Lopende onderzoeken
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt het Rotterdamse erfpachtbeleid
Rekenkamer Rotterdam, 04-06-2026
Rotterdam bezit erfpachtgronden ter waarde van in totaal zo’n € 2,5 tot € 3,0 miljard. Het grootste deel daarvan is in gebruik voor woningen. Burgers en organisaties die zulke grond gebruiken, betalen in ruil daarvoor een vergoeding aan de gemeente.
De rekenkamer onderzoekt het Rotterdamse erfpachtbeleid voor koopwoningen. Daarmee wil de rekenkamer laten zien hoe dit beleid en de uitvoering daarvan de afgelopen decennia zijn gewijzigd. De rekenkamer concentreert zich op financiële aspecten van het erfpachtbeleid.
De uitvoering van het onderzoek start in juni 2026. Het definitieve rapport wordt in de eerste helft van 2027 aangeboden aan de gemeenteraad.
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt het Rotterdamse klimaatbeleid
Rekenkamer Rotterdam, 05-03-2026
Wereldwijd verandert het klimaat. Dat komt vooral door meer koolstofdioxide (CO2) en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Net als de Europese Unie en het rijk, heeft de gemeente Rotterdam CO2-reductiedoelen. In 2030 moet de Rotterdamse CO2-uitstoot met 55% gedaald zijn ten opzichte van 1990. De gemeente ligt niet op koers om dit doel te halen.
De rekenkamer onderzoekt het Rotterdamse klimaatbeleid. Daarmee wil de rekenkamer het overzicht van de raad over dit onderwerp versterken. Het Rotterdamse klimaatbeleid bestaat namelijk uit heel veel projecten. Ook wil de rekenkamer de raad hiermee inzicht geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsvorming en -uitvoering. De rekenkamer concentreert zich op het zogeheten Klimaat Actieplan Rotterdam uit 2023 en op de rol van de gemeente als aandeelhouder van het Havenbedrijf Rotterdam.
De uitvoering van het onderzoek start in maart 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting in het najaar van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad.
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de toegankelijkheid van stemlokalen in Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam, 21-01-2026
Op 18 maart 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Tijdens deze verkiezingen zal de rekenkamer de toegankelijkheid van stemlokalen voor kiezers met een lichamelijke beperking nader onderzoeken. Volgens de Kieswet moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor stemmers met een lichamelijke beperking. De rekenkamer gaat dit met een checklist controleren bij een gedeelte van de ruim 350 stemlokalen in Rotterdam. Hierbij ligt de focus op bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid. Ofwel: kunnen kiezers via de openbare weg bij het stemlokaal komen, kunnen zij het stemlokaal in het gebouw betreden en kunnen zij de stemfaciliteiten in het stemlokaal gebruiken.
De uitvoering van het onderzoek start in januari 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad.
Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt de uitvoering van de Wet Betaalbare Huur
Rekenkamer Rotterdam, 18-12-2025
De Wet betaalbare huur trad op 1 juli 2024 in werking en heeft als doel de betaalbaarheid van woningen te verbeteren door het afdwingen van een huurprijs die past bij de kwaliteit van de woning. Daarnaast beoogt de wet de rechtspositie van de huurder te versterken en biedt zij gemeenten meer mogelijkheden om op te treden tegen misstanden op de huurmarkt.
Voor Rotterdam is de invoering van de Wbh extra relevant door het grote aandeel particuliere huurwoningen, waar huurprijzen vaak hoger liggen dan dat past bij de kwaliteit van de woning. Juist in deze sector is de druk op betaalbaarheid groot.
De uitvoering van de nieuwe taken brengt verschillende uitdagingen mee voor de gemeente. Het vereist een nieuwe manier van handhaven waarvoor andere kennis en vaardigheden nodig zijn. Ook lijkt het handhavingsproces tijdrovend en daarmee een flink beslag te leggen op de capaciteit. Daarnaast zijn er signalen dat huurders hun rechten vaak onvoldoende kennen en dat hun meldingsbereidheid lager is dan verwacht.
De Rekenkamer Rotterdam wil daarom al kort na de invoering inzicht verschaffen in hoe de gemeente invulling geeft aan de nieuwe wettelijke taken en bevoegdheden. Het doel is aan de hand van de eerste resultaten te beoordelen of de gemeentelijke uitvoering bijdraagt aan de naleving van de wet.
De uitvoering van het onderzoek start in januari 2026. Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad.
Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.
Rekenkamer Rotterdam start onderzoek naar huiselijk geweld
Rekenkamer Rotterdam, 04-12-2025
De Rekenkamer Rotterdam start een onderzoek naar huiselijk geweld in de stad. Aanleiding is een verzoek van de gemeenteraad, die op 25 januari 2024 via twee moties vroeg om nader onderzoek. De raad uitte zorgen omdat er signalen zijn dat de omvang van huiselijk geweld in Rotterdam boven het gemiddelde ligt. In 2024 was 9 procent van de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder slachtoffer van huiselijk geweld.
In het onderzoek richt de Rekenkamer zich op de wettelijke taken van de gemeente om huiselijk geweld tegen te gaan. Dit betreft onder meer het inrichten van een Veilig Thuis- organisatie en het handhaven van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Daarnaast onderzoekt de Rekenkamer of queer personen in Rotterdam de beschikbare ondersteuning bij huiselijk geweld ervaren als doeltreffend en inclusief. Het onderzoek kijkt daarbij naar mogelijke knelpunten in toegankelijkheid, deskundigheid en veiligheid. Tot slot besteedt de Rekenkamer expliciet aandacht aan de omvang van huiselijk geweld in Rotterdam, zoals de gemeenteraad specifiek heeft verzocht.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Is de ondersteuning van Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond (VTRR) doeltreffend en is de ondersteuning passend om queer personen in Rotterdam te beschermen?
De uitvoering van het onderzoek start in december 2025. Het rapport wordt naar verwachting in de zomer van 2026 aan de gemeenteraad aangeboden.
Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet. Heeft u ervaring met dit onderwerp of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met de Rekenkamer Rotterdam.
Onderzoeksopzet sportbeleid
Rekenkamer Rotterdam, 24-06-2025
Rekenkamer Rotterdam onderzoekt effectiviteit sportbeleid
Voldoende sporten en bewegen verlaagt de kans op gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten, beroertes en diabetes type 2. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat investeringen in sport niet alleen gezondheidswinst opleveren, maar ook maatschappelijke én economische waarde kunnen creëren.
Daarom zetten veel gemeenten, waaronder Rotterdam, in op het bevorderen van sportdeelname. Het Rotterdamse college ziet sport als een middel om gezondheid, kansengelijkheid en sociale cohesie te versterken.
Toch blijft de sportdeelname in Rotterdam achter bij het landelijk gemiddelde en bij de andere G4-steden (Utrecht, Amsterdam en Den Haag). Het aantal sportbondleden is relatief laag en veel Rotterdammers ervaren hun gezondheid als matig. Ook staan sportverenigingen onder druk door een tekort aan vrijwilligers en stijgende kosten. Twee op de vijf verengingen vreest op termijn financieel in de problemen te komen.
Om te beoordelen in hoeverre het gemeentelijk sportbeleid de sportdeelname daadwerkelijk bevordert, is de Rekenkamer Rotterdam in juni 2025 gestart met een onderzoek. De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre zijn het gemeentelijke aanbod van sportvoorzieningen en het stimuleringsbeleid effectief bij het bevorderen van de sportdeelname onder Rotterdammers?
Het definitieve rapport wordt naar verwachting voor de zomer van 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Meer weten over dit onderzoek? Download hiernaast de onderzoeksopzet.
Afgeronde onderzoeken
Rekenkamer blijft met vragen zitten na bestuderen jaarstukken
Rekenkamer Rotterdam, 19-05-2026
Wat heeft Rotterdam bereikt in 2025? En hoeveel kostte dat? De jaarstukken moeten antwoord geven op zulke vragen. Zo kan de gemeenteraad beoordelen of het college het vorig jaar goed heeft gedaan en wat er in de toekomst beter kan. In de praktijk geven de jaarstukken geen duidelijk antwoord op deze vragen, ziet de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Rode draden: Jaarstukken 2025’.
Rotterdam gaf in 2025 bijna € 200 miljoen minder uit dan verwacht. Het college van Burgemeester en Wethouders legt in de jaarstukken niet uit waarom zo’n groot verschil pas achteraf bekend wordt. Het college maakt ook niet duidelijk wat de gevolgen van deze lagere uitgaven zijn voor de stad. Het onderzoek van de rekenkamer laat zien dat dit voornamelijk komt door uitstel en vertraging van projecten. De jaarstukken leggen niet uit hoe deze doelen in 2026 alsnog behaald zullen worden.
Het is in de jaarstukken vaak onduidelijk welke plannen wel en welke niet zijn gelukt. Hierdoor kan de gemeenteraad niet vaststellen welke prestaties voor Rotterdam zijn behaald, terwijl dat wel de kern is van de jaarstukken. Ook de lessen voor de toekomst ontbreken nog in de jaarstukken.
Vragen en aandachtspunten
De rekenkamer stelde vragen en aandachtspunten op. Raadsleden kunnen deze aan het college stellen en gebruiken in het debat met het college. “Uit de jaarstukken moet het voor de gemeenteraad helder zijn wat de resultaten zijn van het afgelopen jaar. Niet alleen financieel, maar ook de geleverde prestaties. Goede verantwoording zorgt ervoor dat de gemeenteraad kan beoordelen of het geld van de Rotterdammers goed is besteed en stelt de gemeente in staat om te leren van het afgelopen jaar”, zegt Sjoerd Keulen, directeur van de Rekenkamer Rotterdam.
Naast vragen en aandachtpunten staan in het rapport ‘Rode draden: Jaarstukken 2025’ ook voorbeelden van onduidelijke of ontbrekende informatie. In de serie ‘Rode draden’ publiceerde de rekenkamer vorig jaar een brief over de begroting 2026. De komende raadsperiode zal de rekenkamer deze serie uitbreiden om de gemeenteraad te ondersteunen in het uitvoeren van zijn budgetrecht.
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Lansingerland
Rekenkamer Lansingerland, 30-03-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Lansingerland aan toegankelijkheid werkt.
Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Lansingerland dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.
Uit het onderzoek blijkt:
Lansingerland werkt duidelijk aan technisch toegankelijke digitale dienstverlening en communicatie. Want zij heeft twee derde van haar apps en websites hierop laten toetsen. Ook werkt de gemeente met voorlichting, trainingen en aanpassingen aan betere technische toegankelijkheid van onder meer de website Lansingerland.nl. Hiervoor zijn plannen vastgesteld, ambtenaren aangewezen en is budget vrijgemaakt.
Andere onderdelen vragen nog aandacht.
Ten eerste heeft Lansingerland geen Lokale Inclusie Agenda, terwijl het voor gemeenten wel verplicht is om zo’n lokaal beleidskader over toegankelijkheid op te stellen. De gemeente heeft in 2023 wel een zogeheten Quickscan Toegankelijkheid uitgevoerd. Daarmee heeft de gemeente ze wel een goed startpunt voor het opstellen van een Lokale Inclusie Agenda.
Ten tweede zijn er in de ambtelijke organisatie weinig lokale beleidskaders bekend waarin concrete toegankelijkheidsacties voor de gemeente staan. Toen de rekenkamer hierom vroeg, ontving ze één beleidskader met concrete voorgenomen toegankelijkheidsacties erin.
Ten derde werkt de gemeente in bescheiden mate aan fysieke toegankelijkheid. Er zijn sinds 2016 geen schouwonderzoeken naar toegankelijkheid van buitenruimte of (gemeentelijk) vastgoed gedaan, alleen naar de toegankelijkheid van stemlocaties tijdens verkiezingen.
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Albrandswaard
Rekenkamer Albrandswaard, 23-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt.
Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Albrandswaard dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.
Uit het onderzoek blijkt: Albrandswaard werkt duidelijk aan toegankelijkheid. Want zij heeft het wettelijk verplichte lokale beleidskader over toegankelijkheid (LIA) opgesteld. Ook is digitale toegankelijkheid belegd in de ambtelijke organisatie. Tegelijkertijd is de invloed van dit beleidskader nog niet al te groot, omdat het weinig concrete acties voor de gemeente bevat en er geen budget voor toegankelijkheid is begroot. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in andere kaders dan de LIA staat.
Albrandswaard werkt aan toegankelijke dienstverlening. Zij werkt aan het verbeteren van de technische toegankelijkheid van haar websites en apps en voldoet aan de wettelijke onderzoeksplicht op dit gebied.
Albrandswaard werkt waarschijnlijk maar beperkt aan fysieke toegankelijkheid van de buitenruimte of het gemeentelijk vastgoed. Het is in het onderzoek wel gevraagd maar niet duidelijk geworden welke concrete acties de gemeente op dit terrein onderneemt.
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Capelle aan den IJssel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 19-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt.
Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Capelle aan den IJssel dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.
Uit het onderzoek blijkt: Capelle aan den IJssel werkt aan toegankelijkheid. Want zij heeft een lokaal beleidskader over inclusie opgesteld en dit kader gaat ook over toegankelijkheid. Er staan alleen weinig concrete acties in. De taak om toegankelijkheid te bevorderen is ook bij specifieke ambtenaren belegd. Namelijk bij een beleidsambtenaar inclusie en bij een beleidsambtenaar “digitale toegankelijkheid”. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in haar lokale beleidskaders staat.
Capelle aan den IJssel werkt voortvarend aan toegankelijke digitale dienstverlening. De gemeente heeft concrete plannen opgesteld over toegankelijke informatie voor inwoners. Aan de hand van een interne “Beleidsnotitie digitale toegankelijkheid” werkt ze eraan dat haar informatie voor iedereen bruikbaar is. Op dit moment heeft de gemeente de toegankelijkheid van ongeveer de helft van haar websites en apps laten onderzoeken. De andere helft moet dus nog worden onderzocht, die voldoen nu niet aan de wettelijke plicht. Capelleaandenijssel.nl is geheel technisch toegankelijk.
Capelle aan den IJssel verbetert de fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed, maar de ambitie is beperkt. De gemeente Capelle heeft sinds 2024 een plan van aanpak voor de fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed. Het plan is gemaakt op basis van extern onderzoek in 44 panden in 2018. De gemeente wil voor elk van de panden circa €2.500 besteden. Dat betekent dat alleen relatief kleine verbeteringen gedaan kunnen worden.
Toelichtingsonderzoek toegankelijkheid Krimpen aan den IJssel
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 16-02-2026
Volgens schattingen heeft ongeveer één op de acht Nederlanders een beperking. Ze hebben een visuele, auditieve, lichamelijke, psychische en/of verstandelijke beperking. Zij kunnen drempels ervaren als de samenleving daar niet genoeg rekening mee houdt. Toegankelijkheid gaat over het wegnemen van die drempels. In dit beknopte onderzoek bekeek de rekenkamer hoe de gemeente Krimpen aan den IJssel aan toegankelijkheid werkt.
Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een beleidsagenda op te stellen over toegankelijkheid. Ook moeten ze laten toetsen of hun apps en websites ook goed te gebruiken zijn voor mensen met bijvoorbeeld een visuele of motorische beperking. We onderzochten hoe Krimpen aan den IJssel dit doet. Ook keken we kort naar wat de gemeente verder nog doet voor toegankelijkheid.
Uit het onderzoek blijkt: Krimpen aan den IJssel werkt aan toegankelijkheid. Want zij is bezig met het opstellen van een lokaal beleidskader over toegankelijkheid. De conceptversie die de rekenkamer heeft gezien, biedt ruimte om concreter te zijn. De taak om toegankelijkheid te bevorderen is ook bij specifieke mensen belegd. Namelijk bij een ambtenaar en een welzijnswerker. De gemeente heeft geen overzicht opgesteld van het toegankelijkheidsbeleid dat in haar lokale beleidskaders staat.
Krimpen aan den IJssel werkt voortvarend aan toegankelijke digitale dienstverlening. De gemeente heeft de technische toegankelijkheid van al haar websites en apps laten onderzoeken. De website www.krimpenaandenijssel.nl is geheel technisch toegankelijk. Dat geldt ook voor de helft van de overige Krimpense websites en apps.
