat zij de veiligheid verbeteren. Met name de verwachte positieve invloed van cameratoezicht op het gevoel van veiligheid is niet erg waarschijnlijk. Uit het onderzoek naar de stadsmariniers kwam nog een opvallende bevinding. De stadsmariniers zijn ingezet als tijdelijke functionarissen van de gemeente op het gebied van veiligheid. In hun aanpakken streven zij echter veel lange termijn doelen na met een sociaal karakter. Hierdoor lijkt het tijdelijke, op veiligheid gerichte karakter van de mariniers te vervallen. De rekenkamer vindt aanscherpingen nodig voor de invulling van de rol van de stadsmariniers. reactie college Het college van B en W deelt op hoofdlijnen de conclusies van de rekenkamer.
Lees verder
Scheiding van waarde
Scheiding van waarde
Rekenkamer Rotterdam, 06-07-2017
De Rotterdamse afvalstoffenheffing is tussen 2008 en 2014 gestegen met 50%. In Rotterdam wordt bovendien maar weinig afval gescheiden. Deze gegevens vormden de aanleiding voor een onderzoek van de rekenkamer naar de afvalstoffenheffing en het afvalbeleid. college mist inzicht in kosten afvalbeheer De rekenkamer concludeert op basis van haar onderzoek dat gemeenteraad en college inzicht missen in de kosten en opbrengsten van het afvalbeheer. Rotterdam betaalt door politieke keuzes meer kosten uit de afvalstoffenheffing dan andere steden. Het verschil treedt vooral op bij de kosten voor kwijtschelding (van de afvalstoffenheffing) en straatreiniging. Deze kosten bedragen respectievelijk € 30 en € 39 per huishouden in Rotterdam en in andere steden gemiddeld € 17 en € 18. Het tarief is wel rechtmatig. afvalinzameling efficiënt, verwerking duur De kosten voor afvalinzameling zijn in Rotterdam gemiddeld 12% lager dan vergelijkbare steden, maar de kosten voor verwerking 56% hoger. Dit laatste komt doordat Rotterdammers weinig afval scheiden en de gemeente een hoog tarief betaalt voor de verwerking van restafval. De afvalinzameling en verwerking kan niet goedkoper door deze taken uit te besteden of te verzelfstandigen. Commerciële afvalbedrijven zijn namelijk niet veel goedkoper dan gemeentelijke diensten. En meer schaalvoordelen zijn niet te behalen, omdat de afvalinzameling in Rotterdam al een grote schaal (270.000 huishoudens) heeft. doelstellingen afvalbeleid niet bereikt, college past berekening aan De belangrijkste maatregel om afvalscheiding te verbeteren is het achteraf scheiden van kunststof. Deze maatregel is vertraagd tot 2018. Hierdoor kunnen de doelen van het afvalbeleid (meer hergebruik van afval, minder restafval) niet worden gehaald. Het college zegt echter dat de doelstellingen wel bereikt worden. Dit kan alleen doordat het college de berekening van de doelstellingen heeft veranderd. Bijvoorbeeld door metalen, die overblijven na verbranding van afval, mee te tellen als ‘gescheiden afval’. En door de inschatting van de hoeveelheid bedrijfsafval in het restafval te verhogen. Hierdoor zijn de doelstellingen van het afvalbeleid verlaagd. Ook heeft het college een fout gemaakt in de berekening. Er wordt echter niet veel meer afval gescheiden ingezameld, dan bij het begin van het beleid. college neemt belangrijkste aanbeveling niet over De rekenkamer doet op basis van haar onderzoek verschillende aanbevelingen. Bijvoorbeeld om de aangepaste (lagere) doelstellingen van het afvalbeleid te laten beoordelen door de gemeenteraad. En om te blijven stimuleren dat burgers afval gaan scheiden. Alleen zo kan op korte termijn meer afval worden hergebruikt en de afvalrekening verlaagd worden. Het college zegt in haar reactie niet duidelijk of ze het eens is met de conclusies van de rekenkamer, dat de doelstellingen niet worden gehaald en de berekening is veranderd. Wel neemt het college vijf van de zes aanbevelingen grotendeels over. De belangrijke aanbeveling, om de aangepaste (lagere) doelstellingen van het afvalbeleid te laten beoordelen door de gemeenteraad, neemt het college echter niet over.
Lees verder
In onveilige handen
In onveilige handen
Rekenkamer Rotterdam, 18-05-2017
Sinds de decentralisaties in het sociaal domein heeft de gemeente Rotterdam meer (bijzondere) persoonsgegevens in beheer. Steeds meer informatie wordt digitaal opgeslagen, overgedragen en aan elkaar gekoppeld. Het belang om de informatiebeveiliging op orde te hebben en weerbaar te zijn tegen dreigingen als cybercrime, is als gevolg van deze ontwikkelingen aanzienlijk toegenomen. Naar aanleiding hiervan en van een motie van de gemeenteraad heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar de informatiebeveiliging bij de gemeente Rotterdam, o.a. door middel van een penetratietest en een beoordeling van de beveiliging van vijf belangrijke applicaties. Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat gevoelige informatie, zoals (bijzondere) persoonsgegevens, over het algemeen onvoldoende in veilige handen is bij de gemeente Rotterdam, ondanks dat de gemeente op papier wel adequaat beleid en organisatie voor de informatiebeveiliging heeft opgesteld. De gemeente schiet echter tekort in de uitvoering daarvan. Digitale informatiesystemen zijn onvoldoende beveiligd voor aanvallen van binnenuit, de fysieke beveiliging van meerdere kantoorlocaties schiet tekort en er is te weinig ‘social & security awareness’ bij medewerkers. Het niet volgen van de voorgeschreven PDCA-cyclus en het feit dat de beveiligingsmaatregelen niet volgen uit systematische en actuele risicoanalyses, illustreren het tekort aan centrale sturing. Door de tekortschietende informatiebeveiliging bestaan er reële risico’s op identiteitsfraude, fysieke onveiligheid van politiek-bestuurlijke ambtsdragers, verstoring van de openbare orde, verstoring van de publieke dienstverlening en misbruik van publieke middelen. De rekenkamer constateert daarnaast dat er grote verschillen bestaan tussen de kwaliteit van informatiebeveiliging van afzonderlijke systemen. Ook hier ontbreekt het aan centrale sturing. De rekenkamer heeft onder meer aanbevolen in te zetten op een krachtige centrale sturing op informatiebeveiliging en alle in het onderzoek aangetoonde kwetsbaarheden in de beveiliging, te dichten.
Lees verder
Een cultuur van vast goed
Een cultuur van vast goed
Rekenkamer Rotterdam, 20-04-2017
De gemeente Rotterdam is eigenaar van circa 2.300 vastgoedobjecten met een totale waarde van circa € 1,6 miljard. De grootste portefeuille bestaat uit het maatschappelijk vastgoed met 1.431 objecten met een totale waarde van circa € 1,2 miljard. Maatschappelijk vastgoed betreft gebouwen waarin maatschappelijke activiteiten plaatsvinden. Voorbeelden zijn sportaccommodaties, schoolgebouwen, voorzieningen voor maatschappelijk opvang, theaters en museale gebouwen. In dit onderzoek ligt de focus op de deelportefeuille kunst en cultuur met de zogeheten culturele panden. De gemeente dient ervoor te zorgen dat deze culturele panden in een goede staat zijn en op een bepaald niveau worden onderhouden zodat ze geschikt zijn voor de uitoefening van de beoogde culturele functies. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente haar verantwoordelijkheid voor een goed beheer en onderhoud van haar culturele panden onvoldoende heeft genomen. Zo zijn cruciale documenten zoals demarcatielijsten, meerjarenonderhoudsplannen en jaarlijkse uitvoeringsplannen onvolledig of afwezig. Hierdoor kan de gemeente niet garanderen dat ze al haar onderhoudsverplichtingen nakomt. Daarnaast zijn er tekortkomingen in het beheer en onderhoud van de culturele panden. De interne controle op en verantwoording over de uitvoering van onderhoud vindt niet structureel plaats. Ook is er een zeer gebrekkige dossiervorming over en registratie van het vastgoedonderhoud. Hierdoor heeft de gemeente onvoldoende inzicht in de gerealiseerde onderhoudswerkzaamheden en de onderhoudskosten ervan. Verder constateert de rekenkamer dat concernbrede ontwikkelingen zoals invoering van Oracle en de reorganisatie in 2014 een negatieve impact hebben gehad op de bedrijfsvoering en organisatie van de afdeling Vastgoed. Ondanks (interne) meldingen werden er onvoldoende (beheers)maatregelen getroffen door de (concern)leiding. Dit alles heeft de omstandigheden gecreëerd waarin de casus Boompjeskade kon ontstaan. Ook loopt de afdeling Vastgoed financiële risico’s. Zo is de kostendekkende huur niet kostendekkend voor het beheer en onderhoud van de culturele panden. Door het ontbreken van een onderhoudsreserve moest er worden afgeweken van de ideale onderhoudsplanning. Het gevolg was dat het onderhoud niet alleen werd uitgesteld, maar dat de gemeente hiermee ook het risico liep meer aan onderhoudskosten kwijt te zijn dan nodig is.
Lees verder
In de groei
In de groei
Rekenkamer Lansingerland, 04-04-2017
Jeugdwet: vroege signalering en preventie van jeugdproblematiek Door de nieuwe Jeugdwet zijn gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het bieden van passende hulp voor alle jeugdigen in de leeftijd nul tot achttien jaar. De gemeente heeft voor jeugdhulp in 2017 € 11,8 miljoen begroot, waarvan circa 70% voor intensieve en specialistische jeugdhulp. Er zijn eind 2015 1.108 lopende indicaties voor maatwerk jeugdhulp. De rijksoverheid wil met de Jeugdwet de jeugdhulp ook inhoudelijk veranderen: de nadruk moet komen te leggen op preventie en vroeg signaleren en aanpakken van problemen van de jeugd. toegang tot jeugdhulp verloopt nog niet adequaat De gemeente Lansingerland heeft, anders dan veel andere gemeenten, er voor gekozen om de toegang tot jeugdhulp niet via een centraal loket of wijkteam te laten verlopen, maar via verschillende toegangspartijen (o.a. de gemeente en het Centrum voor Jeugd en Gezin). Hierdoor is de drempel om hulp te zoeken laag. Dit toegangsmodel heeft echter ook nadelen: de coördinatie tussen professionals is minder eenvoudig en het proces minder overzichtelijk. Uit onderzoek van de rekenkamer Lansingerland blijkt dat pogingen van de gemeente om deze nadelen te ondervangen nog onvoldoende resultaat hebben. Zo kan het delen van cliëntinformatie tussen de toegangspartijen nog verbeterd worden, bijvoorbeeld door het beter benutten van het ICT-systeem dat hiervoor beschikbaar is. En de afspraken over doorzettingsmacht richting andere partijen, als meerdere hulpverleners betrokken zijn bij één cliënt, zijn nog onduidelijk. kwaliteit dienstverlening en zorg continuïteit niet in gevaar Het onderzoek van de rekenkamer wijst er niet op dat de kwaliteit van de dienstverlening is verslechterd na de invoering van de Jeugdwet: van de 94 (ouders van) cliënten die in 2014 jeugdhulp ontvingen vindt 14% dat de hulp in 2015 is verbeterd en 9% dat deze is verslechterd. Er zijn in 2016 slechts twee bezwaarschriften en één klacht (2015: zes klachten) over jeugdhulp ingediend bij de gemeente. Ook zijn er zowel in 2015 als in 2016 geen incidenten geweest. vroege signalering en preventie jeugdproblematiek behoeft verbetering Om de doelen van de nieuwe Jeugdwet te realiseren zijn nog verbeteringen noodzakelijk. Bijvoorbeeld door lacunes in het netwerk voor vroege signalering van jeugdproblematiek op te vullen en door meer capaciteit vrij te maken voor het uitwerken van preventieve methoden en werkwijzen.