Krimpen aan den IJssel werkt slechts beperkt aan fysieke toegankelijkheid. De gemeente heeft sinds 2017 geen toegankelijkheidsschouwen van gemeentelijk vastgoed meer gedaan. Ervaringsdeskundigen zijn volgens de gemeente betrokken bij grote herinrichtingsprojecten buitenruimte. De rekenkamer heeft vier aanbevelingen aan het college van B&W gedaan en een aantal inspirerende voorbeelden uit het toegankelijkheidsbeleid van Rotterdam gepresenteerd. Het college geeft in haar reactie aan dat ze alle aanbevelingen overneemt.
College Rotterdam behaalt 6 van de 15 kerndoelen
Rekenkamer Rotterdam, 10-02-2026
Van de 15 kerndoelen voor de gemeente Rotterdam, heeft het college er zes behaald na vier jaar. Dit concludeert de rekenkamer bij de eindbeoordeling voor de periode 2022 – 2026 over deze kerndoelen, de zogenoemde collegetargets. Verder zijn vijf targets bijna gehaald en vier targets zijn niet gehaald.
Collegetargets zijn kerndoelen die het college van Burgemeester en Wethouders in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt. In het rapport ‘Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026’ staat welke targets wel en welke niet zijn gehaald. Ook staan daarin alle conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer voor het college.
Structureel niet meer dan helft targets behaaldHet lukt al bijna 25 jaar niet om in een collegeperiode meer dan de helft van de doelen te halen. Sinds 2002 blijken de verschillende colleges steeds tussen de 25% en 47% van de targets te halen. In de huidige collegeperiode is dat 40%. De rekenkamer heeft niet onderzocht waarom sommige targets nu niet zijn behaald. Mogelijk komt dit door externe factoren of doordat de gemeente onvoldoende invloed op de target heeft.
Alle targets voor het eerst sinds 2002 bruikbaar Het is voor het eerst sinds 2002 gelukt om alle doelen zó te formuleren, dat ze goed te gebruiken zijn. Doelen zijn meet- en controleerbaar. Het maakt de verwachtingen en planning duidelijk, maakt de voortgang op de doelen zichtbaar en maakt inzichtelijk wanneer doelen wel of niet zijn gehaald. Zo weten gemeenteraad en burgers hoe het gaat met het behalen van de doelen.
Bij de opzet van nieuwe collegetargets is het volgens de rekenkamer belangrijk om hierop te blijven letten. Voor de volgende collegeperiode raadt de rekenkamer ook aan om realistische doelen te stellen. Dat betekent dat de doelen bereikt moeten kunnen worden met het geld dat de gemeente ervoor heeft en haar maatregelen. Doelen moeten gaan over zaken die de gemeente echt zelf kan beïnvloeden. Het is daarnaast belangrijk dat het volgende college meer rekening houdt met externe factoren.
Meer lezen? Aan het begin van deze collegeperiode beoordeelde de rekenkamer ook de opzet van de targets: zie het rapport ‘Targets tellen’ uit februari 2023. In het rapport ‘Targets tellen: tussentijdse beoordeling’ uit mei 2024 controleerde de rekenkamer of het college op schema lag.
Nog steeds vatbaar
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2026
De coronaperiode ligt alweer even achter ons. Na een derde lockdown, vervielen in maart 2022 zo goed als alle regels om de verspreiding van corona te beperken. Corona en de bestrijding daarvan hadden flinke economische en maatschappelijke gevolgen. Rotterdam trof uiteindelijk 51 coronasteunmaatregelen om deze gevolgen te verminderen. De Rekenkamer Rotterdam onderzocht deze maatregelen en het bijbehorende steunbeleid: waren ze passend, zijn de doelen bereikt en wat is ervan geleerd?
Onduidelijk of doel coronasteunbeleid behaald is Het onderzoek laat zien dat de maatregelen en het beleid deels passend zijn vormgegeven. Het valt met name op dat de raad beperkt kaders heeft gesteld bij het steunbeleid. Tegelijkertijd is niet vast te stellen of de doelen van het beleid zijn gerealiseerd. Het ontbrak namelijk aan helder geformuleerde beleidsdoelen. En voor slechts 8 van de 51 maatregelen heeft de gemeente onderzocht of het doel daarvan is bereikt.
Onvoldoende geleerd van coronaperiode Ook de crisisaanpak is door de gemeente onvoldoende geëvalueerd. Hierdoor heeft de gemeente lessen gemist om zich beter voor te bereiden op een volgende crisis. Het onderzoek van de rekenkamer laat zien dat er nog stappen nodig zijn om onder meer de crisisorganisatie en de maatschappelijke veerkracht te versterken. Al met al is de gemeente nog steeds kwetsbaar bij een crisis.
Kwetsbaarheden in beleidsproces buiten crisistijd De rekenkamer ziet daarnaast twee kwetsbaarheden in het Rotterdamse beleidsproces, die ook buiten crisistijden bestaan. Ten eerste laten de kaders voor besluitvorming ruimte om doelen te formuleren die niet helder zijn. Hierdoor konden ook de doelen van het coronasteunbeleid onvoldoende helder blijven. Ten tweede is onvoldoende duidelijk vastgelegd wanneer de gemeente evaluaties moet uitvoeren. Hierdoor is onvoldoende geëvalueerd en is onvoldoende van de coronaperiode geleerd.
Resultaat op achterstand
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 18-12-2025
Capelle aan den IJssel bestrijdt onderwijsachterstanden ruimhartig door relatief veel peuters toegang te geven tot voorschoolse educatie. Het aantal peuters dat deelneemt aan voorschoolse educatie blijft echter achter. Verder ondersteunde de gemeente via een aanvullende subsidie activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar, maar zijn de resultaten daarvan onbekend.
De gemeente is wettelijk verplicht te zorgen voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie om zo onderwijsachterstanden bij peuters tegen te gaan. Ook moet de gemeente jaarlijks overleg voeren en afspraken maken met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen. De rekenkamer heeft onderzocht of Capelle aan den IJssel hierin is geslaagd en haar doelstellingen heeft bereikt.
Bereik voorschoolse educatie blijft achter In Capelle aan den IJssel komen relatief veel peuters in aanmerking voor voorschoolse educatie. Dit komt ten eerste doordat peuters al op relatief jonge leeftijd kunnen deelnemen aan voorschoolse educatie. Ten tweede hanteert de gemeente relatief brede criteria om te bepalen welke peuters er onder de doelgroep vallen. De gemeente streefde ernaar om 70% van de peuters uit de doelgroep te bereiken, maar dat is niet gelukt. In 2023 en 2024 namen respectievelijk 58% en 59% van de peuters deel aan voorschoolse educatie.
Resultaten aanvullende subsidieregeling zijn onbekend De gemeente heeft aanvullend financiële ondersteuning geboden aan het basisonderwijs en de bibliotheek voor activiteiten gericht op het bestrijden van onderwijsachterstanden voor kinderen tot en met 12 jaar. De gemeente heeft echter geen zicht op de resultaten doordat de subsidieregeling te breed is opgezet en de gemeente geen resultaatafspraken heeft gemaakt met bassischolen. Met de bibliotheek zijn er wel resultaatafspraken gemaakt. De gemeente heeft de subsidieregeling ondertussen grotendeels stopgezet.
Gemeente maakt niet over alle verplichte thema’s afspraken Uit het onderzoek blijkt verder dat de gemeente gedeeltelijk heeft nagelaten de wettelijk verplichte jaarlijkse afspraken te maken met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen. Ook dient de gemeente jaarlijks overleg te voeren over onderwijsachterstanden. Dit doet de gemeente pas sinds 2023.
College neemt alle aanbevelingen over Uit de conclusies volgen een drietal aanbevelingen. Ten eerste beveelt de rekenkamer aan om de toeleiding naar voorschoolse educatie te verbeteren, zodat er meer peuters kunnen worden bereikt. Met de tweede aanbeveling roept de rekenkamer het college op om de wettelijk verplichte afspraken te maken en jaarlijks te monitoren of deze nog voldoen. Ten slotte beveelt de rekenkamer aan om concrete doelen op te stellen voor zowel de toeleiding als de afspraken met betrokken organisaties en deze doelen in het beleid vast te leggen. Het college van B en W neemt de aanbevelingen van de rekenkamer over.
Zicht op Wmo-ondersteuning
Rekenkamer Lansingerland, 30-10-2025
De rekenkamer onderzocht in hoeverre de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en de resultaten van de Wmo. Ze constateert dat de gemeente weliswaar een goede structuur heeft opgezet om zicht te houden op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo, maar dat de structuur in de praktijk niet effectief is.
De rekenkamer stelt vast dat de gemeente de meeste aanbieders niet structureel spreekt en dat ze signalen over de kwaliteit niet proactief ophaalt bij cliënten. Bovendien heeft de gemeente haar beleidsdoelen niet geoperationaliseerd, is de monitoring van de Wmo vooral gericht op het proces en financiën en is de informatie aan de gemeenteraad over de Wmo ook voor een groot deel financieel van aard of gericht op incidenten in plaats van resultaten. Ten slotte zijn de afspraken met aanbieders van Wmo-voorzieningen niet altijd volledig of helder. In de praktijk leidt dit ertoe dat het zicht van de gemeente op de kwaliteit van de Wmo te beperkt is.
De rekenkamer formuleert twee groepen aanbevelingen. Allereerst minimaal noodzakelijke verbeteringen:
Haal signalen proactief op
Haal proactief signalen op bij gebruikers van voorzieningen. Voer een gesprekkencyclus in waarbij de gemeente minimaal jaarlijks in gesprek gaat met aanbieders..Geef inzicht in resultaten
Operationaliseer beleidsdoelen zodat monitoringsinformatie gebruikt kan worden om te reflecteren op de resultaten van de Wmo-voorzieningen. Besteed in de informatie aan de raad niet alleen aandacht aan financiën, maar ook aan de beleidsdoelen en de resultaten van de Wmo.Daarnaast formuleert de rekenkamer een aantal verbeteropties. Deze bieden kansen om het contractmanagement naar een hoger niveau te brengen. De gemeenteraad moet bepalen welke ambitie zij nastreeft en welke investeringen zij wil doen in het contractmanagement:
Ontwikkel een afwegingskader waarmee de gemeenteraad geld en capaciteit kan afwegen tegen het realiseren van beleidsdoelen. Besteed in dat afwegingskader aandacht aan: Professionalisering van informatie- en registratiesystemen. Duidelijke kwaliteitsafspraken met aanbieders van algemene voorzieningen. Duidelijke verantwoordingsafspraken met aanbieders van maatwerkvoorzieningen.
Pas op voor de dode hoek
Rekenkamer Rotterdam, 27-10-2025
De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht of de gemeente inzicht heeft in verkeersveiligheid en of de verkeersveiligheid de afgelopen jaren is verbeterd. Uit het onderzoek blijkt dat het inzicht in de verkeersveiligheid in Rotterdam beter kan; zo zijn gegevens over fietsongevallen onvolledig. Ook weet de gemeente niet of haar beleid bijdraagt aan een verbetering van de verkeersveiligheid.
Veel Rotterdammers maken zich zorgen over de verkeersveiligheid, blijkt uit de jaarlijkse Omnibusenquêtes. De afgelopen jaren vielen er jaarlijks 9 tot 14 verkeersdoden op Rotterdamse gemeentewegen en raakten er ongeveer 1.400 mensen gewond per jaar. Dit aantal stijgt licht, zowel in Rotterdam als landelijk.
Onvolledig zicht in verkeersveiligheid Bij de beleidsuitvoering is inzicht in de verkeersveiligheid essentieel, want hiermee kan de gemeente de risico’s beter inschatten. De gemeente is echter grotendeels afhankelijk van wat de politie registreert over verkeersongevallen. Uit de ongevallendata van de politie blijkt dat in Rotterdam relatief veel verkeersdoden 70 jaar of ouder zijn, en dat de meeste verkeersgewonden tussen de 18 en 39 jaar oud zijn. De meeste verkeersslachtoffers vallen onder de “fiets+” groep (fiets, ebike, speed-pedelec, snorfiets, of bromfiets).
Dit beeld is echter niet compleet omdat de politie niet bij elk ongeval ter plaatse komt. Daarom raadt de rekenkamer aan om prioriteit te geven aan het koppelen van de ziekenhuisdata om de politiedata aan te vullen. Hierdoor ontstaat een completer beeld van verkeersongevallen waarmee onveilige plekken beter kunnen worden aangepakt. Het college heeft deze aanbeveling overgenomen.
Onduidelijk of beleid effect heeft op verkeersveiligheid De rekenkamer constateert dat de gemeente geen concrete, meetbare doelen in het beleid heeft gesteld, waardoor niet duidelijk is welke verkeersveiligheidsrisico’s de gemeente precies wil aanpakken. Bij de beleidsuitvoering is er soms te weinig aandacht voor een gedegen probleemanalyse of onderbouwing bij de aanpak van een bepaalde probleemlocatie. Ook evalueert de gemeente te weinig, waardoor het niet bekend is of de verkeersveiligheid is verbeterd. De rekenkamer doet daarom de aanbeveling om structureel evaluaties uit te voeren. Het college heeft deze aanbeveling overgenomen.
Aanpak P&C-cyclus: begroting 2026
Rekenkamer Rotterdam, 21-10-2025
De Rekenkamer Rotterdam heeft de gemeenteraad een brief gestuurd over de begroting voor 2026. Daarmee wil de rekenkamer de raad ondersteunen in het verwerken van informatie uit financiële stukken. In deze brief bespreekt de rekenkamer de navolgbaarheid van twee onderdelen van de begroting: de programma’s en het meerjarig financieel beeld.
De rekenkamer bekeek 3 van de 18 programma’s: (1) Armoede, schuldhulpverlening, inburgering en samenleving; (2) Beheer van de stad; en (3) Volksgezondheid. Dat deed zij door te kijken naar de 4 zogeheten w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen, wie zijn daarbij betrokken, en wat mag dat kosten.
De rekenkamer constateert dat de begroting scherper kan toelichten welke concrete acties de gemeente komend jaar gaat uitvoeren en wat dat (extra) kost. Het valt de rekenkamer op dat de begroting vooral terugkijkt in plaats van vooruitkijkt. Terugkijken is leerzaam, maar terugkijken alléén is niet voldoende. Een begroting stelt namelijk de financiële kaders voor het komende jaar vast. Zo wordt er teruggeblikt op de oprichting van Geldplein – de afdeling die de schuldhulpverlening uitvoert – in 2025, maar niet vooruitgeblikt op wat Geldplein in 2026 gaat doen. Ook wordt onvoldoende duidelijk waarom er meer of minder geld voor programma’s nodig is in 2026. Zo reserveert de begroting minder geld voor het programma Volksgezondheid, maar wordt niet uitgelegd welke taken de gemeente minder gaat uitvoeren. Het programma Beheer van de stad stelt juist wel dat de gemeente met extra inzet naast de afvalcontainer geplaatst afval sneller wil opruimen, maar licht niet toe hoe dit betaald wordt.
Verder bekeek de rekenkamer het meerjarig financieel beeld. Rotterdam staat er volgens het college financieel gezond voor. De rekenkamer plaatst daar enkele kanttekeningen bij. Zo merkt zij op dat in de begroting niet wordt toegelicht waarom de verwachte financiële positie voor 2026 is verslechterd. Vanaf 2027 raamt de begroting weer een positief resultaat, maar toelichting waarom dat het geval is, ontbreekt. Uit een eigen analyse van de rekenkamer blijkt dat de afgelopen jaren het resultaat telkens negatief bleek, terwijl twee jaar van te voren steeds een positief resultaat werd geraamd.
Doe-mee onderzoek energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing
Rekenkamer Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Albrandswaard, 09-10-2025
De Vereniging van Rekenkamers (VvR) organiseert elk jaar een DoeMee-onderzoek. In een DoeMee-onderzoek doet een groot aantal rekenkamers een gezamenlijk onderzoek naar een vraagstuk. In 2024 ging het DoeMee-onderzoek over de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing. Dit zijn wettelijke plichten op het gebied van duurzaamheid voor bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken. Het onderzoek leverde input voor het nationale onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de beide plichten.
De rekenkamer heeft met de gemeenten Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland deelgenomen aan het onderzoek van de VvR. De VvR heeft het onderzoek uit laten voeren door adviesbureau Ecorys. Het bureau heeft een digitale informatie-uitvraag uitgezet bij alle deelnemende overheden. Deze is ingevuld door de ambtenaren van gemeenten, provincies en milieudiensten. Voor iedere gemeente is een factsheet opgesteld. Daarnaast is een overkoepelend rapport gemaakt met de uitkomsten van alle deelnemende overheden gezamenlijk. Ter verduidelijking en verdieping van de VvR-rapportagegegevens heeft de rekenkamer enige vragen gesteld aan de omgevingsdienst Milieudienst Rijnmond (DCMR).
Vervolgens heeft de rekenkamer voor elk van de vier gemeenten een brief geschreven. In de brief vat de rekenkamer de bevindingen van de VvR samen en vult deze aan met de informatie die zij van DCMR verkreeg. Ook heeft ze de bevindingen voor Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland vergeleken met die van de andere deelnemende gemeenten. Tenslotte geeft de rekenkamer enkele aanbevelingen mee om de controle op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing bij de gemeente verder te verbeteren.
Doorwerken aan wijkteams
Rekenkamer Rotterdam, 01-10-2025
In juni 2018 concludeerde de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘het komt niet in de buurt’ dat de hulpverlening door wijkteams in Rotterdam tekort schoot. Vanwege het grote belang van deze laagdrempelige hulp in de wijk heeft de rekenkamer onderzocht in hoeverre de aanbevelingen uit 2018 zijn uitgevoerd.
In 2018 schoot de hulp van wijkteams tekort Er waren onder meer lange wachtlijsten en het personeelsverloop in de wijkteams was hoog. Ook de kosten in de Jeugdhulp en Wmo-taken waren hoog. De rekenkamer kwam in dat rapport met elf aanbevelingen die allemaal door de gemeenteraad zijn overgenomen, met een paar kleine aanpassingen en zes aanvullende moties. Vervolgens is het aan de burgemeester en wethouders om die opdracht in de praktijk te brengen. De rekenkamer heeft nu onderzocht in hoeverre die afspraken zijn uitgevoerd.
Vrijwel alle aanbevelingen uit 2018 omgezet in beleid Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle aanbevelingen en moties zijn geland in beleid. Acht aanbevelingen zijn volledig opgevolgd, maar drie aanbevelingen zijn niet voldoende opgevolgd. Het gaat om het verminderen van de administratie lasten voor wijkteammedewerkers, het verbeteren van de huisvesting van wijkteams en inzicht te geven in een realistische besparing en kostenbeheersing in het gehele stelsel van Wmo en Jeugd. Op al deze punten gaf het college in zijn reactie aan verdere maatregelen te treffen.
Zicht op uitvoering in de praktijk blijft blinde vlek Verder constateert de rekenkamer dat de gemeente te weinig zicht heeft op de effecten van de uitgevoerde maatregelen om de administratieve lasten van wijkteams te verlagen, het vertrek van personeel te beperken en de gevoelde kloof tussen beleid en uitvoering te verkleinen. De rekenkamer constateert dat de gemeenteraad in beperkte mate is geïnformeerd over de voortgang van deze maatregelen.
Meer bereiken
Rekenkamer Barendrecht, Lansingerland en Capelle aan den IJssel, 18-09-2025
De rekenkamer onderzocht de lokale inkomensregelingen in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland en concludeert dat deze gemeenten meer zouden kunnen bereiken voor hun inwoners.
Gemeenten bieden met lokale inkomensregelingen ondersteuning aan inwoners in (dreigende) armoede. De rekenkamer onderzocht of het lukt om deze mensen te bereiken. Dit onderzoek laat zien dat de drie onderzochte gemeenten vergelijkbare uitdagingen kennen en kansen hebben om meer inwoners te bereiken en inwoners in (dreigende) armoede beter te ondersteunen.
Gemeenten hebben geen goed zicht op resultatenDe onderzochte gemeenten hebben een uitgebreid aanbod aan regelingen om inwoners in (dreigende) armoede te ondersteunen. Maar er wordt vooral gestuurd op het in de hand houden van de kosten. Er is niet goed in beeld of de gemeente wel de inwoners bereikt die ze wilt bereiken.
In de uitvoering worden kansen gemist De gemeenten organiseren nog onvoldoende de samenwerking tussen de betrokken maatschappelijke organisaties. In Barendrecht en Lansingerland is het voor deze organisaties ook moeilijk om de gemeente te bereiken voor overleg over individuele gevallen. De drie onderzochte gemeenten gaan ook onvoldoende op zoek naar niet-bereikte inwoners om hen actief te informeren.
Aanvraagprocedures zijn ingewikkeldDe aanvraagprocedures in alle onderzochte gemeenten zijn onnodig ingewikkeld. Er worden meer bewijsstukken opgevraagd dan strikt noodzakelijk om de aanvragen te beoordelen. Aanvraagprocedures kosten de ambtenaren ook onnodig veel tijd omdat informatie onvoldoende wordt hergebruikt of uitgewisseld.
Aanbevelingen
De rekenkamer doet vijf aanbevelingen. Ze luiden:
Scherp de doelstellingen aan Verbeter de monitoring Verbeter de samenwerking met betrokken organisaties Verbeter de informatievoorziening aan inwoners Versimpel aanvraagproceduresDe aanbevelingen zijn gelijk voor de onderzochte gemeenten. Bij aanbeveling 3 zijn er wel verschillen in de precieze formulering en uitwerking. Bij Capelle aan den IJssel kan vooral de samenwerking en afstemming tussen de betrokken organisaties beter georganiseerd en geborgd worden. Bij Barendrecht en Lansingerland zijn er daarnaast ook stappen te zetten om tot goede samenwerking tussen de gemeente en de organisaties te komen.
Samen op zoek naar zicht
Rekenkamer Rotterdam, Barendrecht, Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Albrandswaard, 18-09-2025
De rekenkamer onderzocht de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Binnen de GRJR kopen dertien gemeenten gezamenlijk regionale jeugdhulp in. De rekenkamer concludeert dat de GRJR vooruitgang boekte in de manier waarop de regionale jeugdhulp is georganiseerd, maar ook kampt met een aantal belangrijke knelpunten.
De rekenkamer concludeert dat er is gekozen voor resultaatgericht werken, maar dat de resultaten van zorg niet goed in beeld zijn. Het is dus nog maar de vraag of de geboden hulp een kind of gezin echt helpt. Verder is er weinig grip op kosten.
Naast deze knelpunten is er de afgelopen periode ook vooruitgang geboekt. De samenwerking van de gemeenten via de GRJR heeft geleid tot meer professionalisering op het terrein van contractbeheer en gezamenlijke besluitvorming. Ook heeft de GRJR in de afgelopen periode steeds meer de taak gekregen om informatie te verzamelen waarmee gestuurd kan worden op resultaten en kosten.
Een verbeterslag is hier volgens de rekenkamer nodig door duidelijke afspraken te maken over wie welke gegevens over de jeugdhulp bijhoudt en verzamelt in de regio. Met de informatie die gemeenteraden nu krijgen is het lastig om hun controlerende taak uit te voeren.
Hoewel de conclusies en recente landelijke ontwikkelingen aanpassingen vergen, waarschuwt de rekenkamer voor het doorvoeren van grote veranderingen. Het risico is dan dat er veel tijd, energie en geld verloren gaat aan het opnieuw inrichten en wennen aan een nieuwe situatie. En ook na de eerste kinderziektes zullen er weer problemen blijven, waaraan gewerkt moet worden. De rekenkamer ziet liever dat de gemeenten inzetten op stapsgewijze verbetering.
Passend regelen
21-05-2025
De Regeling risicovolle projecten biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om goed en op tijd informatie te krijgen over grote, risicovolle projecten. De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht of de regeling ook in de praktijk voldoet aan de verwachtingen en opbrengt wat was beoogd. De rekenkamer concludeert in haar zojuist gepubliceerde onderzoek Passend regelen dat de regeling nuttig is, maar nog wel “gebreken kent".
De Regeling risicovolle projecten (RRP) bestaat sinds 2012, mede op initiatief van de rekenkamer. De raad kan een project aanwijzen als risicovol en ontvangt dan twee keer per jaar een rapport over de voortgang van het project.
De rekenkamer constateert dat de RRP zorgt voor een beter inzicht in de voortgang en risico's van grote projecten. Door een project als risicovol aan te wijzen wordt een projectorganisatie gedwongen om na te denken over de planning, financiën en risico's van het project. Ook helpt de regeling het college door een duidelijke structuur te bieden voor het informeren van de raad. Voor de raad biedt de regeling rapportages op maat over het project waarmee gericht vragen aan het college kunnen worden gesteld.
De regeling is op een aantal punten onduidelijk en sluit onvoldoende aan op de verandering van de informatiebehoefte gedurende het verloop van een project. Verder worden raadsleden te weinig ondersteund bij het gebruik van de regeling. Ook is meer aandacht nodig voor het delen van vertrouwelijke informatie en de presentatie van risico's. De rekenkamer heeft aanbevolen op deze punten de regeling passender te maken.
Aanbieding rapport aan de raadDe rekenkamer bood dit rapport aan op 22 mei 2025 in de vergadering van de Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid.
Doelbewust, maar niet doeltreffend
Rekenkamer Rotterdam, 22-04-2025
Rotterdam wil dat de stad toegankelijk is voor mensen met een beperking. Dat zijn mensen die minder goed zien, horen of bewegen, die een chronische ziekte of een psychische of verstandelijke beperking hebben. 'Toegankelijkheid' betekent dat zij - net als ieder ander - volledig en volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. De rekenkamer heeft in haar onderzoek gezien dat de gemeente aandacht heeft voor toegankelijkheid, maar dat er nog te weinig gebeurt om de stad echt toegankelijk voor iedereen te maken.
Conclusies
De gemeente zet zich in voor toegankelijkheid. Er zijn plannen en er is een speciaal ambtenarenteam dat moet stimuleren dat belangrijke plannen ook worden uitgevoerd. De aanpak heeft echter te weinig samenhang en het aanjaagteam houdt zich niet met alle benodigde beleidsvelden bezig. Daarnaast worden ook regelmatig maatregelen vastgesteld zonder geld om ze uit te voeren.
De Lokale Agenda Toegankelijkheid, waarin in 2020 veel toegankelijkheidsbeleid is vastgelegd, is maar gedeeltelijk uitgevoerd. Dit gebrek aan voortgang was voor de gemeenteraad niet duidelijk. De rapportages waren op dat punt te rooskleurig en het was vaak ook niet helder wat gerealiseerde acties hadden opgeleverd. De Lokale Agenda Toegankelijkheid is ook te weinig gericht op het maken van een verschil voor mensen met een beperking. De gemeente werkt veel aan onderzoeken en campagnes, in plaats van dat ze bijvoorbeeld speelplaatsen of Huizen van de Wijk toegankelijk maakt voor iedereen. Er wordt ook te weinig gebruik gemaakt van ervaringskennis van mensen met een beperking.
Voor de gemeente is een toegankelijke dienstverlening via fysieke en digitale loketten een belangrijk aandachtspunt. De gemeente doet ook veel, maar nog niet voldoende. De Huizen van de Wijk zijn nog onvoldoende toegankelijk, de taal op rotterdam.nl is vaak te moeilijk en maar heel weinig gemeentelijke websites en -pagina's zijn volledig technisch in orde gemaakt voor mensen met een beperking.
Aanbevelingen
Om tot een bruikbaar advies te komen heeft de rekenkamer veel aanbevelingen geformuleerd. Ze kunnen echter samengevat worden in drie belangrijke adviezen:
Zorg voor betere inbedding van het thema toegankelijkheid in de hele organisatie. Verbeter de sturing door meer gerichtheid op resultaten en het reserveren van budget voor alle toegankelijkheidsmaatregelen. Verbeter de uitvoering zodat er ook daadwerkelijk resultaten worden geboekt.In de media AD: Rekenkamer kritisch over inzet gemeente Rotterdam voor mensen met een beperking AD: Mensen met een beperking ervaren obstakels in Rotterdam Binnenlands Bestuur: Toegankelijkheid Rotterdam blijft steken in beleid
Toelichting in de raad
De rekenkamer bood dit rapport aan op 23 april 2025 in de vergadering van de Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport. Op 21 mei 2025 lichtte de plaatsvervangend directeur van de rekenkamer het rapport toe in dezelfde commissie. [embed]https://youtu.be/7TYUOcPiWE8[/embed]
Onderzoeksopzet toezicht en resultaten Wmo
01-04-2025
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO 2015). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ondersteuning thuis, zoals huishoudelijke hulp of woningaanpassingen. Het doel van deze ondersteuning is dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Gemeenten zijn naast de uitvoering, ook verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit die aanbieders leveren binnen de Wmo. Daarnaast is het wenselijk dat gemeente voldoende zicht hebben op de uitvoering van de Wmo om de passendheid van beleid en regelingen te monitoren. Er zijn echter landelijk zorgen over de kwaliteit van de Wmo. Cliëntenorganisatie Ieder(in) schreef in 2022 in een brief aan de Tweede Kamer dat het toezicht op de uitvoering van de Wmo in veel gemeenten onvoldoende is. Ook de Inspectie Gezondheid en Jeugd constateert dat de kwaliteit van het Wmo-toezicht achterblijft. De rekenkamer heeft een onderzoek uitgewerkt naar de mate waarin de gemeente Lansingerland zicht heeft op de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de WMO. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente Lansingerland inzicht in de kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de Wmo? De uitvoering van het onderzoek is gestart in maart 2025. Het rapport wordt naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 aangeboden aan de gemeenteraad.
Onderzoeksopzet onderwijsachterstandenbeleid
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 11-07-2024
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek wijkteams
Rekenkamer Rotterdam, 09-07-2024
Ambtelijke integriteit
Rekenkamer Rotterdam, 13-06-2024
De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar integriteit binnen de gemeentelijke organisatie. Hoewel de aandacht voor integriteit is toegenomen en er veel goed gaat, is er ook nog veel ruimte voor verbetering. Medewerkers moeten betere handvatten krijgen en er moet meer nadruk komen op leren van integriteitsschendingen. Een groot deel van de vermoedens wordt nu niet gemeld, aldus de rekenkamer in haar rapport “Ambtelijke integriteit: onderzoek naar detecteren, oppakken en onderzoeken, afhandelen en leren”.
Na een aantal voorvallen heeft de gemeenteraad eind 2020 aan zowel het college van burgemeester en wethouders als de rekenkamer gevraagd onderzoek te doen naar integriteit. Het onderzoek van de rekenkamer gaat over de periode 2016 tot en met april 2023. Het onderzoek gaat over het hele traject rond integriteit: van het detecteren van schendingen, het oppakken, onderzoeken, afhandelen en tot slot het leren van integriteitsschendingen.
De gemeente Rotterdam hanteert nu twee aparte procedures voor ongewenste omgangsvormen en alle andere vormen van integriteitsschendingen. De rekenkamer beveelt aan om de twee procedures samen te voegen zodat er ook in geval van ongewenste omgangsvormen steviger ingegrepen kan worden. Volgens de rekenkamer voldoet de gemeente hiermee niet aan haar verplichting om voor een veilige werkplek te zorgen.
In een enquête onder medewerkers geeft een aanzienlijk deel aan integriteitsschendingen te vermoeden die nooit gemeld zijn. Dit komt deels door onbekendheid met de procedures, deels het idee dat er toch niets mee gedaan wordt, maar ook omdat mensen zich niet voldoende veilig voelen.
Een belangrijk verbeterpunt dat de rekenkamer aankaart, is de terugkoppeling aan de melder. Als er slecht gecommuniceerd wordt over het verloop en de uitkomst van het proces, ontstaat er al snel het beeld dat melden geen zin heeft omdat er toch niets mee gedaan wordt. Naast transparanter, moet de omgang met schendingen volgens de rekenkamer ook voorspelbaarder worden. Ook is volgens de rekenkamer belangrijk dat de organisatie meer aandacht besteed aan leren van integriteitsschendingen.
Toelichting in de raadRekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Ambtelijke integriteit' op 1 februari 2024 toegelicht in de gemeenteraad.
AddendumNa afstemming met de Ombudsman Rotterdam-Rijnmond (ORR), heeft de rekenkamer besloten paragraaf 6-2-7 waarin geraakt wordt aan het werk van de ombudsman, verder uit te werken. De aangepaste tekst vindt u op pagina’s 153 en 154 van het document. De gemeenteraad is op 13 juni 2024 geïnformeerd over deze aanpassing middels een gezamenlijke brief van rekenkamer directeur Marjolein van Asselt en ombudsvrouw Marianne van den Anker.
DoeMee-onderzoek klachtbehandeling
Rekenkamer Lansingerland, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, 03-06-2024
De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers (NVRR) organiseert jaarlijks een DoeMee-onderzoek. In een DoeMee-onderzoek doet een groot aantal rekenkamers een gezamenlijk onderzoek naar een vraagstuk. In 2023 richtte het DoeMee-onderzoek zich op de klachtafhandeling. De rekenkamer heeft met de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland deelgenomen aan dit onderzoek.