Lees verder
Hulp buiten bereik
Hulp buiten bereik
Rekenkamer Rotterdam, 02-03-2017
Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van schuldhulpverlening aan inwoners die hun schulden niet kunnen aflossen. Die hulp moet er volgens de wet op gericht zijn dat mensen weer van hun schulden af kunnen komen. In Rotterdam kunnen inwoners hiertoe een aanvraag voor een schuldregeling indienen bij de gemeentelijke Kredietbank Rotterdam (KBR). Meer dan 50.000 Rotterdamse huishoudens kampen met schuldproblemen, dat zijn meer dan 100.000 inwoners. Daarvan zitten 27.000 Rotterdammers zelfs zo diep in de schulden, dat zij die niet meer kunnen aflossen. Dit is de groep met problematische schulden. Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat de gemeente er in de periode 2012-2015 niet in is geslaagd om het aantal inwoners met problematische schulden omlaag te brengen. Dat het aantal inwoners met problematische schulden niet daalt, komt volgens het onderzoek onder meer doordat maar weinig inwoners met problematische schulden een aanvraag indienen bij de KBR, in 2015 slechts 8%. Dit lage aantal wordt volgens het onderzoek onder meer veroorzaakt doordat de gemeente de procedure om een schuldregeling aan te vragen te ingewikkeld heeft gemaakt. Inwoners die hulp vragen, krijgen te maken met te veel verschillende organisaties, waardoor zij het gevoel krijgen ‘van het kastje naar de muur’ te worden gestuurd. Verder blijkt uit het onderzoek dat mensen met schuldproblemen meestal geen individuele begeleiding krijgen, zoals hulp van het wijkteam. Dit, terwijl ze die individuele begeleiding veelal wel nodig hebben. Schuldproblemen gaan namelijk vaak gepaard met stress en problemen op andere leefgebieden, zoals werkloosheid en gezins- of gedragsproblemen. De gemeente biedt mensen met schuldproblemen wel voorlichting en ondersteuning in de vorm van groepsbijeenkomsten en groepsgewijze ondersteuning, maar dat is vaak niet voldoende. De rekenkamer concludeert in het onderzoek dat de gemeente er ten onrechte van uitgaat dat mensen met schuldproblemen voldoende ‘eigen kracht’ hebben om hun schuldproblemen aan te pakken. De gemeente heeft in 2016 een nieuw schulddienstverleningsbeleid vastgesteld, voor de periode 2016-2019. In het onderzoeksrapport staat dat te verwachten is dat ook dat nieuwe beleid weinig zal bijdragen aan het verminderen van het aantal inwoners met problematische schulden. In het nieuwe beleid worden de problemen die de rekenkamer signaleert namelijk onvoldoende onderkend. De rekenkamer doet in het rapport daarom onder meer de aanbeveling aan de gemeente om het aanvraagproces voor een schuldregeling veel eenvoudiger te maken en om ervoor te zorgen dat hulpvragers individuele professionele ondersteuning krijgen van een vaste contactpersoon.
Lees verder
Realisatie collegetargets 2015
Realisatie collegetargets 2015
Rekenkamer Rotterdam, 12-01-2017
Lees verder
Schone schijn
Schone schijn
Rekenkamer Rotterdam, 17-11-2016
Op grond van de Wmo is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van huishoudelijke verzorging aan burgers die dat zelf niet meer kunnen. De verzorging bestaat onder andere uit de schoonmaak van het huis en het wassen en strijken van kleding. In 2011 besteedde de gemeente Rotterdam hieraan € 70,4 mln. In 2013 legde het rijk een financiële taakstelling van 40% per 2015 op. De gemeente moet met 40% minder de huishoudelijke verzorging organiseren en probeerde dit te realiseren met een beroep op de zelfredzaamheid van burgers en een eventuele versterking daarvan. Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat de gemeente er niet in slaagt om de zelfredzaamheid van de doelgroep (veelal ouderen met chronische lichamelijke beperkingen) te versterken. De gemeente heeft sinds 2013 op verschillende manieren geprobeerd de zelfredzaamheid van cliënten huishoudelijke verzorging te versterken, namelijk door een groter beroep te doen op hun eigen kracht, door meer inzet van mantelzorgers en vrijwilligers of door de inzet van een collectieve voorziening (zoals een boodschappenservice). Met zorgaanbieders en welzijnsinstellingen heeft de gemeente hierover afspraken gemaakt, maar deze zijn nauwelijks uitgevoerd en leverden weinig resultaat op. Uit interviews met cliënten blijkt dat cliënten minder huishoudelijke verzorging krijgen dan voorheen. Bijna de helft hiervan is niet tevreden, want het huis wordt nu minder goed schoon gehouden. Het bijhouden van de schoonmaak wordt in de praktijk niet opgevangen door meer zelfredzaamheid van de cliënten. De gemeente is er volgens dit onderzoek wel in geslaagd een bezuiniging van 40% van de kosten voor huishoudelijke verzorging te realiseren. Dit komt onder andere door een drastische daling van het aantal cliënten.
Lees verder
Geen krimp gegeven
Geen krimp gegeven
Rekenkamer Rotterdam, 27-09-2016
De economische crisis stelde de gemeente Rotterdam in 2009 voor een grote financiële opgave. Daarom heeft de gemeente in de periode 2010-2014 een forse personele krimp (circa 2.500 fte) doorgevoerd. Ook het huidige college wil de personele formatie met enkele honderden fte’s inkrimpen. Het uitgangspunt van het college is dat, ondanks de bezuinigingen, de dienstverlening aan burgers en ondernemers kwalitatief op peil blijft. Dit was voor de rekenkamer aanleiding om onderzoek te doen naar de effecten van de personele krimp in de periode 2010-2014 op de dienstverlening aan burgers en ondernemers. De rekenkamer heeft door middel van casestudy’s de kwaliteit van de dienstverlening via het centrale telefoonnummer 14010, de fysieke loketten, de website en het digitaal loket en brieven en e-mails in kaart gebracht. Tevens is de dienstverlening bij acht producten die veel worden gebruikt door Rotterdamse burgers en ondernemers onderzocht. Het gaat onder meer om het aanvragen van een parkeervergunning of bijstandsuitkering en het doen van een melding over de buitenruimte. Uit het onderzoek van de rekenkamer blijkt dat, ondanks de personele krimp en een groter werkaanbod, de kwaliteit van de dienstverlening van de gemeente aan burgers en ondernemers op hetzelfde niveau gebleven. Dit komt onder meer door digitalisering, steekproefsgewijs controleren van aanvragen en een hogere productiviteit van ambtenaren. De rekenkamer acht het verder aannemelijk dat de reorganisatieplannen in de huidige collegeperiode niet ten koste zullen gaan van de kwaliteit van de publieke dienstverlening. Wel zijn er risico’s ten aanzien van de tevredenheid van het eigen personeel, het ziekteverzuim en de rechtmatigheid van gemeentelijke besluiten. Tevens concludeert de rekenkamer dat de monitoring van de kwaliteit van de dienstverlening aan burgers en ondernemers voor verbetering vatbaar is. Hoewel er, vooral ten aanzien van de gemeentelijke producten, informatie over de kwaliteit van de dienstverlening beschikbaar is, wordt deze niet gebruikt om de dienstverlening actief te monitoren en te verbeteren. Verder ontbreken consistente, meerjarige realisatiecijfers ten aanzien van de algemene servicenormen die de gemeente hanteert en worden weinig klanttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd. De rekenkamer heeft het college onder meer aanbevolen om consistente servicenormen te hanteren, deze meerjarig te meten en hierover te rapporteren aan de gemeenteraad. Ook beveelt de rekenkamer aan om minimaal jaarlijks klanttevredenheidsonderzoeken per product en dienstverleningskanaal uit te voeren en klachten en bezwaren systematisch te analyseren. Tevens dient de kwaliteit van de interne dienstverlening gemonitord te worden aan de hand van de realisatie van interne servicenormen en onderzoek naar de tevredenheid van medewerkers over de interne dienstverlening. Verder doet de rekenkamer de aanbeveling om de neveneffecten van de reorganisatieplannen op de medewerkerstevredenheid, het ziekteverzuim en rechtmatigheid in te beoordelen en, indien gewenst, maatregelen te treffen om deze te compenseren. In zijn reactie onderschrijft het college de conclusies en aanbevelingen geheel dan wel grotendeels. De aanbeveling om de neveneffecten van de reorganisatieplannen te beoordelen wordt echter niet geheel ondubbelzinnig onderschreven.