Met het onderzoek naar klachtbehandeling wil de NVRR inzichtelijk maken op welke manier de klachtbehandeling binnen decentrale overheden is georganiseerd. Het gaat hierbij om klachten over gedragingen van bestuurders en ambtenaren, niet om meldingen in het kader van de openbare ruimte. Het onderzoek moet daarnaast inzichtelijk maken hoe de volksvertegenwoordiging over klachtbehandeling wordt geïnformeerd.
Tot slot moet het onderzoek inzicht bieden in de wijze waarop verbonden partijen die taken namens of in opdracht van de overheid uitvoeren, omgaan met klachten. Bij alle gemeenten is specifiek gekeken naar de GGD en de Omgevingsdienst. Daarnaast kon iedere gemeente zelf een derde verbonden partij aandragen.
De NVRR heeft het onderzoek uit laten voeren door adviesbureau TwynstraGudde. Het bureau heeft een digitale informatie-uitvraag uitgezet bij alle deelnemende overheden. Deze is ingevuld door de ambtelijke organisatie.
Voor iedere gemeente is een factsheet opgesteld. Daarnaast is een overkoepelend rapport gemaakt met de uitkomsten van alle deelnemende overheden gezamenlijk. De rekenkamer heeft de belangrijkste resultaten voor Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland vastgelegd in een brief. In deze brief zijn ook de aanbevelingen opgenomen.
Targets tellen: tussentijdse beoordeling
Rekenkamer Rotterdam, 23-05-2024
Het college van burgemeester en wethouders heeft haar politieke ambities vertaald naar vijftien targets. De Rekenkamer Rotterdam heeft nu, halverwege de rit, onderzocht in hoeverre het college op schema ligt. Voor dertien van de vijftien targets haalt B en W haar eigen tussentijdse doelstellingen niet of is dit niet vast te stellen.
De rekenkamer is op verschillende momenten betrokken bij de collegetargets. Aan het begin van de collegeperiode kijkt de rekenkamer mee of de targets wel goed bruikbaar zijn; zie het rapport Targets Tellen uit februari 2023. Tussentijds wordt beoordeeld of het college op schema ligt. Aan het eind van de collegeperiode wordt de balans opgemaakt: welke targets zijn gehaald en welke niet?
In het rapport 'Targets tellen: tussentijdse beoordeling' beoordeelt de rekenkamer in hoeverre de doelstellingen van het college op schema liggen. Bij twee targets zijn de mijlpalen gehaald: Schil om de School en Sportdeelname. De targets Schuldhulpverlening, Bijstand en Wijk aan Zet zijn volgens de rekenkamer ‘bijna gehaald’. Voor Veiligheid, Woon(zorg)concepten en Tevredenheid concerndienstverlening zijn de tussendoelstellingen niet gehaald. Dat houdt in dat minder dan 80% van de doelstelling is gerealiseerd. Daarnaast zijn er ook nog vijf targets waar de rekenkamer oordeelt dat het college zich niet aan de spelregels heeft gehouden. Elk target moet namelijk goed te controleren zijn.
Ook heeft de rekenkamer steeds gekeken naar de toelichting van het college over waarom een target wel of niet is gehaald, wat de afgelopen tijd gedaan is om de doelen te bereiken en wat de plannen voor de toekomst zijn. Deze informatie is heel belangrijk voor de gemeenteraad omdat zij het werk van het college moet controleren en waar nodig, bijsturen. Volgens de rekenkamer is de toelichting bij zeven van de vijftien targets niet voldoende.
Toelichting in de raadDe rekenkamer heeft dit rapport toegelicht in de technische sessie van de commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) van 29 mei 2024.
Zorg voor groen
Rekenkamer Rotterdam, 16-05-2024
Groene buitenruimte heeft grote waarde voor bewoners van Rotterdam en is ook een belangrijk wapen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De gemeente zou gerichtere plannen moeten maken voor het inzetten van groen voor klimaatadaptatie, concludeert de rekenkamer in “Zorg voor Groen”.
De inrichting van de groene buitenruimte speelt een belangrijke rol bij klimaatadaptatie. De rekenkamer constateert dat de gemeentelijke aandacht hiervoor is toegenomen, maar dat de uitwerking hiervan nog te wensen overlaat.
De gemeente wil in 2050 klimaatbestendig zijn ingericht, maar moet de plannen daarvoor volgens de rekenkamer nog beter uitwerken. Ook is er geen structureel, eigen budget voor klimaatadaptatie; er moet steeds worden meegelift op andere projecten in de buitenruimte, waardoor aanpassingen niet altijd plaatsvinden waar deze het meest opleveren.
De rekenkamer raadt daarom aan om locaties aan te pakken waar klimaatadaptatie het meest urgent is. Bij de aanleg van de groene buitenruimte wordt volgens de rekenkamer meer rekening gehouden met extreme neerslag dan het bestrijden van hittestress.
Toelichting en behandeling in de raadDe rekenkamer lichtte dit rapport toe in de vergadering van de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte van 28 juni 2024. Op 18 september 2024 is het rapport, samen met aanvullende informatie, besproken in dezelfde commissie. De raadsbehandeling is voorzien op 3 oktober 2024.
Onderzoeksopzet economische en maatschappelijke steunmaatregelen coronaperiode
Rekenkamer Rotterdam, 14-05-2024
Eind februari 2020 werden in Nederland de eerste gevallen van COVID-19 geconstateerd. Het was snel duidelijk dat corona, en de bestrijding daarvan, uitzonderlijke economische en maatschappelijke gevolgen zou hebben. In aanvulling op landelijke maatregelen, voerden gemeenten eigen economisch en maatschappelijk beleid om deze negatieve gevolgen verder te beperken. Het ging in de gemeente Rotterdam onder meer om subsidies, leningen en coulance aan ondernemers en zzp’ers en maatschappelijke steun aan burgers. Dit rekenkameronderzoek kijkt naar de economische en maatschappelijke steunmaatregelen die de gemeente Rotterdam heeft genomen. De rekenkamer onderzoekt hoe de maatregelen tot stand zijn gekomen, in hoeverre deze maatregelen passend waren, of de doelen zijn bereikt en wat de gemeente daarvan kan leren voor een volgende crisis. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre zijn het economische en maatschappelijke coronasteunbeleid en de coronasteunmaatregelen van de gemeente Rotterdam passend vormgegeven, zijn de doelen bereikt en heeft de gemeente daarvan geleerd? De uitvoering van het onderzoek start in mei 2024. Het rapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 aan de gemeenteraad aangeboden.
Kleur bekennen
Rekenkamer Rotterdam, 13-05-2024
De Rekenkamer Rotterdam heeft in 2021 een onderzoek gepubliceerd waarin ze waarschuwde voor de risico’s die kleven aan gebruik van algoritmes door de gemeente. Op verzoek van de gemeenteraad heeft de rekenkamer nu opnieuw onderzocht hoe het ervoor staat met het gebruik van algoritmes door de gemeente Rotterdam, in het onderzoeksrapport Kleur Bekennen.
Uit het rekenkamerrapport uit 2021, Gekleurde Technologie, bleek onder meer dat de gemeente te weinig aandacht had voor de ethische risico’s bij het gebruik van algoritmes. De rekenkamer deed verschillende aanbevelingen voor verbetering.
De rekenkamer concludeert nu dat de gemeente serieus aan de slag is gegaan met de aanbevelingen uit het eerdere onderzoek, maar er zijn nog altijd knelpunten. De afgelopen twee jaar is er meer aandacht gekomen voor de risico’s van algoritmes en is er een algoritmegovernance ontwikkeld.
Maar deze algoritmegovernance is op veel punten nog te vaag. Ook staan nog niet alle algoritmes in het algoritmeregister. Medewerkers zijn zich er soms simpelweg niet van bewust dat zij met een algoritme werken. Volgens de rekenkamer moet er daarom beter gecommuniceerd worden over algoritmes. Het is immers pas mogelijk om een risico-inschatting te maken, als medewerkers herkennen dat ze te maken hebben met een algoritme.
Toelichting in de raadDe rekenkamer heeft het onderzoek toegelicht tijdens de vergadering van de Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid van de gemeenteraad van Rotterdam van 23 mei 2024; deze toelichting is te bekijken op het YouTube kanaal van de rekenkamer. In dezelfde vergadering vond ook de politieke behandeling plaats.
Onderzoeksopzet Regeling risicovolle projecten
Rekenkamer Rotterdam, 02-04-2024
De gemeente Rotterdam voert diverse grote projecten uit in de stad, waarmee grote investeringen in financiële middelen en capaciteit zijn gemoeid. De raad wordt op verschillende manieren over de uitvoering van deze projecten geïnformeerd. Eén daarvan is de Regeling risicovolle projecten die sinds 2012 bestaat. De regeling is aanvullend op andere instrumenten en bedoeld voor een beperkt aantal zeer complexe projecten. Tot op heden is nog niet onderzocht of de regeling voldoet aan de verwachtingen en opbrengt wat was beoogd. Vanwege het belang van een goede informatievoorziening voor de raad bij dergelijke complexe dossiers, heeft de rekenkamer in de onderzoeksprogrammering van 2023 een onderzoek aangekondigd naar dit onderwerp. Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer inzicht te geven in de werking van de Regeling risicovolle projecten en of deze regeling de bijdraagt aan de controlerende taak van de gemeente. Hierbij wordt gekeken naar de gestelde criteria, procesafspraken over de uitvoering en afspraken over de informatievoorziening. Daarnaast wordt onderzocht of de regeling de gemeenteraad helpt haar controlerende taak beter uit te voeren en wat de meerwaarde van de Regeling risicovolle projecten is ten opzichte van andere vergelijkbare instrumenten. De rekenkamer zal bij dit onderzoek specifiek kijken naar de twee projecten waarbij de regeling is toegepast: Feyenoord City en Boijmans van Beuningen. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre draagt de Regeling risicovolle projecten bij aan de uitvoering van de controlerende taak van de gemeenteraad bij grote projecten en in hoeverre heeft de regeling meerwaarde ten opzichte van andere instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking staan? De uitvoering van het onderzoek start in maart 2024 en het definitieve rapport wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 aangeboden aan de raad.
Onderzoeksopzet lokale inkomensregelingen
Rekenkamer Barendrecht, Lansingerland en Capelle aan den IJssel, 12-03-2024
Armoedebestrijding is de laatste jaren een prominent thema op de politieke agenda. Gemeenten hebben een centrale rol in armoedebestrijding: zij voeren een aantal landelijke regelingen rondom inkomensondersteuning uit en bieden eigen zogeheten lokale inkomensregelingen aan. Recent onderzoek laat zien dat gemeenten met zulke lokale inkomensregelingen niet alle burgers bereiken die er recht op hebben. Bij gemeenten is daarom behoefte aan inzicht in de doeltreffendheid van het beleid. Het beoogde doel van de lokale inkomensregelingen is om burgers in armoede te ondersteunen, maar worden deze mensen echt bereikt en zijn ze ermee geholpen? De rekenkamer werkt in deze onderzoeksopzet een onderzoek uit naar het beleid en de uitvoering naar lokale inkomensregelingen in de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland. Deze gemeenten worden op basis van dezelfde onderzoeksopzet, maar los van elkaar onderzocht. Waar mogelijk en relevant zullen de bevindingen in de verschillende gemeenten met elkaar vergeleken worden. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre lukt het de gemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel en Lansingerland om inwoners die leven in (dreigende) armoede met behulp van lokale inkomensregelingen te ondersteunen? De uitvoering van het onderzoek start in maart 2024. Het rapport wordt naar verwachting in december 2024 aangeboden aan de gemeenteraden van de gemeenten.
Doorwerken aan daklozenopvang
Rekenkamer Rotterdam, 19-10-2023
In mei 2018 concludeerde de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Niet thuis geven’ dat de hulpverlening aan dakloze mensen in Rotterdam tekort schoot. Nu heeft de rekenkamer onderzocht in hoeverre de aanbevelingen uit dat onderzoek zijn uitgevoerd. Juist de aanbevelingen die vragen om een meer structurele aanpassing van de daklozenopvang, zijn na vijf jaar nog altijd niet voldoende opgepakt, concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Doorwerken aan Daklozenopvang’.
De afgelopen vijf jaar is er ook veel verbeterd. Dat zie je niet meteen op straat, omdat niet alle daklozen mensen in aanmerking komen voor opvang. Zo zijn de criteria voor toegang tot de opvang verruimd (voorheen moest iemand ‘binding’ hebben met Rotterdam). Er zijn speciale trajecten voor jongeren en regelingen voor ‘bankslapers’. Ook is er ingezet op de ‘Housing First’-methode. Daarnaast zijn er meer preventieve maatregelen voor mensen die dreigen dakloos te worden, zoals ex-gedetineerden. Verder werden er afspraken gemaakt met woningcorporaties, particuliere verhuurders en schuldhulpverlening om huisuitzettingen zo veel mogelijk te voorkomen.
Maar er is ook nog veel ruimte voor verbetering. De rekenkamer merkt op dat vooral de aanbevelingen en moties zijn opgepakt die gericht waren op het aanscherpen van bestaande werkwijzen. De aanbevelingen en moties die vroegen om een andere aanpak of denkwijze, zijn minder goed opgevolgd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van alternatieven voor de klassieke nachtopvang met slaapzalen. De alternatieven die zijn ontwikkeld, zijn vooralsnog beperkt in omvang of pilot projecten. De rekenkamer beveelt aan alsnog aandacht te hebben voor de aanbevelingen uit het vorige onderzoek die nog onvoldoende zijn opgepakt.
Toelichting in de raadRekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Doorwerken aan Daklozenopvang' op 31 januari 2024 toegelicht in de gemeenteraad.
Onderzoeksopzet Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
Rekenkamer Rotterdam, 19-10-2023
De decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 maakte gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van het totale aanbod van jeugdzorg. Voor een goede uitvoering van deze taken dienen gemeenten waar nodig samen te werken. Dertien gemeenten in de regio Rijnmond werken daartoe samen in de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), waaronder de zes gemeenten waarvoor de Rekenkamer Rotterdam de rekenkamerfunctie vervult. Binnen deze gemeenschappelijke regeling kopen de deelnemende gemeenten gezamenlijk verschillende typen jeugdhulp in. De rekenkamer beoogt te onderzoeken of de manier waarop de inkoop van specialistische jeugdhulp en het financieren van jeugdreclassering, jeugdbescherming en Veilig Thuis regionaal zijn vormgegeven in de GRJR voldoen aan de verwachtingen van regionaal samenwerken. Om dit doel te bereiken wil de rekenkamer onder andere in beeld brengen hoe de ontwikkeling van de vraag en de kosten van bovenlokale jeugdhulp in de afgelopen jaren is geweest. Tevens zal de rekenkamer de wijze waarop de GRJR stuurt op deze (en toekomstige) ontwikkelingen en de manier waarop de GRJR stuurt op de prestaties van gecontracteerde en gesubsidieerde aanbieders beoordelen. Ten slotte evalueert de rekenkamer in het onderzoek de manier waarop de GRJR de samenwerking tussen gemeenten faciliteert en gemeenten informeert. De centrale vraag van dit onderzoek luidt als volgt: In hoeverre is de GRJR in staat om de bovenlokale jeugdhulp op een effectieve en efficiënte manier te organiseren, wordt hiermee de ambitie om de jeugdhulp zo optimaal mogelijk vorm te geven waargemaakt en worden de gemeenten hierover adequaat geïnformeerd? De uitvoering van het onderzoek start in oktober 2023 en het definitieve rapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 aangeboden aan de raad.
Onderzoeksopzet toegankelijkheid in beleid en in de uitvoering van dienstverleningsprocessen
Rekenkamer Rotterdam, 21-09-2023
Onderzoeksopzet verkeersveiligheid
Rekenkamer Rotterdam, 05-09-2023
Het doel van dit onderzoek is inzicht geven in de effectiviteit van het Rotterdamse verkeersveiligheidsbeleid. Dat doet de rekenkamer door onderzoek te doen naar:
de mate waarin de gemeente inzicht heeft in de verkeersveiligheid in Rotterdam; de mate waarin maatregelen van de gemeente bijdragen aan de verkeersveiligheid. De rekenkamer richt zich in het onderzoek op het maatregelenpakket uit het beleidsplan ‘Veilig Vooruit 2019-2023’ en eventuele aanvullende maatregelen. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: In hoeverre heeft de gemeente inzicht in verkeersveiligheid in Rotterdam en in hoeverre draagt het verkeersveiligheidsbeleid bij aan verbetering van de verkeersveiligheid? De rekenkamer is van plan om het onderzoek in het najaar van 2024 te publiceren.
Huizen in de regio
Rekenkamer Rotterdam, Barendrecht, Lansingerland, Capelle aan den IJssel en Albrandswaard, 28-08-2023
Woonbeleid is voor elke gemeente een prominent thema want vrijwel niets is zo belangrijk als een dak boven je hoofd. Volgens de wet moet de overheid zich bezighouden met de “bevordering van voldoende woongelegenheid”. De rekenkamer publiceerde in 2022 en 2023 een reeks van vijf onderzoeken naar hoe goed het gemeentelijk woonbeleid erin slaagt om het aanbod aan woningen te laten aansluiten bij de vraag, voor de gemeenten Barendrecht, Lansingerland, Albrandswaard, Capelle aan den IJssel en Rotterdam.
In dit afsluitende onderzoek vergelijkt de rekenkamer de eerdere bevindingen om knelpunten én oplossingen te vinden voor de hele regio. Niet alleen Rotterdam, maar ook regiogemeenten Barendrecht, Lansingerland, Albrandswaard en Capelle aan den IJssel, hebben onvoldoende inzicht in de vraag naar en het aanbod van woningen in de gemeente. Hierdoor is het woonbeleid in deze gemeenten onvoldoende onderbouwd en is het vaak onduidelijk of woondoelen worden bereikt. Ook worden regionale afspraken niet goed genoeg omgezet in lokale plannen, concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Huizen in de regio’.
Regionaal wordt er samengewerkt binnen het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam, waar twaalf gemeenten deel van uitmaken, waaronder de vijf gemeenten waar de rekenkamer onderzoek heeft gedaan. Op regionaal niveau zijn er concrete afspraken tussen gemeenten, maar deze doelstellingen worden niet gehaald.
De rekenkamer merkt op dat het gemeentelijke woonbeleid en de regionale afspraken te vaak gescheiden werelden zijn. De ambities voor het vergroten en beter spreiden van de sociale voorraad die op regionaal niveau werden afgesproken, werden te weinig omgezet in gemeentelijke actieplannen. Volgens de rekenkamer zou er daarom meer aandacht moeten komen voor de wisselwerking tussen het lokale en regionale woonbeleid.
Toelichting in de raadRekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft het rapport 'Huizen in de regio' op 12 september 2023 toegelicht in de gemeenteraad van Capelle a/d IJssel, op 19 september 2023 in Barendrecht, op 27 september 2023 in Lansingerland, op 19 december 2023 in Rotterdam en op 13 februari 2024 in Albrandswaard.
Verantwoorde afspraken
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 23-05-2023
De gemeente Krimpen aan den IJssel zou betere afspraken moeten maken met organisaties die subsidie ontvangen. Hoewel de gemeente de basis op orde heeft, is er nog veel ruimte voor verbetering, concludeert de Rekenkamer Krimpen aan den IJssel in haar rapport ‘Verantwoorde afspraken’.
Krimpen aan den IJssel laat, net als andere gemeenten, veel van haar taken uitvoeren door andere organisaties. Gemeenten kunnen dit soort dienstverlening inkopen, maar ze kunnen er ook voor kiezen om een subsidie te verlenen aan organisaties die deze taken uitvoeren. In beide gevallen is het belangrijk duidelijke afspraken te maken over welke prestaties de gemeente van de uitvoerende organisatie verwacht.
Heldere afspraken
De rekenkamer heeft in haar onderzoek gekeken naar drie organisaties die een subsidie ontvangen van de gemeente Krimpen aan den IJssel voor het vervullen van maatschappelijke taken: het Streekmuseum Krimpenerwaard, jeugdhulporganisatie Enver, en sport- en cultuurstichting Synerkri.
Uit het onderzoek bleek dat de afspraken met de drie organisaties niet duidelijk genoeg waren uitgewerkt. Er waren in veel gevallen geen heldere afspraken over welke prestaties de organisaties precies zouden leveren en evenmin over hoe de organisaties aan het eind van het jaar verantwoording zouden afleggen.
Doordat dit soort afspraken ontbraken, was het moeilijk voor de gemeente om te controleren of ze wel waar voor hun geld kregen. De rekenkamer raadt daarom aan om in de toekomst heldere afspraken te maken over de prestaties die verwacht worden en welke gegevens de organisatie moet aanleveren.
Accountantsverklaring, klachtenafhandeling en klanttevredenheid
Een ander verbeterpunt dat de rekenkamer aandraagt, betreft de accountantsverklaring. De gemeente eist al dat alle organisaties die € 50.000 of meer subsidie ontvangen, een accountantsverklaring bij hun jaarrekening voegen. Er bestaan echter meerdere soorten accountantsverklaringen en alleen een controleverklaring geeft zekerheid dat de gegevens uit de jaarrekening kloppen.
De laatste aanbeveling die de rekenkamer de gemeente meegeeft, gaat over het duidelijk vastleggen hoe organisaties om moeten gaan met klachten en incidenten. Zaken als hoe snel klachten worden opgepakt, zijn erg belangrijk voor de kwaliteit van dit soort dienstverlening. Daarom is het van belang dat er in de overeenkomst met Enver en soortgelijke organisaties hierover duidelijke afspraken gemaakt worden, aldus de rekenkamer.
PresentatieRekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft dit rapport toegelicht in een openbare sessie van de Beeldvormende Raadscommissie van 7 september 2023.
Tijden van transformatie
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 15-05-2023
De gemeente Capelle aan den IJssel heeft vraag en aanbod van woningen in verschillende prijssegmenten niet goed in beeld. Daardoor kan de gemeenteraad niet goed bijsturen. Ook maakt de gemeente maar beperkt gebruik van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen op het soort woningen dat gebouwd wordt. De afgelopen tien jaar werd het aantal sociale corporatiewoningen in Capelle verkleind, terwijl de vraag juist steeg. Daardoor is er nu waarschijnlijk een tekort ontstaan, concludeert de rekenkamer Capelle aan den IJssel in haar rapport ‘Tijden van transformatie’.
Een aantal definities, zoals ‘middeldure huur’ en waar de grens ligt tussen midden- en hoge inkomens, ontbrak in het Capelse woonbeleid. Daardoor had de gemeente onvoldoende informatie om te beoordelen of het aanbod wel aansloot bij de vraag. Daar kwam nog bij dat cijfers over met name particuliere sociale huurwoningen onbetrouwbaar bleken. Ook stelde de rekenkamer vast dat de gemeentelijke cijfers over nieuwbouwwoningen een andere indeling in prijsklassen gebruikte dan de woonvisies. Bovendien verschoof deze indeling nogal eens, waardoor vergelijken onmogelijk werd.
Minder sociale woningen
Van 2013 tot 2022 zette de gemeente in op minder sociale huurwoningen en sinds 2019 ontbrak de cijfermatige onderbouwing hiervoor. De gemeenteraad werd toen niet goed op de hoogte gehouden en kon daardoor niet goed beoordelen of er inderdaad genoeg sociale woningen waren. Volgens de rekenkamer is het aannemelijk dat er ondertussen juist een tekort was ontstaan.
Het aandeel lage inkomens steeg, maar toch is ook in de nieuwbouwplannen voor 2022-2030 het aandeel sociale woningen erg klein. De provincie Zuid-Holland heeft in maart van dit jaar al aangegeven daarom niet in te stemmen met het voorstel van Capelle voor haar aandeel in de regionale bouwplannen.
Weinig sturing
Ook wijst de rekenkamer erop dat de gemeente verschillende sturingsmogelijkheden onbenut liet. De rekenkamer raadt aan om in de nieuwe woonvisie, die de gemeenteraad naar verwachting in de komende maanden zal vaststellen, deze tekortkomingen recht te zetten. Het is wel belangrijk om bij het vaststellen van de nieuwe doelstellingen erop te letten dat deze meetbaar en controleerbaar zijn.
Als de gemeente doelgroepen helder definieert, kan in het woonbeleid worden voorgeschreven hoeveel woningen van elk prijssegment er moeten komen. Tot slot moet de gemeenteraad beter geïnformeerd worden over de voortgang van het woonbeleid en actief betrokken worden bij het aanpassen van de door de provincie afgewezen plannen voor nieuwe woningen, aldus de rekenkamer.
Presentatie
Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt heeft dit rapport toegelicht in de openbare sessie van de Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 mei 2023
Onderzoeksopzet opvolgingsonderzoek daklozenopvang
Rekenkamer Rotterdam, 11-04-2023
Targets tellen
Rekenkamer Rotterdam, 07-02-2023
Naar goede Rotterdamse gewoonte heeft het nieuwe college van burgemeester en wethouders haar politieke ambities vertaald naar vijftien collegetargets. De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht in hoeverre deze doelstellingen bruikbaar zijn om verantwoording over af te leggen aan de gemeenteraad. Targets zijn doelstellingen die het college van B&W in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt.
De rekenkamer is op verschillende momenten betrokken bij de collegetargets. Aan het begin van de collegeperiode kijkt de rekenkamer mee of de targets wel goed bruikbaar zijn. Tussentijds wordt beoordeeld of het college op schema ligt. Aan het eind van de collegeperiode wordt de balans opgemaakt: welke targets zijn gehaald en welke niet?
In het rapport 'Targets tellen' beoordeelt de rekenkamer de bruikbaarheid van de doelen van het college, dat in juni 2022 aantrad. De rekenkamer heeft voor elk van de vijftien targets gekeken naar de formulering van de doelen (is deze specifiek, meetbaar en tijdsgebonden?), de nulmeting (beginsituatie waar vanaf gerekend wordt) en de controleerbaarheid (is er een goed registratiesysteem?).
Voor het eerst heeft de rekenkamer ook beoordeeld of het college goed uitlegt wat ze gaat doen om de doelstelling te bereiken. De rekenkamer heeft niet onderzocht of de targets haalbaar zijn. Volgens de rekenkamer voldoen een aantal targets nog niet aan deze normen. De rekenkamer komt in die gevallen met verbeterpunten.
PresentatieRekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt presenteerde het rapport op 7 maart 2023 in de Commissie tot Onderzoek van de Rekening van de gemeenteraad van Rotterdam en beantwoordde vragen.
Meer informatie...
Zorg om kosten
Rekenkamer Lansingerland, 22-12-2022
De kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning groeien in Lansingerland sneller dan het landelijke gemiddelde en dat zal dat de komende jaren niet veranderen. De gemeente heeft maar beperkt mogelijkheden om deze kosten te in te dammen. De belangrijkste oorzaak is namelijk het groeiend aantal ouderen in de gemeente, concludeert de Rekenkamer in haar rapport ‘Zorg om kosten’.
Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verantwoordelijk voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. In Lansingerland zijn de Wmo-uitgaven de afgelopen jaren nog sneller gestegen dan het landelijke gemiddelde. Dit heeft grote invloed op de gemeentebegroting.
Daarom heeft de rekenkamer onderzocht of de gemeente goed kan inschatten hoe deze kosten zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Ook keek de rekenkamer of Lansingerland zuiniger kan omgaan met de uitgaven aan Wmo-voorzieningen.
Inhaalslag
De rekenkamer concludeert dat de kostenstijging in Lansingerland met name wordt veroorzaakt door een groei van het aantal ouderen in de gemeente. Bovendien maakt een steeds groter deel van de oudere inwoners gebruik van deze voorzieningen.
Hoewel de kosten sneller stijgen dan in de rest van Nederland, liggen de totale kosten per inwoner nog steeds een stuk lager dan het landelijk gemiddelde. Lansingerland is dus bezig met een inhaalslag.
Besparingsmogelijkheden beperkt
De rijksoverheid bepaalt de regels voor wie in aanmerking komt voor Wmo-maatwerkvoorzieningen. De gemeente heeft hier dus geen invloed op. Als de gemeente de kosten wil beperken, kan dit door kritisch te kijken naar de aanvragen en door het aanbod te versoberen.
De rekenkamer stelt vast dat Lansingerland al een aantal kostenbesparende maatregelen heeft doorgevoerd. Er zijn meer besparingsmogelijkheden die verder onderzocht kunnen worden, maar in vergelijking met andere gemeenten heeft Lansingerland geen grote besparingen laten liggen.
De rekenkamer raadt de gemeente aan alert te blijven op nieuwe besparingsmogelijkheden, maar ook om altijd goed in de gaten te houden welke invloed besparingen hebben op de kwaliteit van zorg voor cliënten.
Presentatie
Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt presenteerde het rapport op 1 februari 2023 in de Commissie Samenleving van de gemeenteraad van Lansingerland en beantwoordde vragen.
Meer informatie...
In de media De Heraut (editie 52/2022, p. 6) Hart van Lansingerland (editie 1/2023, p. 5)
Opzet vervolgonderzoek algoritmes
Rekenkamer Rotterdam, 19-12-2022
Opzet synthese woonvisie
Rekenkamer Rotterdam, 15-12-2022
Bouwen voor elkaar
Rekenkamer Albrandswaard, 28-11-2022
De schaarste aan sociale huurwoningen in Albrandswaard is sinds 2015 toegenomen. In het sociale segment is minder gebouwd dan met de regio is afgesproken. Verder is het lastig om na te gaan in hoeverre Albrandswaard haar eigen doelen heeft bereikt, omdat deze in de huidige woonvisie niet duidelijk gedefinieerd waren. De gemeente moet in de toekomst dus duidelijker vastleggen wat haar doelstellingen zijn en hoe zij die doelen wil bereiken, concludeert de Rekenkamer Albrandswaard in haar rapport ‘Bouwen voor elkaar’.
De rekenkamer onderzocht hoe en in welke mate het woonbeleid van de gemeente Albrandswaard heeft bijgedragen aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de lokale woningmarkt. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën en de daarbij passende woningwaarde of huurprijs. De rekenkamer analyseerde de verhouding tussen die twee op basis van CBS-microdata over inkomens en woningwaarden. Ook inventariseerde de rekenkamer hoe de gemeente door middel van beleidsinstrumenten en samenwerking uitvoering geeft aan het woonbeleid.
Onduidelijke doelstellingen
In de woonvisie voor 2016-2025 stelt de gemeente Albrandswaard zichzelf een aantal doelstellingen voor sociale woningen, maar in haar onderzoek naar het woonbeleid van Albrandswaard concludeert de rekenkamer dat deze niet of nauwelijks worden gehaald. Ook waren verschillende doelgroepen slecht afgebakend. Daardoor was het niet mogelijk vraag en aanbod op de woningmarkt per doelgroep te volgen.De gemeente had ook niet per doelgroep uitgewerkt welke instrumenten zouden worden ingezet.
De rekenkamer beveelt dan ook aan om in de nieuwe woonvisie duidelijke definities op te nemen van doelgroepen en prijssegmenten.
Regionale afspraken niet gehaald
De schaarste aan sociale huurwoningen in Albrandswaard sinds 2015 is toegenomen, wat schuurt met de afspraak met de woningmarktregio Rotterdam dat sociale woningen beter gespreid moeten worden over de regio. Het bod van de gemeente uit 2019 van nieuw toe te voegen sociale woningen was flink lager dan het streefscenario van de regio.
De rekenkamer beveelt aan om in de volgende woonvisie concreet te maken hoe er wordt omgegaan met de regionale afspraken over de herverdeling van de sociale voorraad.
Te weinig ambtenaren
Ook concludeert de rekenkamer dat er te weinig ambtenaren ingezet werden om het woonbeleid uit te voeren. Voor de hele BAR-organisatie (de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) waren maar drie ambtenaren, samen goed voor 2,3 fte, belast met het woonbeleid.
De rekenkamer adviseert de gemeente daarom te zorgen voor een betere aansluiting tussen ambtelijk capaciteit en de doelstellingen in de nieuwe woonvisie. Nu is er te weinig daadkracht bij de gemeente.
Actievere opstelling
Sinds het regioakkoord uit 2019 is Albrandswaard zich actiever gaan opstellen op de lokale woningmarkt. In 2020 kwam een extra prikkel toen de provincie de gemeente opdroeg om minimaal 100 sociale woningen op te nemen in het bestemmingsplan voor De Omloop in Rhoon. De gemeente heeft afspraken gemaakt met woningcorporaties en marktpartijen over nieuwbouwprojecten. Deze actievere opstelling heeft volgens de rekenkamer echter nog niet geleid tot vastgestelde bouwplannen.