Lees verder
Parkeren herwaarderen
Parkeren herwaarderen
Rekenkamer Rotterdam, 06-09-2016
In het rapport parkeren herwaarderen wordt onder meer gekeken naar de invoering van betaald parkeren sinds 2006 en de effecten daarvan op de parkeerdruk. Hoewel aannemelijk is dat betaald parkeren bijdraagt aan een lagere parkeerdruk, is in bijna de helft van de gevallen betaald parkeren ten onrechte ingevoerd. In deze gevallen was de parkeerdruk volgens de geldende beleidskaders niet hoog genoeg. Bovendien is het effect op de parkeerdruk soms ook erg bescheiden. De rekenkamer heeft aanbevolen in deze gevallen de invoering van het betaald parkeren te heroverwegen, wat door het college niet wordt overgenomen. Ook is onderzocht in welke mate maatregelen voor de binnenstad zijn uitgevoerd. Voor een deel is dat gebeurd (garages in de binnenstad; minder parkeerplaatsen op straat), voor een deel niet (P+R-plaatsen). Of deze maatregelen hebben bijgedragen aan de beoogde verschuiving van het “blik op straat” naar “auto’s in de garage” is niet vast te stellen. De gemeente verzamelt niet de daarvoor benodigde gegevens. Ten slotte heeft de rekenkamer vastgesteld dat de baten van de parkeersector ongeveer € 12 mln. hoger zijn dan aan de raad gerapporteerd. Ook blijken op het niveau van parkeersectoren de baten hoger dan de lasten. Deze baten vloeien niet volledig terug naar het betaald parkeren, maar worden bijvoorbeeld ook besteed aan handhaven op jongerenoverlast of hondenpoep.
Lees verder
Van inspraak naar invloed
Van inspraak naar invloed
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 30-06-2016
Capelle aan den IJssel heeft een groot aantal instrumenten van burgerparticipatie ontwikkeld. Het college wil met burgerparticipatie onder meer de kwaliteit van beleid verhogen en het draagvlak versterken. In dit onderzoek heeft de rekenkamer gekeken hoe de gemeente burgerparticipatie inzet bij de totstandkoming of uitvoering van beleid en in hoeverre de door de gemeente ingezette instrumenten effectief zijn. Uit onderzoek van de rekenkamer blijkt onder meer dat de door de gemeente ontwikkelde instrumenten van burgerparticipatie zich vooral richten op het informeren, raadplegen en laten adviseren door inwoners. Ruimte om daadwerkelijk mee te beslissen is er vrijwel niet. Het college heeft bovendien geen afwegingskader op- of vastgesteld waarmee kan worden bepaald welk instrument voor burgerparticipatie het meest effectief is. Verder blijkt de gemeente in vier onderzochte casussen de criteria voor een succesvol burgerparticipatietraject niet altijd toegepast te hebben. Zo maakte het college vooraf niet altijd heldere keuzes over bijvoorbeeld de rol van belanghebbenden, het doel van een traject, binnen welke kaders belanghebbenden kunnen meedenken of meedoen en wat de gemeente met de resultaten wil doen. Ook was de informatievoorziening in de onderzochte casussen onvoldoende: de deelnemers ontvingen weinig terugkoppeling over hun inbreng en het verdere verloop van het traject. De rekenkamer heeft het college onder meer aanbevolen om aanpakken voor burgerparticipatie te ontwikkelen die beter aansluiten bij de ambitie van het college om burgers en bedrijven meer eigen regie en eigen verantwoordelijkheid te geven, dus die echt ruimte geven om mee te beslissen of zelf initiatieven te ontplooien. Ook beveelt de rekenkamer aan om een afwegingskader vast te stellen. Daarmee kan worden bepaald welk instrument voor burgerparticipatie het meest effectief is, bijvoorbeeld binnen de context van een specifiek beleidsdomein of doelgroep. Naar aanleiding van het rapport van de rekenkamer heeft het college aangegeven dat het onderzoek vele aanknopingspunten en suggesties biedt om burgerparticipatie op een nog hoger plan te brengen. Het college heeft aangekondigd onder meer een toolbox voor burgerparticipatie te willen ontwikkelen. In het nawoord heeft de rekenkamer aangegeven dat een toolbox een goed streven is. Een toolbox moet dan wel een afwegingskader bevatten, dat laat zien welke instrumenten beschikbaar zijn én inzicht biedt in de verhouding tussen de beschikbare instrumenten en de wijze waarop deze instrumenten het beste kunnen worden ingezet.
Lees verder
Kwetsbaar vertrouwen
Kwetsbaar vertrouwen
Rekenkamer Rotterdam, 18-03-2016
In 2015 heeft de gemeente Rotterdam voor circa € 1,2 mrd. aan leveringen, diensten en werken ingekocht en aanbesteed. In dit onderzoek heeft de rekenkamer onderzocht welke integriteitrisico’s zich in het inkoop- en aanbestedingsproces kunnen voordoen en op welke wijze het college deze integriteitrisico’s inzichtelijk heeft gemaakt en deze beheerst. Daarbij is gekeken naar de maatregelen die de gemeente Rotterdam heeft getroffen én naar de werking van deze maatregelen in de praktijk. Uit het onderzoek blijkt dat vanuit de primaire behoefte om zo doelmatig en pragmatisch mogelijk in te kopen in voorkomende gevallen wordt gezocht naar inkoopprocedures om zo snel en gemakkelijk mogelijk aan de inkoopwensen te voldoen. Dit binnen de wettelijke kaders, maar zonder altijd voldoende rekening te houden met integriteit. Integriteitrisico’s worden door het college onvoldoende onderkend. Dit vertaalt zich ook in het verbeterprogramma ‘Inkoop op orde’, dat het borgen van integriteit als één van de doelstellingen heeft, maar zich in de uitwerking ervan met name richt op het borgen van rechtmatigheid. Het onderzoek laat daarnaast zien dat de beheersmaatregelen om integriteit te waarborgen, in de praktijk niet altijd goed worden uitgevoerd. Zo wordt soms nog buiten de aanbestedingsprocedure om ingekocht en is er beperkte aandacht voor de grotere integriteitrisico’s zoals rondom de relatief kleine inkopen, de initiële selectie van leveranciers bij onderhandse aanbestedingsprocedures en uitvoering van contractmanagement. Mede hierdoor blijft het risico op integriteitschendingen in de praktijk bestaan. Factoren, zoals kwaliteit van informatievoorziening en ICT-ondersteuning, beschikbaarheid en kwaliteit van eigen personeel en afhankelijkheid van extern personeel, dragen ertoe bij dat de naleving van maatregelen die de integriteitrisico’s reduceren, beperkt is. Het college herkent zich niet in alle conclusies en vindt dat een deel van de conclusies moet worden genuanceerd. Veel inspanningen zijn verricht en er zijn veel maatregelen al genomen. De rekenkamer geeft aan dat zij verbeteringen ziet in de opzet en het bestaan van beheersmaatregelen, maar dat deze beheersmaatregelen in de dagelijkse praktijk niet hun bedoelde werking hebben.
Lees verder
Rechtmatigheid besteding subsidie PBR
Rechtmatigheid besteding subsidie PBR
Rekenkamer Rotterdam, 15-02-2016
De vereniging Platform voor Participatie en Burgerschap in Rotterdam (PBR) ontving in 2013 voor €780.000 aan subsidie. Naar aanleiding van aanhoudende publieke discussie over de rechtmatige besteding hiervan en een daaropvolgend vooronderzoek, besloot de Rekenkamer Rotterdam een nader onderzoek in te stellen bij PBR. De rekenkamer richtte zich daarbij onder meer op de financiële administratie en geldstromen tussen PBR en organisaties waarmee PBR samenwerkt. De rekenkamer onderzocht de rechtmatigheid van subsidies die de vereniging PBR in 2013 ontving van de gemeente Rotterdam. Hierbij heeft de rekenkamer met name gekeken naar de kwaliteit van de financiële administratie en de gegevens die daarin worden ingevoerd. De rekenkamer constateert dat het PBR beschikt over een adequate financiële administratie, die toereikend inzicht kan geven in de inkomsten en uitgaven. Bij het analyseren van de wijze waarop de administratie wordt gevoerd en de gegevens die worden ingevoerd, liep de rekenkamer tegen een grote hoeveelheid facturen aan waarvan de oorsprong en authenticiteit niet of lastig bleek vast te stellen. Ook bleek een aanzienlijk aantal kasdocumenten niet adequaat onderbouwd en schiet de interne controle op de juistheid van de zogenoemde urenstaten tekort. Alles overziend komt de rekenkamer tot de conclusie dat de rechtmatigheid van een deel van de uitgaven niet toereikend is vast te stellen. Ook signaleerde de rekenkamer een constructie waarbinnen enkele medewerkers en een bestuurder van PBR een functie vervullen bij enkele gelieerde stichtingen en organisaties waarmee door het PBR wordt samengewerkt en waarmee financiële transacties plaatsvinden. Deze bevinding, in combinatie met de conclusie dat van een deel van de uitgaven de rechtmatigheid niet toereikend is vast te stellen, vergroot volgens de rekenkamer het risico op zelfverrijking. De rekenkamer heeft geen concrete voorbeeld aangetroffen die een vorm van zelfverrijking kunnen onderbouwen. Verder constateert de rekenkamer dat de verantwoording over de gedane uitgaven en de geleverde prestaties tekortschiet, mede doordat de verantwoording van de onderscheiden subsidiestromen in de jaarrekening 2013 van PBR ontoereikend is. De rekenkamer heeft aan PBR tien aanbevelingen gedaan om de geconstateerde tekortkomingen in de administratie te verbeteren en de ongewenste functievermenging tegen te gaan. PBR gaat al deze aanbevelingen opvolgen. Het college van B en W van Rotterdam stelt geschrokken te zijn van de bevindingen van de rekenkamer en zegt toe de opvolging van de aanbevelingen in de subsidievoorwaarden op te zullen nemen.
Lees verder
Vitaliteit op het spel
Vitaliteit op het spel
Rekenkamer Lansingerland, 03-11-2015
De gemeente Lansingerland is eigenaar van diverse binnensportaccommodaties en sportparken. Door deze sportaccommodaties te verhuren aan sportverenigingen, tegen tarieven beneden de kostprijs, faciliteert de gemeente het sporten en bewegen. De gemeente stimuleert het sporten ook door het verstrekken van subsidies aan sportverenigingen. Daarnaast werd tot 2014, de uitbreiding van sportaccommodaties gefinancierd door de gemeente. De gemeente heeft in de periode 2010-2014 de huurtarieven voor sportaccommodaties verhoogd, de subsidies verminderd en de kwaliteit van het onderhoud van buitensportaccommodaties verlaagd. Uitbreiding van sportaccommodaties wordt vanaf 2014 niet meer gefinancierd door de gemeente. De Rekenkamer Lansingerland heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van deze wijzigingen in het sportaccommodatiebeleid voor tien sportverenigingen in de periode 2010-2014. Deze sportverenigingen hebben een enquête ingevuld en informatie over de financiën en het aantal leden aangeleverd. Daarnaast heeft de rekenkamer documenten opgevraagd bij de gemeente. Uit het onderzoek van de Rekenkamer Lansingerland blijkt dat door de wijzigingen in het gemeentelijk beleid de vitaliteit van de onderzochte verenigingen is verminderd. De onderzochte verenigingen hebben de stijging van de tarieven financieel kunnen opvangen, maar de wijzigingen in het sportaccommodatiebeleid hebben wel een negatief effect gehad op twee andere aspecten van de vitaliteit van sportverenigingen, namelijk de beschikbare accommodatie en, bij minstens een vereniging, het ledenaantal. Binnensportverenigingen zijn financieel zwaarder getroffen dan buitensportverenigingen. Dit komt onder andere doordat de huurtarieven voor binnensportaccommodaties sterker zijn verhoogd dan die voor buitensportaccommodaties. Ook hebben binnensportverenigingen, om de gemeentelijke tariefsverhogingen op te vangen, hun ledencontributies sterker moeten verhogen dan buitensportverenigingen. Door het verhogen van de contributies en verlagen van uitgaven hebben de onderzochte sportverenigingen de vermindering van steun door de gemeente kunnen compenseren. Hierdoor is de financiële situatie van sportverenigingen wel stabiel gebleven. De rekenkamer beveelt het college onder meer aan om te overwegen of de negatieve effecten op de vitaliteit van sportverenigingen acceptabel zijn. In het bijzonder beveelt de rekenkamer aan de tarieven voor binnensportaccommodaties te heroverwegen. Naar aanleiding van het rapport van de rekenkamer heeft het college aangegeven alle conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen. Het college heeft aangekondigd dat in 2016 een ‘mid term review’ wordt uitgevoerd, waarbij de gevolgen van het tarievenbeleid voor de vitaliteit van verenigingen in kaart worden gebracht.