PresentatieOp 23 januari 2023 heeft Marjolein van Asselt het rapport toegelicht in de vergadering van de commissie Beraad en Advies Ruimte AW van de gemeenteraad van Albrandswaard.
Meer informatie...
In de media: Albrandswaards Dagblad De Schakel Albrandswaard RTV Albrandswaard
Bijdragen aan de regionale economie
Rekenkamer Rotterdam, 20-10-2022
In het samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) werken 23 gemeenten aan de bevordering van het economisch vestigingsklimaat. De MRDH bevordert de samenwerking, samenhang en kennisuitwisseling, maar de wijze van financiering van projecten schiet tekort. De financiële regeling hiervoor heeft te maken structurele onderbesteding en heeft een omslachtige werkwijze. Dit concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘Bijdragen aan de regionale economie’.
Vooruitgang regionale samenwerking
In de regio Rotterdam-Den Haag werken 23 gemeenten sinds 2014 samen aan de bevordering van het economisch vestigingsklimaat van de regio. De rekenkamer heeft vastgesteld dat de activiteiten van de MRDH voor de bevordering van het economisch vestigingsklimaat passen bij de rol die overheden hebben in succesvolle economische regio’s. Ook kan worden geconcludeerd dat de samenwerking tussen gemeenten heeft geleid tot meer samenhang in beleid en bestuur en vergroting van de kennisuitwisseling. Hiermee is vooruitgang geboekt op knelpunten die de aanleiding vormden voor de oprichting van de MRDH: versnippering in beleid en onderlinge spanningen tussen overheden in de regio.
Financiering van projecten omslachtig en structurele onderbesteding
De MRDH heeft een uitvoerende functie gericht op het financieren van activiteiten en projecten in de regio. Dit gebeurt met name via de bijdrageregeling. In 2021 was hiervoor een budget van € 2,7 mln. beschikbaar. De rekenkamer constateert dat de werkwijze omslachtig is, sprake is van structurele onderbesteding en dat niet alle projecten een duidelijke relatie hebben met opgestelde visies en programma’s. Verder is weinig bekend over wat de gefinancierde projecten tot nu toe hebben opgeleverd.
Raadsleden zijn relatief veel betrokken, maar in werkwijze zijn knelpunten
De MRDH is een gemeenschappelijke regeling, wat betekent dat de uitvoering op afstand staat van de gemeenteraden. Ook een recente wetswijziging leidt niet tot verbetering van betrokkenheid van raadsleden, omdat veel vernieuwingen in de wet al werden toegepast door de MRDH.
De rekenkamer concludeert dat de adviescommissie, een belangrijk middel om raadsleden te betrekken bij het economisch programma, niet goed aansluit bij de rol van raadsleden. Daarnaast worden raadsleden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van resultaten van het economisch programma.
Heroverweeg uitvoerende functie
De belangrijkste aanbeveling van de rekenkamer is de uitvoerende functie van de MRDH te heroverwegen. Hiervoor ziet de rekenkamer een fundamentele keuze uit twee scenario’s. Het eerste scenario is het economische programma te beperken tot strategie en netwerkvorming en geen projecten meer te financieren. Het tweede scenario is dat de MRDH projecten blijft financieren, maar de opzet op de schop neemt.
Daarnaast beveelt de rekenkamer aan om minder doelstellingen te kiezen en duidelijker te zijn over de beoogde resultaten, zodat de MRDH een scherper profiel krijgt en raadsleden beter zicht krijgen op de voortgang. Rotterdam en andere gemeenten in de MRDH kunnen het rapport gebruiken om begin 2023 het debat te voeren over de Strategische Agenda van de MRDH waarin de doelen voor de komende vier jaar worden opgenomen.
PresentatieToelichting door rekenkamer directeur Marjolein van Asselt voor de raadscommissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (MHEK) op 16 november 2022:
Media www.binnenlandsbestuur.nl/samenwerkingsverband rotterdam den haag omslachtig
Meer waarde voor jongeren
Rekenkamer Rotterdam, 10-10-2022
Het door de gemeente gefinancierde jongerenwerk bereikte een aanzienlijk deel van de Rotterdamse jongeren. De activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het welzijn van jongeren, bijvoorbeeld aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling en hun mentale weerbaarheid. Wel ondervindt het jongerenwerk problemen in de samenwerking met gemeentelijke instanties. Hierdoor laat de gemeente kansen onbenut om jongeren met problemen passende hulp te bieden. Dit concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het vandaag verschenen rapport ‘Meer waarde voor jongeren’ naar de effecten van het jongerenwerk.
Problemen door kwetsbare gezinssituaties
In het rapport stelt de rekenkamer vast dat het welzijn van jongeren in Rotterdam onder druk staat. Minimaal 13.900 van de 84.000 Rotterdamse jongeren groeien op in een kwetsbare gezinssituatie waardoor zij een grotere kans hebben op problemen met hun welzijn (cijfers op basis van data over 2020). Vooral de toename van sociaal-emotionele gezondheidsproblemen onder jongeren is een zorgelijke ontwikkeling. De coronacrisis was een belangrijke factor die de welzijnsproblematiek van jongeren versterkte.
Groot bereik door laagdrempeligheid
Op basis van het onderzoek schat de rekenkamer dat het jongerenwerk zo’n 22.000 à 25.000 jongeren per jaar bereikt. Het jongerenwerk bereikt dus een substantieel deel van de doelgroep. Een belangrijke verklaring voor dit aanzienlijke bereik is dat het jongerenwerk over specifieke kwaliteiten beschikt. Het is laagdrempelig en het sluit aan bij de leefwereld van jongeren. Daardoor bereikt het jongerenwerk ook jongeren die door andere organisaties, zoals gemeentelijke instanties, niet gemakkelijk worden bereikt.
Kansen onbenut om jongeren te helpen
Jongerenwerkers signaleren problemen van jongeren. Als zij zelf geen passende hulp kunnen bieden, begeleiden ze jongeren naar andere hulp, zoals schuldhulpverlening, hulp bij het zoeken naar werk of bij het aanvragen van een uitkering. In die begeleiding naar passende hulp kampt het jongerenwerk met problemen in de samenwerking met gemeentelijke instanties, zoals het Jongerenloket en het Expertise Team Financiën. Jongerenwerkers ervaren die instanties als formeel, moeilijk toegankelijk en traag in de afhandeling van hulpvragen.
Ook ervaren jongerenwerkers problemen in het inschakelen van hulp van gemeentelijke wijkteams, onder meer doordat veel wijkteams in Rotterdam lange wachttijden hebben. Dat het jongerenwerk deze problemen ervoer in het doorgeleiden, is des te ernstiger omdat het jongerenwerk juist jongeren bereikt die door gemeentelijke instanties zelf niet gemakkelijk worden bereikt. Daarmee laat de gemeente kansen om kwetsbare jongeren te helpen onbenut.
Betere coördinatie nodig
Binnen de gemeente bestaan twee soorten jongerenwerk, namelijk het jongerenwerk van de welzijnsorganisaties (gericht op het voorkomen dat jongeren zelf problemen krijgen) en het grenzenstellend jongerenwerk (gericht op het voorkomen dat jongeren overlast veroorzaken voor anderen). Die twee soorten jongerenwerk krijgen hun opdrachten van twee verschillende gemeentelijke afdelingen. Dit vraagt om coördinatie binnen de gemeente om ervoor te zorgen dat beide vormen van jongerenwerk in de wijken samenwerken om jongeren te helpen, maar daarvan was onvoldoende sprake.
Aanbevelingen voor verbetering samenwerking
De rekenkamer doet in het rapport meerdere aanbevelingen om zowel de interne gemeentelijke samenwerking als de samenwerking tussen gemeentelijke instanties en welzijnsorganisaties te verbeteren. Zo beveelt de rekenkamer de gemeente aan om procedurele barrières die hulpverlening aan jongeren beperken weg te nemen, opdat jongerenwerkers en gemeentelijke instanties (zoals het wijkteam, het Jongerenloket of het Expertise Team Financiën) elkaar gemakkelijk kunnen vinden en ruimte krijgen om jongeren beter te helpen.
MediaSociale Vraagstukken: Jongerenwerk en bottlenecks in jeugdhulp Linda’s verhaal Jongerenwerkers hebben contact met veel jongeren. Gebrekkige verbinding tussen jongerenwerk en (gemeentelijke) instanties belemmert echter de hulpverlening. De Rotterdamse rekenkameronderzoekers Ikram Taouanza en Kees de Waijer beschrijven de bottlenecks aan de hand van het verhaal van Linda, een jongere.
Thuis in cijfers
Rekenkamer Rotterdam, 06-10-2022
Betere cijfers nodig voor Rotterdams woonbeleid
Sinds 2015 is de Woonvisie Rotterdam de leidraad voor het Rotterdamse woonbeleid. Daarin geeft de gemeente voor de periode tot 2030 onder andere aan hoeveel huizen er in elke prijsklasse zouden moeten zijn en welke afspraken zij wil maken met woningcorporaties, andere verhuurders en bouwers. Vandaag publiceert de Rekenkamer Rotterdam het rapport “Thuis in cijfers” over de Rotterdamse woonvisie. Een belangrijke conclusie is dat de gemeente haar beleid onderbouwde met wankele cijfers.
Cijferproblemen
Volgens de woonvisie – en de bijstelling daarvan uit 2019 – moeten er vooral meer middeldure en dure woningen bijkomen om goed aan te sluiten bij de vraag van Rotterdamse huishoudens. Het perfect in beeld brengen van de bestaande woningmarkt is voor niemand haalbaar want over sommige onderdelen van vraag en aanbod zijn in Nederland geen harde gegevens. De rekenkamer stelt echter vast dat de gemeente Rotterdam cijfers gebruikte die minder exact en volledig waren dan dat zij presenteerde.
De gemeente gebruikt namelijk bijvoorbeeld cijfers over het prijspeil van de particuliere huurvoorraad die weinig betrouwbaar zijn. Verder kijkt ze naar WOZ-waarden om te weten hoeveel woningen er van elke prijsklasse in de stad staan. WOZ-waarden lopen echter altijd twee jaar achter op de marktontwikkeling. Ook het aantal Rotterdamse huishoudens per inkomensgroep brengt de gemeente in haar voortgangsrapportages niet volledig in beeld.
Door deze en andere problemen zijn de cijfers die het gemeentelijk woonbeleid onderbouwen, wankel. De analyse van de rekenkamer van de beschikbare en beperkte cijfers maakt duidelijk dat het percentage goedkopere woningen in Rotterdam in de periode 2015-2020 sterk afnam, terwijl het aandeel lage-inkomenshuishoudens ongeveer gelijk gebleven is.
Weinig overleg met vragers
De rekenkamer keek ook naar de overleggen over woonbeleid die de gemeente organiseert. Er zijn verschillende terugkerende overleggen met aanbieders op de woningmarkt: bouwers, corporaties, investeerders. Overleg met vragers (dus zittende bewoners en woningzoekenden) heeft de gemeente maar heel minimaal opgezet. Bovendien heeft de gemeente niet geborgd dat huurders van corporatiecomplexen die grondig verbouwd of gesloopt worden, goed en op tijd met hun corporatie en de gemeente kunnen overleggen.
Gebruik van cijfers en signalen verbeteren
Verschillende signalen uit de Rotterdamse samenleving wezen erop dat de markt voor goedkope woningen steeds krapper werd. Die signalen leidden er niet toe dat het college de huidige woonvisie kritisch onder de loep legde en waar nodig aanpaste.
De rekenkamer geeft het college verschillende aanbevelingen mee voor de nieuwe woonvisie die de gemeente gaat schrijven. Eén aanbeveling is dat de gemeente meer overleg organiseert met vragers op de woningmarkt. Andere aanbevelingen zijn om naar de raad steeds aan te geven wat de onzekerheden en beperkingen van de gebruikte cijfers zijn en om ook andere relevante cijfers en signalen in kaart te brengen voor de raad. Het college neemt deze aanbevelingen allemaal grotendeels of gedeeltelijk over, maar niet alle voorstellen die erbij horen.
Media www.dagblad010.nl/Rotterdam/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele cijfers www.rd.nl/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele-cijfers www.binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer rotterdam onderbouwde woonbeleid met wankele cijfers www.ad.nl/rotterdam/bom onder rotterdams woonbeleid sloop van goedkope woningen is gebaseerd op drijfzand www.architectenweb.nl www.openrotterdam.nl/ook onderzoek rekenkamer bevestigt rotterdams woonbeleid gebaseerd op wankele cijfers/ www.rijnmond.nl/rekenkamer torpedeert het woonbeleid van de gemeente rotterdam gebaseerd op wankele cijfers www.dagblad010.nl/bezorgde rotterdammers stop met sloop betaalbare woningen www.ad.nl/bij het rotterdamse woonbeleid moet ik denken aan de hamburgers van het circuit van zandvoort www.dagblad010.nl/rapport rekenkamer over woonbeleid valt tegen www.rijnmond.nl/veel te weinig goedkope woningen in onze regio lees hier hoe het is in jouw gemeente www.nrc.nl/van wie is deze stad eigenlijk
Onderzoek integriteit
Rekenkamer Rotterdam, 04-10-2022
Bouwen in beweging
Rekenkamer Lansingerland, 07-07-2022
In het rapport 'bouwen in beweging' onderzocht de Rekenkamer Lansingerland hoe en in welke mate het woonbeleid van Lansingerland van invloed is geweest op de aansluiting tussen vraag en aanbod op de woningmarkt in de gemeente. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën van de Lansingerlandse huishoudens en de daarbij passende woningwaarden of huurprijzen van de lokale woningvoorraad.
De rekenkamer gebruikte zogeheten CBS-microdata om te zien hoe inkomens en woningwaarden zich vanaf 2015 ontwikkelden en in welke mate dit bij elkaar aansluit. Ook onderzocht de rekenkamer hoe de gemeente met haar eigen beleidsinstrumenten en haar samenwerking met onder andere bouwers, investeerders en corporaties uitvoering geeft aan het woonbeleid.
De rekenkamer keek zowel naar de uitvoeringsperiode van de gemeentelijke woonvisie 2015-2020 – dat wil zeggen van 2015 tot halverwege 2021 – als naar het eerste half jaar dat de nieuwe woonvisie van 2021-2025 van kracht was. Deze werd in de zomer van 2021 vastgesteld. Op basis van het onderzoek trekt de rekenkamer de volgende 11 conclusies.
Het Lansingerlandse woonbeleid heeft in de periode 2015-2020 niet bijgedragen aan een verbeterde verhouding tussen vraag en aanbod. In deze periode bleef de inkomenssamenstelling van de Lansingerlandse huishoudens namelijk praktisch ongewijzigd, maar steeg het percentage dure woningen terwijl het percentage middeldure woningen en het percentage goedkope woningen afnamen. De absolute bouwproductie in de periode 2015-2020 bleef met jaarlijks gemiddeld 312 woningen onder het woonvisie streefcijfer van jaarlijks gemiddeld 400 nieuwe woningen. In de woonvisie 2015-2020 formuleert de gemeente het doel om de huisvesting van arbeidsmigranten beleidsmatig vorm te geven. In de beleidsnota Huisvesting Arbeidsmigranten die de gemeente daarop heeft gemaakt, schat zij dat er nog ongeveer 700 tot 1.450 extra huisvestingsplaatsen (“bedden”) nodig zijn. De gemeente heeft tijdens de uitvoeringsperiode – en ook daarna – geen vergunningen verleend voor nieuwbouw huisvestingscomplexen. Het aantal “bedden” is sinds het verschijnen van de nota met 22 toegenomen.Kwaliteit probleemanalyse en doelstellingen
Zoals aangegeven in conclusie 1 heeft de woonvisie 2015-2020 onvoldoende handvatten geboden om de groeiende spanning tussen vraag en aanbod tegen te gaan.