Lees verder
Feitenreconstructie OGOR
Feitenreconstructie OGOR
Rekenkamer Rotterdam, 30-10-2015
Lees verder
Realisatie college doelstellingen 2010-2014
Realisatie college doelstellingen 2010-2014
Rekenkamer Rotterdam, 30-10-2015
Lees verder
Realisatie collegetargets 2012
Realisatie collegetargets 2012
Rekenkamer Rotterdam, 30-10-2015
Lees verder
Review kosten-batenmodel
Review kosten-batenmodel
Rekenkamer Rotterdam, 29-10-2015
Lees verder
Handhaven van stadsmariniers
Handhaven van stadsmariniers
Rekenkamer Rotterdam, 15-10-2015
Lees verder
Veilig op weg
Veilig op weg
Rekenkamer Rotterdam, 15-10-2015
Lees verder
Sturen op termijn
Sturen op termijn
Rekenkamer Rotterdam, 15-10-2015
Lees verder
Kind van de rekening
Kind van de rekening
Rekenkamer Rotterdam, 15-10-2015
Lees verder
Uitkomen met inkomen
Uitkomen met inkomen
Rekenkamer Rotterdam, 15-10-2015
Lees verder
Leidingen onder druk
Leidingen onder druk
Rekenkamer Rotterdam, 07-09-2015
Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor de riolering. Dit is een omvangrijke taak in Rotterdam: er ligt namelijk meer dan 2.500 km rioolbuis in de gemeente en de totale vervangingswaarde van de riolering bedraagt ruim € 1,6 miljard. De rekenkamer heeft onderzocht of de gemeente op adequate wijze omgaat met de rioleringszorg en de informatievoorziening hierover aan de gemeenteraad. De rekenkamer concludeert in haar rapport dat het rioolvervangingstempo minimaal 40 km per jaar moet zijn om de huidige kwaliteit van de riolen te blijven waarborgen. Een te laag vervangingstempo kan de risico’s op lekkende riolen, verzakte riolen en rioolinstortingen vergroten. In de planperiode 2011-2015 is al een achterstand in de beoogde hoeveelheid rioolvervanging ontstaan. Aangezien het Rotterdamse grondgebied een zwakke draagkracht kent (slappe bodem), verzakken de riolen. Hierdoor wordt de levensduur van de riolen verkort tot gemiddeld 50 jaar in plaats van tot 80 jaar. De totale kosten van de rioleringszorg worden gedekt door de opbrengsten van de rioolheffing. Het rioolheffingstarief over 2015 (€ 178,90 ) is echter niet kostendekkend. Tekorten kunnen niet meer worden aangevuld uit de rioleringsreserves, omdat deze nagenoeg zijn uitgeput. Vanaf 2016 is of aanvulling vanuit de algemene middelen nodig, of een hoger rioolheffingstarief bij een minimale vervangingstempo van 40 km per jaar. De rekenkamer constateert dat de gemeente onvoldoende inzicht heeft in de toestand van het Rotterdamse rioolstelsel door gebrekkig inzicht in de technische staat van de riolen en de mate van verzakking. Er wordt onvoldoende prioriteit gegeven aan de inspectie van oude riolen (> 40 jaar) en de gemeentelijke inspectiefrequenties worden niet gehaald. Verder stelt de rekenkamer vast dat het college de raad weliswaar periodiek heeft geïnformeerd over de uitvoering van het rioleringsbeleid, maar dit is op bepaalde punten onvolledig en onvoldoende begrijpelijk gebeurd. De rekenkamer beveelt onder meer aan om bij de vaststelling van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan de raad expliciet te informeren over de mogelijke beleidskeuzes, met inachtneming van een minimale vervangingstempo van 40 km per jaar en handhaving van de huidige financieringswijze. In zijn reactie onderschrijft het college alle conclusies en aanbevelingen en zal deze meenemen in het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan voor de periode 2016-2020.
Lees verder
Bijstand uit balans
Bijstand uit balans
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-09-2015
In dit onderzoek is de Rekenkamer Capelle aan den IJssel nagegaan in hoeverre de maatregelen die de gemeente heeft genomen om de instroom in de bijstand te beperken en de uitstroom uit de bijstand te bevorderen, hebben bijgedragen aan de beheersing van het bijstandsvolume. Voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen krijgt de gemeente geld van het rijk. Wanneer dit budget onvoldoende is voor de financiering van de uitkeringslasten, moet de gemeente het tekort uit eigen middelen dekken. Om te zorgen dat het bijstandsvolume beheersbaar blijft heeft de gemeente enerzijds maatregelen genomen om de instroom in de bijstand te beperken, zoals een quickscanbalie, een zoekperiode voor jongeren en het work-first gesprek. Anderzijds zijn er maatregelen genomen die de uitstroom uit de bijstand moeten bevorderen, zoals ondernemend casemanagement, de werkgeversdienstverlening en het partnerschap met de stichting Capelle Werkt. De rekenkamer heeft onderzocht wat deze maatregelen hebben opgeleverd en heeft daarnaast beoordeeld of de gemeenteraad goed is geïnformeerd over de resultaten van de ingezette maatregelen. Uit het onderzoek blijkt dat de uitkeringslasten de afgelopen jaren lager waren dan het rijksbudget dat Capelle aan den IJssel ontving. De komende jaren dreigen er echter financiële tekorten te ontstaan wanneer de gemeente er niet in slaagt de groei van het bijstandsvolume de temperen. De instroombeperkende maatregelen die de gemeente heeft genomen zijn met uitzondering van de zoekperiode voor jongeren effectief geweest. De uitstroombevorderende maatregelen hebben echter onvoldoende resultaat opgeleverd; terwijl de uitstroom landelijk steeg, was in Capelle aan den IJssel in de periode 2012-2014 sprake van een daling van de uitstroom. Dit heeft ertoe geleid dat de groei van het bijstandsvolume in Capelle aan den IJssel in 2014 groter was dan de groei van het landelijke bijstandsvolume. Tot slot is de rekenkamer tot de conclusie gekomen dat het college de raad onvoldoende heeft geïnformeerd over de bijdrage van de verschillende maatregelen aan het beheersen van het bijstandsvolume.
Lees verder
Grip op prestaties
Grip op prestaties
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 02-07-2015
In dit onderzoek heeft de rekenkamer Capelle aan den IJssel drie overeenkomsten onderzocht die de gemeente in het kader van de decentralisaties in het sociaal domein heeft gesloten. Voor de uitvoering van de individuele begeleiding Wmo heeft de gemeente een raamovereenkomst afgesloten met 31 opdrachtnemers. Voor de uitvoering van cliëntondersteuning heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met MEE Rotterdam Rijnmond. Voor de uitvoering van het lokale deel van de jeugdhulp heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Doel van het onderzoek was om te oordelen of de overeenkomsten waarborgen dat het college van B en W voldoende inzicht heeft in de prestaties van de opdrachtnemers, en dat het college voldoende kan bewaken dat de opdrachtnemers presteren wat vooraf is afgesproken. Uit het onderzoek blijkt dat het college met geen van de onderzochte overeenkomsten resultaatsturing kan realiseren. Zo is, zowel in de raamovereenkomst individuele begeleiding Wmo als in de overeenkomst cliëntondersteuning met MEE, de vergoeding aan de opdrachtnemers niet gekoppeld aan het bereiken van de afgesproken resultaten. In de overeenkomst met het CJG voor 2015 zijn nagenoeg geen prestatieafspraken vastgelegd over te bereiken resultaten. Verder concludeert de rekenkamer dat in geen van de drie overeenkomsten is gewaarborgd dat het college voldoende inzicht heeft in de kwaliteit van het personeel dat de opdrachtnemers inzetten. Daarnaast blijkt uit het onderzoek onder meer dat in twee van de drie overeenkomsten niet is gewaarborgd dat het college voldoende inzicht heeft in klachten van cliënten over de dienstverlening.
Lees verder
Inspraak zonder uitspraak
Inspraak zonder uitspraak
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2015
Sinds maart 2014 opereren in Rotterdam gebiedscommissies als opvolgers van de deelgemeenten. Zij hebben voor een periode van vier jaren gebiedsplannen opgesteld, waarbij zij op grond van een verordening verplicht zijn zogeheten interactieve beleidsvorming met burgers toe te passen. De rekenkamer heeft in acht gebieden onderzoek gedaan naar de wijze waarop gebiedscommissies dat hebben gedaan en met welk resultaat. Hierbij heeft de rekenkamer ook deelnemende burgers benaderd om hen naar hun ervaringen te vragen. Aangezien de interactieve beleidsvorming is toegepast bij vierjarige gebiedsplannen is ook de totstandkoming daarvan en de rol van de uitvoerende clusters en het college beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat, ondanks voldoende tijd en duidelijke inhoudelijke en financiële kaders, bijna alle onderzochte gebiedscommissies op vele manieren hebben geprobeerd burgers bij de gebiedsplannen te betrekken. De resultaten zijn echter beperkt. De inbreng van burgers heeft niet geleid tot andere doelen of ambities. Een omvangrijk deel van de inbreng heeft geen plek in de plannen gekregen. Ook laat de terugkoppeling naar burgers van wat er met hun inbreng is gebeurd, te wensen over. Burgers zelf geven ook aan dat zij hun inbreng niet terug kunnen vinden en dat zij zich niet meer betrokken zijn gaan voelen bij de opgaven in hun wijk. De rekenkamer concludeert verder dat onduidelijk is op welke wijze gebiedsplannen worden vertaald naar zogeheten (door de stad opgestelde) uitvoeringsplannen. Daardoor is van veel zaken niet zeker of en wanneer deze worden uitgevoerd. Hierdoor bestaat het risico dat eventuele inbreng van burgers in de gebiedsplannen alsnog teniet wordt gedaan.   Een oorzaak dat de interactieve beleidsvorming niet voldoende tot zijn recht is gekomen is dat gebiedscommissies onvoldoende als serieuze partner worden gezien. Zij worden niet betrokken bij de vertaling van gebiedsplan naar uitvoeringsplan en krijgen vaak erg weinig tijd om burgers over bepaalde zaken advies te vragen, hetgeen hun kerntaak is. Ook kunnen gebiedscommissies niet rechtstreeks met uitvoerende clusters contact opnemen en hebben leden van de gebiedscommissies en de gebiedsorganisatie een dubbelrol. Ook het abstractieniveau van gebiedsplannen draagt niet bij aan een succesvolle interactieve beleidsvorming. Betrokkenheid van burgers zal beter tot zijn recht komen bij kleinschalige dan wel incidentele projecten.
Lees verder
Werelden van verschil
Werelden van verschil
Rekenkamer Rotterdam, 23-04-2015
Als gevolg van kritische artikelen in de media, de publieksactie Wereldmuseum en doordat in oktober 2014 bleek dat de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum niet rechtsgeldig opereerde, ontstond commotie rond het Wereldmuseum. Dit was voor de gemeenteraad aanleiding een motie aan te nemen waarmee de rekenkamer werd verzocht te onderzoeken in hoeverre de afspraken zijn nagekomen, die bij de verzelfstandiging van het Wereldmuseum in 2005 zijn gemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat het college sinds de verzelfstandiging onvoldoende invulling heeft gegeven aan de verantwoordelijkheden die het ten opzicht van het Wereldmuseum had. Afspraken over het personeel van het Wereldmuseum en de subsidiëring zijn in het algemeen door beide partijen nagekomen. Op het gebied van het collectiebeheer is het museum niet alle verplichtingen nagekomen en heeft de gemeente onvoldoende controle uitgeoefend, waardoor de gemeente niet meer kan beoordelen of de gemeentelijke collectie nog volledig is. Het college heeft ook onvoldoende toezicht gehouden op het functioneren van de Raad van Toezicht. Het college merkte daardoor niet op dat de Raad van Toezicht geen jaarverslagen opstelde en vanaf december 2013 niet meer bevoegd opereerde. Het Wereldmuseum kenmerkte zich na de verzelfstandiging door een ondernemende koers en werd daarin gesteund door de gemeente. De gemeente heeft echter geen duidelijke kaders opgesteld die aangeven waar de grenzen van cultureel ondernemerschap liggen. Omdat sprake is van onderlinge verrekening van winst en verlies tussen het museum en de BV’s waarin horeca-activiteiten en een museumwinkel worden geëxploiteerd, kan echter het onwenselijke beeld ontstaan dat subsidiegeld wordt besteed aan commerciële activiteiten.