Een belangrijke reden hiervoor is dat de woonvisie niet aangeeft hoe groot elk van haar aandachtsgroepen is. Vervolgens laat de woonvisie na te vermelden hoeveel voor deze groepen geschikte woningen er in Lansingerland staan en worden er ook geen kwantitatieve nieuwbouwdoelen voor deze woningen gesteld. Hierdoor was er weinig prikkel om woningen in het sociale segment of in het niet-sociale starterssegment te bouwen of te plannen. Tijdens de uitvoeringsperiode heeft de gemeente de omvang van de aandachtsgroepen ten opzichte van het geschikte aanbod niet gemonitord. Daarmee had de gemeente weinig tot geen inzicht in de maatschappelijke opgave en de actuele aansluiting tussen vraag en aanbod. De rekenkamer heeft berekend dat ten tijde van het opstellen van de woonvisie de Lansingerlandse sociale woningvoorraad te klein was om alle Lansingerlandse lage-inkomenshuishoudens daarin te huisvesten. Er waren namelijk ongeveer 4.800 woningen tegenover 6.770 huishoudens. Dit verschil werd tijdens de woonvisie-uitvoeringsperiode niet kleiner. Verschillende indicatorwaarden duiden er op dat de krapte in het sociale segment juist verder is opgelopen. Hoeveel niet-sociale starterswoningen er zijn gebouwd, is eigenlijk niet vast te stellen.Samenwerking met bouwende en verhurende partijen
Samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen is noodzakelijk in het woondossier. De gemeente is zelf immers bijna nooit de partij die bouwt, sloopt of woningen verhuurt.
Bij corporatie 3B Wonen was ten tijde van het opstellen van de visie – in 2014 – sprake van een beperkte investeringscapaciteit. De laatste jaren van de uitvoeringsperiode – vanaf in ieder geval 2019 – wilde de corporatie echter juist graag veel nieuwbouw gaan plegen maar miste daarbij ondersteuning door de gemeente. Tijdens de uitvoeringsperiode zette de gemeente haar instrumentarium om te sturen op de nieuwbouw van, en benutting van sociale woningen en niet-sociale starters-woningen, slechts in bescheiden mate in.Informering van de raad
De woonvisie-voortgangsbrieven naar de raad bevatten geen overzichten van de opgeleverde nieuwbouw in de gemeente per prijssegment. Daardoor kon de raad de realisatie van de woonvisie-uitvoeringsmaatregelen over nieuwbouw niet goed monitoren.Na de woonvisie 2015-2020
Na de uitvoeringsperiode van de woonvisie 2015-2020 – dus sinds de zomer van 2021 – is de gemeente Lansingerland zich ambitieuzer gaan opstellen binnen het woondossier. Het gaat in de eerste plaats om het inrichten van instrumentarium waarmee ze kan sturen op nieuwbouw in het sociale en in het zogeheten “overig betaalbare” segment. Dat de gemeente meer ambitie heeft met betrekking tot nieuwbouw in het sociale en overig betaalbare segment is in de tweede plaats zichtbaar in de nieuwbouwlocatie-kaders die zij sinds de zomer van 2021 vaststelde en in haar afspraken met de corporaties voor 2022-2023. Eisen vanuit landelijke subsidiemaatregelen en vanuit regionale overeenkomsten hebben bijgedragen aan het feit dat de gemeente na de uitvoeringsperiode van de woonvisie 2015-2020 ambitieuzer is geworden met betrekking tot bouwen in het sociale en overig betaalbare segment. De samenwerking tussen gemeente en bovenlokale bestuurslagen is namelijk nauwer en minder vrijblijvend geworden.Naar aanleiding van de conclusies heeft de rekenkamer ook vier aanbevelingen geformuleerd. Deze luiden:
Vul de huidige woonvisie aan met een cijfermatige inschatting van de omvang van de aandachtsgroepen ten opzichte van het geschikte aanbod. Blijf beide grootheden tijdens de uitvoeringsperiode monitoren en houd ook andere schaarste-indicatoren in de gaten. Onderschrijf dat een woonvisie gedurende de uitvoeringsperiode herijkt moet kunnen worden als nieuwe urgente kraptes op de woningmarkt of nieuwe afspraken met regio, provincie of rijk hier reden toe geven. Formuleer een duidelijke en met heldere cijfers onderbouwde visie op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio, en de rol van de gemeenteraad daarbij, en leg deze aan de raad voor. Evalueer het toetsingskader huisvesting flexwerkers Lansingerland en stel op basis van de uitkomsten een SMART-geformuleerd doel wat betreft het aantal te realiseren bedden in de gemeente.
Onderzoeksopzet groene buitenruimte
Rekenkamer Rotterdam, 17-05-2022
Bouwen in balans
Rekenkamer Barendrecht, 21-04-2022
Huizenprijzen en inkomens groeien uiteen op de Barendrechtse woningmarkt
De verhouding tussen vraag en aanbod op de Barendrechtse woningmarkt verslechterde sinds 2015. Tegenover een stijging van het al relatief hoge percentage dure woningen binnen de totale woningvoorraad, stond een daling van het percentage ‘hoge’ inkomens. Tegelijkertijd bleef de bouw van woningen in het sociale segment achter bij de doelstellingen. Het woonbeleid van de gemeente heeft dus niet bijgedragen aan meer evenwicht, concludeert de Rekenkamer Barendrecht in haar rapport ‘Bouwen in balans’.
De rekenkamer onderzocht hoe en in welke mate het woonbeleid van de gemeente Barendrecht heeft bijgedragen aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de lokale woningmarkt. Vraag en aanbod verwijzen naar de inkomenscategorieën en de daarbij passende woningwaarde of huurprijs.
De rekenkamer analyseerde de verhouding tussen die twee op basis van CBS-microdata over inkomens en woningwaarden. Ook inventariseerde de rekenkamer hoe de gemeente door middel van beleidsinstrumenten en samenwerking uitvoering geeft aan het woonbeleid.
Verkeerde prikkel
De prijsstijgingen op de woningmarkt zijn een landelijk fenomeen. Het Barendrechtse woonbeleid heeft deze situatie niet kunnen verzachten. In de woonvisie schatte de gemeente de vraag naar goedkope woningen opvallend laag in en die naar dure woningen juist hoog. Het gevolg: het woonbeleid was vooral gericht op de bouw van woningen in het dure segment, terwijl een prikkel ontbrak om goedkope en betaalbare woningen te bouwen.
Tussen 2015 en 2020 bestond 17% van de nieuwbouw uit sociale huurwoningen. Daarmee is de doelstelling van 25% niet gehaald, wat op zichzelf al krap was gezien de vraag naar deze woningen.
De rekenkamer concludeert daarnaast dat het zicht op de nieuwbouwproductie beperkt is. Er is geen totaaloverzicht beschikbaar van het type gebouwde woningen, zoals sociale, middeldure en dure woningen. Terwijl deze ‘segmenten’ wel het uitgangspunt van het woningbeleid zijn. Dit belemmert het inzicht in de voortgang van de doelstellingen.
Actievere inzet gemeentelijke instrumenten en samenwerkingsafspraken
Gaandeweg is de gemeente zich actiever gaan opstellen binnen het woondossier. Dit doet zij met name door meer gebruik te maken van sturingsinstrumenten op het gebied van nieuwbouw en prijssegmenten. Zo zet Barendrecht sinds 2019 een ‘Verordening middeldure huur’ in om de bouw van woningen in het middensegment te kunnen afdwingen.
Bij de bouw van zo’n 3.200 woningen in de Stationstuinen, wil de gemeente voor alle middeldure koopwoningen een zelfbewoningsplicht opleggen. Inmiddels werkt de gemeente ook aan nieuwbouwplannen voor meer woningen in het sociale segment. Dit gebeurde mede door druk van andere gemeenten in de regio Rotterdam en de provincie Zuid-Holland.
De samenwerking binnen de regio Rotterdam wordt nauwer en minder vrijblijvend. Het gemeentelijk woonbeleid wordt hierdoor in toenemende mate ingekaderd door regionale afspraken. De rekenkamer beveelt daarom aan om de raad beter aangesloten te houden op de ontwikkelingen in de regio, bijvoorbeeld met betrekking tot besluiten die binnen de regio worden genomen en de Barendrechtse inzet daarbij.
Media barendrechtsdagblad.nl/evb deelt kritiek rekenkamer op barendrechts woonbeleid barendrechtnu.nl/rekenkamer woonbeleid van gemeente draagt niet bij aan barendrechtse woningmarkt gericht op dure segment barendrechtsdagblad.nl/prijzen barendrechtse nieuwbouwwoningen passen niet bij inkomens
DoeMee-onderzoek Wet openbaarheid bestuur (Wob)
Rekenkamer Rotterdam, 19-04-2022
De Rekenkamer Rotterdam heeft deel genomen aan een landelijk onderzoek naar de wijze waarop Nederlandse gemeenten omgaan met informatieverzoeken onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het jaarlijks ‘DoeMee-onderzoek’ is een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR). In totaal deden ongeveer 80 rekenkamers mee, waaronder die van Amsterdam en Utrecht.
Werkinstructies op orde, toegankelijkheid Wob-verzoek kan beter
In een raadsbrief brengt de rekenkamer enkele punten uit het onderzoek onder de aandacht die betrekking hebben op de Rotterdamse situatie. Uit het onderzoek blijkt dat de werkinstructies rond de afhandeling van Wob-verzoeken aan de geldende eisen voldoet. Wel valt op dat de gemeente Rotterdam geen extern beleidskader heeft met daarin procedures en regels rondom Wob-verzoeken. De vraag is dan ook of burgers voldoende zicht hebben op de wijze waarop een Wob-verzoek wordt ingediend en de werkwijze van de gemeente bij de afhandeling daarvan.
Beslistermijnen vaak overschreden
Ruimte voor verbetering is er ook ten aanzien van de beslistermijnen op Wob-verzoeken. In de periode 2018-2020 gold een gemiddelde termijn voor afdoening van 69 dagen. Dit is meer dan het maximum van vier weken plus, vier weken verlenging, dat de wet voorschrijft. In 2018 volgde op zo’n 80% van de verzoeken een te laat besluit. In 2020 was dit 54%.
Wet open overheid (‘Woo’)
De bovengemiddelde overschrijding van de beslistermijnen in Wob-procedures in Rotterdam acht de rekenkamer zorgelijk. Niet alleen omdat de vragende burger niet goed wordt bediend, maar ook met het oog op de in werking tredende Woo. In deze wet zijn de beslistermijnen gehalveerd: van vier weken naar twee weken, wat ook geldt voor een eventuele verlenging.
DoeMee-onderzoek
Voor het jaarlijks DoeMee-onderzoek van de NVRR bundelen decentrale rekenkamers de krachten om lokale ontwikkelingen of vraagstukken in een breder perspectief te kunnen plaatsen. De uitvoering van het onderzoek vond plaats door het onderzoeksbureau Pro Facto, onder begeleiding van de Rekenkamer Rotterdam.
Tijd voor targets
Rekenkamer Rotterdam, 03-02-2022
Het Rotterdamse college heeft aan het eind van de collegeperiode zeven targets van de vijftien collegetargets (bijna) gehaald. Vijf targets zijn niet gehaald en drie targets konden niet worden beoordeeld. Het is belangrijk dat de raad in debat gaat met het college over de resultaten. Dit gebeurt te weinig. Zo blijkt uit een van de zeven lessen in het licht van een reflectie over twintig jaar collegetargets door de rekenkamer. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Tijd voor targets.’
De rekenkamer heeft in haar rapport ‘Tijd voor targets’ de behaalde resultaten en de toelichting daarop beoordeeld, zoals die zijn opgenomen in de bestuurlijke eindverantwoording 2018-2022 van het college. De collegetargets zijn een belangrijk instrument van de raad om het collegebeleid in samenhang te controleren. Daarnaast heeft de rekenkamer lessen getrokken uit een reflectie over twintig jaar werken met collegetargets.
Beoordeling eindverantwoording 2018-2022
Voor de periode 2018-2022 heeft het college vijftien targets geformuleerd. De rekenkamer stelt vast dat zeven targets (47%) voor meer dan 80% zijn behaald. Vijf targets zijn niet gehaald (33%). Een overzicht van de beoordeling is hieronder weergegeven:
De rekenkamer constateert dat het college bij de targets meestal voldoende uitlegt waarom ze wel of niet zijn gehaald en wat het college heeft gedaan om het beoogde doel te halen. Deze toelichting is belangrijk voor de raad om het debat te voeren met het college over het behalen van de politieke doelen.
Lessen uit 20 jaar collegetargets
Na twintig jaar collegetargets is een van de lessen dat onafhankelijke controle van de realisatie van collegetargets noodzakelijk is. Een andere les gaat over het feit dat de raad meer aandacht en tijd zou moeten hebben voor het politieke debat over de collegetargets. De raadsbehandeling van de targets vond de afgelopen jaren vaak versnipperd plaats. Dit ondanks het feit dat de raad in de afgelopen twintig jaar een nuttig instrument in handen had om het college te controleren.
RaadsbehandelingOp dinsdag 8 februari 2022 om 16.30 uur wordt het rapport toegelicht aan de gemeenteraad in een raadsbrede technische sessie. De eindverantwoording van het college wordt behandeld in de raadsvergadering van donderdag 24 februari 2022. Beide bijeenkomsten zijn te volgen via https://rotterdam.raadsinformatie.nl/
De Rotterdamse raad wil verder met de bevindingen en lessen uit ons rapport Tijd voor Targets. Dat blijkt uit een motie die donderdag 23 juni 2022 ingediend werd bij het debat over het coalitieakkoord. De motie werd met algemene stemmen aangenomen en door het college omarmt.
Media binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer rotterdam haalde bijna helft doelen rd.nl/rekenkamer rotterdams college heeft bijna helft doelen gehaald ad.nl/rekenkamer rotterdam helft van de gestelde doelen is in vier jaar zo goed als gehaald vandaagenmorgen.nl/20 jaar collegetargets bw Rotterdam vandaagenmorgen.nl/burgerparticipatie gaat achteruit veiligheid verbetert nrc.nl/de politiek moet toetsing van beleid niet als corvee zien
Onderzoeksopzet kostenbeheersing Wmo
Rekenkamer Lansingerland, 07-12-2021
Onderzoeksopzet subsidies Krimpen aan den IJssel
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 20-09-2021
onderzoeksopzet subsidies Gemeenten besteden veel taken uit aan andere partijen. Het gaat daarbij niet alleen om ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de gemeentelijke organisatie zelf, maar ook om (onderdelen van) belangrijke maatschappelijke taken voor de inwoners. Een van de manieren waarop de gemeente maatschappelijke taken uitbesteedt aan andere partijen tegen een financiële vergoeding, is subsidieverlening. Daarmee is subsidieverlening bestuurlijk en maatschappelijk een belangrijk onderwerp. Het is immers van belang dat organisaties die de maatschappelijke taken uitvoeren, de prestaties leveren die de gemeente voor ogen heeft binnen het gestelde subsidiebudget. De gemeente moet daar adequaat op sturen, bijvoorbeeld door duidelijke afspraken te maken over het budget en de prestaties die daarvoor worden verwacht en door vervolgens te controleren in hoeverre die prestaties daadwerkelijk worden geleverd. Het is relevant om te onderzoeken in hoeverre dit in werkelijkheid lukt en welke verbeteringen hierin eventueel mogelijk zijn. rekenkameronderzoek De rekenkamer gaat onderzoeken in hoeverre het college adequate prestatieafspraken met gesubsidieerde organisaties maakt en bewaakt dat de beoogde prestaties worden geleverd. Er zijn drie subsidieontvangende organisaties geselecteerd, dit zijn het Streekmuseum Krimpenerwaard, Synerkri en Enver. De rekenkamer gaat een documentenstudie uitvoeren naar o.a. de relevante beleidsdocumenten en documenten rondom de verlening van de subsidie en de verantwoording hierover. Daarnaast zullen interviews worden gehouden met betrokken ambtenaren om de gegevens uit de documenten nader te duiden. Indien nodig zal de rekenkamer ook de betrokken subsidie ontvangende organisaties interviewen.
Onderzoeksopzet woonvisie Capelle aan den IJssel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 20-09-2021
Broze bedoelingen
Rekenkamer Rotterdam, 09-09-2021
Rotterdams ouderenbeleid maakt ouderen niet veel wijzer De gemeente Rotterdam wil dat ouderen gezonder leven, dat eenzaamheid vermindert, dat ouderen in een geschikte woning wonen en dat zij passende zorg en ondersteuning krijgen. Het is echter niet te verwachten dat de gemeente deze ambities zal bereiken. Slechts één van de 81 maatregelen uit het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ draagt namelijk naar verwachting op lange termijn substantieel bij aan de realisatie van de ambities.
Dit en meer concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘broze bedoelingen, ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid’.
Rekenkameronderzoek
De komende jaren neemt het aantal ouderen van 65 jaar en ouder in Rotterdam met een derde toe, van 97.177 in 2018 naar 129.239 in 2035. Met het beleidsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ wil de gemeente de stad voorbereiden op het groeiende aantal ouderen en aansluiten bij de wensen en behoeften van deze groep.