Lees verder
Van papier tot prestatie
Van papier tot prestatie
Rekenkamer Barendrecht, 19-03-2015
De afgelopen jaren is de complexiteit van het aanbestedingsproces voor de gemeente toegenomen. Onder meer de vereisten bij Europese aanbestedingen en de ontwikkeling van het BAR-samenwerkingsverband dragen bij aan deze toegenomen complexiteit. Voor de gemeente blijft in die complexere context onverminderd van belang dat bij aanbestedingen daadwerkelijk de prestaties worden geleverd die met de aanbestedingen worden beoogd en dat het college goed zicht houdt en stuurt op de geleverde prestaties.De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre het college daarin slaagt. De rekenkamer heeft in dit onderzoek drie aanbestedingen onderzocht, te weten de aanbesteding onderhoud openbare groenvoorziening, de aanbesteding Wmo- en leerlingenvervoer en de aanbesteding inzameling en afvalverwerking. Uit het onderzoek blijkt dat het college in geen van de drie aanbestedingen de prestaties van de opdrachtnemers volledig bewaakt. Hierdoor heeft het college onvoldoende inzicht in de prestaties van de opdrachtnemers. Verder blijkt uit het onderzoek dat het college in elk van de drie onderzochte aanbestedingen afspraken heeft vastgelegd met de opdrachtnemers over duurzaamheid, maar nauwelijks stuurt op nakoming van de afspraken over zorg voor het milieu. Het college heeft geen inzicht of de opdrachtnemers zich houden aan de afspraken over milieu. Ten slotte blijkt uit het onderzoek dat het college niet altijd beschikt over een geschikt sanctie-instrumentarium als prestaties van opdrachtnemers achterblijven bij de gemaakte afspraken en dat het college sancties soms ten onrechte achterwege laat, terwijl de prestaties daartoe wel aanleiding geven.
Lees verder
Handelen in vertrouwen
Handelen in vertrouwen
Rekenkamer Rotterdam, 19-03-2015
In de afgelopen jaren is de belangstelling voor integriteitsvraagstukken toegenomen. Ook is de integriteit van bestuurders meer onder druk komen te staan als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Ook bleek uit eerder onderzoek van de rekenkamer dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling bij subsidies en ontving de rekenkamer vragen over Integriteit bij het verstrekken van subsidies. Dit is voor de rekenkamer aanleiding geweest om een onderzoek uit te voeren naar integriteitsrisico's in het subsidieproces. Uit het onderzoek blijkt dat het college van B en W het belang van een goed integriteitsbeleid onderschat. Het denken in integriteit gebeurt onvoldoende. Er is geen beleid om een open cultuur te bevorderen waarin integriteit altijd ter sprake kan worden gebracht. Het ontbreekt aan een blijvende aandacht (wel een wettelijke verplichting) voor integriteit. Zo geven ambtenaren aan dat de ambtseed vaak het enige moment is waarbij stil wordt gestaan bij het onderwerp integriteit. Ook geven de ambtenaren aan dat zij wel behoefte hebben om vaker bij dit onderwerp stil te staan. Niet alleen het denken in integriteit schiet te kort, ook het integriteitsbeleid van de gemeente Rotterdam onvoldoende is ontwikkeld. De gemeente beschikt over alle wettelijke instrumenten, maar kent geen visie, doelen of plannen ten aanzien van integriteit. De instrumenten vormen geen samenhangend geheel waaruit blijkt welke ambities de gemeente op het gebied van integriteit nastreeft. Aandacht voor en een nadere uitwerking van bestuurlijke integriteit ontbreekt. Voor bestuurders is alleen een gedragscode opgesteld. Waarborgen voor bestuurlijke integriteit bevinden zich in beperkte mate alleen bij de screening van de bestuurders voorafgaand aan hun aanstelling. Het risico op integriteitsschendingen in het proces wordt door bestuur en ambtenaren als laag ingeschat. Uit een enquête door de rekenkamer blijkt echter dat er wel degelijk integriteitsschendingen voorkomen. Ook wordt oneigenlijke druk ervaren bij het verlenen van een subsidie.  Alhoewel het college van B en W beschikt over verschillende maatregelen in het integriteitsbeleid (zoals een gedragscode, geschenkenregeling en toezicht op nevenfuncties) evenals in het subsidiebeleid (bijvoorbeeld de functiescheiding, meerdere ogen kijken mee en (verantwoordings-)informatie), blijkt dat in de praktijk niet altijd de maatregelen worden nageleefd. Zo blijkt uit het onderzoek onder meer dat: er regelmatig geen functiescheiding plaatsvindt, de screening voorafgaand aan indiensttreding te wensen overlaat, er geen toezicht is op de melding van nevenfuncties en integriteit niet in functionerings- en beoordelingsgesprekken aan de orde komt. Hierdoor neemt het risico op integriteitsschendingen fors toe.
Lees verder
Review artikel 213a onderzoek naar onderwijsmiddelen
Review artikel 213a onderzoek naar onderwijsmiddelen
Rekenkamer Lansingerland, 08-01-2015
Lees verder
Festival zonder grenzen
Festival zonder grenzen
Rekenkamer Rotterdam, 07-01-2015
Lees verder
Grond voor exploitatie
Grond voor exploitatie
Rekenkamer Rotterdam, 07-01-2015
Lees verder
WATt heb je ervoor over
WATt heb je ervoor over
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Horen, zien en schrijven
Horen, zien en schrijven
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Een slag in de lucht
Een slag in de lucht
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Geen goede papieren
Geen goede papieren
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Tussen de regels door
Tussen de regels door
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Wijken voor de stad
Wijken voor de stad
Rekenkamer Rotterdam, 06-01-2015
Lees verder
Balans in de formatie
Balans in de formatie
Rekenkamer Barendrecht, 23-12-2014
Lees verder
Plannen die wijken
Plannen die wijken
Rekenkamer Barendrecht, 23-12-2014
Lees verder
Geen zorg minder
Geen zorg minder
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Hoogte van Unicum
Hoogte van Unicum
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Sturen op afstand
Sturen op afstand
Rekenkamer Lansingerland, 23-12-2014
Lees verder
Tijd om te verkopen
Tijd om te verkopen
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Theater maken
Theater maken
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Baat het niet dan kost het wel
Baat het niet dan kost het wel
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Opvolgingsonderzoek
Opvolgingsonderzoek
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Scheidsrechter noch dirigent
Scheidsrechter noch dirigent
Rekenkamer Lansingerland, 23-12-2014
Lees verder
Bezuinigingsmonitor formatie
Bezuinigingsmonitor formatie
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Zorg om ondersteuning
Zorg om ondersteuning
Rekenkamer Lansingerland, 23-12-2014
Lees verder
Doortimmerd!
Doortimmerd!
Rekenkamer Rotterdam, 23-12-2014
Lees verder
Grondige problemen
Grondige problemen
Rekenkamer Lansingerland, 23-12-2014
Lees verder
Quick scan civiele kunstwerken
Quick scan civiele kunstwerken
Rekenkamer Lansingerland, 23-12-2014
Lees verder
Beoordeling targets collegeprogramma 2014 - 2018
Beoordeling targets collegeprogramma 2014 - 2018
Rekenkamer Rotterdam, 16-12-2014
Lees verder