Een groot deel van dit ouderenbeleid is gericht op de lange termijn. Dit betekent dat veel van de werkelijke resultaten nog niet kunnen worden vastgesteld. Daarom heeft de rekenkamer onderzocht of te verwachten is dat de gemeente de met het ouderenbeleid beoogde resultaten op de lange termijn daadwerkelijk zal bereiken. Daarnaast heeft zij beoordeeld of de ambities van het ouderenbeleid aansluiten bij de wensen en behoeften van ouderen en of te verwachten is dat de maatregelen verschillende groepen ouderen zullen bereiken, zoals laaggeletterde ouderen, ouderen met een lage sociaaleconomische positie en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond.
Maatregelen bevatten onrealistische verwachtingen
Uit het rekenkameronderzoek blijkt dat niet te verwachten is dat de gemeente met het ouderenbeleid haar ambities op lange termijn zal realiseren. Een eerste reden waarom de ambities volgens de rekenkamer niet zullen worden gerealiseerd is dat meerdere maatregelen onrealistische verwachtingen bevatten. Zo verwacht de gemeente dat ouderen na hun pensionering hun talenten in willen zetten voor de Rotterdamse samenleving, maar veel ouderen willen of kunnen dat helemaal niet.
De gemeente heeft zich vooraf te weinig verdiept in de problemen en behoeften van ouderen. Hierdoor neemt de gemeente maatregelen die aanbodgericht zijn, dus waarvan niet duidelijk is in hoeverre ouderen er behoefte aan hebben, zoals het gebruik van e-healthtoepasssingen. Bovendien laat de gemeente het na om bepaalde maatregelen te nemen waaraan bij ouderen juist wél behoefte bestaat, zoals een vast aanspreekpunt om ouderen te ondersteunen bij het aanvragen van zorg en ondersteuning.
Verder kunnen veel maatregelen nauwelijks bijdragen aan de ambities doordat zij niet stadsbreed worden uitgevoerd. Zo heeft de gemeente slechts in drie van de veertien Rotterdamse gebieden concrete plannen om ‘thuisplusflats’ te realiseren. Daarnaast bevat het programma veel tijdelijke projecten.
Gemeente houdt onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen
Ten tweede houdt de gemeente onvoldoende rekening met de leefwereld van ouderen. Zo sluiten veel maatregelen niet aan bij de wensen en problemen van (potentieel) kwetsbare ouderen, zoals ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de huisbezoeken aan ouderen vanaf 75 jaar die bedoeld zijn om eenzaamheid te signaleren en verminderen. Welzijnsorganisaties die de huisbezoeken uitvoeren moeten een voorgeschreven vragenlijst afnemen, maar de lange en gesloten vragenlijst belemmert het voeren van een goed gesprek. Bovendien bereiken de huisbezoeken slechts 14% van de ouderen vanaf 75 jaar en worden juist de eenzaamste ouderen (vaak ouderen met een migratieachtergrond) niet goed bereikt.
Gemeente voert onvoldoende regie over samenwerking met andere organisaties
Ten derde voert de gemeente onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die bij de uitvoering van het ouderenbeleid betrokken zijn. Zo heeft de gemeente weliswaar met woningcorporaties afgesproken hoeveel woningen er tot en met 2030 gerealiseerd moeten worden, maar heeft zij niet vastgelegd hoeveel van deze woningen voor ouderen bestemd zijn.
Ook de afspraken met woningcorporaties over het realiseren van zogenoemde ‘tussenvoorzieningen’ om het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis te dichten, zijn te weinig concreet. Verder voert de gemeente te weinig regie op de verbetering van samenwerking in de Rotterdamse wijken tussen medische organisaties (zoals huisartsen) en organisaties in het sociaal domein, zoals Vraagwijzer en welzijnsorganisaties.
Gemeente leert onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen T
en vierde leert de gemeente onvoldoende van ervaringen met eerder genomen maatregelen. De gemeente heeft bijvoorbeeld vanaf 2003 meerdere keren tevergeefs geprobeerd om zogenoemde ‘woonzorgzones’ of ‘woonservicegebieden’ te creëren. Dit is een centrale plek in de wijk waar naast wonen ook ontmoeting, activiteiten, maaltijdvoorziening, zorg en ondersteuning plaatsvinden. Zij heeft zich echter niet verdiept in de vraag waardoor dit tot nu toe niet is gelukt en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden voor de aanpak van de ouderenhubs, een concept dat hiermee vergelijkbaar is.
Reactie college
Het college deelt de conclusies van de rekenkamer maar ten dele. De aanbeveling van de rekenkamer om meer onderzoek te doen vanuit de leefwereld van de ouderen zelf, waaronder ouderen met een migratieachtergrond, neemt het college niet over. Meer weten over dit onderzoek? Download dan ons rapport hiernaast.
PresentatieOp 8 september 2021 heeft de rekenkamer het rapport toegelicht aan de raadscommissies Zorg, Onderwijs, Cultuur & Sport en Bouwen, Wonen & Woonomgeving. Een opname van de toelichting vindt u hier. De presentatie staat links bij documenten. [embed]https://youtu.be/ka1Du6TrbSY[/embed]
Media nporadio1.nl/fragmenten/jennie 80 blijft ondanks coronacrisis optimistisch ik heb geen tijd voor somberheid binnenlandsbestuur.nl/ouderenbeleid rotterdam gedoemd te mislukken bnnvara.nl/kassa/ouderenbeleid rotterdam sluit onvoldoende aan op behoeften ouderen dagblad010.nl/rekenkamer kraakt ouderenbeleid van rotterdam lc.nl/binnenland/Rekenkamer ouderenbeleid Rotterdam sluit niet aan bij behoeften nrc.nl/rekenkamer kraakt ambitieus ouderenbeleid van college-rotterdam rd.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam sluit niet aan bij behoeften rijnmond.nl/Rekenkamer Rotterdam maakt gehakt van ouderenbeleid Teleurstellend zeelandnet.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam sluit niet aan bij behoeften dagblad010.nl/rekenkamer ouderenbeleid rotterdam niet realistisch dagblad010.nl/50plus dient 81 strafmoties in over ouderenbeleid wethouder ad.nl/rotterdam/aboutaleb reageert fel op kritiek nog nooit zo hard gewerkt als afgelopen jaar rijnmond.nl/Ondanks felle kritiek gaat Rotterdam door met ouderenbeleid dagblad010.nl/dit is wel het ouderenbeleid van de bonden dagblad010.nl/leefbaar tot zorgwethouder u lijkt op emile ratelband https://nieuws.nl/algemeen/20210527/rekenkamer-ouderenbeleid-rotterdam-sluit-niet-aan-bij-behoeften/
Onder de radar
Rekenkamer Rotterdam, 27-05-2021
grotere rol gemeenteraad vereist bij aanpak ondermijnende criminaliteit De gemeente Rotterdam zet stevig in op het aanpakken van ondermijnende criminaliteit. Het is voor de raad echter moeilijk goed zicht te krijgen op wat de gemeente precies doet en of hiermee de georganiseerde criminaliteit daadwerkelijk wordt aangepakt. Dit beperkt de invloed van de gemeenteraad op het beleid. Ook zijn er risico’s in de concentratie van bevoegdheden bij de burgemeester. Dit en meer constateert de Rekenkamer Rotterdam in het rapport 'Onder de radar'. sterk toegenomen inzet gemeente De gemeente heeft sinds 2014 met bestuurlijke maatregelen en andere gemeentelijke instrumenten stevig ingezet op het aanpakken van criminelen. Dit uitte zich onder meer in 554 gesloten drugspanden in de periode 2014-2020. Daarbij valt op dat de politie vaker een beroep deed op de gemeente. Ook verdubbelde het aantal Bibob-integriteitsonderzoeken en gebruikt de gemeente instrumenten als handhaving op erfpacht en vergunningplicht op panden, branches en gebieden om criminaliteit aan te pakken. containerbegrip waarop de raad beperkt invloed heeft Met de intensivering van de aanpak is ook het begrip ‘ondermijning’ verbreed. Onder de noemer ‘aanpak ondermijning’ vallen inmiddels tal van activiteiten: van reguliere gemeentetaken (als handhaving op bestemmingsplannen en het onderhoud van de openbare ruimte) tot taken die overlappen met de inzet van politie en justitie, bijvoorbeeld gericht tegen drugshandelaren. Tegelijkertijd ontbreekt het aan duidelijke doelen en is informatie over de uitvoering en resultaten versnipperd. Het is hierdoor niet duidelijk waarop de aanpak precies is gericht: op de georganiseerde criminaliteit of op kleinere criminaliteit en verloedering. Een gebrekkig beeld van de inzet bemoeilijkt de controlerende taak van de gemeenteraad. repressieve aanpak met concentratie van bevoegdheden bij de burgemeester De gemeente kiest voor een repressieve aanpak. Binnen de aanpak maakt de gemeente (en in specifieke gevallen de burgemeester) gebruik van instrumenten uit het bestuursrecht. Daarom gelden maatregelen zoals de sluiting van een drugspand niet als straf, maar als ‘herstelmaatregelen’. Dit stelt de gemeente in staat om sneller op te treden dan mogelijk is binnen het strafrecht. De rekenkamer waarschuwt dat binnen deze bestuurlijke aanpak van ondermijning soms onvoldoende aandacht is voor waarborgen die fouten, willekeur en disproportionaliteit voorkomen. In de praktijk is het onderscheid tussen degene die de regels opstelt en uitvoert bovendien niet altijd duidelijk. Bij pandsluitingen heeft de burgemeester niet alleen een dominante stem in de totstandkoming van de regels, maar is hij ook degene die sluitingen oplegt en beslist over de opvolging van adviezen van de Algemene Bezwaarschriftencommissie na ingediende bezwaren. scherpe keuzes over verdere invulling aanpak nodig Volgens de rekenkamer vereist de gegroeide inzet scherpe keuzes over de gemeentelijke rol in de aanpak van ondermijning. De gemeenteraad zou daarin een grotere rol moeten hebben dat vooralsnog het geval is. Daarbij dient onder andere aandacht te zijn voor checks and balances bij de inzet van het bestuursrecht en de breedte van begrip ondermijning. Het college geeft in zijn reactie op het rapport aan de aanbevelingen gedeeltelijk over te nemen, maar lijkt de door de rekenkamer aanbevolen fundamentele discussie over de rol van de gemeente uit de weg te gaan. 15 juli 2021 presentatie rapport 'onder de radar' in de Commissie Veiligheid en Bestuur agendapunt 2.05 - vanaf minuut 40. media vastgoedmarkt.nl/marktontwikkeling rekenkamer rotterdam kraakt aanpak ondermijning binnenlandsbestuur.nl/rekenkamer bekritiseert ondermijningsaanpak rd.nl/artikel/grotere rol gemeenteraad bij aanpak ondermijning rotterdam nrc.nl/proportionaliteit rekenkamer rotterdam kritisch op woningsluitingen nporadio1.nl/uitzendingen/nos radio 1-journaal dagblad010.nl/ invloed gemeenteraad rotterdam op criminaliteit te gering rijnmond.nl/Rotterdamse gemeenteraad wil ondermijnende criminaliteit keihard aanpakken maar werkt het
Gebiedsontwikkeling het Nieuwe Rivium
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 27-05-2021
Onderzoeksbrief Feyenoord City toetsing risico's en waarborgen
Rekenkamer Rotterdam, 20-05-2021
Onderzoeksopzet woonvisie Albrandswaard
Rekenkamer Albrandswaard, 20-04-2021
Gekleurde technologie
Rekenkamer Rotterdam, 13-04-2021
Gefundeerd bouwen
Rekenkamer Rotterdam, 25-02-2021
G4-analyse geheimhouding
Rekenkamer Rotterdam, 25-01-2021
Aandeel zonder belang
Rekenkamer Rotterdam, 17-12-2020
Grip op inkoop
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 16-12-2020
Een dure scheiding
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 08-12-2020
Belofte maakt schuld
Rekenkamer Lansingerland, 27-10-2020
Burgers op de bres
Rekenkamer Rotterdam, 13-10-2020
Openbaar goed
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 16-07-2020
Grond voor twijfel
Rekenkamer Barendrecht, 23-06-2020
Collegetargets: tussentijdse beoordeling mijlpalen
Rekenkamer Rotterdam, 17-06-2020
Waarde van publiek
Rekenkamer Rotterdam, 09-06-2020
Kwetsbaar en uit beeld
Rekenkamer Lansingerland, 19-05-2020
Zorg om Zuid
Rekenkamer Rotterdam, 05-03-2020
Warmte zonder leiding
Rekenkamer Rotterdam, 25-02-2020
Een opdracht voor de stad
Rekenkamer Rotterdam, 11-02-2020
Ongefundeerd aan de slag
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 03-02-2020
Druk op inhuur
Rekenkamer Rotterdam, 13-01-2020
Werken onder druk
Rekenkamer Rotterdam, 12-12-2019
Stuurkracht op buurtkracht
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-12-2019
Zicht op cultuur
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 26-11-2019
Afspreken en aanspreken
Rekenkamer Lansingerland, 19-11-2019
Samen en nog steeds apart
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Plan in de vertraging
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Riolering uit beeld
Rekenkamer Barendrecht, 13-11-2019
Collegetargets: nulmeting en controleerbaarheid
Rekenkamer Rotterdam, 04-11-2019
In gebreke gebleven
Rekenkamer Barendrecht, 17-10-2019
Publieke waarde in de knel
Rekenkamer Rotterdam, 23-09-2019
Gemodder in de polder
Rekenkamer Rotterdam, 30-07-2019
Bijstand op afstand
Rekenkamer Krimpen aan den IJssel, 09-07-2019
Niet zonder schuld
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 09-07-2019
Met de beste bedoelingen
Rekenkamer Lansingerland, 04-07-2019
Een wereld te winnen
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2019
Voor het blok gezet
Rekenkamer Rotterdam, 30-04-2019
Werk aan de winkel
Rekenkamer Rotterdam, 30-04-2019
Beoordeling vervolgstap herstelplan Warmtebedrijf Rotterdam
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2019
Beoordeling collegetargets 2018 - 2022
Rekenkamer Rotterdam, 06-12-2018
Verbinden is vooruitzien
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-12-2018
Het komt niet in de buurt
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2018
Scheidend vermogen
Rekenkamer Lansingerland, 19-06-2018
Niet thuis geven
Rekenkamer Rotterdam, 24-05-2018
Vervolgonderzoek informatiebeveiliging
Rekenkamer Rotterdam, 05-02-2018
Een taak voor de boeg
Rekenkamer Barendrecht, 09-01-2018
Opvolgingsonderzoek 2014-2017 (Lansingerland)
Rekenkamer Lansingerland, 19-12-2017
Wat niet weet, maar wel deert
Rekenkamer Lansingerland, 19-12-2017
Sturen op gevoel
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 19-12-2017
Scheiding van waarde
Rekenkamer Rotterdam, 06-07-2017
In onveilige handen
Rekenkamer Rotterdam, 18-05-2017
Een cultuur van vast goed
Rekenkamer Rotterdam, 20-04-2017
In de groei
Rekenkamer Lansingerland, 04-04-2017
Hulp buiten bereik
Rekenkamer Rotterdam, 02-03-2017
Schone schijn
Rekenkamer Rotterdam, 17-11-2016
Geen krimp gegeven
Rekenkamer Rotterdam, 27-09-2016
Parkeren herwaarderen
Rekenkamer Rotterdam, 06-09-2016
Van inspraak naar invloed
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 30-06-2016
Kwetsbaar vertrouwen
Rekenkamer Rotterdam, 18-03-2016
Rechtmatigheid besteding subsidie PBR
Rekenkamer Rotterdam, 15-02-2016
Vitaliteit op het spel
Rekenkamer Lansingerland, 03-11-2015
Leidingen onder druk
Rekenkamer Rotterdam, 07-09-2015
Bijstand uit balans
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 03-09-2015
Grip op prestaties
Rekenkamer Capelle aan den IJssel, 02-07-2015
Inspraak zonder uitspraak
Rekenkamer Rotterdam, 02-07-2015
Werelden van verschil
Rekenkamer Rotterdam, 23-04-2015
Van papier tot prestatie
Rekenkamer Barendrecht, 19-03-2015
Handelen in vertrouwen
Rekenkamer Rotterdam, 19-03-2015